Verder met Rome?

Samen met dr. H. Brons schreef ik een boekje getiteld Verder met Rome? Breed leeft de gedachte dat de kloof met Rome feitelijk achterhaald is. Ik weet het, er zijn ook tal van gemeenteleden die de vraag naar de kloof met Rome helemaal niet interesseert. Zij concentreren zich op de plaatselijke gemeente. Maar uiteindelijk kan niemand om de vraag heen wat de kerk tot kerk maakt en wat iemand tot een levend lid van de kerk maakt.

Als het gaat om het eerste belijdt de Reformatie dat het allerbelangrijkste kenmerk van een christelijke gemeente is dat aan alle gelovigen verkondigd en openlijk betuigd wordt dat hun, zo dikwijls als zij de beloftes van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus’ wil, vergeven zijn; daarentegen wordt aan alle ongelovigen en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang zij zich niet bekeren; en naar dit getuigenis van het Evangelie zal God zowel in dit als in het toekomende leven oordelen (vgl. antwoord 84 van de Heidelbergse Catechismus).

Kenmerkend voor ware christenen is dat zij Jezus Christus als de enige Zaligmaker aangenomen hebben, van de zonde wegvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet afwijken noch ter rechter- noch ter linkerhand, en hun vlees kruisigen met zijn werken. En dat niet alsof er nog geen grote zwakheid in hen is; maar zij strijden daartegen door de Geest al de dagen van hun leven en nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heere Jezus, in Wie zij de vergeving hunner zonden hebben, door het geloof in Hem (vgl. artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis).

Uit een reactie van dr. A. Huijgen op CVandaag op het door dr. Brons en mij geschreven boekje blijkt dat ook nu nog hier de wegen uiteengaan. Huijgen is een van de theologen die een eenwording met Rome bepleit. Zijn argument is dat wij door Christus aan elkaar zijn gegeven. Wij vormen één familie.

Dat is in iets andere woorden hetzelfde argument dat kardinaal Sadolet gaf in een brief aan de inwoners van Genève waarin hij op hen een dringend appel deed om terug te keren naar Rome en zich onder de veilige vleugels van de Kerk als moeder te scharen. Calvijn heeft op die brief een indrukwekkend antwoord gegeven. Daarin komt naar voren dat de grote vraag is of in de verkondiging het juiste antwoord wordt gegeven op de vraag hoe wij rechtvaardig voor God kunnen verschijnen.

Overigens geeft Huijgen, die zelf christelijk gereformeerd is, hier aan welke route de Christelijke Gereformeerde Kerken moeten bewandelen om uit de huidige impasse te komen. De Christelijke Gereformeerde Kerken komen voort uit de Afscheiding van 1834. Daaraan is onlosmakelijk de naam van Hendrick de Cock verbonden. In zijn tweede gemeente Ulrum kwam hij tot bekering. Formeel werd De Cock geschorst en vervolgens afgezet omdat hij kinderen uit een andere gemeente had gedoopt.

Iedereen weet dat de werkelijke reden is dat hij een boekje had geschreven tegen twee van zijn collega’s, namelijk De schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven en verdedigd door H. de Cock. Op flagrante wijze schond hij daarmee voor menige predikant in de Hervormde Kerk de ongeschreven regel van collegialiteit.

Wanneer de Christelijke Gereformeerde Kerken naar de stem van Huijgen luisteren zullen zij hierover schuld gaan belijden. Want hoezeer zijn collega’s ook van hem van mening verschilden, De Cock had in de zienswijze van Huijgen moeten weten dat zij door Christus aan elkaar gegeven waren en samen bij het ene huisgezin van God behoorden. Dan is de weg voor de Christelijke Gereformeerde Kerken nu om zich als tussenoplossing bij de Protestantse Kerk in Nederland aan te sluiten om daar het voortouw te nemen in het zoeken van kerkelijke eenwording met Rome. Als men alle ruimte geeft aan hen die hier niet in meekunnen en op een ordelijke wijze uit elkaar gaat, kunnen allerlei getouwtrek en onvruchtbare discussies de Christelijke Gereformeerde Kerken bespaard blijven.

