De man met het pak op de rug gewezen op de Enge Poort waardoor licht valt
In De Christenreis, het meest bekende werk van John Bunyan (1625-1688), staat de Enge Poort niet direct buiten de stad Verderf. Als in De Heilige Oorlog, het ook door Bunyan geschreven allegorische werk, vorst Immanuel het beleg slaat om de stad Mensenziel die zich aan de heerschappij van Zijn Vader heeft onttrokken, wil de stad zich op een gegeven moment op eigen voorwaarden overgeven. Immanuel eist echter dat zij zich onvoorwaardelijk overgeeft.
Wat bedoelt Bunyan met deze beelden? In zijn niet-allegorische werken kan Bunyan een verschil maken tussen een ontwaakte zondaar en een geredde zondaar. Ik denk bijvoorbeeld aan het boek Christ a Complete Saviour (Christus een volkomen Zaligmaker). Bunyan maakt duidelijk dat alleen een zondaar die beseft dat hij zondaar is en weet dat de rampzaligheid hem wacht, Christus echt als Zaligmaker nodig zal krijgen.
Echter, zolang hij slechts ontwaakt is, dat wil zeggen: het gevaar beseft waarin hij verkeert, is het gevaar groot dat hij niet door Christus tot God gaat. Dat is echter wel nodig om in de zaligheid te delen. In De Christenreis wijst Evangelist, Christen die zucht onder het zware pak op zijn rug, op de Enge Poort. Die poort moet hij door om van zijn pak verlost te worden. Christen kan deze poort niet zien. Evangelist maakt Christen er dan op attent dat door de Enge Poort licht valt, en dan meent Christen iets te zien.
De Enge Poort is een beeld van Christus Die gezegd heeft: ‘Ik ben de Deur van der schapen’ (Joh. 10:7) en: ‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven’ (Joh. 14:6). Het licht dat door de Enge Poort valt verwijst uiteraard naar de uitspraak van Christus: ‘Ik ben het Licht der wereld.’ (Joh. 8:12).
Christen en zijn metgezel Plooibaar komen, nog voordat zij de Enge Poort hebben bereikt, in de poel Moedeloosheid terecht. Plooibaar weet zich uit de poel te worstelen en gaat als hij eruit gekomen is terug naar de stad Verderf. Christen wordt door een man met de naam Helper uit de poel gehaald. Had hij gelet op de stapstenen die in de poel waren aangebracht, dan was Christen er niet in weggezonken.
In plaats van zijn weg naar de Enge Poort te vervolgen, geeft Christen gehoor aan het advies van de heer Wereldwijs en gaat hij naar het dorp Zedigheid om door de heer Wettisch van zijn pak te worden verlost. Hij loopt daar echter helemaal mee vast. Duidelijk wordt wel dat Christen met het verlaten van de stad Verderf nog niet gered is.
*
Een ontwaakte zondaar is nog geen geredde zondaar
Het onderscheid tussen ontwaakte en geredde zondaren vinden we ook bij de geestelijke erfgenamen van de puriteinen. Thomas Boston (1676-1732) heeft het in zijn bekendste werk Human Nature in Its Fourfold State (De viervoudige staat) over twaalf bijlslagen of afkappingen die nodig zijn om de mens af te kappen uit zijn oude Adamsbestaan en in te planten in Christus. De Heilige Geest brengt de mens van alles af wat hem van Christus afhoudt en verdrijft hem uit de ene schuilplaats waarin hij toevlucht zoekt naar de andere schuilplaats totdat hij rust vindt in Christus als de ware Schuilplaats.
De laatste schuilplaats waaruit de mens verdreven moet worden, is dat hij in eigen kracht probeert te geloven. Daaraan maakt de twaalfde bijlslag een einde. Dan gaat het voorbereidende werk over in het zaligmakende werk, als de Heilige Geest de zondaar metterdaad met Christus verenigt en hem inent in Christus als de ware Wijnstok.
We doen Boston onrecht en lezen hem verkeerd als we uit wat hij schrijft, concluderen dat de zondaar in successie de twaalf bijlslagen meemaakt en zo ervaart. Dat blijkt wel uit het feit dat hij zondaren er in zijn preken toe oproept hun bekering niet uit te stellen en Christus, Die hen in het Evangelie wordt aangeboden, onmiddellijk te omhelzen.
Waar het Boston om gaat, is om alle uitvluchten te ontmaskeren. Niet alleen die van zorgeloosheid, maar ook die van godsdienstige ijver waarbij een mens zich geen schuldig zondaar weet voor God. Het ging Boston erom dat het Evangelie alleen betekenis krijgt in het licht van onze verlorenheid. In zijn preken brengt hij dan nog naar voren dat het gevoel van zonde niet de grond is om tot Christus te komen. Zo brengt hij in een preek over Mattheüs 11:28: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’ naar voren dat er niet staat ‘vermoeid voelt’ maar ‘vermoeid zijt’ (bent).
De zondaar buiten Christus is verloren en hij dient – afgezien van het antwoord op de vraag hoe diep zijn gevoel van verlorenheid is – tot Christus te vluchten. Tegelijkertijd is het waar dat de mens die tot Christus vlucht, niet als een heilige maar als een zondaar tot Hem komt. In dat licht moeten we de bijlslagen zien.
Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) schreef een boekje met de titel Around the Wicket Gate (Rondom de enge poort). Hierin brengt hij naar voren dat iemand die zijn portefeuille met al zijn geld verloren is, niet getroost is met de wetenschap dat hij precies weet hoeveel hij kwijt is en diep bezwaard is over het verlies. Met het feit dat hij weet van zijn verlies heeft hij zijn geld niet terug. We krijgen geen deel aan de zaligheid, zo stelt Spurgeon in dit boekje, omdat wij onze ellende kennen, maar door te verstaan dat de verlossing door Christus tot stand is gebracht en daarom op Hem te zien. Gebruikmakend van de beelden uit De Christenreis – en daarachter van de Schrift zelf – maakt Spurgeon duidelijk dat een zondaar niet gered is door in de poel Moedeloosheid te blijven liggen. Zaak is in te gaan door de Enge Poort.
