In 2020 verscheen bij uitgeverij Prometheus mede naar aanleiding van zijn honderdste sterfdag, een zeer boeiend boek over Abraham Kuyper met de titel: De zeven levens van Abraham Kuyper, van de hand van dr. Johan Snel. In 2024 verscheen bij uitgeverij De Vuurbaak een geheel herziene, uitgebreide druk. Daarom heb ik ook deze druk gelezen.
Voor wie van geschiedenis houdt is dit boek echt een aanrader. Onze Nederlandse samenleving is trouwens nog altijd niet te begrijpen zonder Abraham Kuyper. Zijn opvatting over soevereiniteit in eigen kring waarmee hij zich keerde tegen een absolute staat, is nog altijd actueel.
Kuyper was zeer beducht voor een totalitaire staat en een totalitaire samenleving. Daarom zou het feit dat de gelijkheidsideologie nu door de overheid is aanvaard en zij die steeds meer aan de gehele samenleving dreigt op te dringen, hem diep hebben verontrust. Zo pleitte hij voor vrijheid van onderwijs vanuit de overtuiging dat de school aan de ouders en niet aan de staat toebehoort.
Zeker als het gaat om basisonderwijs moet het zo zijn dat ouders de uitgangspunten van het onderwijs mogen bepalen. In onze tijd dreigt het gevaar dat ouders hun kinderen naar een school moeten sturen waar zij geïndoctrineerd worden met een ideologie die haaks staat op het Evangelie.
Dan geldt ook hier de leus die Kuyper in navolging van Groen van Prinsterer overnam: ‘Tegen de revolutie het Evangelie’. Bij de revolutie ging het dan om de Franse Revolutie met haar idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Met Groen wist Kuyper dat deze vrijheid geen christelijke vrijheid is, deze gelijkheid geen christelijke gelijkheid en deze broederschap geen christelijke broederschap.
Wel aanvaardde Kuyper, in onderscheid van zijn leermeester Groen, principieel de neutrale staat. We moeten er wel bij zeggen dat hij daarbij toch uitging van een cultuurchristendom dat heel de samenleving doortrok. Dat sloot aan bij de wijze waarop de Founding Fathers van de Verenigde Staten de notie van vrijheid zagen.
Maar nu naar de biografie van Snel. Deze ontdekte inmiddels al meerdere jaren geleden een korte, in het Frans geschreven autobiografie die Kuyper vermoedelijk samenstelde op verzoek van de redactie van een Frans biografisch woordenboek. Daarin typeert hij zichzelf als alpinist, reiziger, spreker, wetenschapper, activist, journalist en staatsman.
Kuyper was dominant maar toch was hij in zekere zin ook bescheiden. In de bewuste korte notitie vermeldde hij namelijk niet dat hij ook meer dan 20.000 artikelen had geschreven. Dat had hij namelijk anoniem gedaan en daarom konden zijn overtuigingen niet op zijn naam worden gezet. Zij waren bewust geschreven zonder auteursvermelding, om het volk des HEEREN te dienen; en voor die arbeid kwam alleen de HEERE alle lof toe. Dat gold volgens Kuyper voor al zijn arbeid maar hier wilde hij naar buiten toe bewust wegvallen.
Wie via dit boek voor het eerst met Kuyper kennismaakt merkt dat hij echt een genie was. Hij sprak even vloeiend Frans als Nederlands en beheerste uiteraard Engels en Duits, kon in het Latijn college geven, met rabbijnen in het Hebreeuws discussiëren en een rede in klassiek Grieks houden. Nog voordat hij minister-president (nu: premier) was, werd hij bij zijn bezoek aan de Verenigde Staten op het Witte Huis ontvangen, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Zowel tijdens zijn leven, als nu nog altijd, is Kuyper bejubeld en verguisd. Zijn optreden veroorzaakte tijdens zijn leven telkens weer een tweedeling, zowel politiek als kerkelijk. Als staatsman werd Kuyper overigens internationaal gewaardeerd. Geen andere Nederlandse politicus kan wat dat betreft in zijn schaduw staan. En vriend en vijand was van zijn grote journalistieke gaven overtuigd.
Kuyper was een strateeg. Overal waar hij kwam trok hij de aandacht. Snel maakt voor mij aannemelijk dat Kuyper dit toch wat minder welbewust deed dan nogal eens is gedacht. Dat maken niet in de laatste plaats zijn brieven aan het thuisfront duidelijk. Ik vermeld ook dat het feit, dat Kuyper elk jaar twee maanden alleen op vakantie ging, niet als een bewijs moet worden gezien dat zijn huwelijk minder goed was. Hij was juist bijzonder op zijn vrouw Jo gesteld. Zijn vrouw en kinderen hadden de overtuiging dat hij zo’n vakantie nodig had om de rest van het jaar te kunnen presteren zoals hij dat deed.
Snel noemt dat niet, maar wie De levensavond van dr. A. Kuyper leest, geschreven door zijn dochters Johanna en Henriëtte, bemerkt de diepe achting die zij voor hun vader hadden. Bij alle merkwaardigheden die je toch als buitenstaander bij zijn persoon en optreden moet constateren, hebben zij kennelijk nooit een afstand tussen de levensovertuiging en levenspraktijk van hun vader gezien, maar waren zij ervan overtuigd dat voor hem de eer van God zijn diepste drijfveer was en dat hij niets anders wenste dan te roemen in het kruis van Christus.
