Wie Christus kent, volgt Hem na en draagt Zijn beeld
Dat hij zonder enige reserve publiek opkwam voor het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit was een van de zaken die mij opviel toen ik wilde weten wie de op 10 september vermoorde Charlie Kirk was. In de video’s die ik zag kwam dat thema meer dan eens naar voren en ik hoorde een zeer helder geluid.
Jonge mensen werden opgeroepen om niet vooruit te grijpen op het huwelijk, getrouwden om aan elkaar trouw te blijven, en mannen om een goede man en – als er kinderen waren – een goede vader te zijn. Ook Kirk kreeg daarmee evenals anderen die dit geluid geven, de beschuldiging dat hij homo’s haatte. Hij haatte hen niet maar had hen lief wie ze ook waren. Daarom riep hij hen op te breken met homoseksueel gedrag, of zich er niet aan over te geven. Kirk wenste ook mensen die homoseksuele gevoelens hebben in het nieuwe Jeruzalem te zien.
Als samenleving zijn we heel ver weg van de Bijbelse waarden over huwelijk en seksualiteit. In de media kan openlijk worden gezegd dat christenen de vrijheid ontnomen behoort te worden om ook in de kerk het Bijbelse getuigenis uit te dragen. Die vrijheid is er nu nog, maar veelzeggend is dat er publiek kan worden gezegd dat de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting moet worden ingeperkt.
Verdrietig dat in meerdere gemeenten alles behalve een bijbels geluid klinkt als het gaat om deze materie. In andere gemeenten doet men er zoveel mogelijk het zwijgen toe. Er is sprake van een zeer kwalijke zelfcensuur.
Juist op het punt van de seksuele moraal was de vroegchristelijke kerk evenals het Jodendom van de Tweede Tempel en na de val van de Tweede Tempel het rabbinale Jodendom bereid om tegen de geest van de eigen cultuur en tijd in te gaan. Daar behoren wij een voorbeeld aan te nemen, temeer omdat de Bijbel hierover niet onduidelijk is. Ik wijs slechts op 1 Korinthe 6:9-11: ‘Of weet u niet, dat de onrechtvaardigen het koninkrijk van God niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch verwijfden (Grieks: zachten; P.d.V.), noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En die waren sommigen van u; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van den Heere Jezus, en door de Geest van onze God.’ (eigen vertaling)
Terzijde wijs ik erop dat de NBV21 (die op zich ten opzichte van de NBV een hele stap in de goede richting is) hierbij de vertaling tekort schiet. Dat geldt naast 1 Korinthe 6:10 ook voor 1 Timotheüs 1:9. Zonder dat de brontekst daartoe enige aanleiding biedt vertaalt men: ‘mannen die zich prostitueren (1 Korinthe 6:10) of die andere mannen misbruiken (1 Kor. 6:10; 1 Tim. 1:10) ’. Het gaat echter om alle homoseksuele contacten en niet alleen om contacten die in het kader van prostitutie plaats vinden. Noch de in het Grieks gebruikte woorden noch de context geven aanleiding tot de gedachte dat Paulus hier alleen homoseksuele contacten in het kader van prostitutie veroordeeld.
Het gezaghebbende woordenboek The Brill Dictionary of Ancient Greek geeft voor malakos , wat letterlijk ‘zacht’ betekent en ik met ‘verwijfd’ heb vertaald, in deze context: ‘decadent, depraved, effeminate’ en voor arsenoikoitès: ‘homosexual’. Het woordenboek van Walter Bauer gaat ervan uit dat arsenoikoitès een woord is wat zowel homoseksueel gedrag als pedofilie veroordeelt. Dat is overigens een onderscheid wat in de oudheid niet werd gemaakt, als men geen moeite had met seksueel verkeer tussen personen van hetzelfde geslacht. The complete word study dictionary: New Testament onder redactie van S. Zodhiates vertaald arsenoikoitès met ‘a man who lies in bed with another male, a homosexual.’ Bij malakos zegt het voor deze context: ‘it means effeminate or a person who allows himself to be sexually abused contrary to nature.’ Het gaat dus om de passieve partij bij homoseksueel contact.
