Hoe het contact met de familie Den Ouden ontstond
In de Bijbel zelf wordt van Deborah gezegd in Richteren 5:7 dat zij een moeder in Israël was. In het kerkelijk spraakgebruik kennen we deze uitdrukking om daarmee een vrouw aan te duiden die geoefend is in de godzaligheid en in staat is om aan anderen de weg van zaligheid uit te leggen. Als ik deze uitdrukking hoor zijn er een aantal vrouwen aan wie ik concreet denk. Meerderen van hen zijn inmiddels al uit de strijdende kerk overgegaan in de triomferende kerk.
Een van de vrouwen die dan direct in mijn gedachten komt is Marrigje den Ouden-van Dam die op 11 mei overleed in de leeftijd van 95 jaar. De Heere nam haar op Zijn dag tot Zich. Zij mocht op de dag des Heeren, dat is toch de mooiste naam voor de eerste dag van de week, ingaan in de rust die er overblijft voor het volk van God.
Na haar huwelijk vestigde zich mevr. Den Ouden (zo sprak ik haar altijd aan) met haar man Nelis in Lekkerkerk. Dat is ook de geboorteplaats van mijn vader. Mijn moeder leerde, toen zij daar voor haar werk als huishoudster bij een oom van mijn vader ging wonen, hem daar kennen. Vertelden zij over Lekkerkerk dan viel wel eens de naam van de familie Den Ouden.
Een vriendin van mijn moeder die afkomstig was uit Lekkerkerk en die wij kenden als tante Clara Korevaar, sprak altijd met veel respect over Nelis den Ouden. Voor haar trouwen had zij bij hetzelfde bedrijf gewerkt waar dhr. Den Ouden toen werkte. Hij was haar collega geweest. Dhr. Den Ouden was procuratiehouder en zij had een administratieve functie.
Zij sprak altijd met heel veel achting over hem en vertelde dat de familie Den Ouden in het hele dorp een goede naam had. Dan is het goed te weten dat deze vriendin van mijn moeder van huis uit bij de vrijzinnig Hervormde Gemeente van Lekkerkerk behoorde. Het is een van de indicaties dat de familie Den Ouden een goed getuigenis had bij degenen die buiten stonden.
Zelf leerde ik aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw de familie Den Ouden kennen. Ik diende toen de Hervormde Gemeente van Opheusden. Dhr. Den Ouden had mij gebeld of ik een tijdrede voor de SGP in Lekkerkerk wilde houden. Om een aantal redenen ging ik daar graag op in. Allereerst had ik al langere tijd het verlangen de familie Den Ouden persoonlijk te leren kennen en zo werd de weg gebaand.
Daarnaast zou de tijdrede worden gehouden in het gebouw van de Hervormde Evangelisatie van Lekkerkerk. Jarenlang werd die ook de oude evangelisatie genoemd toen er daarnaast een evangelisatie ontstond die expliciet op de Gereformeerde Bond was georiënteerd. Mijn grootouders van vaderszijde waren niet hervormd, maar zij kerkten op zondag en ook doordeweeks als er een dienst was in deze evangelisatie. Hun kinderen lieten zij dopen in de Gereformeerde Samenkomst. Zij voelden zich allereerst verbonden met de groep van gemeenten voortgekomen uit de prediking van ds. B. Sterkenburg en ds. H. Stam. Deze gemeenten zagen zichzelf als een soort nooddak buiten de Hervormde Kerk.
Ik was nog maar vijf jaar toen mijn oma weduwe werd. Vanaf die leeftijd tot aan mijn vijftiende heb ik meer dan eens bij oma gelogeerd. Daarna liet haar gezondheid het niet meer toe. Als regel kerkte mijn oma in de oude evangelisatie. Een enkele keer woonde zij een dienst bij in de Gereformeerde Bondsevangelisatie die een aantal jaren na haar dood de status van een deelgemeente kreeg. Dat deed zij als daar een predikant voorging die zij graag wilde horen. Hoe dan ook zag ik er naar uit te spreken in het gebouw waar ik op zondag als kind meer dan eens had gezeten.
