Een band gekregen met Henk en Eike Bor
Als student nam ik deel aan een kring waarop we onder leiding van ds. J. van der Haar en later van ds. C. den Boer gezamenlijk een boek lazen. In de winter was er altijd een bijeenkomst waarop een oudere predikant werd uitgenodigd om ons lessen mee te geven vanuit zijn ambtelijke loopbaan. In de maand juni werd ook een spreker gevraagd. Altijd ging het dan om een onderwerp met een praktische spits. De naam van de spreker die in dat kader in 1978 werd gevraagd was mij onbekend. Ds. D.J. Budding (toen nog student en ook een van de deelnemers aan de kring) kende hem wel en had hem gevraagd. Het ging om evangelist H. Bor die begonnen was met het verrichten van evangelisatiewerk in Gent en zich daar ook met zijn nog jonge gezin had gevestigd.
Met veel aandacht en interesse heb ik naar evangelist Bor geluisterd toen hij vertelde over de ervaringen die hij inmiddels had opgedaan en hoe hij in Gent zijn werk verrichtte. Onder zijn toespraak voelde ik geestelijke aansluiting en een geestelijke band. Bor deed na de lezing de uitnodiging uitgaan hem eens te komen opzoeken en ik ben daarop ingegaan en ging in het najaar van 1978 een zondag over naar Gent. Dat is het begin geworden van een vriendschap die voortduurt tot op de dag van vandaag.
Als student ging ik zo’n twee tot drie zondagen per jaar naar Gent. Ik kwam dan op vrijdag en ging maandag weer terug. Nadat ik predikant was geworden ging ik jaarlijks meestal twee keer naar Gent. Ik sprak dan woensdagavond op de wekelijkse bijbelavond en stond op vrijdag met evangelist Bor in de lectuurkraam op de markt.
Er was niet alleen een geestelijke band met Henk maar vanaf het eerste moment dat ik haar ontmoette ook met zijn vrouw Eike. Zij straalde de vreze des HEEREN uit. Toen ik verkering kreeg met Margreet wilde ik ook haar met Henk en Eike Bor in contact brengen. Toen zij herstelde van een tweetal operaties zijn we samen naar Gent gegaan. Ook Margreet voelde direct een geestelijke band met Henk en Eike. Daar kwam bij dat Eike en Margreet elkaar heel goed aanvoelden.
*
Een typering van Eike
Eike sprak vrijmoedig mensen aan of zij nu kerkelijk waren of niet. Met iedereen wilde zij het Evangelie delen. Dat was zo in Gent, vervolgens in Poederoijen toen Henk na zijn pensioen als evangelist daar lerend ouderling werd, en ook in Barendrecht waar zij gingen wonen toen Henk was teruggetreden als lerend ouderling. Op de gang van het appartementencomplex waar zij waren gaan wonen, sprak zij mensen aan.
Toen Henk en Eike eens een paar dagen bij hun zoon Bas en zijn gezin in Ochten logeerden, ging zij vlees halen bij een slager in Kesteren die de naam Augustinus had. Eike vroeg hem of hij wist welke belangrijke persoon die naam ook had gedragen. Dat kon de slager niet zeggen. Toen heeft Eike hem iets over de grote kerkvader verteld wiens hart onrustig was, totdat het rust vond in God. Zij beloofde hem als zij nog een keer in de winkel kwam een boekje over de levensweg van Augustinus te geven. Een belofte die zij uiteraard heeft ingelost.
Voor degenen die een kerkelijke achtergrond hadden en met vragen worstelden was Eike een moeder in Israël. Zij gaf wijze raad en wijze lessen. Toch voelde zij zichzelf een bestreden christen en had zij naar eigen inschatting maar een zwak geloof. In dat laatste herkende mijn vrouw Margreet zich en ikzelf zag eerlijk gezegd ook bij mijn vrouw iets van het eerste.