De NBV21 (en het geldt ook de Bijbel in Gewone Taal) heeft bij deze teksten niet vertaald wat er staat, maar wat men graag gezien had dat er stond. De Basisbijbel die heel omschrijvend is, vertaalt hier wel eerlijk en juist. Ik merk terzijde op dit voor mij één van de redenen is dat ik de NBV21 nooit als huisbijbel zal aanraden en niet kan begrijpen dat een kerk die aan de gereformeerde belijdenis wil vasthouden deze Bijbelvertaling voor kerkelijk gebruik vrijgeeft.
Niet elke dwaling of elk gebrek in levenswandel houdt ons buiten Gods koninkrijk. Er kunnen blinde vlekken zijn. Inzicht kan gebrekkig zijn. Als het gaat om de boodschap is het essentieel dat wij Christus belijden, Die als God Die mens werd, kwam om zondaren met God te verzoenen. Bij een waar geloof behoort een godzalige wandel. Wie Christus leert kennen breekt met zondige gedragingen die hem buiten Gods koninkrijk houden en zou hij in zonde vallen, dan is het feit dat er sprake is van bekering en berouw, een bewijs dat men toch Christus toebehoort. Hoererij, overspel en homoseksueel gedrag houden een mens zonder bekering en berouw buiten Gods koninkrijk. Voor wie met berouw tot Hem komt is er altijd een weg terug. Dan is er in dit leven niemand buiten het bereik van Gods genade. Maar zeker is dat iedereen die Christus werkelijk kent, Hem ook navolgt, zijn kruis opneemt en zichzelf verloochent.
Heel merkwaardig is dat het al dan niet aanvaarden van stabiele homoseksuele relaties gezien wordt als een zaak waarbij de sterken wel ruimte voor zien, maar de zwakken niet. Het onderscheid tussen sterken en zwakken vinden we in Romeinen 14:1-15:13. Dan gaat het niet bepaald over homoseksueel gedrag in welke vorm dan ook, maar om het al dan niet onderhouden van spijswetten en de oudtestamentische feestkalender. Van homoseksueel gedrag heeft de apostel aan het begin van zijn brief aan de Romeinen al gezegd dat God mensen dan heeft overgegeven aan de begeerlijkheden van hun hart (Rom. 1:24). Gods toorn wordt geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen.
*
De ernst van de Schrift en van de klassieke belijdenisgeschriften
Merkwaardig is ook de gedachte dat opkomen voor het feit dat seksualiteit alleen thuis hoort binnen het huwelijk tussen één man en één vrouw, een symptoom zou zijn dat men door Amerikaans fundamentalistisch denken is beïnvloed. Dat is wel gesteld toen de Nashville-verklaring, die al een aantal jaren ook in Nederland beschikbaar was, eind 2018 ook in het Nederlands brede aandacht kreeg.
Het getuigt van een fundamenteel gebrek aan kennis van kerkgeschiedenis. Het taalkleed van de Nashville-verklaring is Amerikaans en zelf zou ik nadrukkelijk spreken over de intensiteit van de blijvende strijd tegen het zondige ik. Die strijd valt overigens niet samen met de strijd tegen homoseksuele gevoelens. Door de meeste christenen moet hij op andere terreinen worden gestreden, zeker ook als het seksualiteit betreft.
Toen paus Franciscus in de in 2023 uitgekomen verklaring Fiducia Supplicans toestemming gaf om relaties van mensen van hetzelfde geslacht te zegenen, was dat voor de Koptisch-Orthodoxe Kerk, na overleg met de zusterkerken van de oosters-orthodoxe familie, reden om te besluiten de theologische dialoog met de Katholieke Kerk op te schorten. Men wil namelijk zonder reserve aan de Bijbelse en algemeen christelijke zienswijze op huwelijk en seksualiteit vasthouden. Terecht raakt dit voor de Koptisch-Orthodoxe Kerk de apostoliciteit van de kerk.
