Een rooms-katholiek handboek over huwelijksmoraal en seksuele ethiek dat vasthoudt aan de vastgestelde leer

Als het gaat om ethiek, dan hebben de Rooms-Katholieke Kerk en klassieke protestanten veel gemeenschappelijk. Óf er zijn geen verschillen, óf naar buiten toe vallen de overeenkomsten veel meer op dan de verschillen. Dat laatste geldt zeker als het gaat om huwelijk en seksualiteit. Zowel rooms-katholieken die de leer van de kerk volgen als klassieke protestanten gaan ervan uit dat seksuele gemeenschap pas plaats behoort te hebben als je met elkaar getrouwd bent. En dan gaat het om een huwelijk tussen man en vrouw die geroepen zijn elkaar trouw te blijven totdat de dood hen scheidt.

Dat botst frontaal met de seksuele moraal die in onze maatschappij leidend is. Volgens die moraal mag je zelf kiezen met wie je seks hebt en of je al dan niet trouwt, en bepaal je zelf wanneer de tijd is aangebroken om de kinderzegen te ontvangen. Feitelijk kan het woord kinderzegen niet eens meer worden gebruikt. Want voor menigeen ligt het zo: je neemt een kind als het je uitkomt.

Van de hand van Kardinaal Willem Jacobus Eijk, aartsbisschop van Utrecht, verscheen in 2022 het boek De band van de liefde. Katholieke huwelijksmoraal en seksuele ethiek, en in 2023 verscheen een tweede druk. De publicatie kwam Eijk, ook of zelfs juist uit rooms-katholieke kring, op felle kritiek te staan, maar Eijk zag daarin geen reden om op zijn standpunten terug te komen. Hij wil vasthouden aan de geloofsschat van de Rooms-Katholieke Kerk en die aan de volgende generaties doorgeven.

Rome en de Reformatie baseren zich als het gaat om de ethiek op de Schrift. Dat verklaart de overeenkomsten. Seksuele gemeenschap, zo betuigen zowel Rome als de Reformatie, mag uitsluitend plaatsvinden, binnen huwelijk tussen één man en één vrouw die elkaar tot de dood trouw blijven. Eén van de doelen van het huwelijk, zij het niet het belangrijkste, is om onkuisheid tegen te gaan. Ook daarin geven Rome en de Reformatie eenzelfde geluid.

In het klassieke gereformeerde huwelijksformulier wordt dat als derde doel genoemd. Men mag zijn de tempel van zijn lichaam niet verontreinigen. In moderne versies van het huwelijksformulier kan het derde doel zo worden geformuleerd dat van de gehuwden wordt verwacht dat zij elkaar trouw blijven. Dan is iets wezenlijks verloren gaan, namelijk dat men niet op het huwelijk mag vooruitgrijpen. Wanneer een dergelijke versie van het huwelijksformulier wordt gebruikt, moet men ervan uitgaan dat in de bewuste gemeente hetzij stilzwijgend hetzij meer openlijk wordt geaccepteerd dat op het huwelijk vooruit wordt gegrepen. Maar dat terzijde.

Voor Rome vormen het getuigenis van de Schrift, de kerkelijke traditie en het leergezag belichaamd door de bisschop van Rome die als opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus op aarde wordt gezien, één geheel. Dan blijken er mede daarom en ook als het gaat om huwelijk en seksualiteit toch verschillen te zijn.

Voor Rome heeft naast de Schrift ook de natuur een heel grote plaats in de ethiek. Ook in De band van de liefde wordt telkens weer een beroep op de natuurwet gedaan. Daar waar het protestantisme beïnvloed is door de theologie van Karl Barth (en dat is voor grote delen van het protestantisme het geval, zeker in de westerse samenleving) wil men van zo’n beroep niets weten. Dat ligt in het klassieke protestantisme anders, al zal men telkens weer benadrukken dat wij het boek van de natuur sinds de zondeval altijd moeten lezen met de bril van het boek van de Schrift. Echter, ook voor het protestantisme is het huwelijk een scheppingsorde.

Voor Rome gold heel lang dat het eerste doel van het huwelijk het ontvangen van kinderen is. Zo vinden we klassiek lutherse huwelijksformulieren en in het Anglicaanse Book of Common Prayer. Het klassiek gereformeerde huwelijksformulier zet welbewust het elkaar bijstaan zowel in tijdelijke als in geestelijke zaken voorop. Eijk laat ons zien dat sinds Vaticanum II het spreken over middel en doel is losgelaten en men het huwelijk sinds die tijd omschrijft als een wederzijdse gave en overgave van man en vrouw aan elkaar, waarvan voortplanting een intrinsieke dimensie is.

Nu, ik zou niet weten welk bezwaar een protestant tegen deze omschrijving zou moeten hebben. Ook het klassiek gereformeerde huwelijksformulier gaat ervanuit dat man en vrouw niet op eigen initiatief het ontvangen van kinderen verhinderen. In principe vooronderstelt een christelijk huwelijk dat er de bereidheid is om van meet af aan kinderen te ontvangen. Ik werd een aantal jaren geleden door een theoloog uit de gereformeerde gezindte behoorlijk bekritiseerd om dit standpunt. Merkwaardig is dat hij juist een theoloog is die het samengaan met Rome bepleit. Mijn pleidooi om huwelijk en kinderzegen niet van elkaar los te maken, is dus niet enkel een geluid van – zoals men dan beweert – uiterst conservatieve protestanten.

