J.C. Ryle over datgene waarover onder christenen geen onduidelijkheid mag bestaan

J.C. Ryle (1816-1900) beleed zonder reserve de centrale waarheden van het christelijke geloof ver-woord in de belijdenisgeschriften van de Reformatie. Als bisschop van het diocees Liverpool binnen de Anglicaanse Kerk hield hij jaarlijks een toespraak voor de geestelijken van dit bisdom. Samen met een aantal andere toespraken zijn die gebundeld in Principles for Churchmen: A Manual of Positive Statements on Some Subjects of Controversy. Via de geestelijken wilden hij ook hun hoorders bereiken en in gedrukte vorm kon iedereen van zijn toespraken kennis nemen.

Ik geef een gedeelte weer uit zijn toespraak ‘’The Importance of Dogma’ (Het belang van dogma/leer).

‘Laat ons onszelf er voor hoeden vaag en mistig te zijn  en wazig in onze uitspraken. Laten we vooral duidelijk zijn over punten als de erfzonde, de inspiratie en het gezag van de Schrift, het volbrachte werk van Christus, de volkomen verzoening teweeggebracht door Zijn dood, het hogepriesterlijke ambt dat Hij uitoefent aan de rechterhand van God, het inwendige werk van de Heilige Geest in de harten, de realiteit en eeuwigheid van de toekomende straf

Op al deze punten mag ons getuigenis niet ja en nee zijn, maar moet het ja en amen zijn en laat het geluid van ons getuigenis duidelijk, helder klinkend en ondubbelzinnig zijn. ‘Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot den krijg bereiden?’ (1 Kor. 14:8).

Als wij dergelijke onderwerpen op schuchtere, haperende en halfslachtige manier behandelen, alsof we heet ijzer moeten aanpakken en wijzelf nog niet onvoorwaardelijk hebben leren buigen voor ‘wat waarheid is’, moeten we er niet op rekenen dat de mensen die ons horen er iets van geloven.’

Plaats een reactie