Niet minder dan de Hervormde Kerk zijn de Christelijke Gereformeerde Kerken kerken geworden die voor een niet onbelangrijk deel ontzonken zijn aan de gereformeerde belijdenis. Het duidelijkst blijkt dat wel uit het feit dat er ruimte is om af te wijken van de gereformeerde belijdenis als het gaat om wat daarin vanuit de Schrift betuigd wordt over huwelijk en seksualiteit. Wie ruimte ziet voor seksuele relaties buiten het huwelijk tussen één man en één vrouw wijkt trouwens af van het geloofsgoed van de Kerk der eeuwen en niet alleen van de gereformeerde belijdenis. En dat op een punt dat de eeuwige bestemming van de mens raakt.

Ik zeg dit niet uit de hoogte; jarenlang heb ik gediend in een kerk die ook op dit punt steeds meer in verval raakte. Nu dien ik al meer dan twintig jaar de (Hersteld) Hervormde Kerk. Echter, ook hier geldt: ‘die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.’ (1 Kor. 10:12) Dagelijks gebed is nodig of de Heere Zijn Kerk beschermt en bewaart, haar behoedt voor verval en opricht uit haar verval. Als wij zo God aanroepen mogen we grote dingen van Hem verwachten. Gods werk is herkenbaar, maar we moeten God niet gaan voorschrijven waar Hij Zijn werk in stand moet houden of tot stand moet brengen. God laat Zich ook hierin niets ontwringen. Hij wil wel gebeden zijn.

Het zal duidelijk zijn dat ik zowel over waar de kerk is als over wie een christen is anders denk dan Huijgen. De kerk is overal waar verkondigd wordt dat er maar één Naam onder de hemel tot zaligheid is. Dan horen wij dat wij alleen zonder vrees God kunnen ontmoeten als wat Christus voor ons en in onze plaats deed, op onze naam is gezet.

Wij krijgen deel aan Christus en Zijn werk als wij door het geloof aan Hem worden verbonden. Dan is niet alleen Zijn werk buiten ons en voor ons onze enige houvast en grond voor de ontmoeting met God, maar gaan we ook uit Hem en voor Hem leven. Tussen ons en de wereld staat vanaf dan Zijn kruis.

Zo’n geloof is niet iets van onszelf. Het is de Heilige Geest Zelf Die het in ons werkt. Wij worden wedergeboren tot een levende hoop. Als een gemeente een gestalte is van de kerk van Christus horen we dat niet onze doop of onze avondmaalgang een garantie is om het koninkrijk van God in te gaan; dat is alleen een levend geloof in Christus en dat is niet uit ons, het is Gods gave. Daarom is zo nodig dat in de verkondiging duidelijk wordt wat Jezus tegen Nicodemus zei: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.’ (Joh. 3:3).

Onder de oude bedeling werd je niet zalig puur omdat je op de achtste dag was besneden. Nodig was dat je hart ook was besneden. Dat God het stenen hart uit je wegnam en je een vlesen hart gaf. Zo kunnen we onder de nieuwe bedeling God niet ontmoeten enkel en alleen omdat we als verbondskind gedoopt waren en vervolgens toen wij een bepaalde leeftijd hadden bereikt belijdenis deden en ten avondmaal gingen. De vraag is of wij alle dingen schade hebben leren achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus.

Daarin zijn alle levende lidmaten van Christus gelijkgezind en zijn zij gelijkgezind omdat God hen tot Zich trok met de koorden van Zijn eeuwige liefde. Zo zijn alle kinderen van God gelijkgezind omdat zij gelijk bemind zijn. Dat laatste blijkt in het feit dat God ons door Zijn Geest overtuigde van zonden, ons aan Christus verbond en wij Hem lief kregen, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Laten wij ons afvragen of wij zo gelijkgezind zijn. Anders kunnen we wel menen dat God ons bemint, maar moet ons worden gezegd en dat wij ons moeten bekeren voor het te laat is : ‘Wee, u gij adderengebroed, wie heeft u aangezegd dat u de toekomende toorn moet ontvluchten?’ Luther was ervan overtuigd dat de Wet moet worden gepredikt opdat wij onze schuld onder ogen leren zien. Tegenover de aanklacht van de Wet staat dan de boodschap van verzoening en verlossing. Wet en Evangelie. Die tweeslag vinden we ook in het antwoord dat Calvijn aan Sadolet gaf. Ook Johannes de doper wees niet alleen de schuld aan maar wees ook op het Lam van God Dat de zonde van de wereld wegneemt.

