In het jaar 1837 verscheen ook op verzoek van Zwitserse vrienden een boekje in het Frans waarin Abraham Capadose zijn levensweg vertelde en hoe hij zijn zaligheid vond in Jezus Christus als de beloofde Verlosser van Israël. Abraham Capadose was evenals zijn vriend Isaäc da Costa een Sefardische of, zoals in Nederland werd gezegd, een Portugese Jood. Ten onrechte wordt nogal eens gesteld dat zij neven waren, maar dat was niet het geval. Wel hadden zij een gemeenschappelijke oom en tante. Immanuel Capadose, een broer van de vader van Capadose, was getrouwd met een zus van de vader van Da Costa.
Dat Capadose zijn levensweg allereerst in het Frans schreef, moet ons behalve door het feit dat hij allereerst Zwitserse vrienden op het oog had, niet verbazen. De bovenlaag van de Nederlandse bevolking sprak in die tijd thuis vaak Frans. Zo beheerste Abraham Kuyper het Frans even goed als het Nederlands. Het boekje is al in datzelfde jaar in het Nederlands vertaald en er verschenen ook vertalingen in het Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Deens en Armeens.
Voor de ouders van beiden gold dat zij weinig aandacht aan de godsdienst besteedden en sterk beïnvloed waren door het Verlichtingsdenken. Toch bleven zij trouw aan de Portugees-Israëlitische gemeente in Amsterdam. Dat gold ook voor Immanuel Capadose die de rabbijnse geschriften en opvattingen dwaasheid achtte, maar toch deel uitmaakte van het bestuur van de Portugees-Joodse synagoge in Amsterdam.
Zowel Da Costa als Capadose gingen in Leiden studeren. Da Costa studeerde er letteren en Capadose medicijnen. Het was de bedoeling dat Capadose de praktijk van zijn kinderloze oom Immanuel zou overnemen. Deze Immanuel Capadose was lijfarts van zowel stadhouder Willem V als koning Lodewijk Napoleon. Beiden volgden daar ook de privatissima (huiscolleges) van Willem Bilderdijk. Wat hen onder andere aan Bilderdijk verbond was de gemeenschappelijke liefde tot het huis van Oranje.
Bilderdijk stak zijn liefde voor het Oude Testament niet onder stoelen of banken en uiteraard kwam dan ook naar voren dat naar zijn overtuiging het Oude Testament in Christus was vervuld. Echter, hij trachtte Da Costa en Capadose niet expliciet voor het christelijk geloof te winnen. Wel schreef hij kort nadat Da Costa in het huwelijk was getreden met Hanna Belmonte, hem een brief waarin ook dichtregels voorkwamen. De brief eindigde met de dichtregel: ‘Weest christen, dierbare vriend, zo eindig ik verheugd mijn loop.’
Het kwam Capadose voor dat Da Costa zich hier te weinig aan stoorde. Zij gingen samen het Nieuwe Testament lezen met als doel beter te kunnen beargumenteren waarom zij aan de wens van Bilderdijk geen gehoor gaven. Echter, reeds direct viel hen op dat Mattheüs het gezag van het Oude Testament niet verwierp maar juist nadrukkelijk erkende. De uitkomst was dat Da Costa en zijn vrouw samen met Capadose op 20 oktober 1822 in de Leidse Pieterskerk werden gedoopt. Capadose vertelt, dat hoe zekerder hij ervan werd dat Jezus de beloofde Christus was, hoe meer de zondelast hem ging drukken en hoe meer het hem ging bezwaren dat hij Hem nog niet openlijk beleed.
De laatste herdruk van de Nederlandse vertaling van de levensweg van Capadose verscheen samen met vijf andere brochures van de hand van Capadose in 1988 onder redactie van de inmiddels overleden drs. C.R. van den Berg. Daarbij ging het om een fotomechanische herdruk van de negentiende-eeuwse uitgave.
Het is een zeer goede zaak dat uitgeverij Gebr. Koster op initiatief van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten een herdruk verzorgde van de bekeringsweg van Capadose. Het boekje is niet alleen opnieuw gezet maar ook op uitnemende wijze hertaald door de neerlandicus drs. C. Bregman. Dit verhoogt de toegankelijkheid ervan.
In deze uitgave volgt op de bekeringsweg van Capadose een korte schets van het leven van Capadose van de hand van L. Vogelaar. In deze levensschets wordt Capadose geplaatst in de context van het Reveil. Besloten wordt met een bijdrage van ds. W. Silfhout die jarenlang deel uitmaakte van het deputaatschap voor Israël, over de visie van Capadose op Israël.
