Een typering van Tom Wright
Dat het kruis van Christus centraal staat in het christelijk geloof behoeft geen betoog. Wat betekent echter nu concreet het Bijbelse getuigenis over het kruis van Christus. Op die vraag zijn in de loop van de eeuwen verschillende antwoorden gegeven. Antwoorden die elkaar aanvulden, maar ook wel antwoorden die elkaar tegenspraken.
In antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus wordt gezegd dat Christus volkomen de schuld heeft betaald van degene die Hem toebehoort, hem ook uit de macht van de duivel heeft verlost en hem Zijn Geest heeft geschonken waardoor hij de begeerte kent om voor Christus te leven. Hier worden in ieder geval drie aspecten van de betekenis van het kruis genoemd. Aspecten die met elkaar verbonden zijn en elkaar aanvullen.
De laatste decennia worden ook in kringen waar men altijd bleef vasthouden aan het kruis van Christus als betaling van schuld, juist bij dit aspect van het verlossingswerk van Christus vragen gesteld. Men weet zich daarbij gesteund door toonaangevende nieuwtestamentici. In het bijzonder moet de naam van Tom Wright worden genoemd. Dan is het overigens wel goed te weten dat ook binnen de nieuwtestamentici de gedachten van Wright over de betekenis van het kruis en de verzoening tegenspraak hebben opgeroepen.
Aan de bekwaamheid van Wright behoeft niet te worden getwijfeld. Hij heeft een grote kennis niet alleen van het Nieuwe Testament maar ook van de gehele leefwereld waarbinnen het Nieuwe Testament ontstond. Zeer te waarderen is de grondige wijze waarop hij de historiciteit van de opstanding van de Heere Jezus Christus heeft beargumenteerd. Daarom is het des te verdrietiger dat Wright de boodschap van de Reformatie zowel als het gaat om het kruis van Christus als om de rechtvaardiging door het geloof, onjuist acht. Als het gaat om wat Wright dan zelf voorstaat, is het probleem niet zozeer wat hij stelt, maar wel wat hij nalaat te vermelden of bestrijdt.
Meer dan eens maakt Wright tegenstellingen waar helemaal geen tegenstellingen behoeven te zijn. Hij geeft de opvattingen waarvan hij zich distantieert, vaak niet juist weer maar schept karikaturen. Daarnaast gaat hij wel heel gemakkelijk voorbij aan de winst die wij kunnen boeken dat al zo’n 2000 jaar de hele Bijbel door de christelijke kerk is gelezen en uitgelegd. Bij dit laatste is ook wel door geestverwanten van Wright de vinger gelegd.
In de meeste van zijn werken laat Wright zich niet alleen kennen als een Bijbelwetenschapper maar ook als een dogmaticus of systematisch theoloog. Daar is ook niets mis mee, want feitelijk zijn uitleg en dogmatiek nooit te scheiden. We moeten dan echter wel constateren dat de benadering van Wright biblicistisch aandoet en de betekenis van de geschiedenis van de kerk en van de theologie voor de uitleg van de Schrift geen recht doet.
*
Het kruis de overwinning op de duivel en zijn macht
Wright heeft in zijn arbeid als nieuwtestamenticus telkens weer aandacht gevraagd voor de betekenis van de Babylonische ballingschap en de door de oudtestamentische profeten voorzegde tweede uittocht als achtergrond van het nieuwtestamentische Evangelie. Wright laat overtuigend zien dat de komst en het werk van de Heere Jezus Christus in het Nieuwe Testament als de vervulling wordt getekend van de belofte van een nieuwe uittocht. De enige en toch niet onbelangrijke kanttekening die hierbij geplaatst moet worden is dat Wright aan andere achtergronden – die voor een deel deze achtergrond aanvullen – zo goed als geen aandacht schenkt.
