Alexander Moody Stuart (1809-1898). Een gezant van Christus van wiens leven veel valt te leren

Een prediker uit een bloeiperiode in de Schotse kerk

De negentiende eeuw is afgezien van de laatste decennia voor de Schotse kerk een bloeiperiode geweest. Al in de achttiende eeuw vonden scheuringen plaats, maar in de negentiende eeuw kwam er een scheuring die de vorigen ver overtrof. Feitelijk ging de nationale kerk van Scotland in twee delen uiteen. Reden was dat de kerk vrijheid wil hebben voor hun gemeente hun predikant te beroepen en nieuwe predikantsplaatsen te stichten. Zij wilde niet dat de overheid of grootgrondbezitters daarin een beslissende stem hadden. Grote theologen en predikers gingen mee in de vorming van de Free Church of Scotland. Van deze kerk heeft een buitenstaander als Charles Haddon Spurgeon gezegd dat hij geen kerk kon noemen die zozeer op de kerk uit de tijd van de apostelen heeft geleken dan de Free Church of Scotland in de eerste decennia van haar bestaan.

Een van de grote predikers die tot deze kerk heeft behoord was Alexander Moody Stuart. Uit het leven van deze predikant zijn meerdere lessen te trekken. Dat geldt voor elke christen en niet alleen voor hen die evenals Moody Stuart geroepen zijn tot het ambt van dienaar van het Woord van God.

Alexander Moody Stuart werd geboren in Paisley, een stad krap vijftien kilometer ten westen van Glasgow. Hij was de jongste uit een gezin van zes kinderen. Zijn vader was een vermogend zakenman die onder alle lagen van de bevolking grote achting genoot. Zijn ouders voedden hun kinderen op in de vreze des HEEREN. In hun leven had het gebed zowel persoonlijk als in hun gezin een grote plaats. Als jochie van rond de tien jaar werd hij op opmerkelijke wijze voor de verdrinkingsdood bewaard. Terugkijkend op zijn leven zag Moody Stuart daarin de bewarende hand van God. Al heel jong, naar zijn latere oordeel te jong, ging hij al naar de universiteit van Glasgow. Hij haalde daar in 1826 de graad van Bachelor of Arts en twee jaar later die van Master of Arts.

*

Zijn weg tot God of nog beter Gods weg tot hem

In 1826 stierf ook zijn vader en niet lang daarna twee oudere broers. Deze gebeurtenissen brachten hem tot ernstig zelfonderzoek. Kon hij God zonder vrees ontmoeten? Diepe indruk maakte op hem dat zijn zus Jane die na de dood van zijn twee oudere broers de oudste van het gezin was tot geestelijke ruimte kwam. Daarvoor had zij zich gevoeld als de blinde van Bethsaïda van wie de ogen waren geopend, maar die de mensen aanvankelijk als bomen zag wandelen (Markus 8:22-26).

Het getuigenis van een meisje in de leeftijd van de middelbare school werd door de Heere gebruikt haar in de vrijheid te stellen. Die zei tot haar: ‘Kijk niet om. Dat zal nooit helpen. Kom naar het kruis van Christus als de vuilste van de vuilen.’ Toen zij jaren later stierf betuigde ze aan een zoon van Moody Stuart: ‘Het is zoet in de armen van de Heere te liggen en alles aan Hem over te geven. Het is goed hier Zijn tegenwoordigheid te hebben en dan boven in Zijn tegenwoordigheid te zijn. Er zullen daar zeer zoete ontmoetingen zijn.’

In het leven van Moody Stuart rees, zo dacht hij, in diezelfde tijd de Zon van gerechtigheid langzaam boven de horizon. In deze tijd werd hij na grondig zelfonderzoek een belijdend lid van de kerk en dat betekent in de Schotse context dat hij deelnam aan de viering van het avondmaal. Niet zonder strijd kwam hij tot de overtuiging dat hij geroepen was dienaar van het Woord te worden. Na twee jaar theologie in Glasgow te hebben gestudeerd ging hij naar Edinburgh met name om daar de colleges te kunnen volgen van Thomas Chalmers.

