Geloof en aanvechting (1)

Geloof en gevoel hebben met elkaar te maken. Er is geen geloof zonder gevoel. Gevoel van eigen verlorenheid en verdorvenheid, maar ook ge­voel van Gods goedertieren­heid en barmhartigheid. Geloven is smaken en proeven dat God goed is voor een zondig en schuldig mens. Geloof kan echter ook dwars tegen gevoel ingaan. Aan Abraham had de Heere beloofd een zoon te geven. Het werd hoe langer hoe onmogelijker. Afgaande op de omstandigheden, op het gevoel, moest Abraham wel tot de conclusie komen: Hier komt niets meer van terecht. Maar op hoop tegen hoop heeft hij geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden.

Zo komen we bij het onderwerp: geloof en aanvechting. Aanvechting is hetzelfde als bestrijding. Het geloof wordt bestreden. Wat is geloof eigenlijk? In zondag 7 van de Catechis­mus wordt daarop het volgende antwoord gegeven: “Een waar geloof is niet alleen een stellig we­ten of kennis, waardoor ik alles voor waar­achtig houd, dat ons God in zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, het­welk de Hei­lige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet al­leen an­deren, maar ook mij vergeving der zon­den, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der ver­dienste van Christus wil.”

Aanvechting wil zeggen dat we worstelen met de vraag: Kan ik wel op Gods Woord aan? Is er ook voor mij verge­ving? Is de Heere wel ooit in mijn leven begonnen? Weet de Heere wel van mij af? Zijn Gods beloften wel waarachtig? Wie werkelijk met die vragen worstelt heeft het niet gemakkelijk. Die kan niet zeggen: Juist omdat ik met deze vragen wor­stel daarom zit het goed met mij. Als we werkelijk benauwd worden wensen we maar één ding, namelijk om in de ruimte gesteld te worden. Dan roepen we: O, Heere, help mij ik verga.”

Toch is er geen echt geloof zonder aanvech­ting. Hoe komt dat? Wel het geloof is een gave van God. Alles wat God geeft wil de duivel kapot maken. En dat geldt al helemaal voor het geloof. Aan het geloof is immers de zaligheid verbonden. De duivel zal niet nalaten ons aan te vechten. Wat hij tegen Eva zei, herhaalt hij de eeuwen door: Is het ook dat God gezegd heeft? Hij probeert mensen wijs te maken dat wij op God en Zijn Woord niet aan kunnen. De duivel is niet almachtig, maar laten we zijn macht niet onderschatten. Juist als we om God verlegen raken, komt hij met zijn influisteringen.

De duivel kan aansluiten bij ons verdorven vlees en ons dwaalzieke hart. Wij zijn zo geneigd God aan ons verstand en gevoel af te meten. In Jesaja 40 lezen we de vol­gende klacht van het volk Israël: “Waarom zegt gij dan o Jakob! en spreekt, o Israël! mijn weg is voor den HEE­RE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij? (Jesaja 40:27).” De profeet antwoordt daar­op: “Weet gij het niet? Hebt gij niet ge­hoord, dat de eeuwige God, de HEE­RE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand” (Jesaja 40:28). Wij moeten God niet afmeten aan ons gevoel en ons verstand. Hij is oneindig veel meer dan ons hart. Aanvechtingen worden veroorzaakt door de duivel. Ze hebben te maken met ons dwaal­zieke hart. Uiteindelijk staat de Heere er boven. Hij regeert alle dingen. Hij zelf brengt ons in de aanvechting om ons nader aan Hem te verbinden.

Aanvechting is erg. Veel erger is het als je er helemaal geen last van hebt. Dat kom je wel tegen. Mensen die zeggen: Je mag toch geloven. We moeten toch niet twijfelen. Mensen die nooit last van aanvechting en twijfel hebben? Zijn dat gelukkige mensen? Was dat waar dan zou er een volmaakt geloof zijn. In de Bijbel lezen we wel van een waar geloof, maar niet van een volmaakt geloof. Ook een verzekerd geloof is een bestreden geloof. Het houvast van een christen ligt niet in zijn ge­loof, maar in die Christus in Wie hij gelooft. Het geloof is zwak en onvolkomen, maar Christus werk is volmaakt.

Aanvechtingen komen voor in alle stadia van het geestelijk leven. Bij het komen tot geloof en ook in het leven van het geloof. Aanvechtingen ver­gezellen een christen tot zijn laatste ademtocht. Heel duidelijk komt dat naar voren in De Christenreis: de poel Moedeloosheid, de vallei van de Schaduwen van de dood, het kasteel van reus Wanhoop, de Doodsjordaan.

Er zijn allerlei soorten aan­vechting. Laat ik eerst eens spreken over aanvechtingen die optreden bij het komen tot geloof. De Heere nodigt ons in Zijn Woord. Als dat ons wat doet, werpt de duivel toch in: Je denkt toch zeker niet dat God dat werkelijk meent? Dacht je dat als jij tot Hem kwam, dat je ontvangen werd? Scheid toch uit. Vrouwe Barmhar­tigheid uit De Christinnereis had daar ook zo’n last van. Christinne en haar kinderen wa­ren de Enge Poort al doorgegaan. Zij bleef voor de poort liggen. Dan zien we direct wat ook wij doen moeten, als we zo worden aangevochten: niet weg­gaan, maar blijven liggen. Dan zul­len we hetzelfde ervaren wat Barmhartigheid ervoer, namelijk dat de poort ook voor ons opengaat.

Ik noem een bijbels voorbeeld, namelijk de Kananese vrouw. De Heere Zelf bracht voor haar de aanvechting teweeg. Eerst luisterde Chri­stus niet naar haar. Toen Hij Vervolgens Zijn mond open­de, zei Hij dat Hij niet voor haar geko­men was. Toch hield de Ka­nanese vrouw aan. Lu­ther zegt: Ze beriep zich van Christus’ mond op Christus’ hart. De dui­vel vecht ons aan om ons van de Heere vandaan te houden. Christus beproeft ons om ons naar Zich toe te trekken. Laten de aanvechtingen u dan tot Christus uitdrijven. Dan is het niet erg meer om bestreden te worden. Integendeel, zo mag ervaren worden:

Maar ’t is mij goed, mijn zaligst lot,

Nabij te wezen bij mijn God;

‘k Vertrouw op Hem geheel en al,

Den HEER’, Wiens werk ik roemen zal.

(Psalm 73:14 berijmd)

Plaats een reactie