In het Nederlands Dagblad van 3 februari 2026 stond een interview met mij. De interviewer heeft echt keurig weergegeven wat ik zei, al wordt in een verslag van een interview natuurlijk altijd een selectie gemaakt. Wie het wil lezen verwijs ik naar de volgende link: https://www.nd.nl/geloof/geloof/1303467/hersteld-hervormd-predikant-piet-de-vries-verlangt-naar-vroeg
Niet alleen voor mij maar ook voor de journalist die he t interview afneemt, is het een verrassing welke kop de eindredactie boven een interview of artikel zet. In dit geval was dat: Hersteld-hervormd predikant Piet de Vries verlangt naar vroeger. ‘Toen was er nog respect voor Gods geboden’. Nu, zou ik er zelf eerlijk gezegd een andere kop boven hebben gezet. Ik heb geconstateerd dat er één tot twee generaties geleden veel meer cultuurchristendom was dan nu. Toen had trouwens nog een aanmerkelijk groter deel van ons volk een band met de christelijke kerk.
Maar ik leef in de wetenschap dat God van tevoren mijn tijd en woonplaatsen heeft bepaald (vgl. Hand. 17:26). De keuze van de Heere is goed. Hij deed mij opgroeien in een christelijk gezin. Mijn ouders namen mij mee naar een kerk waar ik hoorde dat alleen het bloed van Christus van alle zonden reinigt en dat God mensen roept uit de duisternis tot Zijn wonderbare licht.
En als ik nu door genade al sinds mijn vijftiende jaar mag weten dat ik gereinigd ben door Christus’ bloed en geroepen ben uit de duisternis tot Gods licht, dan heb ik al helemaal geen enkele reden om bij Gods voorzienige en ook vaderlijke leiding in mijn leven een vraagteken te zetten. Wat God deed en doet is goed.
Ik kan wel met Paulus zeggen dat ik een begeerte kan hebben om ontbonden te worden en met Christus te zijn, want dat is veruit het beste (vgl. Filip. 1:23). Maar toch bid ik dat God mij nog een aantal jaren spaart voor mijn kinderen en kleinkinderen, en ook voor Gods kerk in Nederland (vgl. Filip. 1:24). Voor Gods troon wordt immers door allen Gods Naam geprezen maar hier beneden door lang niet iedereen.
Mijn gebed is dat God mij er in de komende jaren, als Hij mij die geeft, voor wil gebruiken anderen daartoe te bewegen. Dan heb ik niet tevergeefs geleefd. Ik wist en weet mij geroepen tot dienaar of heraut van het Evangelie, om mensen voor Christus te winnen en kinderen van God op te bouwen in het allerheiligste geloof en dan met name treurigen te mogen troosten.
Ik verlang en zie uit naar een opwekking en opleving; niet alleen elders in de wereld maar ook hier in Nederland. Niets is bij de HEERE onmogelijk. Hij kan de woestijn laten bloeien als een roos (Jes. 35:1) en uit stenen kinderen van Abraham maken (Matth. 3:9).
Er is een boek met de titel: Het wonder van de negentiende eeuw. Tegen de verwachting van de liberale elite in bleek de kracht van het geloof van de Kerk der eeuwen; het geloof dat verzoening door voldoening belijdt en de wedergeboorte door Gods Geest. De situatie nu is veel donkerder dan in de negentiende eeuw. En toch God hoeft maar te spreken en het is er (vgl. Psalm 33:9). Zo zou er als God dat geeft een boek kunnen verschijnen over Zijn Kerk in Nederland met als titel: Het wonder van de eenëntwintigste eeuw. Maar wat God ook over ons heeft besloten, laten wij trouw zijn aan Zijn geopenbaarde wil in de wetenschap dat Christus Zijn gemeente altijd nabij blijft en dat wie van Zijn gemeente een levend lid is, het eeuwig zal blijven.
Bovenal zie ik uit, en verlang ik naar de wederkomst van onze Heere Jezus Christus. Wat zal het zijn als de gehele kerk verkoren door de Vader, vrijgekocht door de Zoon en levend gemaakt door de Heilige Geest het nieuwe Jeruzalem mag binnengaan. ‘En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.’ (Openb. 22:17)
Met Guido de Brès kan ik zeggen dat ik meer dan eens zelfs met groot verlangen naar die dag uitzie (vgl. artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis). Dan mag ik in een verheerlijkt lichaam en samen met al de heiligen Christus voor eeuwig grootmaken als Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed (Openb. 1:4b-5).
Ik besluit met het lied Amazing Grace dat al sinds de middelbareschooltijd een van mijn lievelingsliederen is:
Amazing grace, how sweet the sound,
That saved a wretch like me;
I once was lost, but now am found;
Was blind, but now I see.
*
’Twas grace that taught my heart to fear,
And grace my fears relieved;
How precious did that grace appear
The hour I first believed!
*
Through many dangers, toils, and snares,
I have already come;
’Tis grace has brought me safe thus far,
*
The Lord has promised good to me,
His Word my hope secures;
He will my shield and portion be,
As long as life endures
*
Yes, when this flesh and heart shall fail,
And mortal life shall cease,
I shall possess, within the veil,
A life of joy and peace.
*
The earth shall soon dissolve like snow,
The sun forbear to shine:
But God, who called me here below,
*
When we’ve been there ten thousand years
Bright shining as the sun,
We’ve no less days to sing God’s praise
Than when we first begun.