Chalmers was in zijn eerste gemeente tot bekering gekomen. Als hoogleraar eerst in Sint Andrews en later in Edinburgh werd hij de geestelijke vader van een hele nieuwe generatie predikanten. Naast Moody Stuart kunnen dan onder andere de namen van Robert Murray M’Çheyne en de gebroeders Bonar worden genoemd.

Tijdens zijn studie in Edinburgh werd hij bestreden of de Heere wel Zijn goede werk in hem was begonnen. Onder de prediking van Robert Gordon, een van de predikanten van Edinburgh, werd hij afgebroken in zichzelf. Hij kwam tot de overtuiging dat hij nog geen deel had aan Gods genade en de godsdienst die hij had het karakter had van die van de rijke jongeling. De schijnbare tekenen van genade die hij tot dusver had gedacht te hebben, zag hij nu als niet meer dan het product van morele zelfverbetering en een godsdienstige opvoeding verbonden met de overtuigingen van een natuurlijk geweten zonder dat er sprake was van enig zaligmakend werk van de Heilige Geest.

Naast de prediking van Gordon werd hij door het lezen van het boek van Walter Marshall over de evangelische heiligmaking overtuigd van zijn schuld voor God en van de noodzaak bekleed te worden met de gerechtigheid van Christus. In 1829 in een week van voorbereiding op de bediening van het avondmaal werd hij naar zijn overtuiging begiftigd met het waarachtige geloof bij het lezen van Efeze 5:14: ‘Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten.’

*

Evangelist en predikant

Nadat hij in het najaar van de classis van Glasgow toestemming kreeg om als voorganger diensten te leiden werd hij benaderd om als evangelist te gaan werken op Holy Island, een Engels eiland in de Noordzee net voor de kust van Northumberland, het Engelse graafschap dat aan Schotland grenst. Zijn indringende prediking waarin hij opriep tot bekering en geloof maakte diepe indruk en bleef niet ongezegend. Een vrucht was ook dat de zondag (door Britse christenen sabbat genoemd) niet langer gebruikt werd om vis die gedroogd werd te verpakken.

In 1835 werd Moody Stuart verbonden aan de St. George Church in Edinburgh om ds. Robert Candlish bij te staan in de arbeid in deze grote gemeente. In die tijd kwamen Robert Murray MÇheyne en Horatius en Andrew Bonar die in Edinburgh theologie studeerden onder zijn gehoor. Met hen ontstond een levenslange vriendschap. De groei van de gemeente van St George leidde ertoe dat een nieuwe gemeente werd gevormd. Een gebouw werd aangekocht en de gemeente kreeg de naam St. Luke. In 1837 werd Moody Stuart als predikant van deze gemeente bevestigd. Heel de ambtelijke bediening zou Moody Stuart aan de gemeente van St. Luke verbonden blijven. Leed bleef hem niet bespaard. Een getrouwde zoon en getrouwde dochter ontvielen hem in de tijd dat hij predikant was.

*

Buitenlandse bezoeken

In de tijd dat hij de gemeente van St. Luke diende, bracht hij ook bezoeken aan Madeira en Brazilië, aan Ierland en aan Hongarije en Bohemen. De aanleiding voor het bezoek aan Ierland in 1846-47 was de hongersnood die daar toen woedde omdat de aardappeloogst was mislukt. In de beginjaren van de Free Church die in 1843 was ontstaan, moest veel geld worden vrijgemaakt voor nieuwe kerkgebouwen. Desondanks achtte de Free Church het haar taak geloofsgenoten in Ierland zowel diaconaal bij te staan als in de verkondiging van het Evangelie aan hun rooms-katholieke plaatsgenoten.

Samen met onder andere John Duncan bracht Moody Stuart in 1869 een bezoek aan Hongarije. Van 1841 tot 1843 had Duncan als predikant gewerkt in Boedapest om aan de Joodse gemeenschap het Evangelie te verkondigen. Na het ontstaan van de Free Church werd Duncan hoogleraar Oude Testament en Oosterse talen aan het New College te Edinburgh. Een instelling die gevormd was om jonge mannen uit de Free Church tot predikant op te leiden.