Eike was niet alleen een vrouw die geestelijk onderwijs gaf aan anderen, zij kon ook voortreffelijk koken. Daarbij was zij bijzonder gastvrij. Toen de zogenaamde schippersbeurs nog bestond, kon het gebeuren dat schippers meerdere dagen moesten wachten voordat zij een vracht aangeboden kregen. In die tijd at nogal eens een schippersgezin mee.
Ikzelf was bepaald niet de enige gast die uit Nederland op bezoek kwam. Ik heb onder het dak van Henk en Eike in Gent meer dan eens iemand ontmoet die bij hen verbleef om tot rust te komen. Uit Gent zelf kwamen vogels van allerlei pluimage binnen. Een evangelisatiepost trekt niet in de laatste plaats mensen aan van de rand van de samenleving. Nu, Eike heette ook hen hartelijk welkom. Zij keek niet neer op het wrakhout van de samenleving. Dat had alles te maken dat zij zich geestelijk als een stuk wrakhout had leren kennen dat door Christus uit het vuur van Gods toorn was gerukt.
Ik denk ook aan een oud-rechercheur die tot aan zijn overlijden hun buurman was. Hij kwam vrijwel elke dag koffiedrinken, omdat hij het bij zijn buren zo gezellig vond. Hij hielp dan mee om de aardappels te schillen. Onder het dak van Henk en Eike hoorde hij ook de gesprekken aan die gingen over God en goddelijke zaken, over verzoening met God door Christus’ bloed en vernieuwing door Zijn Geest, over aanvechting maar ook over vreugde over Gods nabijheid.
Eens stond een Fransman voor de deur. Henk stond hem in gebrekkig Frans te woord. Het bleek dat de Fransman een hotelkamer zocht en de VVV had hem het adres van Henk en Eike gegeven. Daar was altijd plaats en was je altijd welkom. Zo werden de werken van haar handen geprezen in de poorten van Gent (vgl. Spreuken 31:31).
Eike vertoonde echt het beeld van de deugdzame huisvrouw uit Spreuken 31. Ze kon heel goed organiseren. Ze was gastvrij. Als het ging om haar kookkunst deden haar maaltijden niet onder voor die in een viersterrenrestaurant. Vaak had zij twee soorten groenten. Vond je de ene groente wat minder lekker dan kon je de andere kiezen. Zij zag er niet tegenop voor grotere groepen te koken. Ik noem in dit verband ook de jeugdverenigingen die in Gent op bezoek kwamen. Bovenal kon van Eike worden gezegd dat zij een vrouw was die de HEERE vreesde. En dat is de grootste lof die aan een vrouw kan worden gegeven (vgl. Spreuken 31:30).
*
Hoe de HEERE in het leven van Eike kwam
Eike groeide in een gezin op dat behoorde bij de Hervormde Gemeente van Ameide. Haar ouders bevonden zich wat meer aan de rand. Het werd aan de kinderen overgelaten of zij naar de kerk gingen of niet. Echter, de Heere ging werken in Maya, de oudere zus van Eike. Zij voegde zich bij de kleine Christelijke Gereformeerde Kerk van Ameide, een gemeente waar de boodschap klonk van de ene Naam, de twee wegen en de drie stukken.
Meer dan eens sprak Maya haar jongere zusje aan dat zij niet moest doorgaan met het leven dat zij nu leidde; een leven dat Maya ook zelf eerst had geleid. Met vrienden en vriendinnen ging Eike naar de disco, kermis enz. Op een woensdagavond in 1964 zou ze met een vriendengroep naar de kermis in Gorinchem gaan. Echter, Maya vroeg Eike met haar met te gaan naar de doordeweekse kerkdienst die in de Christelijke Gereformeerde Kerk van Ameide die avond gehouden zou worden.
