Bloemen op een doodskist en de mooiste bloem

Over bloemen op een doodskist wordt verschillend gedacht. In het overgrote deel van de gereformeerde gezindte wordt dit niet op prijs gesteld. Meer dan eens staat zelfs op een rouwkaart vermeld ‘geen bloemen’. Ook voor mij hoeven er op een rouwkist geen bloemen te liggen. Mijn vrouw had overigens voor haar overlijden wel aangegeven dat zij op haar rouwkaart niet de vermelding ‘geen bloemen’ wilde zien. Zij vond dat te negatief, en zo zei ze: ‘De mensen die ons kennen weten toch wel dat wij daar geen behoefte aan hebben en stel dat er toch een bloemstuk komt, dan is dat maar zo.’

Het is ook goed te weten dat er christenen zijn met wie wij ons nauw verbonden weten die anders dachten over bloemen op de kist. De doodskist van de bekende theoloog H.F. Kohlbrugge was overdekt met bloemen en zijn graf was overvloedig met kransen getooid. Op de doodskist van de grote Engelse prediker C.H. Spurgeon lagen palmtakken. De palmtakken waren een symbool dat voor een christen de dood een vijand is die niet het laatste woord heeft. Bloemen getuigen in deze zienswijze van een nieuwe en eeuwige lente die voor Gods kinderen aanbreekt.

Nu kan men daartegen inbrengen dat bloemen en kransen verwelken en dat wij daarom de dood niet moeten verbloemen. Belangrijker dan de vraag of er wel of geen bloemen op een doodskist liggen is de vraag welke boodschap er klinkt in een rouwsamenkomst. Ik denk in dit verband aan een rouwsamenkomst die ds. H. Hofman, die meer dan 45 jaar een vrije gemeente in Schiedam diende, eens hield in de aula van de begraafplaats van Schiedam. Hij was door de totaal onkerkelijke familie gevraagd bij de begrafenis van hun moeder te spreken. Die was de laatste jaren van haar leven bij hem naar de kerk gegaan.

Hofman kwam aan in de aula en zag de doodskist overdekt met bloemen. Meerdere van zijn gemeenteleden waren ook in de rouwsamenkomst aanwezig. Zij vroegen zich af hoe Hofman in zijn rouwtoespraak op deze bloemen zou reageren. Dat deed hij als volgt. Hij zei, wijzend op de rouwkist: ‘Ik zie onder de bloemen die daar liggen ook een roos. Nu ga ik het hebben over een Roos die nog veel mooier is als die roos. Ik ga het hebben over een Roos Die niet verwelkt.’ Het uitgangspunt van zijn toespraak was: ‘Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen’ (Hooglied 2:1).

Naar aanleiding van deze woorden heeft hij én de totaal onkerkelijke kinderen en kleinkinderen van de overledene, én zijn eigen gemeenteleden en andere belangstellenden, de onnaspeurlijke rijkdom van Christus verkondigd en betuigd dat wij Hem aan deze zijde van het graf als onze enige en volkomen Zaligmaker moeten leren kennen. Alleen zo zullen we de onverderfelijke, onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis ontvangen (vgl. 1 Petr. 1:4).

Hofman begreep dat een rouwsamenkomst bepaald niet de plek is aan de orde te stellen of er wel of geen bloemen op de kist mogen. Het feit dat er dan meerderen onder je gehoor zijn die totaal geen band met de kerk hebben en grotendeels of geheel onbekend zijn met de inhoud van de Bijbel is dan nog een extra argument.

Een dienaar van het Woord moet elke gelegenheid aangrijpen het Evangelie te verkondigen. Zelf heb ik in de loop van mijn bediening meerdere begrafenissen geleid van een overledene die de kerk alleen als zuigeling bij zijn of haar doop van binnen had gezien en van wie de kinderen en kleinkinderen geen enkele band met de kerk hadden. Nu wordt dat steeds minder maar heel lang leefde breed het besef dat een begrafenis door een predikant moest worden geleid. ‘Anders’, werd je zoals men dat zei, ‘als een hond onder de grond gestopt.’

Wat ook de motieven van familieleden waren, als ik de ruimte kreeg de boodschap van de dood als loon op de zonde en van verzoening met God en overwinning van de dood door Jezus Christus te brengen, greep ik die gelegenheid aan of er bloemen op de kist of bij he graf lagen of niet. Hoe dan ook heb je op een begrafenis vrijwel altijd een gemêleerd en meer dan eens zelfs zeer gemêleerd publiek onder je gehoor. Allen hebben hetzelfde nodig. Dat zij hem leren kennen Die van Zichzelf zei: ‘Ik ben de Roos van Saron.’

Plaats een reactie