Een uitleg van Openbaring die recht doet aan de blijvende bedoeling van het laatste Bijbelboek

Inmiddels al weer acht jaar geleden verscheen in de serie ‘A Mentor Expository Commentary’ een tweede druk van de uitleg van Douglas F. Kelly op het boek Openbaring. De auteur is emeritus hoogleraar dogmatiek aan Reformed Theological Seminary te Charlotte, North Carolina.

In vijfenzestig hoofdstukken wordt het laatste Bijbelboek toegelicht. Deze hoofdstukken zijn bewerkingen van preken die Kelly hield in Reedy Creek Presbyterian Church in Minturn, South Carolina. Dat maakt al duidelijk dat de doelgroep niet een academisch publiek is, maar de kerkganger die meer van dit Bijbelboek wil weten. Een Bijbelboek dat altijd weer de aandacht trekt als er opzien-barende gebeurtenissen plaatsvinden, maar ook een Bijbelboek dat in dit kader vaak ten onrechte als een soort spoorboek wordt gezien waarbij profetieën één op één met concrete gebeurtenissen worden verbonden. Telkens weer bleek dan dat deze zienswijze moest worden bijgesteld.

Vanaf de negentiende eeuw vond ook de visie ingang dat alleen de eerste drie hoofdstukken van Openbaring direct relevant zijn voor de kerk van Christus. De gebeurtenissen beschreven vanaf hoofdstuk 4 zouden pas plaats vinden na de opname van de gemeente. Dan zou God weer terugkeren naar Zijn plannen met Israël. In deze zienswijze worden de nieuwtestamentische gemeente en Israël zowel in haar oudtestamentische gestalte als in haar verschijning onder de nieuwe bedeling van elkaar losgemaakt, iets dat het Nieuwe Testament vreemd is.

Voor de leer van de opname van de gemeente die voorafgaat aan de wederkomst van Christus bestaat trouwens exegetisch geen enkele grond. Zoals een keizer verwelkomt werd als hij naar een stad kwam en de inwoners hem dan tegemoet kwamen, zal de gemeente Christus bij Zijn wederkomst op de wolken van de hemel tegemoet gaan om Hem te verwelkomen.

Kelly schrijft vanuit het juiste uitgangspunt dat het gehele boek Openbaring bedoeld was voor de zeven gemeenten in Klein-Azië, die de kerk van Christus in haar nieuwtestamentische vorm representeren. Er is zoveel in verleden, heden en toekomst dat we niet begrijpen. Waarom zijn dingen gebeurd of gebeuren dingen? Het boek Openbaring laat ons zien wie de volledige en soevereine controle heeft over de geschiedenis en daarom Zijn kerk kan en zal beschermen en bewaren. Dat is het zegevierende Lam op zijn troon.

In overeenstemming met de kerkelijke traditie gaat Kelly ervan uit dat Johannes die het boek Openbaring schreef, Johannes de zoon van Zebedeüs is. Meestal wordt het boek onder de regering van Domitianus gesitueerd. Dan zijn we aan het einde van de eerste eeuw na Chr. Kelly meent dat het boek is geschreven toen Jeruzalem nog stond. De grote verdrukking waarover in het boek Openbaring wordt gesproken is, zo zegt Kelly terecht, de tijd tussen hemelvaart en wederkomst. Voorafgaande aan de wederkomst zal de verdrukking zeer ernstige vormen aannemen. Elke christen is in principe een martelaar. De tijd tussen hemelvaart en wederkomst kan als een periode van 42 maanden of 1260 dagen worden gezien en is daarmee de vervulling van de laatste halve jaarweek uit het boek Daniël.

Kelly verbindt het visioen van de zielen onder het altaar in Openb. 6:9-11 met het visioen van het duizendjarige rijk. Ook daar wordt gesproken over de heiligen voor wie de dood een doorgang is naar de troon van Christus. Met Hem mogen zij leven en regeren. De verdrukking van de kerk op aarde en het gebonden zijn van de draak sluiten elkaar niet uit. In onderscheid met de oude bedeling mag onder de nieuwe bedeling het Evangelie alle volkeren bereiken. De satan blijkt niet in staat te zijn dat te verhinderen.

Bij de tempel waarvan sprake is in Openbaring 11 denkt Kelly aan de gemeente van Christus. Ook hier val ik de auteur bij. Dat de voorhof wordt vertreden is een beschrijving van de verdrukking. Het binnenste heiligdom met het reukofferaltaar blijft gespaard. Dit altaar heeft een relatie met het gebed. De heiligen mogen door hun gebeden de wereld regeren. De twee getuigen representeren de kerk van alle eeuwen in haar profetische boodschap. De dood van de twee getuigen correspondeert met de loslating van de draak in Openbaring 20.

Het boek Openbaring loopt uit op het visioen van het nieuwe Jeruzalem. Het nieuwe Jeruzalem is ook een beeld voor de kerk als de bruid van Christus. Alle beloften van de oude en nieuwe bedeling vinden hun volkomen en uiteindelijke vervulling als de stad van God neerdaalt vanuit de hemel op de aarde.

Kelly leidt uit Openb. 21:24 af dat de culturele eigenheid van volkeren, afgezien van aspecten die duidelijk zondig zijn, een plaats krijgt in het nieuwe Jeruzalem. Ik wil dat niet ontkennen. Zeker is dat hier met oudtestamentische beelden de eeuwige heerlijkheid wordt geschilderd. De volkeren van de wereld gaan de stad binnen. Dat is toch allereerst een aanduiding dat ook de oudtestamentische belofte van de toebrenging van de volkeren dan haar uiteindelijke vervulling vindt.

Het boek Openbaring loopt uit op waarschuwingen, aansporingen en beloften. Zaak is dat wij voorbereid zijn op de wederkomst van Christus en niet buiten behoeven te blijven. Concreet worden zonden genoemd die een mens buiten het nieuwe Jeruzalem houden. Wie in dit leven gehoor geeft aan de roepstem: ‘En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet’(Openb. 22:17) mag straks het nieuwe Jeruzalem binnengaan.

Samenvattend kan ik stellen dat Kelly een zeer toegankelijke uitleg heeft geboden waarin geen ruimte is gegeven aan allerlei gewaagde en niet te controleren speculaties, maar die recht doet aan het feit dat het laatste Bijbelboek bedoeld is als troostboek voor de kerk van alle eeuwen en plaatsen.

Douglas F. Kelly, Revelation, A Mentor Expository Commentary (Fearn: Mentor, 2015), hardcover 464 pp., £24,99 (ISBN 9781845506889)

Plaats een reactie