In de uitgebreide wijze waarop wordt ingegaan op het zevende gebod (voor de Rooms-Katholieke Kerk en de lutherse kerken het zesde ) staat de Nashville-verklaring dichter bij de Catechismus van de Katholieke Kerk dan bij de Heidelbergse Catechismus. De overeenkomst tussen de Nashville-verklaring en de Catechismus van de Katholieke Kerk was al jaren voordat in Nederland de storm rond de Nashville- verklaring ontstond door meerdere Rooms-Katholieke theologen gesignaleerd.
In de belijdenisgeschriften van de Reformatie staat het niet met zoveel woorden maar de gedachte in die belijdenisgeschriften is zeker niet strijdig met de Nashville-verklaring, namelijk dat zij die worstelen met homoseksuele gevoelens en daarbij in Gods wegen willen wandelen, een vruchtbare plaats in Gods kerk en koninkrijk kunnen innemen. Ook hier zien we een overeenstemming met de Catechismus van de Katholieke Kerk dat homoseksuele personen tot kuisheid zijn geroepen en dat zij door de steun van onzelfzuchtige vriendschap, gebed en de sacramentele genade de christelijke volmaaktheid bij trappen en resoluut kunnen en behoren te bereiken. Het verschil zit in de plaats van de sacramenten en de mogelijkheid van het bereiken van christelijke volmaaktheid. Dan is er hier een verschil met de Nashville-verklaring die realistischer spreekt over de blijvende strijd van een christen . Dat geldt al helemaal voor de Heidelbergse Catechismus.
In de Nashville-verklaring staat dat christenen er allen van overtuigd behoren te zijn dat seksualiteit thuishoort binnen het huwelijk van één man en één vrouw. Er zijn zaken waarover christenen verschillend denken die, hoe belangrijk ook, de zaligheid niet raken. Je kunt denken aan de vraag of alleen volwassenen gedoopt mogen worden of ook kinderen of aan zienswijzen over de eschatologie.
De Nashville-verklaring zegt niet uitdrukkelijk wat de consequenties zijn als men wel ruimte ziet voor homoseksuele relaties. Daarin is de Heidelbergse Catechismus stelliger. Op de vraag ‘Kunnen dan die niet zalig worden, die, in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende, zich tot God niet bekeren?’, wordt het volgende antwoord gegeven: ‘Op geen enkele manier; want de Schrift zegt, dat geen onkuise, afgodendienaar, echtbreker, dief, geldgierige, dronkaard, lasteraar, noch rover, noch dergelijke, het rijk Gods beërven zal.’ (vraag en antwoord 87)
Tot het einde van de twintigste eeuw begreep iedereen dat met een onkuise ook iemand werd bedoeld die zich aan homoseksueel gedrag overgaf. In antwoord 108 van deze catechismus lezen we dat ‘alle onkuisheid door God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.’ Deze taal is indringender dan zowel de Nashville-verklaring als de Catechismus van de Katholieke Kerk .
*
De bazuin moet een helder geluid geven
Als we beseffen dat het bij de heiligheid van het huwelijk en het Bijbelse getuigenis over seksualiteit gaat om een zaak die raakt aan onze eeuwige bestemming, begrijpen we dat de bazuin daarin een helder geluid moet geven. In de prediking moet deze zaak aan de orde komen. In het catechisatielokaal en op verenigingen moet helder Bijbels onderwijs worden gegeven. De oproep moet klinken om ook hierin de goede strijd van het geloof te strijden.