Dan volgt nu nog de inleiding die ik samen met mijn collega Brons schreef op Verder met Rome?

*

Inleiding

Dit boek verschijnt bij een kerkelijk jubileum. In 2025 is het zestig jaar geleden dat in Rome het Tweede Vaticaanse Concilie werd afgesloten, een kerkelijke vergadering met grote gevolgen voor de kerk. Het vond plaats in de roerige jaren zestig van de vorige eeuw, waarin buiten de kerk veel in beweging kwam. Het concilie bracht ook de Rooms-Katholieke Kerk in beweging. Je kunt zeggen dat de luiken van de kerk opengingen. Niet alleen werd het gebruikelijk om de mis in de landstaal te vieren, ook de houding naar andere kerken en naar de wereld buiten de kerk werd anders.

Naar haar eigen overtuiging heeft Rome haar leer geherinterpreteerd maar niet gewijzigd. Geconstateerd moet worden dat in de documenten van Vaticanum II meer dan eens formuleringen voorkomen die voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Dat verklaart mede de spanningen die er nu in de Rooms-Katholieke Kerk zijn.

Hoe dan ook bleef de Rooms-Katholieke Kerk ook na Vaticanum II vasthouden aan veel kerkelijke tradities, en vormt ze daarmee een baken van rust in een woelige wereld.

Die rijke tradities binnen de Rooms-Katholieke Kerk en haar verankering in de kerk van alle eeuwen doen een appel op velen. Ook al heeft de secularisatie in de Nederlandse provincie van het kerkgenootschap hard toegeslagen, toch treden er jaarlijks velen toe. Daaronder bevinden zich ook mensen uit reformatorische kerken. Wat trekt hen aan in de Rooms-Katholieke Kerk? Een enquête van de stichting In de Rechte Straat uit 2021 maakt duidelijk dat vooral jongeren in afnemende mate een tegenstelling zien met de Rooms-Katholieke Kerk. Ongetwijfeld heeft dat te maken met de veranderingen als gevolg van het concilie. Niet alleen gingen de luiken van de kerk open, ook de wapens werden neergelegd. De Rooms-Katholieke Kerk toont zich niet langer de geharnaste bestrijder van de protestantse leer, maar veelmeer de moederkerk die afgedwaalde zielen een welkom thuis biedt. Bovendien heeft de eenheid die de Kerk van Rome te bieden heeft een grote aantrekkingskracht op jongeren, ook al gaan onder die eenheid soms diepgaande verschillen schuil in leer en leven.

De veranderingen binnen de Rooms-Katholieke Kerk sinds het Tweede Vaticaanse Concilie hebben grote aantrekkingskracht uitgeoefend op gezaghebbende protestantse theologen. Nog tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie publiceerde G.C. Berkouwer over de invloed en de betekenis van de zogeheten nieuwe theologie op het concilie. Op het concilie was hij als gast aanwezig, namens de protestantse kerken. Zo kon hij zijn indrukken uit de eerste hand doorgeven. Hij noemt de uitnodiging van waarnemers van zeer verschillende niet-katholieke kerken een ‘niet te loochenen aspect’ van ontmoeting. Opvallend is zijn milde toon over het concilie, zij het dat hij met name rond de plaats van de paus en de Mariaverering afstand neemt van de besluitvorming. ‘Gerrit Berkouwer valued the debates more highly than the council’s decisions’, zo vatte Donald W. Norwood in 2023 Berkouwers positie samen.

Intussen is het draagvlak voor de beslissingen van het concilie toegenomen, ook onder protestanten. Begin 2024 sprak een groep Nederlandse theologen van protestantse huize gezamenlijk uit volop ruimte te zien voor een nieuwe dialoog met de Rooms-Katholieke Kerk. Een belangrijke overweging daarbij is dat de Rooms-Katholieke Kerk de eeuwen door aanmerkelijk zou zijn veranderd. Die oproep staat niet op zichzelf. Verschillende reformatorische kerken zijn in de achterliggende decennia zelf anders gaan denken over de aard van het Schriftgezag en over hun openheid naar de wereld. De Gereformeerde Kerken waar G.C. Berkouwer toe behoorde, zijn hen daarin voorgegaan. Zelf heeft Berkouwer een voortrekkersrol gehad in die veranderingen. Betekent dit dat oude tegenstellingen inmiddels overbrugbaar zijn? Dat roept de vraag op of het anno 2025 voor protestanten tijd is om zich te bezinnen op een verder gaan met Rome.

