De Heere Jezus en het Laatste Avondmaal

Een zeer belangrijke historische studie

Voor iedereen die de Bijbel als het Woord van God mag erkennen, leidt het geen twijfel dat de evangeliën ons een betrouwbaar portret bieden van de Heere Jezus Christus. Nu wordt in de Bijbelwetenschap dat standpunt bepaald niet breed gedeeld. Op neutrale wijze – of beter gezegd schijnbare neutrale wijze – doet menig nieuwtestamenticus onder­zoek naar de historische Jezus. Dat onderzoek begon al in de negentiende eeuw en gaat nog steeds door. Wel zijn de accenten, uitkomsten en onderzoeksmethoden bepaald niet gelijk gebleven.

Een diepe eerbied voor de Schrift als het Woord van God en de overtuiging dat nauwkeurig historisch onderzoek van groot belang is sluiten elkaar niet uit. Hoe moeten wij de persoon van Jezus zien binnen de context van het Jodendom van de latere periode van de Tweede Tempel? Wanneer en hoe verwachtte Hij de doorbraak van het koninkrijk van God? In 2015 verscheen een zeer doorwrochte studie van Brant Pitre, hoogleraar van de Heilige Schrift aan het Notre Dame Seminary in New Orleans, Louisiana.

Pitre betoogt op overtuigende wijze dat de genoemde vragen niet goed kunnen worden beantwoord zonder een zorgvuldige historische analyse van het Laatste Avondmaal. Bij het Laatste Avondmaal heeft de Heere Jezus immers een interpretatie gegeven van Zijn optreden op aarde. Een interpretatie waarin Zijn dood een centrale plaats inneemt. Het maakt zeer veel uit of wij deze interpretatie toeschrijven aan Jezus Zelf of op naam zet­ten van de gemeente na Pasen. Pitre spreekt over het Laatste Avondmaal in de context van het Jodendom van de Tweede Tempel, het leven van Jezus en het vroegste christendom.

Overtuigend laat hij zien dat er geen redenen zijn om wat de vier evangeliën over de avond vòòr Jezus’ kruisdood schrijven, niet als historisch – en daarmee ook theologisch – betrouwbaar te achten. Dat heeft grote gevolgen voor de zienswijze op de persoon van de historische Jezus. De tegenstelling tussen de historische Jezus en de Zalig­maker van de wereld, zoals de kerk Hem al reeds vanaf het begin van haar ontstaan heeft beleden, verliest dan haar grond.

 

Door Pitre gebruikte criteria

Bij het onderzoek naar de historische Jezus bepalen de gebruikte criteria voor een niet onbelangrijk deel de uitkomst. Deze criteria zijn niet neutraal. Dat is wel heel duidelijk als wij denken aan het gegeven of wij natuurwonderen als dan niet voor mogelijk houden. Het beeld dat getekend wordt van de historische Jezus is veelal mede gebouwd op de vooronderstelling dat natuurwonderen daarin geen plaats hebben. Pitre gaat met deze vooronderstelling niet mee. Hij wijst ook af dat woorden alleen aan Jezus mogen worden toegeschreven als zij niet passen binnen het Jodendom van de Tweede Tempel en binnen het vroegste christendom. Algemeen begint men het onbevredigende karakter van dit criterium te beseffen.

Als wij iemand alleen maar beschrijven in datgene waarin hij van zijn omgeving verschilt, doen wij hem bepaald geen recht. Dat geldt zeker ook van Jezus. Hij is onlosmakelijk verbonden met het Jodendom van de Tweede Tempel en tussen Zijn optreden en onder­wijs op aarde en het geloofsgoed van de vroegste christelijke kerk is een diepe band. De nieuwtestamenticus Vincent Taylor heeft eens opge-merkt dat als wij de in­zichten van Rudolph Bultmann en zijn geestverwanten volgen, wij ervan moeten gaan dat niet alleen de Heere Jezus maar ook Zijn vroegste volgelingen vrijwel direct na Pasen ten hemel zijn gevaren.

Pitre gebruikt als belangrijk criterium coherentie. Passen de gegevens van de evan­geliën in een coherent portret van Jezus? Als dat het geval is, is er geen reden om de juistheid van deze gegevens te betwijfelen. Hij stelt steeds de vraag of de substantie van onderwijs en daden aan Jezus kunnen worden toegeschreven. Dan gaat het dus niet om de vraag of Jezus bepaalde uitspraken exact woordelijk zo heeft gedaan (ipsissima verba). En ook niet om de vraag of de woorden exact zoals die van Jezus hebben ge­klon­ken (ipsissima vox). Ik weet niet of de benadering van Pitre zoveel van het tweede verschilt, maar zijn invalshoek is anders en stelt hem in staat met meer onbe­vangenheid naar de gegevens te kijken vanuit de vraagstelling hoe die zich verhouden tot de his­to­rische Jezus.

 

Vond de kruisdood van Christus op de veertiende of op de vijftiende Nisan plaats?

