HET WONDER VAN GODS GENADE. Overdenkingen over de orde of de gouden ketting van het heil

Deze week is van mijn hand verschenen: Het wonder van Gods genade. Overdenkingen over de orde of de gouden ketting van het heil. Hieronder volgt het woord vooraf.

*

In het seizoen 2017-2018 hield ik in de (Hersteld) Hervormde Gemeente van Boven-Hardinxveld in de doordeweekse diensten een aantal preken over wat bekend staat als de orde van het heil. De kerkenraad had mij daarom gevraagd. In de praktijk blijken er bij gemeenteleden die echt betrokken zijn op de boodschap van de Bijbel, juist op dit punt nogal eens vragen te leven. Er is meer dan eens sprake van onkunde en ook van onjuiste zienswijzen. Die onkunde en onjuiste zienswijzen zijn schadelijk voor het geloofsleven.

Afwijkingen in het zicht op de boodschap van de Bijbel zijn nooit zonder gevolgen. Helder zicht op de inhoud van de Bijbelse boodschap is overigens nooit een doel op zich. Het gaat er om dat wij met ons hele bestaan God leren verheerlijken. De Amerikaanse presbyteriaanse theoloog Archibald Alexander (1772-1851) zei dat het doel van de prediking is kennis over te dragen opdat het hart in brand wordt gestoken (to inform the head and to move the heart).

Hoewel de aanleiding van dit boek de prekenserie was die ik destijds in Boven-Hardinxveld hield, komen in deze publicatie facetten die te maken hebben met de schakels van de orde van het heil veel uitvoeriger naar voren dan in de bewuste preken het geval was. Wel heb ik in overeenstemming met de preken die ik destijds hield, voor elk hoofdstuk een concrete Bijbeltekst of Bijbelteksten als uitgangspunt genomen.

Omdat ik zojuist een prekenserie over de Dordtse Leerregels had afgerond, vond ik het niet nodig nog een keer een preek aan Gods verkiezing tot zaligheid te wijden. De schets van een preek die ik later hield over Efeze 1:3-6 is de basis voor het eerste hoofdstuk over de verkiezing tot zaligheid. In de bewuste preken gebruikte ik spreektaal en maakte ik ook wel uitstapjes. In dit boek gebruik ik schrijftaal maar probeer ik wel eenvoudig en direct te zijn.

De Bijbel is de uiteindelijke bron en norm van ons geloof. Alle inzichten – van wie zij ook afkomstig zijn – moeten aan de Bijbel als het onfeilbare Woord van God worden getoetst. Het doel van dit boek is om daarbij een helpende hand te bieden. Dat neemt niet weg, maar sluit juist in, dat u ook de inhoud van dit boek niet alleen aan de Bijbel mag toetsen, maar dat u dat juist moet doen. Doe net als de Joden van Berea die onderzochten of de dingen zo waren (Hand. 17:11). Zo wil dit boek een hulp en handvat zijn bij het persoonlijk bestuderen van de Bijbel.

Bij de inhoud van de Bijbelse boodschap behoort ook de orde van het heil. De uitdrukking ‘orde van het heil’ werd pas voor het eerst in de achttiende eeuw gebruikt. Zij heeft sinds die tijd brede ingang gekregen. De puritein William Perkins sprak over de gouden keten of ketting van het heil. Eigenlijk is dat een nog mooiere benaming. Echter, vanwege de brede ingang van de uitdrukking ‘orde van het heil’ houd ik die toch maar aan.

Bij deze uitdrukking moeten we als het gaat om de Schriftuurlijke basis, allereerst denken aan Romeinen 8:30: ‘En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.’ De uitverkiezing is de bron van de zaligheid en de eerste schakel in de orde van het heil. We mogen de drie personen binnen de drie-eenheid nooit van elkaar losmaken. Dat geldt ook voor hun werken. Dat neemt niet weg dat het ene werk in het bijzonder aan de ene persoon en het andere werk in het bijzonder aan een andere persoon wordt toegeschreven.

