Een vriend die ik hier op aarde slechts eenmaal heb ontmoet

Toen ik vorig jaar een aantal dagen in Zeeland verbleef om wat tot mijzelf te komen, wilde ik dat verblijf ook gebruiken om een oud-Indiëganger te bezoeken in Middelburg. Deze oud-Indiëganger was in de tijd dat ik in Elspeet stond meer dan eens bij ons binnen geweest. Hij verbleef dan bij onze buurman die ook in Nederlands-Indië, zoals het toen nog heette, had gevochten.

Deze vriend behoorde bij de Gereformeerde Gemeenten maar was bovenal een vriend en metgezel van allen die Gods Naam ootmoedig vrezen. Altijd viel er een zondag in de dagen dat hij in Elspeet verbleef. ’s Morgens en ’s avonds ging hij daar naar de plaatselijke Gereformeerde Gemeente en ’s middags woonde hij dan ook nog de dienst in de Hervormde Gemeente bij. Het verblijdde hem dat daar een prediking klonk naar Schrift en belijdenis.

Meer dan eens heeft hij mij verteld dat hij voordat hij naar Indië ging, meende dat er buiten zijn eigen kerkverband – hooguit bij uitzondering – geestelijk leven was en dat men, als men echt naar Gods stem ging luisteren zich bij het kerkverband zou voegen waartoe hij behoorde, als dat nog niet het geval was. In Indië had hij een andere kijk op de zaken gekregen.

Jongens uit de Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en Oud Gereformeerde Gemeenten lazen met elkaar preken waarin de boodschap van zonde en genade, van schuld en vergeving klonk. Er werd een onderlinge band ervaren en soms nog meer dat dat. Er werd gemeenschap der heiligen beoefend vanuit het zien op Christus in geestelijke en tijdelijke nood.

‘Dat heeft ertoe geleid, zo zei deze vriend, dat ik vanaf mijn Indiëtijd een ledeboeriaan ben die uitziet naar het herstel van de zo verbroken kerk van de Reformatie maar die ook weet dat God in al die brokstukken nog wil werken.’ Wellicht weet een jongere generatie niet hoe het zit met ledeboerianen. Nu, die aanduiding wil zeggen dat men uit de kring van gemeenten rond ds. LG. C. Ledeboer komt en zich verbonden weet met zijn visie op de kerk.

Ledeboer was een merkwaardig predikant die wij niet in alles kunnen en moeten volgen maar vooral ook een predikant met een heel nauwe omgang met God. Daarin is hij nu weer wel een voorbeeld. Hij kwam buiten de Hervormde Kerk te staan maar voegde zich toch niet bij de Kerk van de Afscheiding. Hij zag de kring van gemeenten die door zijn optreden ontstonden als noodverblijven in afwachting van het herstel van de Hervormde Kerk. Hij zag uit naar de eenheid van de Kerk in Nederland. Kerkisme was hem vreemd.

Het grootste deel van de gemeenten die uit zijn arbeid ontstaan zijn, is aan het begin van de twintigste eeuw opgegaan in de Gereformeerde Gemeenten maar niet altijd bleef de visie van Ledeboer op de kerk van Nederland daar bewaard. Nu dan heb ik verklaard waarom voor deze oud-Indiëganger het verblijf in Indië gebruikt werd om zicht te krijgen op deze visie van Ledeboer op de kerk en die bij te vallen.

Ik was deze vriend na mijn vertrek uit Elspeet helemaal uit het oog verloren maar via zijn schoonzoon die ik een aantal malen op de Haamstedeconferentie had ontmoet en wiens telefoonnummer ik via een scriba van een plaatselijke Gereformeerde Gemeente kon bemachtigen, kreeg ik zijn adresgegevens. Zo heb ik hem vorig jaar bezocht. Ik heb de schoonzoon van deze vriend bij mijn telefonisch contact ook gevraagd of hij mij nog een aantal adressen van kinderen van God op Walcheren kon geven. Wellicht kon ik dan een of meerderen van hen bezoeken als ik daar behoefte aan had. Een aantal adressen zijn mij toen ter hand gesteld.

Een daarvan was het adres van Piet Janse die even buiten Middelburg woonde. Zijn postadres was Arnemuiden. Vele jaren had hij de Gereformeerde Gemeente van Middelburg als ambtsdrager gediend. Eerst de ongedeelde gemeente van Middelburg en toen later in Middelburg-Zuid een Gereformeerde Gemeente werd gevormd, was hij als ouderling naar deze gemeente overgegaan.

Onaangekondigd ben ik met de fiets vanuit Domburg bij hem langs gegaan. Ik dacht, komt het niet uit of is hij niet thuis, dan ga ik gewoon verder. Rond halfelf stond ik bij hem voor de deur en toen ik verteld had wie ik was, werd ik allerhartelijkst ontvangen. Al na zo’n kwartier zei hij: ‘Dominee, hebt u geen zin om mee te eten? Ik vraag mijn kleindochter of zij wat meer aardappels schilt en dan komt het helemaal goed.’ Uiteraard ben ik daar op ingegaan.

