Ik schreef een voorwoord in een nieuwe uitg ave Wat moet ik doen om zalig te worden? Gids en aansporing voor iedereen die ernstig de zaligheid zoekt van de Engelse prediker John Angell James. Ik geef dat voorwoord ook op deze weblog door.
De Bijbel leert ons dat wij sinds de zondeval onder Gods toorn liggen, maar ook dat God verloren zondaren zoekt en zalig maakt. We hebben verzoening met God nodig en wedergeboorte door Zijn Geest om het koninkrijk van God binnen te gaan. De vraag: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ behoort dan ook tot de belangrijkste vragen die wij kunnen stellen. En wat is het dan belangrijk dat wij op die vraag een bijbels en eerlijk antwoord ontvangen.
Zo’n antwoord is te vinden in het boek van de Engelse prediker John Angell James (1785-1859) The Anxious Inquirer after Salvation Directed and Encouraged (De bezorgde onderzoeker naar de zaligheid onderwezen en bemoedigd) dat in 1835 uitkwam. Tijdens het leven van de schrijver werden er 500.000 exemplaren van dit werk verkocht. Bij zijn leven werd het ook vertaald in het Frans, Duits en Nederlands en inmiddels is het in meer dan twaalf talen vertaald. Onder andere voor Charles Haddon Spurgeon heeft dit boek veel betekend en Martyn Lloyd Jones gaf dit boek aan zijn vrouw Bethan toen zij de Heere begon te zoeken.
De Nederlandse vertaling van The Anxious Inquirer after Salvation Directed and Encouraged kwam voor het eerst in 1839 uit en was verzorgd door dr. P.J.L. Huët die als predikant aan de Waalse Hervormde Gemeente van Amsterdam was verbonden. Het kreeg de titel Gids en aansporing voor iedereen die ernstig de zaligheid zoekt. Huët was een predikant die beïnvloed was door het Reveil. Dat verklaart dat hij zich aangesproken wist door dit boek.
In 1996 is een nieuwe uitgave van het bewuste boek van James verschenen. De vertaling was verzorgd door mevr. G.H.C. Pas-Donker en kreeg nu als titel Wat moet ik doen om zalig te worden?. De hervormde predikant ds. W. Pieters schreef een woord vooraf op deze uitgave. Verblijdend is dat er in de eenentwintigste eeuw opnieuw een uitgave van dit zo leerrijke boek verschijnt.
Voordat ik het belang van Gids en aansporing voor iedereen die ernstig de zaligheid zoekt naar voren breng, wil ik eerst nog iets meedelen over de schrijver. Nadat hij er als student een keer had gepreekt werd John Angell James in 1804 door de Carrs Lane Indepedent Chapel (een zogenaamde congregationalistische gemeente) in Birmingham gevraagd haar predikant te worden. James vestigde zich in 1805 in Birmingham en het jaar erop werd hij tot predikant bevestigd. Tot aan zijn dood heeft James de Carrs Lane Indepedent Chapel gediend. Aanvankelijk zag hij weinig vrucht op zijn prediking, maar dat werd na een aantal jaren anders. Zo’n 1800 personen bezochten de diensten en menigeen werd door middel van de prediking van James tot Christus geleid of meer bevestigd en versterkt in het geloof.
James groeide op in een tijd dat de oudere generatie zich nog de grote opwekking herinnerde die plaatsvond in het midden van de achttiende eeuw en de predikers die daarmee waren verbonden. Hij was een krachtig prediker van het Evangelie van Gods genade in de periode tussen de dood van George Whitefield en de gebroeders John en Charles Wesley en de komst van predikers als John Charles Ryle en Charles Haddon Spurgeon.
Spurgeon onderhield met James een regelmatige briefwisseling. In de toespraak die hij in augustus 1859 hield ter gelegenheid van het leggen van de eerste steen van de Metropolitan Tabernacle, heeft hij heel nadrukkelijk de naam van James genoemd. Vanwege zijn gezondheid was James niet in staat aanwezig te zijn en twee maanden later overleed hij.
James stond aan de wieg van de Evangelische Alliantie. Deze alliantie had als doel meer eenheid onder protestantse christenen te bewerkstelligen op basis van de centrale geloofsartikelen die in de belijdenisgeschriften van de Reformatie waren verwoord ondanks een verschil in visie op de sacramenten en op de vorm van kerkregering. Zo vonden anglicanen, presbyterianen, congregationalisten en baptisten elkaar. Vanuit Nederland hebben mannen als Isaäc da Costa en Guillaume Groen van Prinsterer hun belangstelling voor deze beweging getoond. James wenste een vriend en metgezel te zijn van allen die het Evangelie van verzoening door voldoening beleden en overtuigd waren van de noodzaak van wedergeboorte door Gods Geest en van een levend geloof.
James was ervan overtuigd dat wij alleen door genade zalig worden en dat geloof een genadegave van God is. James was een calvinist in de lijn van de Engelse delegatie op de synode van Dordrecht van 1618-1619. Evenals deze godgeleerden stelt James dat in de kruisdood van Christus Zijn liefde tot het gehele menselijk geslacht zichtbaar wordt, maar dat geloof nodig is om in de kracht ervan te delen en dat ook het geloof voortvloeit uit het offer van Christus.
