Geloof, aanvechting en verwondering

Een van de hervormde-gereformeerde predikanten door wie ik mij bijzonder weet aangesproken is ds. Jac. van Dijk. Op internet zijn nog vele preken van hem te vinden. Wie een nauwkeurige Schriftuitleg verwacht, zal wat teleurgesteld zijn over de preken van Van Dijk. Van Dijk vertelde in zijn preken tal van anekdoten en citeerde heel breed. Echter, Van Dijk had wel een boodschap. De boodschap dat God schuldige zondaren uit louter genade om Christus’ wil de zonde vergeeft.

Deze boodschap blijft voor hen die zich schuldig weten voor God altijd nieuw. In nood en aanvechting kan een christen zich nooit vastklemmen aan eigen geloof, bekering of bevinding, maar alleen aan de gekruisigde Christus Die nu als Voorspraak gezeten is aan de rechterhand van de Vader.

In elke preek van Van Dijk komen wel citaten voor.  Meer dan eens meer dan tien. En dan blijkt dat Van Dijk in allerlei opzichten niet eenkennig was in het citeren. Dat neemt niet weg dat hervormer Maarten Luther en ds. J. P. Paauwe, die omdat hij werd als predikant geschorst de Hervormde Kerk verliet, heel hoog scoren.

Wat Van Dijk in Luther aansprak is dat geloof nooit zonder strijd en aanvechting is. Voor Van Dijk kon genade en zaligheid nooit iets vanzelfsprekends worden. Paauwe leerde Van Dijk na zijn bekering kennen. Hij stond toen in Monster en Paauwe woonde in Den Haag. Het kerkelijke standpunt van Van Dijk verschilde hemelsbreed van dat van Paauwe, maar zij herkenden elkaar in de boodschap dat God goddelozen rechtvaardigt en dat wie de Zoon heeft, het leven heeft.

Over ds. Jac. van Dijk hoorde ik voor het eerst op de basisschool in Kinderdijk. In de laatste twee klassen kreeg ik les van de directeur van deze kleine school: meester Van Wijk. Meester Van Wijk en zijn vrouw werden goede vrienden van mijn ouders en al spoedig noemde we hen oom Joost en tante Reinie. Meester Van Wijk was opgegroeid in Gameren. Hij had als middelbare scholier onder de prediking van Van Dijk gezeten en catechisatie van hem gehad. Het was duidelijk dat hij er diep door gestempeld was.

Meer dan eens viel bij de wekelijkse uitleg van de Heidelbergse Catechismus op vrijdagmorgen de naam van Van Dijk. Bij meester Van Wijk kwamen dan vaak tranen in de ogen als hij ons uitlegde dat de grootste van zondaren zalig kan worden maar ook dat zalig worden van het begin tot het einde genade blijft. Hij wees ons erop dat Christus veel gewilliger was ons dit te leren dan wij begerig waren dit onderwijs te ontvangen. Zo ervoer je dat je leeftijd geen belemmering was om de vrede met God te ontvangen door het bloed van Christus.

Ds. Van Dijk stond ook bekend om de grappen die hij maakte op de preekstoel. En ik denk dat het soms wat te veel waren. Daardoor ontging meerderen dat Van Dijk zelf de neiging had tot depressiviteit en daar in zijn latere jaren ook in diepgaande mate mee had te kampen. Hij schreef in die tijd op advies van zijn behandeld arts zijn memoires. Zij kregen de titel Het nooit verloren vergezicht.

Aan het slot ervan schrijft hij: ‘Ach – ik had veel te weinig de Bijbel bestudeerd – veel te weinig gebedsleven gekend. Te weinig de schijnvroomheid gestriemd en de kleintjes in de genade gesteund. Het vergezicht was verloren van mijn kant. Alles wat gezegd en geschreven was, daar stond ik wel achter, maar het verborgen leven met de Here was er niet meer.

Toch werd zo nu en dan een preekstoel beklommen, met vrees en beven. En de Here wilde ook ambtelijk genade schenken; maar het persoonlijk geestelijk leven ontbrak. Alles getuigde tegen mij: nooit een goed echtgenoot geweest, nooit een goede vader en grootvader. Vreselijk waren die jaren, ook voor mijn huisgenoten die mij al hun liefde schonken. Totdat de Here de nevels op deed klaren. Zijn oog zag mij toch in liefde gade. Er was het vergezicht!

En nu de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik aan dit geslacht verkondig Uw arm, aan alle nakomelingen Uw macht (psalm 71). Dominees, ouderlingen en kerkmensen kunnen niet zalig worden. Zondaren worden uit genade zalig. ‘Door U, door U alleen om ’t eeuwig welbehagen.’

Pas mailde mij een vriend het volgende: ‘Ik zat nog te denken: datgene waarin bij christenen wereldwijd  eenheid is, in alle kerkverbanden is: ‘A beggar poor, at mercy’s door’ (Een arme zondaar aan de deur van genade). Dan is mijn reactie: ‘hoc est verum. Dat is waar.’ 

Deze woorden waarmee een gezang van de Engelse predikant Samuel Medley (1738-1799) (nr. 378 in de Gadsby’s Hymns) openen, sluiten aan de bij de taal van profeten en psalmisten. ‘Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot’ (Klaagl. 3:22-23).

Plaats een reactie