Een korte inleiding in de kerkleer

In de serie ‘Short Studies in Systematic Theology’ schreef Gregg R. Allison die als hoogleraar christelijke theologie aan het Southern Baptist Theological Seminary in Louisville, Kentucky is verbonden, het deeltje over de kerk. Het hele boekje door geeft hij zowel weer waarin alle christenen gelijk over de kerk behoren te denken (mere ecclesiology) – en gelukkig is dat meer dan eens het geval – als datgene waarover door christenen verschillend wordt gedacht als het gaat om de kerkleer (more ecclesiology). Dan moeten we denken aan vragen als: wie er gedoopt mogen worden (alleen volwassenen of ook kinderen ), wat de betekenis is van het avondmaal (is het alleen een gedachtenismaal of is het meer) en hoe we over de gaven van de Geest moeten denken. In het laatste geval geeft hij op rustige wijze zijn eigen keuze dan wel voorkeur weer.

De auteur onderstreept dat de kerkleer en de Godsleer waarbij wij weten dat God de drie-enige God is, onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Belangrijk is de constatering dat de nieuwtestamentische gemeente de voortzetting is van de oudtestamentische vergadering van de HEERE. Het Griekse woord ekklesia vinden we zowel in het Nieuwe Testament als in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament.

Terecht constateert Allison dat geen enkele oudtestamentische instelling volledig correspondeert met de nieuwtestamentische gemeente, maar toch zou ik meer dan hij doet hier wijzen op de continuïteit tussen oude en nieuwe bedeling en dat wij daarom uiteindelijk mogen zeggen dat de oorsprong van de kerk in het paradijs ligt toen God daar na de zondeval Adam en Eva opzocht.

De eenheid van de kerk roept in het licht van de feitelijke verbrokkeling vragen op. Rome stelt het sinds Vaticanum II zo dat zij de volle openbaring van Gods kerk is. Protestantse kerken zijn niet meer dan geloofsgemeenschappen. De zegen die daar ontvangen kan worden is niet los te maken van de Rooms-Katholieke Kerk. Bij deze volle openbaring van Gods kerk behoren alle christenen zich te voegen. Het zal de lezer niet verwonderen dat Allison deze opvatting van de hand wijst. De eenheid van de kerk is allereerst eenheid in de apostolische leer en de daarmee verbonden levenspraktijk.

De auteur neigt naar de zienswijze dat alle gaven die voorkwamen in de apostolische tijd en de daarbij verbonden bedieningen, nu nog voorkomen of kunnen voorkomen. Zelf ben ik er vast van overtuigd dat met het wegvallen van de apostelen en hun directe medewerkers en met het zichtbaar worden van de contouren van de nieuwtestamentische canon, openbaringsgaven niet meer nodig zijn. Allison gaat niet echt nader in op de gave van profetie, maar meer dan eens blijkt dat voorstanders van deze gave daar een invulling aan geven waartegen weinig bezwaar hoeft te zijn, maar waarbij de vraag kan worden gesteld: is dit wel profetie?

Als het gaat om de ambten houdt de auteur eraan vast dat het leren en leiden van de gemeente toekomt aan wat het Nieuwe Testament opzieners of ouderlingen noemt, en daartoe worden alleen mannen geroepen. Hij meent dat het in 1 Timotheüs 3:11 gaat over vrouwen die diaconale taken vervullen. Zelf acht ik dat minder waarschijnlijk, omdat Paulus pas in 1 Timotheüs 5 op de dienst van de weduwen ingaat. Ik denk dat Paulus het in 1 Timotheüs 3:11 heeft over de vrouwen van de ouderling en diaken, maar ook als we hier aan vrouwen denken die diaconale taken vervullen, dan hebben zij dat ongetwijfeld gedaan onder leiding van mannelijke diakenen.

De kerk ziet uit naar de wederkomst. Ook hier gaan de wegen uiteen als het gaat om de nadere invulling ervan. Mogen we nog een bloeitijd van de kerk verwachten voorafgaande aan de wederkomst of ligt het duizendjarige rijk waarvan sprake is in Openbaring 20, tussen de wederkomst en het laatste oordeel. In zijn tekening van het (pre)chiliasme ontbreekt de voorstellingswijze daarvan zoals die in de Vroege Kerk voorkwam. In deze zienswijze wordt in het duizendjarige rijk de aarde louter bewoond door de opgestane heiligen – en eventueel alleen de heiligen die de marteldood zijn gestorven – en gaat het duizendjarige rijk bij het laatste oordeel min of meer geruisloos over in het nieuwe Jeruzalem dat is neergedaald uit de hemel. Ik noteer dat deze vorm van chiliasme niet de vraag hoeft te beantwoorden waarom heiligen moeten gaan verkeren met mensen die nog moeten sterven en hebben te strijden tegen hun zondige ik en daarom een Voorspraak aan Gods rechterhand nodig hebben die daar echter niet meer is.

De kracht van het boekje van Allison is dat in kort bestek de brede contouren van de kerkleer worden geschetst. Nadeel is dat een nadere uitwerking die hier en daar wel gewenst is, niet wordt gegeven. Zeker is dat de kerk pas tot haar volmaakte eenheid komt in het nieuwe Jeruzalem.

Gregg R. Allison, The Church: An Introduction, Short Studies in Systematic Theology (Wheaton: Crossway Books, 2021), paperback 192 pp., $14,99 (ISBN 9781433562464)

Plaats een reactie