Niet alleen in Nederland speelt die vraag. In 1999 werd door lutherse en rooms-katholieke theologen een ‘Gezamenlijke Verklaring over de leer van de rechtvaardiging’ opgesteld die werd goedgekeurd door de Pauselijke Raad voor de bevordering van de Eenheid van de Christenen en de Lutherse Wereldfederatie. Er wordt geconcludeerd dat belangrijke verschilpunten tussen Rome en Reformatie zijn weggevallen als het gaat om de leer van de rechtvaardiging. Daarbij moet wel worden aangetekend dat juist lutherse kerken die onverkort vast willen houden aan hun confessionele erfenis, deze verklaring niet hebben ondertekend. Inmiddels hebben ook meerdere andere protestantse kerkgemeenschappen hun instemming met de genoemde verklaring betuigd. Maar ook daar zien we dat die instemming niet geldt voor kerken en kerkleden die aan het oorspronkelijke geloofsgoed van hun kerk willen vasthouden.

In de Angelsaksische wereld klinkt al enkele decennia het geluid dat rooms-katholieken en protestanten in een aantal belangrijke zaken één zijn in leer en leven. Daarvan getuigt het document Evangelicals and Catholics Together. Opmerkelijk is dan wel dat de leer van de rechtvaardiging niet wordt genoemd. Juist daarom zijn in diezelfde Angelsaksische wereld ook verschillende tegengeluiden te horen, waaronder van Richard Bennett, R.C. Sproul en D.G. Hart. Ook de studies van de Italiaanse theoloog Leonardo De Chirico moeten in dit verband worden genoemd. Het zijn geluiden die in Nederland minder te horen zijn, althans in boekvorm.

Dit boek is een samenwerking van twee auteurs uit verschillende kerkgenootschappen. Zij danken meelezers voor het kritisch meelezen met het manuscript. Het boek is bedoeld voor betrokken gemeenteleden. Het boek probeert een bijdrage aan het gesprek te leveren vanuit de vijf Sola’s van de Reformatie. Of beter, vanuit drie sola’s, een solus en een soli: Sola Scriptura, Sola Fide, Sola Gratia, Solus Christus en Soli Deo Gloria. Daarbij gaat het om zaken die vanouds schuur- en strijdpunten opleveren tussen Rome en Reformatie. De gesprekspunten betreffen het Schriftgezag, de rechtvaardiging door het geloof en onderwerpen die samenhangen met de kerk, zoals de sacramenten, kerkregering en de plaats van Maria. Dr. P. de Vries heeft de hoofdstukken over de rechtvaardiging door het geloof en de genadeleer voor zijn rekening genomen. Dr. H. Brons heeft de overige hoofdstukken geschreven. Beide auteurs hebben met elkaar meegelezen, maar zijn zelf verantwoordelijk voor hun bijdragen. Omwille van de leesbaarheid is afgezien van een notenapparaat. Een verantwoording van gebruikte literatuur is achterin te vinden.

Evenmin als de reformatoren en mannen als Voetius, À Brakel, Ryle en M’Cheyne, ontkennen wij dat er nog ware christenen binnen de rooms-katholieke kerk kunnen zijn. Wie als schuldig zondaar op Christus vertrouwt en voor Hem wil leven, draagt de kenmerken van een kind van God. Dat blijft staan, ook als iemands inzichten in allerlei opzichten gebrekkig zijn en hij zich beweegt in een kerkelijke kring die hij zou moeten verlaten om de Bijbelse prediking te horen.