Toen ik eind jaren zestig/begin jaren zeventig op een protestants-christelijke school zat, merkte je dat in het midden van de Hervormde Kerk en in de Gereformeerde Kerken, de zaken gingen verschuiven. Openlijk gingen pleidooien klinken om als kerken ruimte te geven voor homoseksuele relaties. Vooruitgrijpen op het huwelijk werd veelal stilzwijgend, maar meer dan eens ook heel openlijk geaccepteerd. ‘De kerk moest de band met de nieuwe generatie niet verliezen’, zo was het argument. De Gereformeerde Bond en de Christelijke Gereformeerde Kerken vormden toen de rechterzijde van de gereformeerde gezindte, en met de Gereformeerde Gemeenten kwam je in die tijd aan de uiterste rechterkant. Daar hield men zonder reserve vast aan het gezag van de Schrift.
Inmiddels is er heel wat veranderd. De Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk zijn met de Evangelisch Lutherse Kerk opgegaan in de PKN. Hooguit een enkele kerk uit de gereformeerde bloedgroep binnen de PKN kun je tot de gereformeerde gezindte rekenen. Hetzelfde geldt voor confessioneel-hervormde gemeenten.
Als het gaat om gemeenten van de Nederlandse Gereformeerde Kerken die ontstonden door de fusie van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Nederlandse Gereformeerde Kerken, moeten we aan de hand van deze maatstaf vaststellen dat slechts bij een betrekkelijk geringe minderheid nog iets is te zien van de kenmerken van de kerk van Christus. In deze kring hebben zich de laatste jaren in een zeer snel tempo veranderingen en verschuivingen voltrokken.
In onze tijd buigen bepaald ook niet alle gemeenten van de Christelijke Gereformeerde Kerken en gemeenten binnen de PKN waarvan de predikant lid is van de Gereformeerde Bond, zonder reserve voor het gezag van de Schrift, en evenmin houden zij onverkort vast aan de gereformeerde belijdenis.
Van een predikant die lid is van de Gereformeerde Bond las ik het volgende: ‘Geen seks voor het huwelijk, schuldgevoel en zonde. In de christelijke wereld wordt nogal eens krampachtig omgegaan met seksualiteit, terwijl de cultuur om de kerk heen juist sterk verandert.’ ‘Toen ik trouwde, was samenwonen voor het huwelijk eigenlijk geen optie’, zo gaf hij aan. ‘Nu is er helemaal geen sprake meer van dat er vragen worden gesteld bij ongehuwd samenwonen.’ Volgens hem is er wel een hoofdlijn en dat is dat seksualiteit iets is ‘van kwetsbaarheid en trouw tussen twee personen’.
In de kring van de Gereformeerde Bond klinken ook andere geluiden maar het hier weergegeven geluid is bepaald niet een geluid dat alleen aan de rand van de Gereformeerde Bond te horen is. Zonder enig consequentie voor het lidmaatschap van de Gereformeerde Bond kan dit publiek worden gezegd. Eenzelfde situatie zien we in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar kun je zelfs horen beweren dat het besluit van de synode om homoseksuele relaties niet te tolereren boven de belijdenis uit zou gaan. En dat terwijl zowel de Schrift als de belijdenis laten zien dat het juist iets is wat onze eeuwige bestemming raakt.
We moeten toch eerlijk durven zeggen dat een gemeente die homoseksuele relaties tolereert, niet de kenmerken van een ware kerk van Christus toont, en dat een ambtsdrager die zo denkt, geen dienstknecht is van Christus. We moeten het met tranen zeggen: maar het zijn blinde leidslieden van blinden en wij behoren én met het oog op henzelf én met het oog op de gemeente die zij dienen, voor hun bekering te bidden.
Zelf hoorde ik in een bijeenkomst een ouderling van een kerkgenootschap waarin het echt ondenkbaar is dat iemand met een homoseksuele relatie tot het avondmaal wordt toegelaten, de vraag opwerpen of ouders of een broer of zus als getuige bij het burgerlijk huwelijk kunnen optreden als een zoon of dochter, broer of zus in het huwelijk treedt met iemand van hetzelfde geslacht. Hij hield het open. Hij liet na om naar voren te brengen dat wat de overheid een huwelijk kan noemen helemaal geen huwelijk is.