Tegen zeven uur, zo’n half uur voordat de kerkdienst begon, liet Eike de vriendengroep weten dat zij door omstandigheden niet mee kon naar de kermis in Gorinchem. Die woensdagavond sprak de gastpredikant die voorging over Psalm 3:6: ‘Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.’ In de berijmde Psalm lezen we dan: ‘Ik lag en sliep gerust, Van ’s HEEREN trouw bewust, Tot ik verfrist ontwaakte; Want God was aan mijn zij’; Hij ondersteunde mij.’
In de preek kwam naar voren dat een kind van God een geluk heeft dat de wereld niet kent. Hij heeft door genade God Zelf tot zijn deel gekregen. De HEERE geleidt Zijn kinderen veilig door de aardse woestijn. Hij laat ze niet in de steek. Daarom mogen ze gerust gaan slapen in de wetenschap dat als zij niet ontwaken, zij hun ogen opslaan in de eeuwige heerlijkheid.
De predikant bracht naar voren dat er ook mensen zijn die op een heel andere wijze gerust slapen. Zij bewandelen de brede weg. De wereld en haar begeerlijkheden zijn hun deel en tenzij zij zich bekeren zullen zij eenmaal ontwaken in de eeuwige rampzaligheid. In dit laatste zag Eike haar eigen toestand getekend. Huilend is zij naar huis gegaan en zij ging thuisgekomen direct naar haar slaapkamer.
De gehele nacht heeft zij geen oog dicht gedaan. De HEERE stelde haar al haar zonden en ook haar zondige bestaan voor ogen. Zij worstelde met hem om vergeving. Het was al tegen de morgen toen de HEERE tot haar kwam met de woorden: ‘Gij hebt mijn rechterhand gevat’ (Psalm 73:23b). Eike vroeg in gebed aan de HEERE waar dan nu haar zonden waren. Zij ontving de zekerheid dat die geworpen waren in de diepte van de zee.
Eike voegde zich nu evenals haar zus Maya al had gedaan bij de Christelijke Gereformeerde Kerk van Ameide. Zij werd daar goed opgevangen en ontving er verder geestelijk onderwijs. Lena Bor die later haar schoonmoeder zou worden heeft veel voor haar betekend. Ondanks het feit dat de HEERE zo duidelijk in haar leven was gekomen, werd Eike vaak aangevochten over de waarachtigheid van haar geloof. Al wees zij anderen de weg, zij kon het voor zichzelf vaak niet zo goed bekijken. Toch durfde zij ook niet te blijven zitten als het Heilig Avondmaal werd bediend. Dan mocht ook zij de dood des Heeren verkondigen totdat Hij komt.
Als ik een antwoord zoek op de vraag hoe het kwam dat Eike zo vaak aangevochten werd, denk ik dat dit kwam omdat zij zeer verlangde naar de gevoelige tegenwoordigheid van de HEERE. Zij miste die gevoelige tegenwoordigheid zo vaak maar kon die niet missen. Dan was het bij haar als bij de psalmist van Psalm 42: ‘Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen? Mijn tranen zijn mij tot spijs dag en nacht; omdat zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?’ (Psalm 42:3–4).
Ik denk in dit verband aan de Schotse theoloog John Duncan. Na aanvankelijk een tweetal jaren na zijn bekering een grote mate van geloofszekerheid te hebben gehad, werd hij vervolgens een twijfelmoedige christen. Nadat hij een aantal jaren predikant was geweest en ook zendeling onder de Joodse gemeenschap in Boedapest, werd hij hoogleraar Oude Testament aan het New College in Edinburgh. Hij begon en eindigde zijn colleges altijd met gebed. Eens sloot hij een gebed af met de woorden: ‘Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten?’ Een student maakte die avond de volgende aantekening in een schrift: ‘Wat moet onze professor veel gesmaakt hebben van Gods nabijheid als hij zo gebukt gaat onder het gemis van het gevoel daarvan.’