Ik weet niet meer welke Schriftwoorden het uitgangspunt waren van mijn tijdrede, maar wel weet ik dat ik na afloop van de tijdrede meeging met dhr. Den Ouden om bij hem thuis koffie te drinken. Het is het begin geworden van een vriendschap met de familie Den Ouden die voortduurt tot op de dag van vandaag.
*
Een typering van mevr. Den Ouden en de familie Den Ouden
Nooit zal ik de indrukken vergeten die ik had bij het binnentreden van de woning van de familie Den Ouden. In de gang hingen als ik mij goed herinner portretten van Luther en Calvijn en in de woonkamer een groot portret van Kohlbrugge. Er stonden boekenkasten gevuld met geschriften van Augustinus, Luther, Calvijn, de mannen van de Nadere Reformatie, de puriteinen, Groen van Prinsterer enz. Voor mijn gevoel ging ik wel een eeuw terug in de tijd. Dat was mede omdat mevrouw Den Ouden in het zwart gekleed ging en dan in een mode van minstens een generatie terug. Haar kledij had feitelijk iets van klederdracht.
Er zijn gezinnen die zich heel eigentijds opstellen maar bij nadere kennismaking blijkt dat ze niet veel verder kijken dan hun neus lang is. Bij de familie Den Ouden was precies het omgekeerde het geval. Ik ontmoette een familie die zeer nauw was in het leven maar ook een familie met een blik op Gods wereldwijde kerk en op de kerk van alle eeuwen. Er zijn mensen die erg nauw zijn in de leer maar wel erg ruim in het leven. Bij de familie Den Ouden werd een nauwe wandel met God verbonden met een ruime blik in de goede zin van het woord. Daarin gingen dhr. en mevr. Den Ouden hun kinderen voor.
Dhr. Den Ouden en zijn vrouw wensten hun kinderen op te voeden in de vreze des HEEREN. Zij wensten ook dat hun kinderen een vriend en metgezel zouden zijn van allen die Gods naam ootmoedig vrezen. Dat zij zich verbonden zouden weten met de strijdende kerk hier op aarde en de triomferende kerk in de hemel. Van de meeste leden van de triomferende kerk zijn de namen ons onbekend. Maar anderen spreken nog nadat zij gestorven zijn door hun schriftelijke nalatenschap of omdat er over hen is geschreven.
Niet alleen met de Schrift zelf maar ook met de erfenis van de Engelse en Hollande oudvaders en met het gedachtengoed van een man als Groen van Prinsterer werden de kinderen van jongs af bekend gemaakt. Dhr. Den Ouden was gewend elke dinsdagavond een preek aan de leden van zijn gezin voor te lezen.
Die gewoonte had hij overgenomen van dhr. Freeke uit Den Haag, een thuislezer die hij tijdens zijn diensttijd had leren kennen en die voor hem een geestelijke vader was. Totdat hij deel ging uitmaken van de gemeenteraad van Lekkerkerk, waarvan hij het enige raadslid was namens de SGP, hield hij deze gewoonte vol. Daarna verwaterde het wat, omdat hij meer dan eens ’s avonds van huis was.
Reeds bij de eerste ontmoeting viel mij de betrokkenheid van mevr. Den Ouden op bij het werk van de zending wereldwijd, bij de vervolgde kerk en met name ook bij het Joodse volk. Voluit deelde zij de verwachting van de Engelse en Schotse oudvaders dat wij vóór de wederkomst van Christus de massale bekering van het Joodse volk tot de Heere Jezus Christus mogen verwachten. Daaraan verbond zij met oudere oudvaders de overtuiging dat dit wereldwijd tot opbloei van de kerk zou leiden.
Veel gebed had zij voor Nederlands kerk. Zij zag uit naar een geestelijke herleving en had daarvoor ook verwachting. Daarom heeft haar het ontstaan van de PKN zo aangegrepen. Welbewust wilde zij hervormd blijven maar een herleving van de Hervormde Kerk leek verder weg dan ooit, maar zij wist: Niets is voor de HEERE onmogelijk.