Toen paus Pius IX het Eerste Vaticaanse Concilie bijeenriep, schreef de Amerikaanse theoloog Charles Hodge namens twee presbyteriaanse kerken waarom protestanten daar niet aanwezig konden zijn. Hij eindigde deze brief als volgt:

Hoewel we niet kunnen terugkeren naar de gemeenschap van de Kerk van Rome, verlangen we ernaar om in liefde te leven met alle mensen. Wij hebben allen lief die onze Heere Jezus Christus in oprechtheid liefhebben. Wij beschouwen allen die Hem aanbidden, liefhebben en gehoorzamen als hun God en Zaligmaker, als christelijke broeders, en wij hopen in de hemel verenigd te zijn met allen die zich op aarde met ons verenigen in de woorden: ‘Aan Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden heeft gewassen in Zijn eigen bloed, en Die ons tot koningen en priesters heeft gemaakt voor God en Zijn Vader; Hem zij de heerlijkheid en heerschappij tot in alle eeuwigheid. Amen’ (Openb. 1:5-6).

Wat christenen van de Reformatie eeuwenlang met Rome verbond, was het diepe eeuwigheidsbesef. De vrees en onzekerheid die dat teweegbracht of kon brengen, kon Rome in onderscheid met de Reformatie veel positiever waarderen. Maar als we dat even terzijde laten, konden gesprekken worden gevoerd vanuit de wetenschap dat de uiteindelijke bestemming voor de mens in de eeuwigheid ligt en dat dit niet zonder meer de eeuwige gelukzaligheid is.

Beide auteurs weten van goede contacten met rooms-katholieke medechristenen. Een van de auteurs (PdV) heeft in de tijd dat hij pastoraal medewerker was van de hervormde gemeente te Wijk bij Heusden meer dan eens in ziekenhuizen in ’s-Hertogenbosch goede gesprekken gehad met oudere rooms-katholieken die nog helemaal in het klimaat van vóór het Tweede Vaticaanse Concilie waren opgegroeid. Zij vroegen zich af of hen dan maar wat wijs was gemaakt als hun vroeger was verteld over de realiteit niet alleen van de hemel maar ook van de hel. Meer dan eens zeiden ze tegen mij: ‘Meneer pastoor gelooft niet eens dat er een hel is.’ Zelf voelden zij zich ontredderd en ik merkte dat het voor hen een vraag was hoe je een heilig God kon ontmoeten. Dan wees ik hen op Christus als het Lam van God. Het Tweede Vaticaanse Concilie heeft het lezen van de Schrift door leken bevorderd, maar er is ook veel verdwenen wat over de grenzen van Rome en de Reformatie herkenning gaf.

Nu valt bij menigeen wel heel veel nadruk op het hier en nu en op de taak die de kerk en de christenen in dit leven hebben. Ook al blijft staan dat de uiteindelijke bestemming van de mens in de eeuwigheid ligt, omdat de mogelijkheid van verloren gaan voor velen in de lijn van het Tweede Vaticaanse Concilie een randmogelijkheid is geworden, is het eeuwigheidsbesef bij menigeen sterk naar de achtergrond geweken.

De auteurs hopen in dit boek te laten zien dat bij alle veranderingen sinds het Tweede Vaticaanse Concilie er veel hetzelfde is gebleven in de Rooms-Katholieke Kerk. In navolging van De Chirico hebben zij gelet op de onderwerpen die vanouds scheiding maken. De Chirico laat zien dat woorden soms hetzelfde kunnen klinken, maar dat er een andere wereld achter schuilt. Het gaat om de onopgeefbare rijkdom van de Reformatie. Daarin staat de volle genade van de Heere Jezus als enige Zaligmaker en Voorspraak centraal, die te vinden en te ontvangen is door het geloof alleen. Bij alle goeds dat uit de schat van alle eeuwen uit de Rooms-Katholieke Kerk tot ons komt, scheiden voor ons hier de wegen.

Juist onder protestanten die bij hun geestelijke erfenis leven, zijn er onderling veel overeenkomsten. Dan denken we vooral aan de vijf Sola’s van de Reformatie. De daarbij beleden en ervaren eenheid gaat dieper dan die met de Kerk van Rome als instituut. Tegelijk mogen we bidden met de hiervoor aangehaalde woorden van Charles Hodge om eenheid in liefde tot en gehoorzaamheid aan Christus alleen.

dr. H. Brons en dr. P. de Vries, Verder met Rome? Een protestantse blik op rooms-katholieke leer en praktijk (Apeldoorn: De Banier, 2025), paperback 133 pp., €14,95 (ISBN 9789402912746)

Plaats een reactie