Hoe dachten christenen in de tweede eeuw hierover?
Met het wegvallen van de apostelen begint de na-apostolische tijd. De christelijke schrijvers uit die tijd direct erna kennen we als de apostolische vaders en daarnaast moeten de vroegchristelijke apologeten worden genoemd van wie Justinus Martyr ongetwijfeld de bekendste is. Irenaeus staat als de eerste kerkvader bekend. Op systematische wijze heeft hij ketterijen weerlegd en daartegenover de boodschap van het christelijk geloof uiteengezet.
Deze vroege christenen waren diep overtuigd van de realiteit van de eeuwige zaligheid en rampzaligheid en zij schaamden zich niet om van zowel het een als het ander met hen die buiten stonden te spreken. Ik geef twee citaten van Justinus Martyr en één van Irenaeus:
Zij die goed geleefd hebben, zullen onsterfelijkheid, vrijheid van lijden en eeuwige blijdschap ontvangen, terwijl zij die goddeloos zijn geweest, in eeuwige pijn en vuur zullen worden geworpen. (Eerste Apologie 12, 20)
*
De zielen blijven in een zekere plaats tot het oordeel; daarna ontvangen zij de beloning of de straf die hen toekomt. (Dialoog met Trypho 5)
*
De verdoemden worden opgewekt tot het oordeel van het eeuwige vuur. (Adv. Haer. 5.27.2)
*
Wat zegt de Schrift zelf?
De grote vraag is echter, als het gaat over deze zaken: Wat zegt de Schrift zelf? Geeft de Schrift hier een eenduidig en helder getuigenis? Ik schenk in deze bijdrage aandacht aan een tweetal boeken die vanuit de Schrift ingaan op de hemel en de hel en het laatste oordeel. Het eerste is van Alan W. Gomes en verscheen in de 40 Questions series van Kregel Academic. Het draagt 40 Questions about Heaven and Hell. Het tweede is van Thomas Schreiner. Deze gaf zijn studie de titel mee The Justice and Goodness of God: A Biblical Case for the Final Judgment.
Gomes is hoogleraar theologie aan de Talbot School of Theology en auteur van talrijke boeken en artikelen over theologie en apologetiek. Schreiner is de James Buchanan Harrison Professor of New Testament Interpretation en assistent-decaan van de School of Theology aan het Southern Baptist Theological Seminary. Schreiner heeft meerdere publicaties geschreven op het terrein van het Nieuwe Testament. Hij kan als een van de meest toonaangevende eigentijdse nieuwtestamentici worden gezien. Ik begin met de studie van Gomes. Deze studie is duidelijk het meest omvattend, terwijl Schreiner één aspect dieper belicht, en wel van het Nieuwe Testament.
Beide studies gaan ervan uit dat in de Schrift de Heilige Geest aan het Woord is Die Zichzelf niet tegenspreekt. Degenen die dat doen, wordt wel dogmatische vooringenomenheid verweten. Echter, als men de Schrift niet als eenheid ziet en meent dat stemmen in de Schrift elkaar niet alleen aanvullen maar ook kunnen tegenspreken, is er niet minder sprake van dogmatische vooringenomenheid. Het is onmogelijk om de Schrift op neutrale wijze te lezen. Als wij de Schrift lezen zoals ze zichzelf aandient en wij doen dat biddend, is dat de beste garantie dat wij de eigenlijke betekenis van de Schrift recht doen.
*
40 Questions about Heaven and Hell
In de boeken die uitkomen in de serie ‘40 Questions’ worden veertig vragen over een onderwerp gesteld en die worden dan vervolgens beantwoord. 40 Questions about Heaven and Hell heeft de antwoorden verdeeld over vier delen. Het eerste deel gaat over het leven na dit leven, het tweede over de zogenaamde tussenstaat, het derde over het laatste oordeel en het vierde over de eeuwige bestemming.