*
De levensgang van mevr. Den Ouden
Mevr. Den Ouden kwam uit een gezin met twaalf kinderen. Zij was nog jong toen haar vader overleed. Aan hem was zij geestelijk zeer verbonden, hoe jong ze ook nog maar was. Het sterven van haar vader stempelde haar leven. De HEERE maakte haar zoekend. Als zestienjarig meisje werd zij diep geraakt onder een preek die zij doordeweeks in de Kerkstraat in Alblasserdam hoorde in een dienst waarin ds. W.C. Lamain voorging. Zij had sinds die tijd maar één verlangen: voor de HEERE te leven en Hem te dienen.
Haar huwelijk werd bekroond met vier zonen en vier dochters. Het verlangen hen voor de HEERE op te voeden deelde mevr. Den Ouden met haar man en zij hebben mogen zien dat hun kinderen door de HEERE werden geleerd. Vurig gebed kwam er ook voor de kleinkinderen en vervolgens de achterkleinkinderen. In haar gebeden noemde mevr. Den Ouden alle leden van haar nageslacht afzonderlijk bij naam.
Na de geboorte van haar jongste zoon Nelis, kwam het heel erg op haar af dat zij in al haar dienen van de HEERE had gefaald en daarmee God niet kon ontmoeten. Krachtig werd zij bepaald bij de woorden uit Markus 10:45: ‘Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.’ Het was dan ook haar wens dat deze woorden op haar rouwkaart zouden staan.
Niet alleen maar ter linkerzijde in de gereformeerde gezindte is de prediking niet altijd even helder maar op een andere wijze geldt dat ook voor de rechterzijde. En met dat laatste heeft mevr. Den Ouden te maken gehad. Daarbij kwam dat mevr. Den Ouden en haar man, die beiden jong de HEERE hadden leren zoeken, contact kregen met oprechte kinderen van God maar meerderen daarvan hadden inzichten waarbij toch kanttekeningen geplaatst moeten worden. Dat hebben zij met vallen en opstaan moeten leren.
Daarbij drukte dhr. Den Ouden zich voorzichtiger uit dan zijn vrouw. Dhr. Den Ouden en zijn vrouw waren geestelijk zeer nauw aan elkaar verbonden. Dat merkte je in alles. Maar ook duidelijk was dat zij zeer verschillend van karakter waren. Mevr. Den Ouden nam geen blad voor haar mond. Zij was zeer beslist en gaf meer dan eens ongezouten haar mening. In alles bleek dan overigens ook dat zij een onafhankelijke geest was en niet in hokjes dacht. Dat laatste heeft zij – en haar man trouwens niet minder – ook haar kinderen meegegeven.
De onhelderheid in de prediking en in opvattingen van kinderen van God heeft mevr. Den Ouden uitgedreven tot het onderzoeken van de Schrift. Telkens weer raadpleegde zij Matthew Henry bij een Schriftgedeelte dat zij las en overdacht. Opvattingen over het geloof en het geestelijke leven waarbij zij steeds meer vragen kreeg hadden haar ook uitgedreven tot het lezen van de geschriften van de mannen van de Nadere Reformatie, puriteinen, Luther en Calvijn, Kohlbrugge enz. Zo kreeg zij steeds meer een bijbels zicht op de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, op het feit dat wie in de Zoon gelooft, in Hem alles heeft.
Aangevochten en vol vragen stond zij eens voor haar boekenkast. Zij nam er het boek uit van ds. Jan Jacob Brahé over Psalm 89, de psalm van het verbond tussen God en het huis van David en daarachter het verbond tussen de Vader en zijn eigen Zoon, die ook Davids grote zoon is. Heel diep troffen haar de uitleg bij de woorden: ‘Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog. Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen’ (Psalm 89:14-15).
Mevr. Den Ouden maakte zelden aantekeningen in de vele boeken die zij las. Maar bij Psalm 89:14 staat in het boek van Brahé dat in haar boekenkast stond, de volgende aantekening: ‘De HEERE zij eeuwig lof. Amen, amen. Een volkomen Zaligmaker.’ Mevr. Den Ouden leerde leven uit het werk van Christus dat volkomen is en uit het verbond dat van geen wankelen weet en daarom een genoegzame grond voor de zaligheid is. Naar haar wens heeft haar zoon Pieter in de rouwsamenkomst uit Psalm 89:14-15 het Woord bediend en het Evangelie verkondigd.
