D.V. woensdag a.s. houden we als kerk van Nederland de dankdag voor gewas en arbeid. We brengen de Heere dank voor al de tijdelijke gaven die Hij ons schenkt. Hij geeft ons voedsel in overvloed. Wij hebben alle reden ons diep voor God te verootmoedigen.
Wij hebben het er als land en volk bepaald niet naar gemaakt dat God ons zoveel zegeningen schenkt. Integendeel, hoe ver zijn we als volk van de Heere afgeweken. Laten we Zijn goedertierenheden toch opmerken en ons tot Hem bekeren, anders worden wij rijp gemaakt voor de slachting en zullen al Gods goedertierenheden ons oordeel nog verzwaren.
Ook als kerk zijn we niet die wij behoren te zijn. Enerzijds zien we dat de wereld de kerk binnendringt zowel in ideeën als in levensstijl. Anderzijds worden van bijzaken hoofdzaken gemaakt. Het eerste zien we alom in de kerk en het tweede in delen van de kerk van Nederland. Bekering – ook in de zin van voortgaande bekering – is nodig.
God zegent ons niet alleen met tijdelijke zegeningen, Hij laat ook Zijn Woord nog verkondigen. Dat is een bewijs dat Hij nog niet klaar is met Zijn werk hier in Nederland. Door Woord en Geest vergadert Christus Zijn kerk. Als we de verkondiging van het Woord op de juiste waarde hebben leren schatten, is het ons een wonder dat we onder het Woord mogen komen. Hoe mag dan ervaren worden: “Ik zal met vreugd in ’t huis des HEEREN gaan, Om daar met lof Uw groten Naam te danken.”
Als het volk van Israël een bid- of dankdag hield, werd al het werk neergelegd en verzamelde het volk zich in het huis des Heeren. Wanneer de Heere ons aan schuld ontdekt, en onze ogen opent voor de weg van verzoening en verlossing door Jezus Christus, is het ons een vreugde om in Gods huis te zijn. Mijn diepste wens is dat er zo dankdag gehouden mag worden. Ware dankbaarheid is allereerst een zaak van het hart.
De ware dankbaarheid bestaat in bekering tot God. De bekering tot God uit zich ook in ons leven. Toen Zacheüs door Christus geroepen werd, was hem dat zo’n wonder, dat hij spontaan beleed iedereen van wie hij wat ontvreemd had, het viervoudig terug te geven, en daarnaast de helft van zijn goederen aan de armen te schenken.
Als de Heere ons hart opent, opent Hij ook onze portemonnee met het oog op Zijn dienst maar ook met het oog op de naaste dichtbij of ver weg die onze steun heel goed kan gebruiken. Die steun zal dan niet alleen financieel zijn, maar omringd worden door gebed.
Elders in de wereld woedt oorlog of lijden mensen honger. Wij zijn daarvoor tot dusver gespaard. Wat onderscheidt ons?! De Heere overlaadt ons met zegeningen, opdat wij voor Hem zouden leven.
Wij nietige mensen kunnen Gods beleid veelal niet doorgronden. Dat geldt voor het wereldgebeuren, maar ook in ons persoonlijk leven kan God diepe en onbegrepen wegen met ons gaan. Als God het niet verhoedt, worden wij opstandig en roepen wij Hem ter verantwoording. Ik zou niet graag zeggen dat wij niet naar het waarom mogen vragen. Dat deden de psalmisten ook. Alleen moeten we leren aanvaarden dat God bepaalde vragen die wij stellen niet beantwoordt hier op aarde.
Het gaat erom dat wij door Zijn Zoon Jezus Christus toegang krijgen tot het Vaderhart van God. Als dat het geval is kunnen we toch Gods liefde loven, al begrijpt onze ziel Hem niet, en blijven we geloven in Gods Vaderlijke goedheid en barmhartigheid ook als de zichtbare realiteit anders lijkt te zijn.
Als God Zich in Christus aan ons als Vader doet kennen, zullen alle dingen in ons leven medewerken ten goede. God overlaadt ons (in tegenstelling tot vele anderen) met tijdelijke zegeningen. Deze zijn bedoeld om ons tot bekering te leiden en ons aan God te verbinden. De waarachtige dankbaarheid bestaat in de bekering tot God. Als God in ons leven ingrijpt worden wij arme zondaren die roemen in vrije gunst. God geeft Zijn kinderen geen bepaalde status. Hij wil dat zij arme zondaren blijven. Wie werkelijk dankbaar is, klaagt over eigen ondankbaarheid en vindt zijn houvast in de biddende en dankende Hogepriester.
Moge de Heere geven dat ons hele leven door deze dank wordt gestempeld. Eenmaal breekt een dankdag aan die nooit eindigt. Daar wordt gezongen: “Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed.”