Ten slotte noem ik John Kennedy (1818-1894), een in zijn tijd zeer bekende prediker uit de Schotse Hooglanden. Hij schreef een werkje met als titel Leper Isle (Eiland van melaatsen). Daarin schrijft hij over een eiland dat uitsluitend door melaatsen wordt bewoond. Op het eiland worden er allerlei mogelijkheden geboden om zich dat niet te realiseren of ermee om te gaan. Hooguit een enkeling gaat daarvoor naar de Overtuigingskapel. Zaak is echter in de haven Roeping aan boord te gaan van het schip Verbond van genade. Alleen wie in dit schip gaat wordt behouden. Ook al blijkt het tijdens de zeereis zwaar te kunnen gaan stormen en wordt het schip aangevallen door piraten, toch komt de melaatse die zich heeft in laten schepen behouden aan.
*
Een zondaar is welkom bij Christus
In De Christenreis wordt Christen door Evangelist bestraft als hij deze opnieuw ontmoet. Evangelist wijst Christen onder andere op de woorden uit Galaten 3:10: ‘Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.’ Hierna spoedt Christen zich direct naar de Enge Poort. Zoals Evangelist hem had verteld blijkt de poortwachter Welbehagen, die ook een beeld is voor Christus, ondanks Christens omzwervingen, van harte bereid hem te ontvangen.
John Bunyan meldt hoe waar de woorden van de Heere Jezus zijn: ‘Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ (Joh. 6:37) Een heel boek van hem is aan deze Bijbeltekst gewijd: Come and Welcome to Jesus Christ (Komen tot Jezus Christus). Heel letterlijk moet deze titel vertaald worden met: Komst en welkomst tot Jezus Christus. De zondaar die tot Jezus Christus komt, is van harte welkom bij Hem. De zaligheid is namelijk enkel uit genade en niet gebaseerd op onze verdiensten of kwaliteiten.
Mede om het misverstand weg te nemen dat elke christen eenzelfde weg heeft in het komen tot Christus, schreef Bunyan De Christinnereis. Christinne, de vrouw van Christen, ontvangt een bezoek van Verborgenheid. Die overhandigt haar een brief die werkelijk heerlijk ruikt en is geschreven in gouden letters, waarin zij uitgenodigd wordt haar man na te reizen.
Samen met haar kinderen gaat zij op reis. Ook haar jongere buurvrouw Barmhartigheid gaat mee, al heeft die zelf geen uitnodiging ontvangen. Aangekomen bij de poel Moedeloosheid letten zij wel goed op de stapstenen en zonder problemen komen zij aan bij de Enge Poort om daar aan te kloppen.
Een ontwaakte zondaar is nog geen geredde zondaar. Een van de valkuilen is in moedeloosheid te vervallen. Dan is het zaak te letten op Gods beloften die ons erop wijzen dat een zondaar geen geschiktheden hoeft te hebben om tot Christus te komen. De taak van predikers is om ontwaakte zondaren, bij wijze van spreken, op de stapstenen te wijzen: dat zijn Gods beloften die betuigen dat een zondaar welkom is bij Christus. Zaak is dat zondaren de toevlucht nemen tot Hem.
Zowel in De Christenreis als in De Christinnereis bevinden de pelgrims zich pas op veilige grond als zij de Enge Poort zijn doorgegaan. Hier denken we aan de woorden uit de Schrift zelf: ‘Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.’ (1 Joh. 5:12) Dan heeft wel de ene christen een vaster geloof dan de andere en is het geloof bij een en dezelfde christen de ene keer sterker dan de andere keer.
*
Variëteit en eenheid in het leven van hen die tot Christus zijn gekomen
Ik wijs er nog op dat Barmhartigheid, ook al had zij geen persoonlijke brief ontvangen, niet minder welkom bleek bij de Enge Poort dan Christinne en haar kinderen. Hiermee wil Bunyan aangeven dat het niet nodig is dat een christen een bepaalde Bijbeltekst moet kunnen noemen die met kracht tot hem of haar kwam om zo tot Christus te gaan. In een brief aan een vrouw die ermee zat dat zij dit niet kon zeggen, schreef de Schotse prediker Ralph Erskine (1685-1752) dat hij geen verschil kon zien tussen een belofte lieflijk tot de ziel gebracht (dan denken we in De Christinnereis aan Christinne; P.d.V.) en een ziel lieflijk tot de belofte gebracht (dan denken we in De Christinnereis aan Barmhartigheid; P.d.V.).
Hoe dan ook is voor iedereen die wedergeboren wordt tot een levende hoop heel de Bijbel een nieuw boek geworden. Als we het al niet intensiever gaan lezen dan wij deden, gaan we het in ieder geval heel anders lezen. We vinden in de Bijbel Christus en Hij komt vanuit Zijn Woord tot ons en is tot ons gekomen.
Voor ons allen is de vraag of wij Christus als Zaligmaker van zondaren nodig hebben gekregen en nog altijd nodig hebben en daarom dagelijks de toevlucht nemen tot Hem. De weg waarlangs wij op de leerschool van Christus kwamen is feitelijk niet van belang. Zeker is wel dat we weten dat wij blind geboren waren en door genade nu mogen zien, en allen krijgen hetzelfde onderwijs: leven uit Christus en leven voor Christus. Dat lukt hier nog maar zo ten dele. Daarom zien we uit naar de jongste dag.