Ik zou aan willen halen, wat ik onlangs las bij Luther: ‘De Heilige Geest weet nergens anders over te spreken dan over Jezus, en plaats voor Hem te maken.’ Bij Jezus’ hemelvaart en bij de uitstorting van de Heilige Geest heeft Jezus gezegd: ‘Die zal van Mij getuigen, en zal jullie in alle waarheid leiden.’ De Heilige Geest gaat het geloof geven, opdat een zondaar Jezus gaat eren. En God de Vader zal zo’n zondaar eren en zeggen: ‘Ik zal nooit meer op u toornen.’
Zou je dat geloof niet willen hebben; of dat dat geloof vermeerderde?! Wij geloven, en God maakt ons zo schatrijk. Zoals Paulus aan Timotheüs: Hij geeft ons beloften van het tegenwoordige en toekomende leven. Zit je in moeilijkheden? Je mag met geloof tot God komen en zeggen: ‘Heere, ik heb alles verbeurd en verzondigd, maar ik kom, omdat Uw Zoon de Heere Jezus Zich zo diep vernederd heeft.
‘k Zou durven zeggen: als je zo gaat bidden, wordt het hart van de Vader zo bewogen, omdat we Zijn Zoon eren. Het geloof is een gave van God, die een mens zo rijk maakt, in deze rumoerige, harde, koude wereld.
Dan kan er door het geloof zo’n rust en vrede in je hart zijn, dat je zou gaan zeggen: ‘Als ’t nu in de hemel ook zo is!’ Als je eens in de hemel komt, zal je het beleven: Wat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord heeft, en ooit in ’s mensen hart is opgeklommen. Wat is het geloof een rijk ding hè?!
Jezus zegt onder andere ook nog: ‘Wie in Mij gelooft, komt niet in de verdoemenis.’ Dan zullen we wel moeten haasten, en elkaar moeten verdringen. En zo smekende bij God aan de deur zeggen: ‘Och Heere, geef mij dat geloof’, want ‘verdoemenis’, dat is wat! Dat is eeuwig van God gescheiden te zijn.
En de Schrift gaat meer dingen noemen: In de eeuwige duisternis zijn, nooit bekering meer, geen Woord meer horen, geen dag der zaligheid meer. Maar dat heeft Jezus nu afgewend; de put is gesloten. Een eeuwige zaligheid heeft Hij verworven.
We lezen het hier van die man. Hij staat daar sidderend en bevend op z’n benen: ‘Och, m’n arme kind, nu is alle hoop verdwenen.’ Als eenmaal de dood is ingetreden, is er geen verwachting meer.
En die man staat daar en Jezus zegt: ‘Kom maar, je hoeft niet te vrezen; geloof in Mij, geloof alleenlijk.’ Misschien zal het leven met al z’n teleurstellingen, wisselvalligheden, moeite en verdriet, je doen zeggen: ‘het is waar dat het geloof zo maakt.’’
Misschien zullen er ook wel andere tijden zijn, dat je juist zegt: ‘Ik geloof niet, dat het geloof een mens zo gelukkig maakt, er zijn andere gelukkig makende dingen.’ En al zouden andere dingen je misschien gelukkig gemaakt hebben; als je het geloof krijgt, en je geniet het in je hart, dan zeg je: ‘Wat was ik dwaas! Dit geluk gaat alle geluk te boven.’