Wat moet onze grootste zorg zijn voor Nederlands kerk?

Recente stemmen over de hel

In meerdere publicaties en interviews is de afgelopen jaren de hel ter sprake gekomen. Reinier Sonneveld, een theoloog die opgroeide Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, schreef een boek: Het einde van de hel. Daarin voert hij een pleidooi voor de alverzoening. David de Vos, een bekend evangelist uit de evangelische beweging, maakte bekend dat hij stopt met missionaire activiteiten. Hij schreef een boek waarvan de titel al duidelijk maakt waarom hij tot deze keuze kwam: Alle mensen zijn kinderen van God.

Corien Oranje, een bekend schrijfster van kinderboeken, zei in een interview: ‘De hel, daar heb ik niets mee.’ Zij is blij dat ze in een kerk zit waar je mag twijfelen, maar duidelijk is dat je aan één ding nooit hoeft te twijfelen: je bent en blijft hoe dan ook een kind van God. Nooit hoef je erover in te zitten dat je wel eens een dwaze maagd of onwijze bouwer zou kunnen zijn.

De Bijbel zelf laat er geen misverstand over bestaan dat er niet alleen een eeuwige zaligheid is, maar ook een eeuwige rampzaligheid. In het Nieuwe Testament springt als het daarover gaat – en dat moet ons al zeer te denken geven – het onderwijs van de Heere Jezus Zelf eruit, zoals de evangeliën ons dat weergeven eruit. Op de tweede plaats komt dan het boek Openbaring.

De boodschap van de twee wegen met twee eindbestemmingen behoort bij de kern van de Bijbelse boodschap. Die heeft alles te maken met Gods heiligheid en het feit dat de mens zich afkeert van God en, om de Schrift zelf te citeren: ‘En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.’ (Gen. 6:5). De mens is niet meer zoals God hem schiep en bedoelde. Daarom wordt de toorn Gods ‘geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. (Rom. 1:18)

Het wonder van het Evangelie is dat God Zijn Zoon zond om mensen van de toekomende toorn te verlossen (1 Thess. 1:10). Het nieuwe Jeruzalem wordt bewoond door hen die hier op aarde in dit leven God lief kregen, omdat Hij hen eerst heeft liefgehad (1 Joh 4:9-10). We krijgen Hem lief, omdat de Vader Zijn Zoon gaf ter verzoening van de zonden en de Heilige Geest de liefde van Christus geopenbaard in Zijn kruisdood, uitstort in ons hart. Zo leren we het lied van het Lam zingen: ‘Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed.’ (Openb. 5:9).

Op Origenes na, wiens inzichten op het tweede oecumenische concilie van Constantinopel werden veroordeeld, gaf de Vroege Kerk een duidelijk geluid over de eeuwige straf. Wel benadrukte de één meer de eeuwige scheiding van God – en dan denk ik onder andere aan Athanasius – terwijl de ander daarnaast heel nadrukkelijk het straflijden in de hel verwoordde; dan noem ik Augustinus.

*

Een essay over de hel

Het is alweer ruim twee jaar geleden dat dr. Arnold Huijgen een essay schreef over de hel. Het is een uitwerking van zijn inaugurele rede als hoogleraar dogmatiek aan de PThU. Hij heeft aangegeven dat een veel bredere publicatie zal volgen.

De titel van het essay: Waarom de wereld een hel nodig heeft moet al vragen oproepen. In de theologie behoren wij niet bij de wereld of bij de mens maar bij God te beginnen. Echter, in de academische wereld in Nederland is geen plaats voor de klassiek gereformeerde visie op theologie als het nadenken van Gods gedachten, maar theologie wordt gezien als verantwoorden wat je gelooft. Dat is een intersubjectieve benadering en niet de objectieve benadering waarbij niet de mens maar God het grote Subject is.

Vanuit de insteek dat theologie verantwoorden is wat je gelooft, schrijft Huijgen over de hel. Hij spreekt over een zoektocht en tekent drie visies, namelijk:

  1. die van Origenes die ervan uitgaat dat alle mensen en ten slotte ook de duivelen in de zaligheid delen;
  2. het annihilationisme dat stelt dat de ongelovigen worden vernietigd
  3. de zienswijze dat er sprake is van eene eeuwigdurende vergelding.

Hij verbindt de laatste zienswijze vooral met Augustinus al geeft hij aan dat in de eerste helft van de tweede eeuw al zo over de hel werd gesproken.