Eike’s ouders waren niet blij met de verandering die zich bij haar en al eerder bij haar zus Maya had voltrokken. Op een gegeven moment heeft Eike zelfs overwogen daarom op zichzelf te gaan wonen, maar zover kwam het niet. Toen zij met Henk Bor wilde trouwen, was dat ook niet naar de zin van haar ouders. Daarbij voerden zij ook als argument aan dat Henk een aantal jaren jonger was dan zij. Toch is het allemaal ten goede gekeerd.
Ikzelf heb in Gent de ouders van Eike meer dan eens ontmoet. Met regelmaat kwamen zij een week of wat bij hun dochter logeren. Ik bemerkte dat vooral de moeder van Eike erg op de prediking en het werk van haar schoonzoon was betrokken. Zij en haar man waren inmiddels ook trouwe kerkgangers geworden.
*
Haar levenseinde en een eeuwig begin
Drie jaar voor haar dood, het was nog geen jaar na de verhuizing naar Barendrecht, bleek Eike galwegkanker te hebben. Dat werd in maart 2022 geconstateerd. De artsen verwachtten dat zij nog maar enkele maanden had te leven. Het is ruim drie jaar geworden. Tot het begin van dit jaar bleef haar toestand min of meer stabiel. Vanaf die tijd ging haar toestand steeds meer achteruit. In het verzorgen van zijn vrouw werd Henk trouw bijgestaan door zijn dochter Lydia.
Op donderdag 19 juni kwam er een einde aan het leven van Eike Bor-Pellikaan. Niet lang voor haar sterven zei ze: ‘Ik ga naar mijn Liefste.’ Dat is de taal van de Bruid uit het boek Hooglied. Op donderdag 26 juni vond haar begrafenis plaats. De rouwdienst werd gehouden in het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Barendrecht. Voordat ds. M.A. Kempeneers het woord kreeg sprak Henk Bor een in memoriam uit. Daar typeerde hij zijn vrouw op treffende wijze en bleek hoe zo nauw zij aan elkaar verbonden waren.
Ds. Kempeneers bediende het woord vanuit Psalm 73:23: ‘Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat’. Deze tekst stond ook op de rouwkaart. Zoon Bas sprak een dankwoord uit. In de dienst kwam uit dat God Zijn genade ook aan Eike Bor-Pellikaan had bewezen, maar niet zij stond centraal maar de levende God Zelf Die Zijn Zoon gezonden heeft om zondaren te zoeken en die met dat werk doorgaat zolang de zon en de maan schijnen. Allen werden opgewekt niet te rusten, voordat men wist deze Christus toe te behoren, om dan uit Hem, door Hem en tot Hem te leven.
Lopend zijn we vanaf het kerkgebouw naar de begraafplaats gegaan. Op de begraafplaats sprak ds. D.J. Budding. Hij kende Henk en Eike zo’n 55 jaar. Heel terecht zei hij dat het huis van Henk en Eike iets had van de woning van Martha, Maria en Lazarus in Bethanië. Daar was de Heere Jezus welkom. Er werd naar Zijn komst uitgezien. Tussen Martha, Maria en Lazarus waren verschillen, maar allen hadden de Heere Jezus lief. Nog veel belangrijker is dat wij lezen dat de Heere Jezus hen liefhad. Het laatste was de verklaring van het eerste. Ook voor Eike Bor mocht gelden dat zij de Heere Jezus liefhad, omdat Hij haar eerst had liefgehad.
De dag na haar begrafenis ging ik met mijn dochter Elze op vakantie naar Ouddorp. De begrafenis van Eike Bor was daar een goede voorbereiding op. Er blijft een rust over voor het volk van God. Dan kan juist na een begrafenis van een kind des HEEREN het heimwee groot zijn. ‘God des levens ach wanneer, zal ik naadr’en voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen?’ (Psalm 42:1b berijmd).
Maar die heimwee hebben komen thuis. Aan al Gods kinderen gaat in vervulling: ‘Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen’ (Psalm 73:24). Zolang het zover nog niet is zetten we als het goed ligt onze weg voort in de wetenschap: ‘Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen’ (Psalm 73:28).