Uit een brief van John Berridge

De anglicaanse predikant John Berridge (1716-1793) was ongetwijfeld de meest excentrieke ver-tegenwoordiger van het Evangelical Revival in de achttiende eeuw. Evenals meerdere andere repre-sentanten van deze machtige herleving in de achttiende eeuw van de boodschap van Gods genade in Christus kwam hij pas tot bekering, nadat hij in de bediening van het Woord was gesteld. J.C. Ryle schrijft over hem in zijn boek Christian Leaders of the 18th Century: ‘Waarschijnlijk heeft de genade van God nooit in een vat van zulk uitzonderlijk samengestelde klei gewoond.’

Van de hand van Berridge verschenen meerdere gezangen die ook buiten de kerkelijke kring waartoe hij behoorde, werden gewaardeerd. Meerdere van zijn liederen kregen een plaats in de Gadsby’s Hymns, een gezangenbundel die tot de dag van vandaag wordt gebruikt in de kringen van de Gospel Standard Strict and Particular Baptists.

In zijn excentriciteit is Berridge niet altijd navolgenswaardig. Dat neemt niet weg dat hij ook heel origineel zaken kon benaderen en verwoorden. Aan een ongetrouwde jonge dame schreef hij eens een brief. Hij vond onder andere dat zij hem uitvoeriger had moeten schrijven. Ik geef een passage uit deze brief weer:

‘Echter, graag zie ik dit gebrek (dat haar brief niet uitvoeriger was; PdV) over het hoofd, als u mij belooft een vriendelijke brief te zenden aan een vriend van mij, die u heel erg liefheeft en u graag als zijn bruid ziet. Hij is een persoon van goede geboorte (dat wil zeggen afkomstig uit een goede familie; PdV), van uitnemende waarde en hoewel zeer vermogend, ootmoedig van geest en daarom maakt hij op de wereld geen bijzondere indruk.

Hij heeft u al enige hints van Zijn vriendelijkheid gegeven die u wellicht niet hebt opgemerkt of onjuist hebt uitgelegd. Daarom heeft hij uw oude dominee (vicar in het Engels; PdV) in de arm genomen om het ijs te breken en om zijn best te doen het huwelijk tot stand te brengen, omdat hij weet dat dit tot uw eigen troost en voordeel is.

Het wordt nu tijd zijn naam te vertellen en het zal u verwonderen wie hij is. Het is Jezus van Nazareth Die u al lange tijd roept en klopt op de deur van uw hart, en Zich erover verwondert dat u Hem niet binnenlaat. Zijn zoete, dagelijkse roep is: ‘Geef Mij uw hart.’ En het doet Hem verdriet te denken dat u ooit de waarheid van Zijn woord en de waarachtigheid van Zijn liefde verdacht zou houden.

Hij heeft vele verlegen blikken van u ontvangen en vele onvriendelijke, wantrouwende gedachten, maar Hij is vastbesloten zich niet bij een negatief antwoord neer te leggen. Geef Hem daarom uw hart en hand, want Hij moet en zal u met u in het huwelijk treden.’

Tot zover Berridge. Ik wijs erop dat het beeld van een huwelijksaanzoek voor het appèl tot geloof en bekering aan onbekeerden een Bijbels beeld is. Johannes de Doper vergeleek zichzelf met een vriend van de Bruidegom (Joh 3:29). Vooral de puriteinen gebruiken het beeld van een huwelijksaanzoek veelvuldig voor de aanbieding van Christus in het Evangelie.

Dat beeld maakt duidelijk hoe indringend de prediking van het Evangelie is en dat niemand zich kan verschuilen achter zijn onmacht om zo een alibi te hebben voor zijn ongeloof en onbekeerlijkheid. We doen altijd wat. Óf wij zeggen nee en verzetten ons, óf wij zeggen ja en omhelzen Christus als onze Zaligmaker. De puriteinse prediker Edward Pearse schreef een boek met de titel The Best Match, or The Soul’s Espousal to Christ (Het beste huwelijk/de beste overeenkomst of de omhelzing van Christus door de ziel).

Aan Rebekka werd de vraag gesteld: ‘Wil je 1met deze man meegaan/trekken?’ (Gen. 24:9). Haar antwoord was: ‘Ik zal meegaan/trekken.’ Ik hoop dat dit het antwoord is van iedere lezer van deze bijdrage.

  1. ↩︎

Plaats een reactie