Op de vraag waarom mensen sterven, wordt zonder reserve het antwoord gegeven dat de dood van de mens geen onderdeel is van Gods oorspronkelijke plan met de mens. De dood van de mens is het loon op de zonde. De mens was conditioneel onsterfelijk geschapen. De zondeval van het eerste mensenpaar leidde zowel tot de geestelijke als de lichamelijke dood. De boodschap van het Evangelie is dat Christus de dood heeft overwonnen.
Gomes doet hier echt recht aan de Schrift. Zijn antwoord is een ander antwoord da wat wij onder andere vinden in de Christelijke dogmatiek van Gijsbert van de Brink en Kees van der Kooij. In deze – ook binnen de gereformeerde gezindte veel gebruikte – dogmatiek worden het Bijbelse scheppingsgetuigenis en het paradigma van de evolutie met elkaar verbonden. Juist als het gaat om de oorsprong van de dood van de mens leidt dat tot een ernstige vertekening van de bijbelse boodschap.
Als het gaat om de verhouding tussen ziel en lichaam is het voor ons genoeg te weten, zo stelt Gomes terecht, dat de ziel van de mens de dood van het lichaam overleeft. Het bestaan eindigt niet met de dood. In 40 Questions about Heaven and Hell worden ook de in het Oude en Nieuwe Testament gebruikte woorden aan de orde gesteld.
In het Oude Testament vinden we het woord šeōl. In de Statenvertaling wordt het woord zowel met ‘graf’ als ‘hel’ vertaald. Die laatste vertaling is niet onbetwist. Tekent het Oude Testament šeōl niet als het einde van alle mensen en is daarom de vertaling rijk van de dood niet beter? Gomes wijst erop dat er een aantal plaatsen in het Oude Testament zijn waar de šeōl louter de verblijfplaats is van de onrechtvaardigen. In ons land heeft dr. Mart Jan Paul dit naar voren gebracht. Uit onder meer Psalm 49 en Psalm 73 blijkt dat rechtvaardigen en goddelozen na de dood niet naar dezelfde plaats gaan.
In het Nieuwe Testament komen we de woorden hādes en gehènna tegen. Evenals šeōl kan hādes de aanduiding zijn voor de plaats waar zij die dit leven verlieten zijn heengegaan. Daarom kan evenals in het Oude Testament ook voor de vertaling ‘graf’ of ‘rijk van de dood’ worden gekozen. Hoe dan ook geldt dit niet voor de vermelding van de hādes in de geschiedenis van de rijke man en Lazarus. Daar is de hādes de plaats van straf voor de ziel na het sterven. In ieder geval is de hādes tijdelijk. Na de jongste dag wordt ook de hādes in de poel van vuur en zwavel geworpen. Dan begint voor de goddelozen de straf naar ziel en lichaam.
Met het woord gehènna wordt altijd de plaats van straf na dit leven aangeduid en dan gaat het om de straf naar ziel én lichaam. Het woord komt van het dal van Hinnom. Daar werden in het Oude Testament onder Manasse en Achaz kinderoffers aan Moloch gebracht.
Als het gaat om de strafmaat die God hanteert wijst Gomes erop dat God ook rekent met het licht dat men had. Was dat het licht van de Schrift of slechts het licht van de schepping en het geweten? In de eeuwige heerlijkheid zal er niet meer de mogelijkheid tot zonde zijn. In tegenstelling met de islam en het mormonisme laat het Nieuwe Testament ons zien dat er in de eeuwige heerlijkheid geen huwelijk is en daarom ook geen seksualiteit. Meerdere theologen, zo laat Gomes zien, gaan ervan uit dat de nieuwe schepping of de vernieuwde schepping ook door dieren zal worden bewoond. Hij noemt John Wesley, maar ik denk ook aan Maarten Luther en John Bradford.
