Uw zonden zijn u vergeven

Deze maand verscheen van mijn hand een boekje waarvoor ik graag op deze weblog aandacht vraag door het woord vooraf als bijdrage te plaatsen.

Woord vooraf

Van het boekje dat u nu in handen hebt verscheen in 1991 een eerste druk onder de titel Door tijd noch eeuwigheid te scheiden. Nu, bijna vijfendertig jaar later, bleek er belangstelling te zijn voor een herdruk. In overleg met de huidige uitgever is de titel van deze herdruk Uw zonden zijn u vergeven’ Deze nieuwe titel doet ook recht aan het feit dat deze uitgave meer is dan een herdruk.

Taalkundig is er sprake van een update, al is die niet ingrijpend. Ik wil dhr. D.J. Doorn voor zijn aandeel daarin bedanken. Enkele passages die nu echt gedateerd zijn, zijn herschreven. In 1991 was er nog geen internet. Sociale media en iPhones waren onbekend. Verleidingen zijn nu vele malen indringender dan de verleidingen waarmee een vorige generatie via televisie kon worden geconfronteerd. Het gevaar dat je wel heel veel tijd aan sociale media besteedt overtreft ver dat van het gekluisterd zijn aan de televisie.

Wat gelijk is gebleven is dat er bij God vergeving is en dat Hij uit goedheid zonder peil aan zondige mensenkinderen door en met Zijn Woord het eeuwige, zalige leven aanbiedt om niet. Kenmerkend voor een gemeente die een gestalte mag zijn van de ene, heilige algemene of katholieke christelijke kerk is dat zij een vergadering is waar zondaren mogen horen dat er ook voor hun zonden vergeving is. Daarom is de titel van dit boek: Uw zonder zijn u vergeven; woorden die onze

Heere Jezus Christus sprak tot de zondige vrouw die zijn voeten natmaakte met haar tranen en droogde met het haar van haar hoofd. (Lukas 7:48) Ik denk ook aan de kreupele man die door zijn vrienden tot voor de voeten van de Heere Jezus op een bed werd neergelaten zei de Heere Jezus nog voordat Hij hem genas ‘De zonden zijn u vergeven.’ (Mattheüs 9:5). Immers, hoe groot aardse zegeningen ook kunnen zijn, de vergeving van zonden gaat boven al die zegeningen uit. Immers dat is een zaak die blijft tot in het eeuwige leven. Niet voor niets volgt in de Apostolische Geloofsbelijdenis op het geloofsartikel over de kerk dat van het eeuwige leven. We kunnen zo ver niet van God zijn weggezworven of er is een weg terug naar Hem. Voor de HEERE is niemand onbereikbaar. Hij trekt mensen naar Zich toe van wie wij dat nooit hadden gedacht en die het zelf nooit hadden gedacht.

In Christus is God met innerlijke ontferming over zondaren bewogen. Er worden zondaren zalig, omdat Hij hen zoekt. Hij komt tot ons met het Evangelie van Zijn Zoon. We kunnen het Evangelie nooit vrijblijvend aanhoren. Wie Christus niet omhelst als volkomen Zaligmaker wijst Hem af. We horen wel eens: ‘We kunnen er zelf niets aan doen.’ Maar iedereen die het Evangelie hoort doet wat. Er is of sprake van afwijzing en verzet of van overgave. Het eerste hoeft niemand ons te leren. Tot het tweede worden we geroepen.

Als wij echt luisteren naar Gods roepstem, is Hij het die ons dat leerde. Hij is het Die ons het geloof schenkt. Het is genade van het begin tot het einde. God Die rijk is in barmhartigheid maakt zondaren mede levend met Christus. Zijn liefde tot ons gaat aan onze liefde tot Hem vooraf. Weten we niet hoe we moeten geloven en merken we dat wij het eigenlijk niet eens willen, dan zou ik zeggen: bid dan zoals Augustinus ging bidden, namelijk: ‘Geef mij wat U mij beveelt en beveel dan van Mij wat U van mij wilt.’

In Psalm 103:5 berijmd wordt van God zo treffend en indrukwekkend gezongen: ‘Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt.’ Zalig zijn we als die vriendschap ons meer waard wordt dan alles wat de wereld ons biedt. Het is nooit te laat om vrede met God te vinden, maar tegen jongeren wil ik zeggen: met het zoeken naar God begin je nooit te vroeg en nooit is iemand nog te jong om vrede met God te vinden. Die vriendschap of gunst wordt ook zelfs door de dood niet verbroken. De psalmist zong: ‘Zijn gunst verduurt een eeuwig leven.’ (Psalm 30:3 berijmd)

De Apostolische Geloofsbelijdenis eindigt dan ook met het geloofsartikel van het eeuwige leven. Een voorsmaak hiervan ontvangen we in dit leven al. Een christen is een gelukkig mens die deelt in een geluk dat elk werelds geluk overtreft. Wie daarbij leeft zal hier op aarde leven in het besef dat hij op doorreis is naar het Vaderhuis van God. Dat is een medicijn tegen allerlei verleidingen en verzoekingen. Het maakt ook dat wij van alle geoorloofde genietingen niet het onderste uit de kan hoeven te hebben. Een stuk matigheid hoort bij het christen-zijn. In aardse zaken kunnen we teveel op gaan. In God kunnen we ons nooit teveel verheugen. Wie dan ook leeft bij de vriendschap met God en iets mag ervaren van de vreugde in God, ziet uit naar de volkomen zaligheid. Daarom bidden we met de kerk van alle eeuwen en plaatsen: ‘Maranatha, kom Heere Jezus.’

ds. P. de Vries, Uw zonden zijn u vergeven. Overdenkingen over de vergeving van zonden en het eeuwige leven liefde  (Tholen: Lucasboeken, 2026), hardcover 122 pp., €16,90 (ISBN 978-9490165659)

Plaats een reactie