Merkwaardig is dan wel dat hij alleen de Apocalyps van Petrus noemt. Hij had namelijk ook de vroegchristelijke apologeet Justinus Martyr kunnen noemen. Die schreef in zijn Eerste Apologie: ‘Zij die goed geleefd hebben, zullen onsterfelijkheid, vrijheid van lijden en eeuwige blijdschap ontvangen, terwijl zij die goddeloos zijn geweest, in eeuwige pijn en vuur zullen worden geworpen.’ En Irenaeus, die wij als de eerste kerkvader kennen, schreef in het vijfde boek van zijn werk Adversus Haereses (Tegen de ketterijen) dat de straf van de goddelozen is dat zij uitgesloten worden van het eeuwige leven.

Huijgen beweert ook dat de Bijbel geen eenduidig geluid geeft over de hel. Ongetwijfeld zegt het Nieuwe Testament meer over het leven na de dood en daarmee over hemel en hel dan het Oude Testament. Maar als we Ezechiël 32 nemen, dan vinden we daar een uitgebreide beschrijving van wat in het Hebreeuws de šeôl wordt genoemd. Dat blijkt daar een plaats te zijn waar zich wel goddelozen en geen rechtvaardigen bevinden.

Geeft de Bijbel geen eenduidig geluid over de eeuwige straf?

De gedachte dat de Bijbel geen eenduidig geluid geeft over de hel gaat uit van een zienswijze op de Schrift die strijdig is met haar zelfgetuigenis, een zienswijze die evenmin spoort met de gereformeerde belijdenis. Als wat Huijgen stelt waar is, kan de Schrift niet de uiteindelijke bron en norm van het geloof zijn. Dat is immers alleen maar mogelijk als de Schrift uiteindelijk een eenheid is. Nu, Huijgen is niet de enige die dat zo niet ziet. In de eigentijdse theologie is het gemeengoed dat wij daarom de Schrift niet meer kunnen lezen zoals bijvoorbeeld de reformatoren dat deden. Hij meent dat de Bijbel niet onmiskenbaar wijst in de richting van de eeuwige straf.

Dat het accent van pijniging uit de Griekse mythologie afkomstig zou zijn is onjuist. Daar vinden we het ook maar niet uitsluitend. Heel nadrukkelijk moeten we ook de intertestamentaire apocalyptische literatuur noemen. Hoe dan ook wordt door de inspiratie van de Heilige Geest in het Nieuwe Testament heel nadrukkelijk over de eeuwige straf gesproken.

Er is geen reden om aan te nemen dat ‘eeuwige straf’ eerder het definitieve karakter dan de duur van het oordeel zou aangeven. Dat is wat Huijgen stelt, maar het gaat om beide aspecten. In de lijn van Karl Barth, voor wie hij zoals bekend zeer veel waardering heeft, wil Huijgen alleen over de hel vanuit Christus. Over de hel zouden we alleen in het licht van Christus’ nederdaling in de hel kunnen nadenken.

Dat doet geen recht aan wat de Bijbel zegt over de toorn van God en met name aan de ernstige waarschuwingen van Jezus Zelf over de eeuwige straf. Dan denk ik met name aan het feit dat Hij er Zijn godsdienstige hoorders erop wijst dat het voor Tyrus en Sidon, ja zelfs voor Sodom en Gomorra verdraaglijker zal zijn in het oordeel dan voor hen als zij zich niet bekeren (Matt. 11:20-24). Voor Barth was verloren gaan een onmogelijke mogelijkheid. Huijgen kan moeilijk anders dan ook tot die conclusie komen gezien het raster dat hij in de lijn van Barth over concrete Bijbelteksten legt.

Calvijn lokaliseert voor Christus de hel aan deze zijde van het graf. Dat betekent wel dat wij, als wij niet aan deze zijde van het graf door een levend geloof met Christus worden verenigd, aan de andere zijde van het graf de ogen opslaan in de plaats van Godsverlating en straf.

*

Geeft de Bijbel geen duidelijkheid over hoe de brede en de smalle weg eruit zien?

De hel is voor Huijgen de bestemming van het ultieme kwaad. Het kwaad wordt definitief van het goede gescheiden. Daarom heeft de wereld, zoals de titel van het essay aangeeft, een hel nodig. De Bijbel spreekt als het gaat over de hel echter allereerst over de plaats van eeuwige Godverlatenheid en straf voor mensen. De Bijbel geeft ook heel concreet aan wie er komen. Wie het lied van het Lam niet heeft leren meezingen op aarde komt het nieuwe Jeruzalem niet binnen. De Schrift zegt ook heel duidelijk dat het niet genoeg is om Jezus als Heere te belijden. We dienen ook de wil te doen van Zijn Vader Die in de hemelen is.