De betekenis van het kruis van Christus is voor Wright dat Christus de mensheid verlost van de heerschappij van de duivel. In Zijn Zelfopofferende liefde heeft de Heere Jezus de macht van de duivel verbroken. Door de plaats van anderen in te nemen maakte Jezus een einde aan de ballingschap. Dat is op Goede Vrijdag gebeurd. Vandaar dat Wright zijn studie over de betekenis van Christus in het Nieuwe Testament de titel gaf Goede Vrijdag. De dag dat de revolutie begon.
De inhoud van het Evangelie is voor Wright dat de mensheid de overwinning van Christus op de duivel en de machten van het kwaad wordt bekend gemaakt, opdat zij niet langer de afgoden dienen maar gaan beantwoorden aan hun oorspronkelijke roeping. Deze roeping is om de wijsheid van de Schepper op heel de wereld af te stralen en de lof van heel de schepping op haar Maker terug te kaatsen. Deze roeping wordt helemaal realiteit, als er een nieuwe hemel en aarde komen.
*
De nieuwe schepping en de realiteit van de toekomende toorn
Heel nadrukkelijk stelt Wright zijn benadering tegenover een boodschap waarin hemel en hel centraal staan. Dat is om meer dan één reden zeer onbevredigend. Weliswaar is in de kerkgeschiedenis meer dan eens zo hoog opgegeven van het lot van hen die na hun sterven met Christus zijn, dat dan onderbelicht bleef dat degenen van wie dat geldt de volkomen zaligheid niet hebben bereikt.
Echter, nooit is door orthodoxe theologen ontkend dat wij tenslotte uitzien naar de wederopstanding van het lichaam en de vernieuwing van de schepping. Als het om dat laatste gaat, is vaak meer dan Wright dat doet de discontinuïteit tussen deze schepping en de nieuwe schepping benadrukt, maar dat terzijde.
Veel belangrijker is dat de hoop van een nieuwe schepping en van het uiteindelijke koninkrijk van God in het Nieuwe Testament heel nadrukkelijk wordt verbonden met het toekomende oordeel. Niet ieder mens zal de nieuwe schepping bewonen en het nieuwe Jeruzalem binnengaan. Wie niet binnengaat, moet voor eeuwig buiten blijven en vergaan onder Gods toorn. Dat is bepaald geen theoretische mogelijkheid. Dan behoeven we maar te denken aan de woorden van de Heere Jezus Zelf: ‘Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.’ (Mat 7:13-14)
Aandacht vragen voor het feit dat er een nieuwe schepping komt, moet en mag dan ook op geen enkele wijze ontbreken maar er moet dan ook op de noodzaak van geloof en bekering gewezen worden om niet eeuwig buiten te hoeven blijven. De ernst van de eeuwigheid en van de toekomende toorn ontbreekt bij Wright. Dat maakt zijn kritiek op de boodschap van hemel en hel niet erg geloofwaardig. Deze kritiek is op zijn zachtst gezegd wel heel ongenuanceerd.
*
De gerechtigheid van God
Ongetwijfeld is op Golgotha de duivel verslagen. In de klassieke gereformeerde theologie wordt ook aan dit aspect van Christus’ werk aandacht geschonken. Maar volgens de gereformeerde theologie is het diepste wat wij over het kruis van Christus kunnen zeggen dat hij plaatsvervangend de toorn van God over de zonde wegdroeg en de vloek van de wet – die niet alleen op Joden maar op heel de mensheid als verbondsbrekers rust – op zich nam.
Volgens Wright spreekt het kruis van Christus uitsluitend van Gods verbondstrouw. Nu getuigt het kruis zeker van Gods trouw en liefde maar niet minder van Zijn toorn over de zonde. Over dat laatste zwijgt Wright. Dat heeft een aantal redenen. Allereerst meent hij ten onrechte dat het Griekse woord dikaiosunè Gods verbondstrouw betekent.