Omdat Gods genadeverbond naar zijn wezen onverbreekbaar is, mogen zij die Gods kinderen zijn zich getroost weten dat zij het eeuwig zullen blijven. Daarbij wist mevr. Den Ouden mede ook, omdat zij een gevoelsmens was, dat het soms heel hard kan stormen. Maar zij kon ook met Luther zeggen: God laat Zijn kinderen wel zinken, maar nooit verdrinken.
*
Een spelonk van Adullam
In 2003 verhuisden dhr. en mevr. Den Ouden met hun dochter Aagje naar Nieuw-Lekkerland. Zo kwam er voor dhr. Den Ouden ook een einde aan het lidmaatschap van het bestuur van de hervormde evangelisatie van Lekkerkerk. Zo’n veertig jaar had hij in het bestuur gezeten en tal van preken heeft hij in de loop van de jaren op de zondagen in de evangelisatie voorgelezen. In 2004 kwam de kerkscheuring. Van meet af aan was dhr. Den Ouden betrokken bij de vorming van een Hersteld Hervormde Gemeente in Nieuw-Lekkerland en in december 2004 werd hij tot ouderling verkozen. Mevr. Den Ouden heeft haar man die in 2008 overleed, 17 jaar overleefd.
Van 2011 tot 2018 stond ik in Boven-Hardinxveld dat evenals Nieuw-Lekkerland in de Alblasserwaard is gelegen. In die tijd was mijn contact met mevr. Den Ouden het intensiefst. Meer dan eens heb ik daar een gezelschap bijgewoond. Dan werd er gesproken over wie God in Christus is voor iedereen die in hem gelooft. Dan werd er ook met elkaar gezongen. Eigenlijk was elk bezoek aan mevr. Den Ouden en haar dochter Aagje een gezelschap. Bij zo’n bezoek ging telkens weer in vervulling waar twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn ben Ik in het midden van hen (Matth. 18:20).
Het was niet ongebruikelijk dat er bij zo’n bezoek nog onverwachts iemand binnenkwam. Het huis van mevr. Den Ouden was echt een spelonk van Adullam. Er kwamen mensen met hun geestelijke vragen en noden en dan wees mevr. Den Ouden op wat er te vinden is in Davids grote Zoon.
In die gesprekken bleek dan haar geweldige belezenheid. Zij kon citeren uit Augustinus, de Institutie van Calvijn, de Redelijke godsdienst van Brakel, de preken van Van der Groe, van Kohlbrugge enz. Dan merkte je ook dat zij een werkelijk fotografisch geheugen had. Als het over Owen ging, sprak zij altijd over dr. Owen. Deze had namelijk in 1653 de graad van doctor van de Universiteit van Oxford ontvangen. Citeerde zij Owen dan ging zij er voetstoots vanuit dat ik dat citaat ook kende. Dat was niet altijd het geval, maar dat liet ik dan maar niet merken.
Ik typeerde mevr. Den Ouden als een moeder in Israël vanwege de combinatie van grote Schriftkennis en geestelijk inzicht. Als het ging om theologie en zeker om kerkgeschiedenis wist zij meer dan menige predikant. Die konden op die terreinen nog van haar leren. Je kon haar echt een Priscilla noemen van wie Apollos nog verder onderwijs ontving.
Waren er meer vrouwen in de gemeenten als mevr. Den Ouden dan ontstaan er geen discussies over de openstelling van de ambten voor de vrouw – ook niet via een soort achterdeur. En waar deze discussies worden gevoerd, zullen die gauw verdwijnen als een gemeente vrouwen ontvangt die op eenzelfde wijze met genade en inzicht begiftigd zijn als mevr. Den Ouden. Aan zulke moeders in Israël is hoe dan ook behoefte.