Gomes wijst af dat de rampzaligheid slechts tijdelijk is. Er is vanuit de Schrift geen ruimte voor de alverzoening en evenmin voor de gedachte dat de goddelozen omdat zij vernietigd worden, ophouden te bestaan. Die laatste gedachte is onder andere door John Stott verdedigd. Echter zowel het Hebreeuwse woord ’abad als het Griekse woord apollumi willen niet zeggen dat datgene wat vernietigd of verdorven is niet meer bestaat. Van een stad die vernietigd is blijft een ruïne over. Heel duidelijk spreekt het Nieuwe Testament over het eeuwig straf dragen van de goddelozen.
Hoe kunnen de rechtvaardigen gelukkig zijn als zij weten van het eeuwige lijden van straf van anderen? We moeten beseffen dat zij die verloren gaan zich verhard hebben en in dit leven niet hun hoogste vreugde in God vonden. God oordeelt en handelt in overeenstemming met Zijn natuur, waarvan heiligheid een essentieel kenmerk is.
*
The Justice and Goodness of God
Schreiner spreekt over het laatste oordeel in het licht van de heiligheid van God en de ernst en afschuwelijkheid van zonde. Vervolgens passeren Schriftgegevens uit de evangeliën en Handelingen, uit de brieven en uit het boek Openbaring de revue. Het toekomende oordeel spoort ons aan om, terwijl wij in het geloof zien op Jezus Christus, godzalig te leven. In Gods lankmoedigheid wordt de jongste dag uitgesteld opdat mensen zich bekeren. We moeten als het gaat om het toekomende oordeel, allereerst beseffen dat wijzelf de eeuwige rampzaligheid hebben verdiend. Zo gaan wij de grootheid van God in de liefde die bleek in de zending van Zijn Zoon en in de vergeving van onze zonden bewonderen. Alleen als wij delen in de plaatsvervanging ontgaan wij de toekomende toorn. Gods liefde en Zijn toorn over de zonde – die buiten Christus een blijvende toorn is – mogen, zo brengt Schreiner naar voren, niet tegen elkaar worden uitgespeeld.
*
Slot
Voor wie Engels leest, kan ik beide studies zeer hartelijk aanbevelen. Over de hemel, de hel en de eeuwige bestemming gaan onbijbelse visies en voorstellingen rond. In de middeleeuwen is heel sensueel over de hel gedacht en gesproken. We vinden dat bijvoorbeeld bij Dante in zijn Divina Commedia. In de islam wordt zowel over de hel als de hemel heel zinnelijk gesproken. We moeten ons in beide gevallen aan de soberheid van de Schrift houden. De eeuwige rampzaligheid is zowel eeuwig van God gescheiden zijn als eeuwige straf lijden.
Laten we onszelf en anderen ertoe aansporen de toekomende toorn te ontgaan. Dan zullen we nooit uit ervaring weten hoe het in de rampzaligheid is, al hebben we hier geleerd dat wij de rampzaligheid wel hebben verdiend. Het nieuwe Jeruzalem zal in heerlijkheid onze stoutste verwachtingen overtreffen. Dit is zeker: zowel de gemeenschap met God en lofprijzing van God als de gemeenschap der heiligen is daar volkomen.
Hemel, hel en toekomende oordeel zijn geen theoretische zaken waarover wij feitelijk niets weten. De Schrift geeft ons betrouwbare informatie. Onze manier hier op aarde wordt niet in de laatste plaats bepaald door onze visie op de eindbestemming. Wie meent dat het met de dood afgelopen is of dat wij na de dood allen op de een of andere wijze een gelukzalig bestaan zullen leiden, staat anders in het leven dan hij of zij die weet dat hij Christus als Rechter moet ontmoeten en dat die ontmoeting alleen zonder vrees tegemoet kan worden gezien als wij Hem in dit leven als Zaligmaker hebben leren kennen.
Alan W. Gomes, 40 Questions about Heaven and Hell (Grand Rapids: Kregel Academic, 2018), paperback 378 pp., $26.20 (ISBN 978-0825442766) en Thomas Schreiner, The Justice and Goodness of God: A Biblical Case for the Final Judgment (Wheaton: Crossway Books, 2018), paperback 160 pp., $17,99 (ISBN 978-1433591198)