Op lexicale gronden moet deze opvatting met kracht worden bestreden. Gods gerechtigheid betekent dat Hij handelt volgens vaste normen. Normen waarvan Hij verwacht dat ook de mens daaraan voldoet. In Zijn gerechtigheid neemt Hij het op voor hen die worden verdrukt. In het kruis zien we hoe God afrekent met de schuld van de mens, omdat Christus de schuld op Zich neemt. Zo blijkt in het kruis Gods gerechtigheid.
Omdat Christus de vloek trof, ontvangt iedereen die in Hem gelooft de zegen. Voor de gelovige is de gerechtigheid van God een geschenk. Zo kan hij voor Gods rechterstoel bestaan. We mogen ook zeggen dat het kruis van Christus ons laat zien dat God het opneemt voor hen die door de wet vervloekt en onderdrukt worden. In die zin heeft Gods gerechtigheid ook een verlossende en bevrijdende betekenis.
In de brede context van het Bijbelse getuigenis heeft dit alles te maken met Gods verbondstrouw maar dat betekent nog niet dat gerechtigheid als woord de notie verbondstrouw heeft. Wie hierover meer wil weten en kennis wil nemen van een brede argumentatie, verwijs ik graag naar de studie van Charles Lee Irons The Righteousness of God: A Lexical Examination of the Covenant-Faithfulness Interpretation, WUZNT, Zweite Reihe 386 (Tübingen: Mohr Siebeck, 2015). Op 20 juli 2022 publiceerde ik op deze weblog een uitgebreide recensie over deze studie.
*
De verzoening, de toorn van God en de vergeving van zonden
Volgens Wright houdt het feit dat Christus de vloek van de wet op Zich nam in dat Hij met Zijn werk een einde maakte aan de mozaïsche bedeling en de wet niet langer voor de heidenen de beloften van God kon versperren. Ongetwijfeld is dit waar, maar wat bij Wright ontbreekt is dat de wet ieder mens veroordeelt. De mensheid behoort door Gods toorn te worden getroffen.
Plaatsvervangend droeg Christus de toorn en de straf. Aan teksten waaruit dat onmiskenbaar blijkt schenkt Wright nauwelijks aandacht of hij vernauwt de focus van deze teksten. Ik denk aan het feit dat Christus volgens de synoptische Evangeliën de drinkbeker van Gods toorn heeft leeggedronken.
Volgens Wright spreekt het bloed in de offerdienst van volstrekte toewijding aan God. Echter, dat geldt wel voor de dankoffers en is ook een aspect van de brandoffers, maar in de zondoffers en schuldoffers en ook in de brandoffers spreekt het bloed allereerst van wegneming van zonden en van wegdragen van straf. Aan de offerdienst als achtergrond van het werk van Christus doet Wright in zijn studie niet echt recht.
Wright geeft aan dat naar zijn overtuiging het wegdragen van de toorn van God over de zonde en van het oordeel geen plaats heeft in het werk van Christus. Dat staat niet los van het feit dat volgens hem pijn en lijden bij God Zelf behoort. Echter, daarmee wordt de noodzaak van de menswording van Christus geen recht gedaan. Lijden en pijn behoren juist niet bij het wezen van God. Als Schepper is God boven lijden en pijn verheven. God staat boven alle lijden en pijn. Daarom werd God mens om zo pijn en lijden te dragen.
Dit is een van de voorbeelden waar naar voren komt dat Wright nalaat kennis te nemen van de geschiedenis van de theologie als geschiedenis van de exegese. Volgens de kerkvaders geldt van de Heere Jezus Christus dat Hij die niet kon lijden (namelijk als God) toch geleden heeft (als mens). Als lijden bij God Zelf behoort, verdwijnt het wonder van de menswording van Christus.
Omdat bij Wright de gerechtigheid van God niet betrokken wordt op vaste en universele normen en waarden, verbleekt bij hem ook de betekenis van de vergeving van zonden. Hij plaatst deze uitdrukking veelal tussen aanhalingstekens en bedoelt ermee dat wij mogen delen in Christus’ bevrijdend handelen dat op Golgotha gestalte kreeg. Wat ontbreekt, is dat vergeving van zonden betekent dat wij zonder vrees op de jongste dag God kunnen ontmoeten.