Het is een heerlijke ontmoeting geworden. Toen wij afscheid namen, waren wij nog lang niet uitgepraat. Ook deze vriend was een echte ledeboeriaan voor wie er tenslotte maar één kerk is, de kerk vrijgekocht door Christus’ bloed en vernieuwd door Zijn Geest. Een kerk die uiterlijk overal te vinden is waar het Woord van God op Bijbelse wijze wordt verkondigd. Ik leerde Piet Janse kennen als een ootmoedige, zachtmoedige maar ook blijmoedige christen. Geen dogmatische scherpslijper maar een man die het ging om de vreze des Heeren, de verborgen omgang met God en de praktijk van de godzaligheid.

De tijd vloog om. Niet alleen wij konden goed met elkaar overweg maar ook zijn herdershond en mijn Lhasa Apso. De beesten leken op hun meesters of omgekeerd. Het is maar hoe je het bekijkt. Piet Janse zei: ‘Ik doe niets zo graag dan spreken over God en Zijn dienst en de God van alle genade aan anderen aanprijzen.’ Aan alles voelde je dat hij gebed had voor zijn nageslacht en voor de kerk en daarbij pleitte op Gods onwankelbare verbond. Dat kwam op een gegeven moment ook met zoveel woorden ter sprake.

Na deze ontmoeting belde Janse mij met een zekere regelmaat op en altijd spraken we van hart tot hart. Het was mijn vaste voornemen hem dit voorjaar opnieuw te bezoeken. Echter, nog voordat zijn rouwadvertentie in de krant verscheen, kreeg ik van twee kanten bericht van zijn plotselinge overlijden in de leeftijd van 83 jaar ten gevolge van een hartaanval. Een van hen had een aantal dagen ervoor nog een afspraak gemaakt om bij hem langs te gaan. ‘Ik zie er nu al naar uit,’’ had hij gezegd ‘om over God en Zijn dienst te spreken en Hem samen te verheerlijken.’

Hij mag nu alle strijd te boven zijn. Het is bij één ontmoeting aan deze zijde van het graf gebleven. Eenmaal ontmoeten alle leden van de vrijgekochte kerk des Heeren elkaar in het nieuwe Jeruzalem. Aan het einde van een verblijf in de Verenigde Staten is mij eens toegezongen: ‘God be with us till we meet again’ (God zij met ons tot wij elkaar opnieuw ontmoeten). Men lichtte dit ook toe. Het was maar de vraag of wij elkaar nog een keer op aarde zouden ontmoeten maar hoe dan ook zien Gods kinderen elkaar een keer terug. Is het niet hier dan is het in het nieuwe Jeruzalem.

Hier op aarde blijft een strijdende kerk achter. Er is veel strijd in de kerk die er niet moet zijn. Laten we strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd, maar ons dan niet druk gaan maken over punten en komma’s. Het gaat om de boodschap van de ene Naam, de twee wegen en de drie stukken. Waar die boodschap gebracht wordt, heeft een gemeente – hoe gebrekkig ook – de gestalte van een ware kerk, waar die boodschap ontbreekt, al worden er in de prediking nog zoveel ware dingen gezegd en in een gemeente goede dingen gevonden, is het minste wat wij moeten zeggen dat we hier een gemeente hebben die in diep verval is.

Strijden moeten we ook tegen de duivel, de wereld en ons eigen zondige bestaan. Die strijd kunnen we nooit te intens voeren. De ene christen leeft dichter bij de Heere dan de ander. Elke christen heeft zijn fouten, gebreken en tekortkomingen. Ik neem aan dat ook Piet Janse die heeft gehad, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er bij hem geen kon aanwijzen in de ontmoeting en in de gesprekken die wij hebben gehad. Zijn familie en vrienden zullen veel in hem missen. Ik wens dat allen mogen weten: ‘De HEERE is mijn deel, op Hem zal ik hopen.’ Dat verzoet alle gemis. Moge zijn nagedachtenis zo tot zegen zijn. In het bijzonder voor zijn nageslacht.

Mijn bede is dat op Walcheren in Zeeland en overal in Nederland christenen zoals hij plaatsen die hier op aarde openvallen, innemen. Dat als God het ene geslacht van Zijn kinderen tot Zich neemt er een nieuw geslacht opstaat dat opvalt door ootmoed, blijmoedigheid en nauwe omgang met God. Was dat meer het geval, dan zou de kerk van Nederland minder strijd en twist kennen en meer een getuigenis zijn naar buiten . Laat onze bede zijn: ‘Heere, bewaar en vermeerder Uw kerk, totdat de volkomenheid van Uw rijk komt waarin Gij alles zijt en in allen.

Plaats een reactie