Na mijn vertrek uit Boven-Hardinxveld ben ik nog meer dan eens bij mevr. Den Ouden geweest onder andere na het leiden van een doordeweekse dienst in Nieuw-Lekkerland. Ook nam ik eens een vriend mee die uit mijn boeken over kinderen van God wist van het gezelschapsleven in de Alblasserwaard en daar zelf eens iets van wilde ervaren.
*
Haar ziel in het eeuwige leven verwacht de jongste dag
Nog sterker dan door het verlies van haar man werd mevr. Den Ouden geraakt door het verlies van haar oudste dochter Liesbeth in 2022. In deze gevallen wereld kunnen kinderen verwachten dat zij hun ouders moeten begraven en kleinkinderen hun grootouders. Maar mevr. Den Ouden moest op hoge leeftijd nog meemaken dat zij een dochter begroef. Aan Liesbeth als haar oudste dochter was zij wel heel erg verbonden. Bijna dagelijks hadden zij telefonisch contact.
Onder het verlies van Liesbeth was mevr. Den Ouden niet opstandig maar het verlies knakte haar wel. Vanaf die tijd werd steeds meer een lichamelijke achteruitgang zichtbaar. Op zondag 11 mei kwam er een einde aan haar leven dat in veel opzichten vruchtbaar is geweest. Vrijdag 16 mei vond de begrafenis van haar lichaam plaatst. Toen zijn ook alle gebreken die haar hier op aarde nog aankleefden begraven.
Mevr. Den Ouden was, zoals ik al aangaf, een sterke persoonlijkheid. Maar iemands kracht is ook zijn zwakte en naar ik begreep bleek dat ook bij mevr. Den Ouden. Haar vaste en onwrikbare overtuigingen en standpunten hebben wel botsingen veroorzaakt. Ik moet wel zeggen dat ik hierin niet uit ondervinding kan spreken.
In de ontmoetingen die ik met haar had is nooit een onvertogen woord gevallen. Maar haar karakter kennend kan ik mij goed voorstellen dat dit ook anders kon zijn. Ook voor mevr. Den Ouden gold dat de allerheiligsten maar een klein beginsel hebben van de nieuwe gehoorzaamheid. Haar oudste zoon Arie typeerde haar in zijn dankwoord namens de familie evenals Kohlbrugge als een onheilige heilige die niet met haar leven voor de Heere maar alleen met de aan haar toegerekende gerechtigheid van Christus God kon ontmoeten.
Mevr. Den Ouden is niet plotseling gestorven. De laatste weken van haar leven werd het duidelijk dat haar einde kwam. Toen haar zoon Pieter een keer bij haar kwam, lag ze te slapen. Hij maakte haar zachtjes wakker. ‘O, jongen, ben jij het’, zei ze en Pieter vroeg: ‘hoe is het?’ Ze keek hem aan en zei: ‘we zullen Hem zien gelijk Hij is.’ En toen kwamen haar handen boven het laken uit en zei ze: ‘en dan die doorboorde handen.’ Haar gemoed schoot vol. Toen haalde ze een psalm aan die haar zo dierbaar was: Nu heeft Hij Zijn gerechtigheid, Zo vlekkeloos en ongeschonden … En wees ze met een vinger naar zichzelf: Voor ’t heidendom ten toon gespreid.
Nu mag haar ziel in het eeuwige leven de jongste dag verwachten, zoals in een regel van ons volkslied staat. Naar die jongste dag zien namelijk niet alleen de leden van de strijdende kerk op aarde uit maar ook de leden van de triomferende kerk in de hemel. Pas als het nieuwe Jeruzalem neerdaalt uit de hemel zal voor heel de vrijgekochte Kerk de zaligheid volkomen zijn.
Dan mogen zij samen eeuwig het lied van het Lam zingen en het zal hen nooit vermoeien. Laten ook wij ons benaarstigen die rust in te gaan die erover blijft voor het volk van God. Dan zal telkens weer in onze ziel opwellen: ‘Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.’ Hier bezingen we Gods eer nog altijd stamelend. Wat zal het zijn als we van onszelf verlost zijn en wij Hem mogen gaan kennen, zoals Hij ons kent.