Vergeving van zonden is ook geen collectieve zaak maar een heel persoonlijk gebeuren. Aan het persoonlijke element van de Bijbelse boodschap doet Wright geen recht. Daarmee hangt samen dat hij wel veel spreekt over de roeping van de mens, maar voorbijgaat aan wat wij verborgen omgang met God mogen noemen. Aan het bevindelijke en persoonlijke karakter van het geestelijke leven gaat Wright geheel voorbij, omdat het gaat om vernieuwing van de hele schepping. Echter, het een sluit het ander niet uit.
We kunnen ook zeggen dat Wright over de mens zowel als het gaat om schepping als de herschepping eigenlijk alleen als koning spreekt en niet als priester. Terecht wijst Wright erop dat de schepping bedoeld is als heiligdom. Maar daarom moeten we niet alleen over de mens als koning in Gods schepping spreken, maar ook als priester die toegang tot God mag hebben. Een toegang die met de zondeval werd verspeeld en weer wordt geopend en dat nog dieper dan vóór de zondeval in en door het werk van Christus.
*
De betekenis van de wet van God
Als het gaat om zonde maakt Wright een sterke tegenstelling tussen afgoderij en het overtreden van Gods wet. Hier maakt hij een tegenstelling die helemaal geen tegenstelling is. De Tien Woorden of Tien Geboden maken duidelijk wat het concreet betekent niet de afgoden maar de HEERE, de God van Abraham, Izak en Jacob te dienen. Vanwege de tegenstelling die Wright maakt tussen het dienen van de afgoden en het leven naar Gods geboden wordt niet echt duidelijk wat het voor ons nu concreet betekent met afgoderij te breken.
Teksten als ‘Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuch-tigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven (1 Kor. 6:10) worden door Wright niet besproken, laat staan dat zij worden geanalyseerd. Dat is puur exegetisch een ernstige omissie.
*
Slot
Het zal de lezer duidelijk zijn dat ik de studie van Wright niet kan aanbevelen om echt zicht te krijgen op het wonder van het kruis van Christus. Bij Wright valt alle nadruk op de roeping van een christen. Een christen is iemand die zich aansluit bij de macht van Gods liefde geopenbaard in het kruis van Christus en daarom de machten van de wereld niet dient. Het grote probleem is dat Wright helemaal blijft steken in de taak van een christen in deze wereld.
De vraag naar de persoonlijke zaligheid is volgens hem een middeleeuwse vraag. Naar zijn overtuiging heeft de Reformatie, al gaf zij wel andere antwoorden dan de kerk van de Middeleeuwen, de middel-eeuwse problematiek niet echt overstegen. Echter, bij Wright ontbreekt het laatste oordeel en de rechterstoel van Christus als realiteit. Die realiteiten zijn puur nieuwtestamentisch. Voor wie de vraag of hij eenmaal het nieuwe Jeruzalem mag binnengaan, echt een vraag is, geeft Wright geen antwoor-den.
Als je al naar een antwoord zoekt, word je teruggeworpen op jezelf. Je doet je best Gods beeld te dragen en te weerspiegelen. Nu is dat nodig en dat moet dan nog veel concreter ingevuld worden dan Wright doet. Maar het houvast voor de rechterstoel van Christus is uiteindelijk slechts Zijn bloed dat van alle zonden reinigt en Zijn gerechtigheid die ons als een geschenk wordt toegerekend. Laten wij bij deze boodschap blijven en de Heere zoeken om de kracht daarvan te kennen. Zo wacht ons de vernieuwde schepping waarin God alles is en dat in allen.
Tom Wright, Goede Vrijdag. De dag dat de revolutie begon, vertaling Arend Smilde (Franeker: Van Wijnen, 2018), paperback 448 pp., €24,95 (ISBN 9789051945478)