Dit jaar is het 60 jaar geleden dat het Tweede Vaticaanse Concilie werd gesloten. Het was in 1962 bijeengeroepen door paus Johannes XXIII omdat naar zijn overtuiging de Rooms-Katholieke Kerk teveel naar binnen was gericht. Zij begon de aansluiting met de tijd en de samenleving te verliezen. Voor wat de paus voor ogen had gebruikte hij het woord ‘aggiornamento’ (bij de tijd brengen). Aan het begin van het pausschap van paus Paulus VI werd het Tweede Vaticaanse Concilie gesloten. Zeker is dat na dit concilie de Rooms-Katholieke Kerk een ander gezicht had dan ervoor. Er was een veel meer open houding niet alleen naar andere christenen, waarbij de oosterse christenen voorop stonden, maar ook naar andere religies.
Feit is ook dat na het Tweede Vaticaanse Concilie de Rooms-Katholieke Kerk die ook daarvoor geen monolithisch geheel was, een veel diverser aanzien heeft gekregen. Dat staat niet los van het feit dat de documenten van dit concilie meer dan eens formuleringen bevatten die naar twee kanten toe kunnen worden uitgewerkt. Terwijl progressieven zich op de ene passage beriepen, beriepen conservatieven zich op een andere.
De overleden paus Franciscus vertegenwoordigde duidelijk de meer progressieve lijn. Bij hem viel alle nadruk op de taak van de kerk in de samenleving, terwijl de ernst van de eeuwigheid nauwelijks een plaats had. Hij sprak dat het niet onmogelijk was dat de hel leeg zou blijken te zijn. Daarentegen is kardinaal Robert Sarah , van wie ook een aantal boeken in het Nederlands zijn vertaald, heel duidelijk conservatief. Bij alle verschil die er was en is tussen Rome en de Reformatie merk je bij hem wel de nadruk op de eeuwigheid en het pelgrimschap.
Is met het Tweede Vaticaanse Concilie de Rooms-Katholieke Kerk ook leerstellig veranderd? Vanuit de optiek van Rome zelf is dat onmogelijk. In de concilies – en dat geldt uiteraard ook het Concilie van Trente en het Eerste Vaticaanse Concilie – spreekt de Heilige Geest. Deze spreekt ook door de paus als de paus ex cathedra onderwijs geeft.
Wie zich afvraagt wat de Rooms-Katholieke Kerk nu officieel leert, kan het best terecht bij de Catechismus van de Katholieke Kerk. De Catechismus van de Katholieke Kerk is het werk van een commissie van kardinalen en bisschoppen met kardinaal Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, als voorzitter. De commissie kreeg input van tal van theologen en Bijbelwetenschappers.
De Catechismus van de Katholieke Kerk kwam in 1992 uit met de approbatie van het gehele episcopaat, waaronder paus Johannes Paulus II. De leer van de Rooms-Katholieke Kerk wordt in deze catechismus ontvouwd in overeenstemming met de drievoudige structuur van gezag die zij kent, namelijk de Schrift, de Traditie van de Kerk, waaronder haar liturgie, en het Magisterium of leergezag dat uiteindelijk belichaamd is in de paus als opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus op aarde.
Al weer meer dan tien jaar geleden schreef Gregg R. Allison een studie waarin hij de leer zoals die is ontvouwd in de Catechismus van de Katholieke Kerk, weergeeft en analyseert. Allison is als hoogleraar christelijke theologie verbonden aan het Southern Baptist Theological Seminary. Hij was in het verleden onder andere verbonden aan de protestantse missionaire beweging die werkzaam was aan de University of Notre Dame, de bekendste rooms-katholieke universiteit van de Verenigde Staten.
Allison laat zien dat de rooms-katholieke theologie helemaal doortrokken is van de zienswijze dat natuur en genade op elkaar betrokken zijn, terwijl de Reformatie uitgaat van de tegenstelling van zonde en genade. Uit de analyse van Allison blijkt dat in de Catechismus van de Katholieke Kerk telkens weer een veel optimistischer mensbeeld naar voren komt dan vanuit de Bijbel verantwoord is. Allison laat zien dat, al wordt het een en ander milder en zachter geformuleerd, in de leer van de rechtvaardiging de kloof tussen Rome en Reformatie niet is overbrugd. Van protestantse zijde wordt dit wel beweerd, maar rooms-katholieke theologen geven aan dat ook in verklaringen van overeenstemming met protestanten niets staat dat strijdig is met wat op het Concilie van Trente is gesteld.
Als het gaat om de vraag wat de uiteindelijke norm en bron van het geloof is, is dat voor de Reformatie de Schrift. De Kerk en haar inzichten zijn ondergeschikt aan de Schrift. Voor Rome vormen de Kerk, de Schrift en het Magisterium samen de bron en norm van het geloof. Deze drievoudige grond van gezag is voor Rome wezenlijk en onopgeefbaar. Zo kan Rome allerlei leringen een plaats geven die geen enkele grond in de Schrift hebben.
Allison laat zien dat de kerkleer van Rome niet van structuur is veranderd, maar zo wordt ingevuld dat er niet alleen voor christenen buiten de Rooms-Katholieke Kerk zaligheid is, maar ook voor aanhangers van andere godsdiensten. Juist hier is de kloof met de Reformatie niet kleiner maar groter geworden. Dat geloof in Christus en het belijden van de drie-enige God nodig is tot zaligheid behoort bij de kern van het protestantisme.
Wie grondig en evenwichtig geïnformeerd wil worden over de officiële leer van de Rooms-Katholieke Kerk kan ik Roman Catholic Theology and Practice: An Evangelical Assessment hartelijk ter lezing aanbevelen.
Gregg R. Allison, Roman Catholic Theology and Practice: An Evangelical Assessment (Wheaton: Crossway Books, 2014), paperback 496 pp., $39,99 (ISBN 978-1-4335-0116-6)
Catechismus van de Katholieke Kerk, (Utrecht/Antwerpen: KokBoekencentrum/Halewijn), hardcover 784 pp.. €44,99 (ISBN 9789043540223)