Het hart naar boven. Leven en betekenis van Jodocus van Lodenstein

Jodocus van Lodenstein (1620-1677) is een bekende vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie. Het Van Lodenstein College is naar hem vernoemd. Naar aanleiding van het vijftigjarige bestaan van deze school verscheen bij uitgeverij Den Hertog een levensbeschrijving over Van Lodenstein van de hand van dr. W. Fieret. De auteur heeft als rector het Van Lodenstein College gediend. Zowel qua inhoud als vormgeving gaat het om een prachtige en leerrijke uitgave. Daarom verdienen zowel de auteur als de vormgever een hartelijk compliment.

Als het gaat om de vormgeving denk ik aan de vele mooie illustraties die zijn opgenomen. Voor een niet onbelangrijk deel gaat het dan om afdrukken van schilderijen uit de zeventiende eeuw. Vóór ik iets van de inhoud weergeef noem ik ook de toegankelijke schrijfstijl van Fieret. Die nodigt tot lezen uit en draagt er, naar ik hoop, mede toe bij dat velen deze uitgave zullen aanschaffen.

De auteur beschrijft op deskundige én betrokken wijze de persoon van Van Lodenstein zonder hem op een voetstuk te plaatsen. Dat laatste is in overeenstemming met wat Van Lodenstein zelf over predikanten schreef. Van groot belang achtte deze het dat de gemeente de prediking toetste. Niet een predikant heeft het laatste woord, maar het Woord van God Zelf.

Van Lodenstein was afkomstig uit een vermogend Delfts patriciërsgeslacht. Dat maakte het minder waarschijnlijk dat hij predikant werd. Een bestuursfunctie lag meer voor de hand. Predikanten waren veelal uit een iets lagere laag in de samenleving afkomstig. Echter werd reeds jong het hart van Van Lodenstein gericht op Jezus als Zaligmaker en de hoogste bron van vreugde in overeenstemming met zijn meest bekend geworden gedicht dat hij later dichtte:

Hoog omhoog, het hart naar boven,
hier beneden is het niet!
’t Ware leven, lieven, loven
is maar, waar men Jezus ziet.

Van Lodenstein ging naar Utrecht om theologie te studeren. Dat hij voor Utrecht en niet voor Leiden koos, heeft waarschijnlijk te maken met de aantrekkingskracht die de piëtistisch georiënteerde theologie toen al op hem had. Met name aan Voetius heeft hij zich heel zijn leven verbonden gevoeld. Niet alleen Voetius’ theologische onderwijs, maar ook zijn praktische vroomheid en ascese bleven een voorbeeld voor hem.

In 1642 deed Van Lodenstein voor de classis Delft zijn preparatoir examen, waarna hij als proponent het recht kreeg om te preken. Hij ging echter niet voor in vervangende of vacaturebeurten, maar schreef zich in aan de Universiteit van Franeker om nog twee jaar oosterse talen (Hebreeuws, Aramees, Syrisch en Ethiopisch) te studeren onder Johannes Coccejus, bij wie hij ook inwoonde. Ook voor deze leermeester heeft hij altijd achting gehouden, ook al deelde hij diens visie op de zondagsviering niet. Daarin ging hij heel welbewust in de lijn van Voetius.

Van Lodenstein heeft de gemeenten van Zoetermeer, Sluis en Utrecht gediend. Het overgrote deel van zijn ambtelijke bediening, namelijk van 1653 tot aan zijn dood in 1677, was hij aan de laatste gemeente verbonden. Fieret tekent Van Lodenstein als predikant, dichter en schrijver, en schenkt daarnaast uitvoerig aandacht aan het feit dat deze regentenzoon welbewust opkwam voor de zelfstandigheid van de kerk ten opzichte van de overheid. Ook daarin was hij echt een man van de Nadere Reformatie.

Van Lodenstein bleef zijn leven lang ongetrouwd. Hij leidde een leven dat gekenmerkt werd door eenvoud en ascese, maar dat ook verbonden was met grote sociale bewogenheid. Van Lodenstein wist dat een christen slechts rentmeester is van zijn bezit en dat hij dit tot eer van God en welzijn van zijn naaste dient aan te wenden. In Van Lodenstein komen de middeleeuwse mystiek en de gereformeerde leer samen. Terecht wijst Fieret erop dat deze niet tegengesteld hoeven te zijn. Van Lodenstein wenste het waardevolle uit de middeleeuwse mystiek over te nemen in de wetenschap dat een waar geloof een doorleefd geloof is.

Binnen de gereformeerde traditie heeft Van Lodenstein met zijn nadruk op ascese wel eigen accenten gelegd. Hij benadrukte zowel de zondigheid als de nietigheid van de mens tegenover het goddelijke Al. We mogen deze benadering niet als pantheïstisch typeren, want hij legde telkens toch weer de vinger bij het onderscheid tussen de Schepper en het schepsel.

Voor ieder mens geldt dat er uiteindelijk maar twee eindbestemmingen zijn: óf eeuwig met God óf eeuwig buiten God. Toen het levenseinde van Van Lodenstein naderde, vroeg iemand hem hoe het gesteld was. Van Lodenstein antwoordde toen: ‘Het is mij genoeg dat ik weet en geloof dat God de Volheid en Algenoegzaamheid van alle dingen is. Ik voel niet, maar ik weet dat in de Heere Jezus Christus de volheid van genade is, en ik leg mij neer op dat zoutverbond dat onveranderlijk is.’

Toen mijn eigen vader steeds zwakker werd en duidelijk was dat het einde van zijn leven naderbij kwam, stonden de bewuste woorden van Van Lodenstein in een artikel in Bewaar het Pand, een blad waarop mijn ouders vele jaren geabonneerd zijn geweest. Mijn vader heeft toen voor zichzelf veel troost uit deze woorden ontvangen en herkende zich in wat Van Lodenstein had gezegd: weten en geloven ook al voel je het niet.

Van Lodenstein leefde in een andere tijd dan wij en Fieret geeft aan dat zijn zienswijze niet het einde betekent van alle tegenspraak. Lodenstein zelf was zich bewust van accentverschillen met broeders aan wie hij zich nauw verwant wist. Echter, wat wij nog altijd van Van Lodenstein kunnen leren, is dat wij de plicht hebben om heilig voor Gods aangezicht te leven en dat vanuit de door genade ontvangen wetenschap dat Jezus de bron is van de hoogste en diepste vreugde.

W. Fieret heeft al meerdere kerkhistorische boeken op zijn naam staan, namelijk over Johannes Hoornbeeck, Wilhelmus à Brakel, Abraham Hellenbroek en Theodorus van der Groe. Nu is dat over Van Lodenstein eraan toegevoegd. Ik hoop dat de Heere hem kracht geeft om verder te gaan met onderzoek en om middels publicatie anderen in de vrucht daarvan te laten delen.

W. Fieret, Het hart naar boven. Leven en betekenis van Jodocus van Lodenstein (Houten: Den Hertog, 2024) hardcover 357 pp., €29,90 (ISBN 9789033132872)

Plaats een reactie