Bijbels gezien is een huwelijk een zaak tussen man en vrouw en is er in beginsel de mogelijkheid samen kinderen te krijgen. Als het voor een ouderling een open vraag is of je getuige kunt zijn bij het sluiten van een relatie voor de burgerlijke overheid die bijbels gezien nooit gesloten mag worden en de naam huwelijk niet verdient, behoeft het geen vraag te zijn welk antwoord wordt gegeven of een predikant een zegen mee mag geven aan een homoseksuele relatie, al gaat het dan om een predikant uit een ander kerkverband.
Iedereen ademt de lucht van deze tijd in. Predikanten van welk kerkverband ook zullen dit merken als zij met catechisanten en gemeenteleden in gesprek zijn. De innerlijke uitholling gaat geen enkele kerk voorbij en wij moeten en mogen wel dagelijks vragen of wijzelf worden bewaard. Anders geldt: ‘Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.’ (1 Kor. 10:12) We moeten acht houden op onszelf en op elkaar, en elkaar voortdurend aansporen om op Christus te zien en Hem zo na te volgen, ook waar die navolging vanuit de mens gezien onmogelijk is. Immers: ‘De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God.’ (Luk. 18:27)
*
De omslag in de Rooms-Katholieke kerk
Officieel kan Rome haar leer en ethiek nooit veranderen. Zij kan haar leer wel herinterpreteren en als het gaat om ethiek, is wat men noemt een pastorale benadering mogelijk. Waarom schrijf ik ‘wat men noemt’? Wel, als protestant die weet dat de Schrift de uiteindelijke en hoogste bron en norm van het geloof is, versta ik onder pastoraal dat je de waarheid van de Schrift, hoezeer die ook in het menselijke vlees snijdt en om bekering en zelfverloochening vraagt, met liefde en bewogenheid verwoordt en dat je daarbij nooit boven maar naast de ander gaat staan. Het betekent niet dat je in de praktijk die waarheid relativeert.
Dat laatste zie je in Rooms-Katholieke kring gebeuren als men het woord pastoraal gebruikt, en inmiddels heeft men daarbij als het gaat om huwelijk en seksualiteit er ook de pauselijke goedkeuring voor.
Ik gaf al aan dat paus Franciscus met het document Fiducia Supplicans akkoord ging met het zegenen van mensen in homoseksuele relaties door priesters. In deze verklaring stelde de paus dat mensen die de zegen van God willen ontvangen niet aan een ‘uitputtend’ moreel onderzoek onderworpen mogen worden.
Uit conservatieve hoek werd kritisch op de verklaring gereageerd. Nederlandse bisschoppen kwamen met een relatief milde reactie. De Nederlandse bisschoppen vinden dat een eenvoudig gebed voor mensen in een homoseksuele relatie mogelijk moet zijn. De bisschoppen stellen dat de katholieke kerk een verwelkomende kerk is, die niemand de steun en kracht van God wil onthouden. In een eenvoudig gebed met de juiste woorden mag daarom om kracht en bijstand worden gevraagd, opdat iemand verder kan groeien in het geloof, aldus de bisschoppenconferentie. Wat hier volledig ontbreekt is de oproep tot berouw en bekering. Ik kan deze reactie niet goed rijmen met het boek van kardinaal Wim Eijk De band van de liefde. Daarin klinkt, als we de rooms-katholieke visie op celibaat voor priesters buiten beschouwing laten, een helder geluid.
De bekende priester Antoine Bodar zegt: ‘Je kunt een “ongeordende liefde”, zoals dat heet, niet opeens een “geordende liefde” doen zijn. Tegelijk, in de praktijk zal ik liefdevol willen zijn, en zo nodig ook een zegen uitspreken.’