Leerstellige helderheid was voor hem geen doel in zich. Hij betuigt zelf: ‘Mijn opzet is om christenen te helpen bij het in praktijk brengen van de Schriftuurlijke waarheid. Mijn doel is niet om de theoloog door de ingewikkelde labyrinten van controverse te leiden – of naar de diepten van diepgaande Bijbelse kennis. Het hoogste doel dat mijn ambitie als schrijver me ooit heeft doen zoeken, of wat ik naar mijn eigen bewustzijn hoop te bereiken, is de gelovige te helpen op het pad van het leven.
James was er diep van overtuigd dat bij degenen die overtuigd raken van de bijbelse waarheid dat wij eenmaal verantwoording moeten afleggen voor Gods rechterstoel een diepe ongerustheid en bezorgdheid ontstaat. Immers, het Woord van God stelt ons allen schuldig. Wij moeten die bezorgdheid niet onderdrukken of wegredeneren. Echter, we moeten er ook niet in blijven steken. Bezorgdheid over de zaligheid is namelijk nog iets anders dan delen in de zaligheid. Om te delen in de zaligheid is geloof nodig.
De kracht van het boek van James ligt niet in de laatste plaats in het feit dat hij het gebruik van de middelen – en dan moeten we in het bijzonder aan Schriftstudie, gebed en het getrouw onder de prediking van het Woord komen denken – niet uitspeelt tegen de oproep onmiddellijk tot Christus te gaan. Immers om tot Christus te komen moeten wij weten wie Hij is en daar komen we achter als wij biddend om de verlichting door de Heilige Geest de Schrift lezen. Echter, wij moeten nooit blijven steken in het gebruik van de middelen.
De middelen zijn ons gegeven opdat wij de Middelaar leren kennen. De grond van het geloof ligt in het feit dat Christus Zich openbaart als Zaligmaker Die zondaren zoekt. Voor zondaren gaf Hij Zijn leven. De roepstem van Christus in het Evangelie is dan het uitgangspunt en niet Gods besluit van verkiezing. Dat besluit geeft ons niet het recht om tot Christus te komen en is ook geen reden om van Christus weg te blijven. Wie tot Christus komt, komt als een schuldig zondaar en leert zo verstaan dat hij God lief krijgt, omdat God hem al van eeuwigheid heeft liefgehad.
Leerzaam is ook dat James laat zien dat geloofszekerheid een vrucht is van geloofsbeoefening. Het geloof begint niet met de zekerheid dat ik Christus toebehoor maar met de zekerheid dat ik Hem nodig heb en zo tot Hem kom. Wie tot Christus komt, doet dat met vreugde en blijdschap. Een vreugd en een blijdschap die niet gebaseerd is op het feit dat wij zo zeker zijn van ons eigen geloof, maar wel dat wij er zeker van zijn dat Christus ook voor ons/voor mij een volkomen Zaligmaker wil zijn.
James wijst erop dat geloof nooit zonder bekering kan zijn. Het zien op Jezus is niet te verenigen met het vasthouden aan de zonde. Echter we moeten niet gaan zoeken naar vruchten van geloof in onszelf buiten het zien op Jezus en voordat wij zien op Hem. We worden gerechtvaardigd voordat wij geheiligd worden.
Alleen als wij ons schuldig weten voor God, krijgen we belang bij het Evangelie. We gaan van Sinaï naar Golgotha en zo worden we een pelgrim die reist naar het nieuwe Jeruzalem. Echter, we moeten niet wachten op een bepaalde mate van schuldovertuiging voor wij naar Golgotha gaan. De waarachtigheid van ons geloof en van onze godsvrucht blijkt niet in het aantal tranen dat wij hebben gestort of de mate van angst en bezorgdheid die wij hebben gevoeld. De vraag is of wij ons in Christus als Zaligmaker verheugen en voor Hem wensen te leven. Dan moeten we ook beseffen dat wij niet alles in één keer leren. Het kost tijd om van een beginnend christen een geoefend christen te worden. Ons hele leven lang moeten en mogen we vragen om de hulp en leiding van Gods Geest.
James waarschuwt ons ervoor geen dwaalwegen in te slaan. Laten wij niet denken dat de oorzaak van geestelijke ongerustheid kan worden weggenomen door trouw aan allerlei kerkelijke activiteiten deel te nemen of toe te treden tot het avondmaal zonder de toevlucht te nemen tot de gekruisigde Christus. Er kan veel veranderen in ons leven maar het is verdrietig als die veranderingen maar gedeeltelijk zijn. Het gaat erom dat wij Christus mogen toebehoren. Dan roemen we alleen in Hem en zien we telkens weer in geloof op Hem.
Ik hoop dat deze enkele woorden over dit boek van James de lezer nieuwsgierig maken naar het hele boek. En lees het dan, zoals de schrijver aangeeft, biddend en mediterend over wat wordt aangereikt. God is nog altijd een God van wonderen Die doorgaat met Zijn werk om zondaren zalig te maken. Dan mogen wij ook in de eenentwintigste eeuw grote dingen van God verwachten.
N.a.v. John Angell James, Wat moet ik doen om zalig te worden? Gids en aansporing voor iedereen die de zaligheid zoekt (Tholen: Lucas Boeken, 2024), hardcover 198 pp., 19,90 (ISBN 9789490165505)