In deze bijdrage vraag ik aandacht voor een drietal publicaties waarin wordt bepleit in de eredienst alleen de Psalmen te zingen.
Dr. P.H. van Harten, Psalm en lied, n.a.v de Liederenbundel Weerklank, brochure 32 pp. De brochure is nog altijd digitaal te verkrijgen via een oud-catechisant van dr. Van Harten en wel Hans Prince. Zijn emailadres is jpprince@kpnplanet.nl
De inmiddels overleden dr. P.H. van Harten schreef in 2016 een brochure over het zingen van Psalmen en gezangen naar aanleiding van het verschijnen van de liederenbundel Weerklank. Vanaf haar ontstaan heeft de Gereformeerde Bond voorgestaan dat men zich in de eredienst zou beperken tot het zingen van de Psalmen en van de enige Gezangen die de Dordtse synode had toegestaan.
Dat is de achtergrond van het onveranderlijke artikel in haar statuten dat moet worden gestreefd naar terugkeer tot de Dordtse Kerkorde. Al heel spoedig is de Gereformeerde Bond alle hervormde gemeenten waar geen gezangen werden gezongen tot haar achterban gaan rekenen. Heel lang is het niet zingen van gezangen in een hervormde gemeente en het zich oriënteren op de Gereformeerde Bond zo goed als synoniem met elkaar geweest. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond droeg het standpunt om in de eredienst alleen Psalmen te zingen nadrukkelijk uit.
Dat is inmiddels anders. In een steeds groter aantal gemeenten waarvan de predikant lid is van de Gereformeerde Bond worden gezangen gezongen. Op 21 april 2016 vond de presentatie van de bundel Weerklank plaats. De bedoeling van deze bundel is om wildgroei in het zingen van gezangen in de eredienst tegen te gaan.
Zij kwam wel niet tot stand onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, maar het hoofdbestuur heeft er zich wel achter gesteld en er ruime bekendheid aan gegeven. Van Harten stelt in zijn brochure een aantal indringende vragen bij deze zaak. Terecht stelt hij dat het al dan niet zingen van gezangen bijzaak is in vergelijking met de bediening van de verzoening. Ik zou er aan toe willen voegen dat deze kwestie in onderscheid van het aanvaarden van de vrouw in het ambt of van homoseksuele relaties niet direct het gezag van de Schrift raakt.
Met Van Harten meen ik echter dat het geen onbelangrijke zaak is wat de gemeente in de eredienst zingt. Hij noteert dat in de bundel Weerklank meerdere voortreffelijke klassieke gezangen zijn opgenomen en dat men in de bundel niet tegen gezangen met notoire dwalingen aanloopt. Dat neemt niet weg dat Van Harten in de lijn van het standpunt dat tot niet zo lang geleden algemeen geaccepteerd was in de kring van de Gereformeerde Bond het ruimte geven aan het zingen van gezangen in de eredienst een ernstige verarming acht.
Van Harten geeft aan dat in meerdere liederen de donkere kant van de bijbelse boodschap naar voren komt. Echter, die kant wordt toch ook meer dan eens verzwegen waar zij zou moeten worden verwoord. Als voorbeeld noemt hij lied 8. Dat is een bewerking van Psalm 1 overgenomen uit de bundel Opwekking. Elke verwijzing naar het verschrikkelijke lot dat de goddelozen wacht ontbreekt.
In meerdere liederen ontbreekt, zo constateert Van Harten, de boodschap van de twee wegen en wordt de zaligheid in wel erg algemene termen verwoord. Van Harten legt er ook de vinger bij dat er een rubriek is met kinderliederen. De kinderen kunnen in gemeenten waar de bundel Weerklank wordt gebruikt hun eigen lied zingen.
Van Harten heeft hier terecht vragen bij. Hier is het niet meer dat ouders en de gemeente de kinderen meenemen maar omgekeerd. Ik zou er aan toe willen voegen dat dit heel duidelijk een afwijking is van de bijbelse en gereformeerde visie op de eredienst. Prediking, lied en gebed zijn voor de gehele gemeente. Ze worden daarom in de taal van volwassenen verwoord, al moet dat wel op een zo begrijpelijk mogelijke manier gebeuren.