Hij beargumenteerde zijn keuze als volgt: ‘Als je een gelijkgeslachtelijk stel zegent, wat zeg je dan? Dan zegen je de persoon, de verbintenis van de vriendschap die liefde heet. Dan bid je voor die mensen, dat zij elkaar trouw kunnen zijn in hun vriendschap. Dat zij voor elkaar opkomen, solidair zijn, of al die dingen meer. Met zo’n zegen stem je dus niet in met een relatie “in sexualibus”, want dat is een zonde.’ Dit is wel een heel merkwaardige redenering. Eerlijk gezegd denk ik bij redeneringen als deze aan Les Lettres Provinciales van Blaise Pascal waarin hij de casuïstiek van de jezuïeten hekelt.
Leo XIV, de huidige paus, zet de lijn van paus Franciscus door. Eigenlijk is het dezelfde lijn als die de PKN heeft gekozen. Het huwelijk tussen één man en één vrouw die elkaar tot de dood toe trouw blijven is en blijft een unieke instelling van God, maar er is zeker pastoraal ruimte voor andere seksuele relaties in liefde en trouw. Nadat zij in 2004 tot stand kwam, heeft de PKN dan ook in overstemming met haar kerkorde in haar dienstboek een formulier voor het zegenen van de bewuste relaties opgenomen. Dat kan en zal Rome niet doen. Immers, in de praktijk kan er veel maar met zo’n formulier krijgt een seksuele relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht een status die in het licht van de kerkelijke leer volledig onverantwoord is. En de kerkelijke leer kan ook als het gaat om de moraal niet worden veranderd. In de officiële kerkleer horen we de stem van de Heilige Geest.
Mij doet deze omslag bij Rome groot verdriet. Bij de geestelijke herkenning die er kan zijn is theologisch de kloof met Rome groter dan hij in de Reformatie was, al is de opstelling van Rome veel vriendelijker geworden. In de ethiek was en is altijd, ook als het gaat om seksualiteit, veel overeenstemming geweest, al dacht en denkt de Reformatie anders over het celibaat. Gelukkig zijn er binnen Rome nog meerderen die vast willen houden aan het Bijbelse en algemeen christelijke getuigenis over huwelijk en seksualiteit, maar men kan er daarbij niet op rekenen dat zij zonder meer de steun en sympathie van de paus hebben.
*
De Heere Zelf houdt Zijn kerk in stand
Bij alle stormen die over de kerk van Christus woeden is het een troostvolle wetenschap dat Hijzelf Zijn kerk beschermt, bewaart en in stand houdt. Overal waar het getuigenis klinkt van verzoening met God door het bloed dat Hij eenmaal op Golgotha heeft gestort en van vernieuwing door Zijn Geest openbaart zich Zijn gemeente. Ware gemeenten of kerken kunnen veranderen in valse of ontrouwe kerken. Het omgekeerde kan ook gebeuren. God kan de woestijn laten bloeien als een roos.
Levende leden van de ene heilige, katholieke, christelijke kerk kan men herkennen, en nu citeer ik een passage uit artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘uit het geloof, en wanneer zij, aangenomen hebbende den enigen Zaligmaker Jezus Christus, de zonde vlieden en de gerechtigheid najagen, den waren God en hun naaste liefhebben, niet afwijken, noch ter rechter-, noch ter linkerhand, en hun vlees kruisigen met zijn werken. Alzo nochtans niet, alsof er nog geen grote zwakheid in hen zij; maar zij strijden daartegen door den Geest al de dagen huns levens, nemende voortdurend hun toevlucht tot het bloed, den dood, het lijden en de gehoorzaamheid van den Heere Jezus, in Wie zij vergeving hunner zonden hebben, door het geloof in Hem.’
Dan mogen we weten dat door Gods kracht mensen buiten de kerk zich bij de kerk van Christus voegen en dat dode leden door Gods genade tot levende leden worden gemaakt. Is dat het geval dan gaan we, wat ook de kosten zijn, de naam van Jezus Christus voor de mensen belijden en zien we uit naar de dag dat de volkomen overwinning van Christus gestalte krijgt.