De liefde tot het Joodse volk en de wetenschap dat er voor dit volk nog onvervulde beloften waren en wel met name die van een massale bekering tot Christus verbond Duncan en Moody Stuart met elkaar. Ook geestelijk was er een zeer nauwe band. Moody Stuart bemerkte eens dat hij bij het openbare gebed bijzondere opening kreeg. Het kwam hem voor als was Duncan in het midden want hij wist dat die altijd meeworstelde en meebad in het openbare gebed. Duncan was, zo dacht hij, echter op visitatiebezoek in Hongarije. Toen hij zijn ogen opendeed zag hij Duncan die onder het gebed was binnen gekomen. De dag ervoor was hij uit Hongarije weergekeerd.

*

Laatste levensjaren

In 1887 was het 55 jaar geleden dat Moody Stuart als evangelist op het Holy Island zijn werk in dienst van zijn grote Meester was begonnen. Hij voelde zich ouder worden en dat hij niet meer al zijn taken kon verrichten. De kerkenraad wilde hem echter niet met emeritaat laten gaan. Langzaam bouwde hij werkzaamheden waaronder het voorgaan in de diensten af. In 1888 verhuisde hij met zijn vrouw en dochter Eliza naar Annat, , een plaats tussen Dundee en Perth waar de familie Moody Stuart een huis bezat. De wintermaanden verbleef hij bij zijn zoon Alexander in Glasgow die als hoogleraar Schots recht aan de universiteit van die stad was verbonden.

In 1891 ontviel hem zijn vrouw die hem in alle opzichten tot grote steun was geweest, terwijl in 1894 de vrouw van zijn zoon Robert overleed en in 1895 zijn tweede dochter Jesse. Het jaar erop stierf zijn zoon Robert. Bij alle verdriet gaf het hem troost dat zijn geliefden in Christus waren ontslapen. Als Christus voor hem en in zijn plaats de beker van Gods toorn over de zonde had leegdronken, zou hij dan de beker waarin zorgen vermengd zijn met Gods vaderlijke zorg niet drinken?

Vanwege zijn gezondheid die steeds wankeler werd, verhuisde Moody Stuart in 1896 naar Crieff in de Laaglanden. Zowel daar als bij zijn zoon Alexander in Glasgow genoot hij van bezoeken van vrienden uit Edinburgh. In 1898 begon zijn gezondheid steeds verder achter uit te gaan en was het duidelijk dat zijn levenseinde naderde.

Vaak zegde hij in die tijd de door hem zo geliefde lofprijzing op: ‘Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed. En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen’ (Openb. 1:5b-6). Op zondagmorgen 31 juli 1898 vouwde hij zijn handen als wilde hij gaan bidden en blies vervolgens zijn laatste adem uit. Zo kwam op de nieuwtestamentische rustdag een einde aan een leven besteed in dienst van Jezus Christus.

*

De blijvende betekenis van Moody Stuart

Als predikant maakte Moody Stuart de opkomst van Schriftkritiek in de Free Church mee. Hij was daarover verontrust en was ervan overtuigd dat buigend voor het gezag van de Schrift er argumenten tegen de Schriftkritiek moesten en konden worden aangevoerd. Daarom schreef hij The Bible True in Itself. In deze studie verdedigt hij onder andere de mozaïsche oorsprong van de Pentateuch en de eenheid van het boek Jesaja.

Dat wij omdat de Bijbel de stem is van de Heilige Geest en de uiteindelijke bron en norm van ons geloof, ook betekent dat wij bij het zelfgetuigenis van de Schrift geen reserves mogen hebben, geldt nog altijd. Zeker daar waar men meent dat een kritische houding ten opzichte van de Schrift verenigend kan worden met het klassiek christelijke en gereformeerde geloof. Vroeg of laat zal dat steeds meer gaan schuren en zal men óf niet onverkort kunnen vasthouden aan het algemeen, ongetwijfeld christelijk geloof óf op de aanvaarding van de Schriftkritiek moeten terugkomen.