Ik merk nog op dat in de Engelstalige wereld er liederenbundels zijn die kennelijk meer diepgang vertonen in de opgenomen liederen dan in Weerklank het geval is. Deze bundels hebben ook geen rubriek met kinderenliederen. Dan nog meen ik met Van Harten dat wij ons beter in de eredienst aan de Psalmen kunnen houden.
Van Harten merkt op dat het invoeren van gezangen in de kring van de Gereformeerde Bond niet los te zien is van de verschuivingen in theologisch en geestelijk klimaat in deze kring. Hij noemt uitdrukkelijk het steeds breder gedeelde uitgangspunt dat de gehele gemeente in de zaligheid deelt. De boodschap van de twee wegen begint meer en meer te ontbreken. Deze verschuivingen zijn overal zichtbaar en merkbaar en die zijn nog het meest verdrietig.
Wat nodig is – niet alleen voor de gemeenten van de Gereformeerde Bond binnen de PKN – maar alom in Nederland is een terugkeer naar Gods Woord en de radicale boodschap van schuld en vergeving, van hel en hemel, van veroordeling en vrijspraak. In geen belijdenis is die boodschap zo rijk en diep verwoord dan in de gereformeerde belijdenis. Wanneer die boodschap het hart raakt, gaan we de taal van de Psalmen verstaan. Waar deze zaken in prediking steeds minder aan de orde komen en de geestelijke kennis ervan gaat ontbreken, zal de behoefte om Psalmen te zingen ook gaan verdwijnen. We zijn als Nederlandse christenen bevoorrecht dat er berijmingen zijn waarin wij die Psalmen ook kunnen zingen. Nog steeds verschijnen er trouwens weer nieuwe berijmingen waarin de lofzangen van Israël in onze eigen taal worden verwoord.
*
Kenneth Stewart (red.), Song of the Spirit: The Place of Psalms in the Worship of God (Glasgow: Reformation Scotland Trust, 2014), paperback 210 pp., ₤5,– (ISBN 978-1-910013-00-7)
Voor wie de Engelse taal machtig is wijs ik op een bundel onder redactie van Kenneth Stewart, predikant van de Reformed Presbyterian Church van Glasgow. In deze bundel wordt krachtig bepleit alleen de 150 Psalmen in de eredienst te zingen. De meeste bijdragen zijn speciaal voor deze bundel geschreven. Een enkele verscheen al eerder. Dat geldt bijvoorbeeld voor het minderheidsrapport over de eredienst dat John Murray en William Young schreven voor de veertiende generale synode van de Orthodox Presbyterian Church. Dit minderheidsrapport is als bijlage opgenomen.
In de bundel wordt onder andere de opvatting weerlegd dat het werk van Christus niet met de Psalmen kan worden bezongen. David Murray, die een aantal jaren als oudtestamenticus aan het Puritan Reformed Seminary in Grand Rapids was verbonden, brengt in zijn bijdrage onder andere naar voren dat de Psalmen een realistische tekening geven van de gevoelens van een kind van God. Het zingen van de Psalmen typeert hij dan ook niet ten onrechte als therapeutische lofprijzing.
*
Malcolm H. Watts, God’s Hymnsbook for the Christian Church (Aberdeen: James Begg Society, 2003), brochure 64 pp., ₤3,– (ISBN 0-9539241-8-1)
In Engeland hebben de puriteinen het beginsel verdedigd in de eredienst alleen Psalmen te zingen. Daar is het echter vanaf de achttiende eeuw in vrijwel alle gemeenten de gewoonte geworden in de eredienst gezangen en dan wel uitsluitend gezangen te zingen. Dat gold eerst voor de dissenters (zij die buiten de Kerk van Engeland staan) en later ook voor de gemeenten van de Kerk van Engeland.
De afgelopen decennia heeft een aantal gemeenten als vrucht van de bestudering van de geschriften van de werken van de puriteinen het zingen van de Psalmen weer ingevoerd. Dat geldt onder andere voor de Emmanuel Evangelical Church te Salisbury. Malcolm H. Watts, de vorige predikant van deze gemeente schreef een aantal jaren geleden een uitvoerige brochure waarin hij de praktijk om uitsluitend Psalmen in de eredienst te zingen beargumenteerd verdedigt. De brochure van Watts eindigt met de oproep om vast te houden aan of terug te keren tot het uitsluitend zingen van Psalmen in de eredienst.
Zie ook: http://www.westminsterconfession.org/worship/the-singing-of-psalms-in-the-worship-of-god.php