Met Eijk en in navolging van onder andere de inmiddels al weer enkele jaren geleden overleden christelijke gereformeerde hoogleraar W.H. Velema ben ik ervan overtuigd dat wij de kinderzegen niet van daadwerkelijke geslachtsgemeenschap mogen losmaken. Voor hen en ook voor mij wordt een grens bereikt met ivf ook als er geen sprake is van overbodige bevruchte embryo’s. Als het gaat om spreiding van de kinderwens ziet Eijk (en hij volgt daar de officiële leer) alleen ruimte voor periodieke onthouding. Met wijlen ds. G. Boer meen ik dat dit de eerste weg is en dat hooguit bij grote uitzonderingen andere wegen bewandeld mogen worden.

Bij Rome, zo blijkt uit het handboek van Eijk, blijft nog altijd het celibaat een hogere roeping dan het huwelijk. Daar kijken we op grond van de Schrift als protestanten anders tegenaan. Wel meen ik dat protestanten veelal te weinig oog hebben voor de celibataire roeping naast die van het huwelijk. Op zijn minst kan het lezen van De band van de liefde ons dan tot nadenken stemmen.

In onderscheid met de Reformatie maakt Rome een verschil tussen het natuurlijke en het sacramentele huwelijk. Ik zie geen reden Rome daarin te volgen. Het huwelijk is een scheppingsorde die heel de mensheid aangaat, en christenen zien die scheppingsorde geïntensiveerd in de band tussen God en Zijn volk en vooral nieuwtestamentisch in de band tussen Christus en Zijn kerk.

Wie De band van de liefde leest,bemerkt dat bij Rome de filosofie met de daarbij behorende onderscheidingen ook als het gaat om het huwelijk en de seksuele ethiek, een grotere plaats hebben, en daarnaast dat men veel juridischer denkt. Zo kan men zich niet alleen afvragen of een huwelijk geoorloofd is maar ook of het geldig is. Als het gaat om echtscheiding, dan ziet Rome minder ruimte dan het protestantisme. Ook al leven man en vrouw vanwege overspel van een van de twee niet meer bij elkaar, hertrouwen is alleen geoorloofd als de partner overlijdt. Bij een zogenaamd niet-sacramenteel huwelijk heeft degene die zich laat dopen, het recht een nieuw huwelijk aan te gaan als de man c.q. de vrouw met wie men is getrouwd die keuze niet kan accepteren.

Met de Reformatie weet ook Rome van de ontwrichtende werking van de zondeval en niet in de laatste plaats op het terrein van de seksualiteit. Naast geordende gevoelens zijn er ook ongeordende gevoelens, en dan moeten we denken aan homoseksuele gevoelens. Voor Rome zijn gevoelens die niet passen bij het goede beeld waarnaar God ons schiep (en dan gaat het niet alleen om homoseksuele gevoelens) voor wie van de erfzonde gereinigd is, geen zonde zolang er maar niet aan wordt toegegeven. De gevoelens worden feitelijk als neutraal gezien.

Ook veel christenen uit de gereformeerde gezindte zitten op die lijn: je mag wel homoseksuele gevoelens hebben als je ze maar niet uitleeft. Vrijwel nooit, zo bemerk ik, beseft men dat men hiermee afwijkt van de lijn van de Reformatie. Wij kunnen mensen niet verwijten dat zij gevoelens hebben die niet passen bij het beeld van God. Dat geldt zowel voor zondige daden als keuzen. Maar dat maakt gevoelens die onder zondige daden liggen nog niet neutraal.

Tegen gevoelens die in de staat van rechtheid in het paradijs niet voorkwamen, zijn wij geroepen te strijden. De gebrokenheid die wij ervaren is verbonden met de gebrokenheid van onze aard. Daartegen moeten we ons leven lang strijden, maar wie in Christus gelooft mag ook weten dat de vergeving van zonden ook de zondige aard omvat. Dieper en duidelijker dan in welk kerkelijk rapport ook vinden we de dingen zo verwoord in een rapport van de Presbyterian Church in America waaraan onder meer Kevin DeYoung en Tim Keller hebben meegewerkt.

Het eerste hoofdstuk van De band van de liefde beschrijft de sociale en culturele veranderingen binnen het huwelijk. In het laatste hoofdstuk over het ontwrichte huwelijk vinden we ook lezenswaardige informatie over de geschiedenis van huwelijkssluiting en echtscheidings-mogelijkheden in ons eigen land. Ik moet eerlijk zeggen dat een aantal details voor mij nieuw waren. Alleen al die hoofdstukken maken De band van de liefde tot een lezenswaardig boek.

Het is en blijft ook een echt rooms-katholiek boek. Als het gaat om de bron van kracht om te leven naar Gods geboden, wordt telkens weer naar deelname aan de eucharistie, naar het biechten en naar de sacramenten in het algemeen gewezen. Dan mis ik wel heel erg de oproep om in geloof tot God de Vader te gaan door Jezus Christus.

Waar Eijk heil ziet in een veelvuldig gebruik van de sacramenten pleit ik voor een voortdurend zien op Jezus. In dat kader heeft ook het gebruik van de sacramenten een plaats en ook het overdenken van het feit dat wij het sacrament van de doop ontvingen. Dan zeg ik met Luther dat wij dagelijks onze doop moeten betrachten. De sacramenten zijn echter ondergeschikt aan het Woord waarmee Christus tot ons komt en zij delen niet automatisch genade mee. De sacramenten versterken het geloof, hoe aangevochten het reeds aanwezige geloof ook is. Dan blijkt ook uit De band van de liefde dat niet minder dan in de zestiende eeuw, hier de wegen van Rome en de Reformatie uiteengaan en de kloof tussen beide niet kleiner is geworden.

Willem Jacobus Kardinaal Eijk, De band van de liefde. Katholieke huwelijksmoraal en seksuele ethiek, tweede druk (Utrecht: KokBoekencentrum, 2023), paperback 416 pp. €35,99 (ISBN 9789043544023)

Plaats een reactie