Moody Stuart was een man van gebed. Meer dan eens werden zijn gebeden of de HEERE bij aardse zorgen uitkomst wilde geven op een opmerkelijke wijze verhoord. Tegen een jongen die ernstig ziek was, werd eens gezegd dat hij zou herstellen want de arts die hem behandelde was heel bekwaam. De jongen antwoordde dat hij ervan overtuigd was dat hij zou genezen omdat Moody Stuart voor hem had gebeden.

Ik geef een aantal uitspraken weer die een indruk geven van de prediking van Moody Stuart. ‘Zelfvernedering verhoogt Christus en Christus verhoogt de nederigen.’ ‘Waar een zoekende ziel is, is een zoekende Zaligmaker.’ ‘Christus kwam niet naar deze wereld om heiligen maar om zondaren te redden.’ Door de dwaasheid van de prediking en niet door dwaze prediking maakt God zalig hen die geloven.’

Het volgende citaat uit een preek met de titel ‘De menigvuldige genoegzaamheid’ van genade geeft de boodschap van de Schrift weer en weerspiegelt ook de eigen ervaring van Moody Stuart: ‘Ik zag dat ik arm was, zeer arm maar niet volstrekt arm; en ik probeerde mijn koper en ijzer toe te voegen aan de rijkdom van Christus. Ik probeerde iets tot hulp toe te brengen om mij samen met Christus rijk te maken in God, en zo deed u het ook. Maar toen ik er achter kwam dat ik volstrekt arm was en de genade van Christus leerde kennen dat Hij, hoe wel Hij rijk was om onzentwil arm werd, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden, durfde ik niets meer aan Zijn oneindige gerechtigheid toe te voegen en mijn waardeloze koper te werpen bij het goud beproefd, komende uit het vuur. Zijn vlekkeloze, reddende gerechtigheid was in zichzelf genoeg voor mij en ik zou die beschadigd hebben door er iets van mijzelf bij te voegen. En wie u ook bent, als u niet gesmaakt hebt dat de HEERE goedertieren is, deze genade is vrij voor u, is nabij u en is in zichzelf genoegzaam voor u.’ 

Ik geef tenslotte een wijze les mee voor predikanten die Moody Stuart als student van een ouderling kreeg: ‘U zult nooit mensen echt bereiken door ons te onderwijzen alsof u zelf alles al weet en wij maar kinderen zijn. U moet ons laten voelen dat u veel meer ziet dan u kan verwoorden en dat u weet dat er een oneindige hoogte en diepte is boven datgene wat u zelf ziet.’ Moody Stuart was ervan overtuigd dat Gods liefde in Christus een oceaan is en dat hijzelf er slechts een kopje of hooguit een emmer uit had geschept. Die wetenschap verklaart waarom hij zo indringend en vurig over Christus als Zaligmaker kon spreken.

Kenneth Moody Stuart, Alexander Moody Stuart: A Memoir, 1899 (herdruk, Edinburgh: The Banner of Truth, 2023), hardcover 474 pp., £17,– (ISBN 9781800402508 )

Een jaar na de dood van zijn vader publiceerde zijn zoon Kenneth Moody Stuart, predikant van de gemeente van de Free Church in Moffat, een biografie over zijn vader. Naar de overtuiging van John Macleod die vele jaren als rector verbonden was aan het Free Church College was het een van de beste predikantsbiografieën die ooit was geschreven. Dat valt te begrijpen als wij weten dat Spurgeon van Moody Stuart betuigde: ‘Hij heeft dichtkunst in zijn ziel en vooral een hart zoals dat van Rutherford dat brandt van liefde tot Hem Die geheel lieflijk is.

In 2023 verscheen bij The Banner of Truth een heruitgave van de biografie over Moody Stuart. In deze heruitgave zijn een aantal preken en bijdragen van Moody Stuart opgenomen en een woord vooraf van Sinclair B. Ferguson. In dat woord vooraf schrijft Ferguson: De beste christelijke biografieën doen drie dingen voor ons: zij onderwijzen ons, zij dagen ons uit en zij zetten ons ertoe aan niet om een kloon te worden van de beschreven persoon maar om hem te volgen in de wegen waarin hij Christus volgde.’ Dat kan ik alleen maar van harte beamen en onderstrepen.

Plaats een reactie