Voor menig nieuwtestamenticus staat het vast dat synoptische evangeliën en het evangelie naar Johannes elkaar tegenspreken als het gaat om de datum van de kruisdood van Christus. In de eerst drie evangeliën wordt het Laatste Avondmaal als een paasmaaltijd getekend. Dat betekent dat de kruisdood van Jezus op de vijftiende Nisan plaatsvond. In het evangelie van Johannes lezen we echter dat de leden van het sanhedrin zich op de dag dat Jezus werd gekruisigd niet wilden verontreinigen, omdat zij het pascha wilden eten (Joh. 19:28). Betekent dit niet dat Johannes ervan uitgaat dat Jezus op de veertiende Nisan stierf? En wordt in het vierde evangelie het Laatste Avond­maal wel als een paasmaaltijd getekend?

De meeste nieuwtestamentici gaat ervan uit dat de synoptische evangeliën in principe hier historische juist zijn. Om de kruisdood van Jezus met het slachten van de paas­lammeren te kunnen laten samenvallen zou in het vierde evangelie om theo­logische redenen de geschiedenis geweld zijn aan-gedaan. Een minderheid van de nieuw­testamentici meent overigens dat Johannes hier de geschiedenis recht doet en niet de synoptici.

Met een keur van argumenten betoogt Pitre dat het vierde evangelie en de eerste drie zich niet tegenspreken als het gaat om de datum van de kruisdood van Jezus en de aard van het Laatste Avondmaal. Hij gaat echter niet mee met de these das de synoptici en Johannes een verschillende kalender hebben gehanteerd. Hij laat zien dat het woord ‘pascha’ wel vier bete­ke­nis­sen heeft: 1 het paaslam; 2. De paasmaaltijd de avond van de veertiende/vijftiende Nisan; 3 het deel van het paasoffer dat van de 15e tot de 21e van de maand Nisan de priesters toekwam; de paasweek van de 15e tot de 21e Nisan. In de eerste drie betekenissen komen we ‘pascha’ in het Oude Testament reeds tegen (vgl. Ex. 12:21; 12:48; Deut. 16:1-2). De vierde betekenis vinden we in Lukas 22:1.

Pitre stelt dat wij in Joh. 19:28 ‘pascha’ in de derde betekenis moeten nemen. In de negen­­tiende eeuw heeft de joods-christelijke geleerde Alfred Edersheim deze zienswijze ver­dedigd in zijn nog altijd zeer lezenswaardige boek Life and Times of Jesus the Messiah. Pitre geeft een nog bredere onderbouwing. Hij wijst onder andere op de grote betekenis van de tempel en de Joodse feesten in het vierde evangelie. Wie het vierde evangelie nauwkeurig leest, bemerkt dat ook Johannes de laatste maaltijd die Jezus met Zijn discipelen gebruikte als een paasmaaltijd heeft gezien. Pitre noemt: 1. de liggende houding van Jezus en Zijn discipelen; 2 het indopen van de bete door Jezus; de ge­woon­te om iets aan de armen te geven in samenhang met de paasmaaltijd; 4.de ge­woon­te om nog op het laatste moment iets voor het feest te kopen.

 

Wat is het karakter van het Laatste Avondmaal?

Het Laatste Avondmaal was een eschatologische paasmaaltijd. Deze maaltijd stond in het kader van de nieuwe exodus die Jezus met Zijn werk op aarde realiseerde. Daar hoorde Zijn kruisdood bij. Pitre laat zien hoezeer de notie van de eschatologische maal­tijd het onderwijs en het optreden van Jezus heeft doortrokken. Hij wijst bijvoor­beeld op de vermenigvuldiging van de broden. In onderscheid met Richard Bauckham (Gospel of Glory. Major Themes in Johannine Theology) gaat hij ervan uit dat de rede van Jezus die weergegeven is in Johannes 6 expliciet als zin­speling op het Avondmaal moet wor­den gelezen. Hier volg ik toch liever Bauckham dan Pitre.

Jezus wist van Zichzelf dat Hij de nieuwe Mozes maar dan ook nadrukkelijk groter dan Mozes. Hij identificeerde Zich met de hemelse Zoon des mensen uit Daniël 7 wiens rijk tegen­over en boven alle rijken van deze wereld staat. Verre van dat dit in een Joodse context niet mogelijk is, zijn het juist de door het Oude Testament gestempelde Joodse geloofsovertuigingen over het bloed, brood, manna, paaslam en verbond die ons zicht geven op het feit waarom Jezus bij het Laatste Avondmaal sprak over de verlossende be­tekenis van Zijn lichaam en bloed. De studie van Pitre laat ons zien dat nieuw en grondig Bijbelonderzoek de essentie van het verstaan van Jezus en Zijn werk door de Kerk van alle eeuwen niet ontkracht maar bevestigt.

Brant Pitre, Jesus and the Last Supper (Grand Rapids: Eerdmans, 2105), hb. 604 pp. $55,– (ISBN: 978-0-8028-4871-0)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s