Capadose vertelt in het boekje dat hij door het bestuderen en overdenken van het Nieuwe Testament in relatie met het Oude Testament meer en meer tot de overtuiging kwam dat Jezus de beloofde Messias was en ten slotte niet kon nalaten dit openlijk te belijden. Ontroerend is dat ook zijn jongere broer Joseph op zijn sterfbed Jezus als zijn Zaligmaker beleed en betuigde in de drie-enige God te geloven. Ook de vader van Capadose werd tegen het einde van zijn leven steeds meer ontvankelijk voor het christelijk geloof.
Capadose heeft zelf in zijn levensverhaal de les die de lezer eruit kan trekken samengevat: ‘Dit is de voor ieder werkzame goddelijke genade – genade die leidt, die verlicht, die ons kracht verleent om Jezus’ wil te lijden, die troost, die tot Christus trekt, die geloof geeft, die rechtvaardigt, die ons de gerechtigheid van Christus toerekent; genade die de wedergeboorte werkt, die heiligt; kortom, genade voor genade. Prijs God om deze vrije, onverdiende verkiezing van vóór de grondlegging van de wereld. Zij is de bron van alle genade en gelukzaligheid.’
Capadose zag vurig uit naar de bekering en het nationaal herstel van Israël. Hij wees de zienswijze af dat Evangelieverkondiging aan Joden niet nodig is, omdat God Zelf hen zal bekeren. Hij vond dat meerderen in de kring van het Reveil een te afwachtende houding aannamen als het ging om Evangelieverkondiging aan het Joodse volk en gebed voor de bekering van het Joodse volk.
In de bevordering van het verbreiden van het Evangelie zag Capadose een bijzondere taak weggelegd voor het huis van Oranje. Met Silfhout val ik Capadose helemaal bij dat er nog onvervulde beloften zijn voor het Joodse volk en dat wij mogen uitzien naar de bekering van Israël. Evenals hij heb ik vragen bij het chiliasme van Capadose. Het boek Openbaring heeft een visionair karakter. Dat moet bij de uitleg worden verdisconteerd en dat doet Capadose te weinig.
Overigens heeft het chiliasme van Capadose, zoals Silfhout weergeeft, een geheel eigen vorm. Volgens Capadose is het paradijs waarover de Heere Jezus met de moordenaar aan het kruis sprak, een tussentoestand tussen hemel en aarde. Bij Zijn wederkomst gaat Christus naar dit paradijs en ontvangen de zielen die Hem daar verwachten lichamen. Op aarde vindt dan het herstel van de Joodse natie plaats en wordt ook de tempel herbouwd. Deze toestand duurt duizend jaar. Dan vindt een laatste aanval van Gods vijanden plaats en breekt het laatste oordeel aan.
Silfhout sluit zijn bijdrage af met de woorden van Capadose waarin hij diens drang verwoordt: ‘Om Israël te brengen aan de voeten van zijn Messias en om de belangen van Israël te leggen aan het hart van de Heere en aan het hart van Zijn volk.’ Met Silfhout zeg ik: ‘Wie zou daar tegen kunnen zijn?’
Capadose is veel minder bekend dan zijn vriend Da Costa. Onder andere daarom is het verheugend dat deze uitgave verscheen. Uit Capadoses levensweg kunnen we leren dat God mensen zoekt die Hem niet zoeken. Dat geldt Jood en heiden en is voor iedereen relevant. Wie belangstelling heeft voor de Nederlandse kerkgeschiedenis van de negentiende eeuw kan zijn kennis verbreden en met de analyse die Silfhout biedt van de visie van Capadose op Israël kan iedereen zijn winst doen.
Het deputaatschap voor Israël heeft binnen de gereformeerde gezindte na de Tweede Wereldoorlog een voortrekkersrol vervuld in de zienswijze dat liefde tot het Joodse volk en besef van de blijvende betekenis van dit volk verbonden moet zijn met verkondiging van het Evangelie aan de Joden. Ik noem in dit verband de naam van de inmiddels overleden predikant ds. R. Boogaard. Deze uitgave staat in het teken van de genoemde overtuiging. Hartelijk ter lezing aanbevolen.
C. Bregman, L. Vogelaar en ds. W. Silfhout, Abraham Capadose. Bekering, leven en visie op het Joodse volk (Barneveld: Gebr. Koster, 2024), hardcover 123 pp., €19,95 (ISBN 9789463702911)