Twee meditaties

Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.’ (Psalm 73:28)

Het waarachtige kennen van God komt eerst, als de liefde tot God een persoonlijk karakter aan­neemt, als u voor het eerst op uw levensweg God hebt ontmoet. Als de Heere u een Ik tegen­over uw ik is geworden. Zo God en gij in een bewuste, levende en persoonlijke, bij­zon­dere betrekking zijn getreden. Hij uw Vader en, gij Zijn kind. Niet maar één van Gods kin­de­ren, nee maar Zijn kind op een eigen wijze, in een persoonlijk verband. Weer anders dan an­de­re kinderen Gods. De intiemste gemeenschap die zich in de hemel of op aarde laat den­ken. Hij uw Vader, uw Herder, uw Zielsvriend en uw God.

Als het tot een ontmoeting met God zal komen, gaat het van beide zijden. God komt tot hem en hij komt tot God. Eerst van verre en dan al naderbij. Tot uiteindelijk de afstand wegvalt en dan is er de zalige ontmoeting. Een ogenblik van nooit uit te spreken volzaligheid. En dan, maar ook dan eerst, komt het nabij. Want in dat ‘het is mij goed nabij God te zijn’, ligt het. Ook wie die geheimenis nog niet inging, kan wel meezingen: ‘Het is mij goed, mijn zaligst lot, nabij te wezen bij mij God’, maar hij vat het nog niet. De keurige berijmer van Psalm 73 die vatte het wel. Die zong daarom dat in zulk een nabij God te wezen het zaligst lot is. Maar daar zingt men dan overheen en bedoelt een algemene vrome stemming zonder de vonk van die innigste, intiemste, meest persoonlijke liefde in het hart te voelen branden. Aanbidding, be­wondering, inroeping van genade, maar de verkleefdheid van de liefde nog niet.

Wreed is de wereld, zoals de wereld u daarbij de voet dwars zet. Vooral voor de jongeren on­der ons, voor onze lieve kinderen is de wreedheid van de wereld zo uiterst gevaarlijk. Toch moed houden. God weet dat, en Hij zal in Zijn eeuwige ontferming iets dichter, iets nader, iets sneller naar u en naar uw lievelingen toekomen, opdat u zo met hen nabij God mag zijn. Maar dan met geen halfheid vrede genomen. Meer dan ooit zal de vage liefde voor een God Die u verre bleef, u in de steek laten. Wat alleen redden kan, is het ingaan tot dat innige leven, dat kan jubelen: ‘God heb ik lief’, en niet van verre bleef, maar doordringt tot het nabij, tot vlak nabij uw God, in de persoonlijke ontmoeting van uw ziel met de Eeuwige.

*

‘Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!’ (Psalm 27:8)

Het bevindelijke kennen van God vindt in de Schriften velerlei uitdrukking. We horen gedurig van Gods verborgen omgang, van verkeren in Gods tent, van wandelen met God en zoveel meer en het Evangelie verdiept dit tot de rijke, heerlijke gedachte dat de Vader bij ons komt en woning bij ons maakt, maar toch de meest gebruikte term om dat hogere kennen van God uit te drukken, wordt ontleend aan het aangezicht Gods.

Over Mozes, de man Gods, staat dit als het hoogste, het hem van alle profeten onder­schei­den­de opgetekend, dat God met Mozes sprak van aangezicht tot aangezicht, zoals een man tot zijn vriend spreekt. Wat aangezicht hier in Ps. 27:8 betekent, wijst zich aan. Als dan ook de Schrift met de betuiging des Heeren tot ons komt: ‘Zoekt Mijn aangezicht’, schuilt hierin een diepe zin. Men kan iemand uit de verte waarnemen. Men kan iemand horen en merken dat hij er is, zonder tot hem te zijn gegaan, zonder zich voor hem geplaatst te hebben, zonder zich nog tegenover hem te hebben gevoeld en zonder zich zo tegenover hem te hebben bevonden dat hij ons aanzag en wij hem.

Zo is er ook in het leven van Gods kind een ogenblik dat hij de drang en behoefte voelt niet te rusten voordat hij zijn God vindt, voordat hij, na Hem gevonden te hebben, zich voor Hem ge­steld heeft en nu voor Hem staande, Zijn aangezicht zoekt en met dat zoeken van Zijn aan­ge­zicht niet kan stoppen, voordat hij Gods oog heeft ontmoet en in dat ontmoeten de aangrij­pende gewaarwording ontving, dat God hem in de ziel ziet en hij God in Zijn genadeoog. En pas wanneer het daartoe komt, ontsluit zich het mysterie van Gods genade.

Plaats een reactie