Ik noem ook het indrukwekkende slot van Kuypers rede Soevereiniteit in eigen kring, bij de opening van de Vrije Universiteit: De slotwoorden waren een gebed.
‘Onze Vader Die in de hemelen zijt, Springader van alle waarheid, Fontein aller waarachtige kennisse en aller wijsheid Bron! Van U afzwervend vindt uw schepsel niets dan donkerheid, niets dan matheid, niets dan gebondenheid der ziele. Maar nabij U; ons badend in Uw leven; dan doorstroomt ons het licht; doortintelt kracht ons de aderen; en ontplooit zich in zalige verrukking de vrijheid des geloofs. Aanbiddelijke, eeuwige Majesteit, zie dan in gunste op deze Stichting neder. Zij uit U haar goud, haar kracht, ál haar wijsheid. Zwere ze nooit bij een minder, bij een ander, dan Uw heilig Woord. Gij Die onze nieren proeft, o Rechter van onze natie en Oordelaar ook van de scholen der wetenschap, breek Zelf de muren dezer stichting af, en delg ze uit van voor Uw aangezicht, indien zij ooit iets anders bedoelen, ooit iets anders zou willen dan te roemen in het kruis van de Zoon Uwer tederste liefde! Heere, Heere God! Laat in uw Naam alléén, in Uw Naam ál onze hulpe staan! Amen.’
Kuyper als christen komt, zo vind ik, in de biografie van Snel niet echt uit de verf. Dan is naar mijn overtuiging vooral de briefwisseling met Idenburg een belangrijke bron. Dat is toch wel de belangrijke kanttekening die ik bij de biografie van Snel plaats.
Uit de bewuste briefwisseling valt ook af te leiden dat Kuyper, die helemaal terecht als man van de vooronderstelde wedergeboorte wordt gezien, er diep onder geleden heeft dat zijn zoon Frederik brak met de kerk en meende geen Verlosser nodig te hebben. Al was Kuyper dan de man van de vooronderstelde wedergeboorte, hij was er ook diep van overtuigd dat men aan deze zijde van het graf in het kruis van Christus moet leren roemen om zonder vrees God te ontmoeten.
Hij ging er dus zeker niet vanuit dat iedereen die gedoopt was zonder vrees God kon ontmoeten en dat als kinderen met de kerk braken, er geen reden was om bezorgd te zijn, omdat God toch wel Zijn verbond zou houden. Wel wist hij dat zijn zoon enkel kon worden behouden als God nog aan Zijn verbond zou gedenken, ook al deed zijn zoon dat niet. Dan zou ook zijn afgedwaalde zoon leren roemen in het kruis van de Verlosser. Idenburg schreef hem dan ook: ‘’Ik weet dat uw vaderhart niet ophoudt te bidden en te pleiten op de trouw van de God des verbonds.’
Helaas heeft Kuyper de verhoring van zijn gebeden voor zijn zoon niet gezien. Er zijn soms gebeden die pas na onze dood worden verhoord. Ook dat was niet het geval. Tussen Kohlbrugge en Kuyper waren theologisch verschillen; verschillen die meer zichtbaar werden na de dood van Kohlbrugge, maar wij hoeven achter de achting die Kuyper Kohlbrugge betuigde geen vraagteken te zetten.
Kohlbrugge schreef onder andere het boekje Enige vragen en antwoorden tot onderzoek en oefening van zichzelf of bij het doen van belijdenis des geloofs. In dit vragenboekje stelt Kohlbrugge de vraag: ‘Waarin hebt gij te berusten, als gij een van de uwen onbekeerd ziet sterven?’ Hij geeft dan het volgende antwoord: Dat ik mijn God grootheid geve. Spreuken 16:4.’ We kunnen er zeker van zijn dat Kuyper die zozeer dacht vanuit de soevereiniteit van God dit antwoord bijviel.
Meerderen die de theologie van Kuyper bekritiseren laten nog al eens te vermelden dat voor Kuyper de vooronderstelling dat er bij een gedoopte sprake was van wedergeboorte nooit los stond van de overtuiging dat als men het zaad van de wedergeboorte bij zich droeg die vroeg of laat in het leven tot ontkieming zou komen en men zou leren roemen in het kruis van de Zaligmaker.
Kritiek op de leer van de veronderstelde wedergeboorte van Kuyper wordt des te kwalijker als men zelf ongeloof feitelijk als een onmogelijke mogelijkheid ziet, en als men zelfs aan ouders van kinderen die met de kerk hebben gebroken, de indruk geeft dat het op grond van het feit dat zij verbondskinderen zijn, wel goed met hen komt. Dat zou Kuyper nooit hebben gezegd. Hij zou wel hebben gezegd dat ouders zolang hun kinderen leven voor hun bekering en behoud moeten bidden.
Na de verschijning van de eerste druk stond in de recensie erover in de Volkskrant dat het een van de beste boeken van het jaar was. Nu, het boek geeft veel informatie en is zeer toegankelijk geschreven. Het leest echt als een trein, maar laat de lezer wel beseffen dat er over Kuyper als christen meer te vertellen valt. Ik wees reeds op de briefwisseling met Idenburg. Ik denk ook aan Herinneringen van de oude garde, het boek dat Kuypers dochters Johanna en Henriëtte na de dood van hun vader samenstelden.
Johan Snel, De zeven levens van Abraham Kuyper, vijfde, geheel herziene en uitgebreide druk (Amersfoort, 2024), paperback 440 pp., €29,99 (ISBN 9789055606399)