Er zijn concrete zonden en gedragingen die ons, zonder bekering, buiten het nieuwe Jeruzalem houden. In 1 Korinthe 6:9-11 lezen we: ‘Of weet u niet, dat de onrechtvaardigen het koninkrijk van God niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch verwijfden (Grieks: zachten; P.d.V.), noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het koninkrijk van God beërven. En die waren sommigen van u; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van den Heere Jezus, en door de Geest van onze God.’

De bewering van Huijgen dat God in principe de vrijheid heeft om ‘nee’ tegen de mens te zeggen, maar dat dit ‘nee’ alleen vanuit God kan worden begrepen, staat haaks op het concrete getuigenis van de Schrift. Het zou betekenen dat wij er niet vanuit hoeven te gaan dat God op de jongste dag de maatstaven hanteert die Hijzelf heeft geopenbaard.

Eigenlijk kunnen we helemaal niet weten hoe de smalle de weg eruitziet. Die zou uiteindelijk, zo mogen we blijkbaar vermoeden, veel en veel breder zijn dan de Bijbel die ons tekent. Dat is ook het standpunt van het Tweede Vaticaanse Concilie . Wie de documenten van dit concilie leest, constateert dat verloren gaan slechts een mogelijkheid aan de rand is. Wie het boekje van Huijgen leest, begrijpt waarom hij zich geestelijk zo met Rome weet verbonden en graag eenheid met Rome zou zien ontstaan. Zeker is dat God over het eeuwige oordeel van mensen gaat, maar de Schrift vraagt van ons wel dat wij eerlijk met elkaar spreken over wat nodig is om zalig te leven en te sterven.

*

Het getuigenis van Schrift en belijdenis

De gereformeerde belijdenis spreekt de Schrift na. Dat geldt zeker als het gaat om de vraag wie er zalig worden. Ik beperk mij tot de Heidelbergse Catechismus. Wie de Heidelbergse Catechismus naast het essay van Huijgen legt komt theologisch en geestelijk in een volstrekt andere wereld. Telkens weer komt de ernst van de rampzaligheid naar voren en wordt betuigd dat er zonder een levend geloof in Christus en waarachtige bekering tot God geen zaligheid is.

Het boekje van Huijgen is feitelijk een krachtig appel om de belangrijkste sleutel van het koninkrijk der hemelen, namelijk de verkondiging van het Evangelie, niet te hanteren, en daarmee verliest de kerk haar bestaansrecht. Ik denk concreet aan het antwoord op vraag 84 van de Heidelbergse Catechismus: ‘Hoe wordt het hemelrijk door de prediking van het Heilige Evangelie ontsloten en toegesloten?’

Dat antwoord luidt: ‘Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt, dat hun, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus’ wil, vergeven zijn; daarentegen alle ongelovigen en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd wordt, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven.’

In de Christelijke Gereformeerde Kerken waartoe Huijgen behoort speelt nu de vraag of men zich moet houden aan de vierslag Schrift, belijdenis, kerkorde en synodebesluiten. Het boekje van Huijgen laat zien dat er bepaald veel meer op het spel staat dan een kerkorde en synodebesluiten. Daarin overstijgt zijn boekje ver de context van de Christelijke Gereformeerde Kerken en van de predikantsopleiding van de Protestantse Kerk in Nederland.

Waar het geluid dat in dit boekje wordt verwoord ingang vindt, vertoont een gemeente – of zij christelijk gereformeerd, hersteld hervormd, protestants, gereformeerde gemeente of wat dan ook is – niet langer de kenmerken van een openbaring van de ene, heilige algemene christelijke kerk. Het belangrijkste ontbreekt, namelijk dat er betrouwbaar onderwijs wordt gegeven over de weg naar het nieuwe Jeruzalem. De grootste zorg moet voor ons zijn dat de kandelaar van het Evangelie wordt weggenomen. Laten we smeken om predikers die een betrouwbare gids naar de hemel zijn. Laten wij allemaal elkaar aansporen de weg te bewandelen die leidt naar de stad van God.

Arnold Huijgen, Waarom de wereld een hel nodig heeft (Utrecht: KokBoekencentrum, 2023), hardcover 96 pp., €15,99 (ISBN 9789043540346)

Plaats een reactie