Als het gaat om de verkiezing, dan is dat in het bijzonder het werk van God de Vader. In de Zoon heeft Hij al de Zijnen tot eeuwige zaligheid verkoren. De Zoon is door de Vader als Middelaar aangesteld en de Zoon heeft die aanstelling van harte aanvaard. Hij heeft in de volheid van de tijd de zaligheid verworven. Op Golgotha heeft de Heere Jezus Christus als Middelaar de hitte van Gods toorn plaatsvervangend geblust. Hij heeft de duivel verslagen. Zijn komst naar deze wereld en Zijn offer op Golgotha vormt het keerpunt van de wereldgeschiedenis.

Opgestaan uit de doden is de Heere Jezus Christus naar de hemel gegaan en terwijl Hij zit aan de rechterhand van Zijn Vader, bewaart, beschermt en vermeerdert Hij Zijn kerk. Door Woord en Geest trekt de Heere Jezus Christus zondaren naar Zich toe en verbindt Hij hen aan Hem. De leer van de orde van het heil behoort, afgezien van de verkiezing, bij de toepassing van het heil en dat is in het bijzonder het werk van de Heilige Geest.

In de leer van de orde van het heil wordt de betekenis belicht van de diverse weldaden die Christus aan Zijn kerk schenkt en wordt hun onderlinge samenhang beschreven. Ik wees al op het belang van Rom. 8:30. Daar worden de voorverordinering (verkiezing), roeping, rechtvaardiging en verheerlijking genoemd. Dan moet ik direct de opmerking maken dat in de geloofsleer woorden en uitdrukkingen soms meer afgebakend en toegespitst gebruikt kunnen worden dan in de Schrift zelf.

Bij Paulus gaat het bij de verheerlijking niet alleen om het feit dat de gelovigen eenmaal een verheerlijkt lichaam ontvangen, maar hij gebruikt dit woord ook voor de werking van Gods Geest waardoor zij in dit leven aan Christus gelijkvormig worden. In de geloofsleer gebruiken we dan het woord heiligmaking. Nauw verbonden aan de rechtvaardiging is nog de aanneming tot kinderen. Ook dat is een weldaad of zegen die in de leer van de orde van het heil wordt belicht.

In het kader van de orde van het heil komen ook geloof en bekering ter sprake. Immers, in de weg van geloof in Christus en bekering tot God delen wij in de heilsweldaden die Christus heeft geschonken. Als het gaat om de volgorde van de orde van het heil, dan begint het altijd met verkiezing en roeping en eindigt het met heiliging en verheerlijking.

Als het gaat om geloof en bekering is allereerst de vraag of we eerst over het geloof spreken en dan over bekering of omgekeerd. Deze twee zijn hoe dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden en komen nooit los van elkaar voor. In de hoofdstukken die gaan over geloof en bekering licht ik toe waarom ik allereerst het geloof behandel. Men kan geloof en bekering na de heiliging of heiligmaking aan de orde stellen. Zo vinden we het in de Westminster Confession of Faith.

In de Institutie van Johannes Calvijn (1509-1564) is het derde boek aan de toepassing van het heil gewijd. Om didactische redenen behandelt de hervormer de leer van de verkiezing helemaal aan het slot van het derde boek. Zeker is dat wij pas vanuit de geloofsvereniging met Christus een juist zicht op de verkiezing krijgen en de verkiezing een bron van troost kan worden. Zelf heb ik er hier voor gekozen de volgorde die aangereikt wordt vanuit Rom. 8:30 aan te houden en allereerst de verkiezende liefde van God aan de orde te stellen als bron van de zaligheid.

In onderscheid met de Westminster Confession of Faith worden in onze eigen Nederlandse belijdenisgeschriften niet alle schakels van de orde van het heil afzonderlijk behandeld. We lezen in de Dordtse Leerregels I, 7 dat ‘God de Vader Christus van eeuwigheid tot Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen, en tot een fundament van de zaligheid gesteld heeft, en opdat zij door Hem zouden zalig gemaakt worden, heeft Hij ook besloten hen aan Hem te geven, en krachtig tot Zijn gemeenschap door zijn Woord en Geest te roepen en te trekken, of met het ware geloof in Hem te begiftigen, te rechtvaardigen, te heiligen, en in de gemeenschap zijns Zoons krachtig bewaard zijnde, ten laatste te verheerlijken, tot bewijzing van zijn barmhartigheid, en tot prijs van de rijkdommen zijner heerlijke genade.’ In dit artikel wordt het geloof vóór de rechtvaardiging genoemd. In aansluiting bij dit artikel hanteer ik ook deze volgorde en breng ik na het geloof de bekering ter sprake.

Afgezien van de verkiezing, die van eeuwigheid is, en de verheerlijking die plaatsvindt bij de wederkomst van Christus, hebben alle schakels van de orde van het heil hun plaats in de tijd. Van groot belang is te beseffen dat het onderscheid tussen roeping, rechtvaardiging en aanneming tot kinderen een logische en geen chronologische volgorde is. Wie geroepen is, is ook gerechtvaardigd en wie gerechtvaardigd is, is ook aangenomen tot Gods kind. Wie gerechtvaardigd is en daarmee vrijgesproken van schuld en straf, begeert ook heilig voor God te leven.

De diverse schakels van de orde van het heil laten elk een facet zien van de zaligheid waarin we gaan delen als we door het geloof, als gave van God, met Christus worden verenigd. Zij tonen ons daarmee de grootheid en veelkleurigheid van Gods genade aan ons bewezen. Vaak worden de aanduidingen ‘orde van het heil’ en ‘weg van het heil’ door elkaar gebruikt. Echter, het is goed die van elkaar te onderscheiden. Bij de orde van het heil wordt de onderlinge samenhang belicht van door Christus verworven zegeningen die de Heilige Geest aan ons toepast.

Spreken we over de weg van het heil, dan wordt daarmee aangegeven hoe we ertoe kwamen in geloof tot Christus te vluchten, om te breken met alles wat ons van God afhield en ons tot Hem te bekeren. We geven daarmee ook aan dat wij niet alles in één keer hebben geleerd en leren. Wij zijn een weg gegaan. In dat kader komt de opwas in het geestelijke leven ter sprake en niet minder het gevaar van verachtering in de genade.

In de omgang met God krijgen we steeds meer zicht op Hem en Zijn genade en de betekenis van de aan ons geschonken geestelijke zegeningen. Daarom komt in de behandeling van de orde van het heil ook altijd iets van de heilsweg aan de orde. Dan moet duidelijk zijn dat God met al de Zijnen Zijn eigen weg gaat, al zijn er ongetwijfeld knooppunten waarop zij elkaar hebben ontmoet en mogen ontmoeten. De pelgrimsweg of de weg van het heil begint als God ons roept en trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbare licht. Zij eindigt pas als wij dit aardse leven verlaten of als we denken vanuit het perspectief van allen die door Christus zijn vrijgekocht bij de wederkomst. We moeten een pelgrim worden en in dit leven een pelgrim blijven. We kunnen ook zeggen dat wij een leerling moeten worden en een leerling moeten blijven. Uitgeleerd raken we nooit als het gaat om de kennis van Gods genade in Christus.

Bij de behandeling van de verschillende schakels van de orde van het heil of de gouden keten van het heil komen soms dezelfde zaken bij meerdere schakels naar voren. Ik denk aan de zekerheid van het geloof en ook aan het onderscheid tussen Wet en Evangelie. Dat heeft alles te maken met het feit dat als wij onderscheidingen hanteren, we zaken toch niet van elkaar kunnen scheiden. Vanuit een iets ander perspectief wordt meer dan eens eenzelfde thema belicht. Dan mag ook hier gelden dat herhaling de beste leermeester is en niet minder dat wij de Heilige Geest nodig hebben om het onderwijs dat ons bij herhaling wordt gegeven, ter harte te nemen.

Mijn wens en bede is dat dit boek daartoe aan aansporing mag zijn en daarbij een hand en een voet biedt. Dan betekent dit voor lezers en schrijver dat zij enkel de God aller genade willen verheerlijken.

dr. P. de Vries, Het wonder van Gods genade. Overdenkingen over de orde of de gouden ketting van het heil (Apeldoorn: De Banier, 2024), paperback 260 pp., 19,95 (ISBN 9789402910247)

Plaats een reactie