Mij bereikten opmerkingen dat er ook ter rechterzijde in kerkelijk Nederland afwijkingen en dwalingen zijn. Deze opmerkingen bereikten mij naar aanleiding van vragen over het boek dat dr. Van Vlastuin schreef over de doop. In verband daarmee wees ik op de ernst van het gevaar dat de doop als zodanig in een nieuwe werkelijkheid plaatst, terwijl juist geldt dat wij niet door de doop in Christus worden ingelijfd maar door het geloof. Bij kinderen kan dat geloof als zaad al aanwezig zijn.
De doop is het uiterlijk waterbad, maar niet de doop reinigt ons van alle zonden maar het bloed van Christus. Niet door de doop worden we in een nieuwe werkelijkheid geplaatst, maar door de Heilige Geest Die ons wederbaart en met Christus verenigt. De doop is van die zaken een teken en zegel, maar we mogen teken en zegel niet met de wedergeboorte en de vereniging met Christus vereenzelvigen.
Nu is het waar dat er ook aan de rechterzijde van het kerkelijke spectrum afwijkingen zijn. Als het gaat om de doop lijkt die soms een lege huls te zijn die nauwelijks beteken heeft of hooguit een aansporing is voor de ouders om hun kinderen tot eer van God op te voeden, maar geen sacrament waarvan we óf de kracht in geloof mogen kennen óf het ontheiligen.
In het algemeen geldt, los van links of rechts, licht of zwaar, dat mensen gebrekkige inzichten hebben en toch ware christenen zijn, omdat zij Christus als hun volkomen Zaligmaker liefhebben, er weet van hebben dat de Heilige Geest en niet eigen krachten hen aan Christus verbond, en voor Hem willen leven. Noch leerstelling noch bevindelijk leren we alles in één keer. We moeten trouwens ons leven lang een leerling blijven.
Wel moet duidelijk zijn dat er buiten Christus en het geloof in Hem geen behoud is. Niet alleen links in de kerk maar ook rechts tot soms heel rechts, kan beweerd worden dat men wedergeboren kan zijn zonder Christus te kennen. Dat is tegen de Schrift en ook tegen de gereformeerde belijdenis. De Schrift leert: ‘Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.’ (1 Joh. 5:12) En in de Dordtse Leerregels lezen we: ‘De wijze van deze werking (namelijk de wederbarende werking van Gods Geest; P.d.V.) kunnen de gelovigen in dit leven niet volkomen begrijpen; ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven, en hun Zaligmaker liefhebben.’ (DL III/IV, 13)
Ongetwijfeld is er in het kennen en liefhebben van Christus trap en mate. Opnieuw benadruk ik dat wij niet alles in één keer leren en we ons leven lang een leerling moeten blijven. Ik wijs slechts op Efeze 1:15-23 en 3:14-21. Hier vinden we gebeden die dienen om meer zicht te krijgen op Christus en Zijn weldaden. Petrus’ laatste geschreven woorden waren: ‘Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen.’ (2 Petr. 3:18)
De zienswijze dat men wedergeboren kan zijn zonder Christus te kennen en liefhebben moet zonder enige reserve als zielsmisleidend worden getypeerd. Dan maakt het niet uit of zij onder een lichte of een zware vlag wordt gepresenteerd en of men over links of rechts spreekt. Hier gelden niet minder dan bij verbondsautomatisme de woorden van J.C. Ryle dat men zijn ziel niet door zo’n boodschap mag laten vergiftigen.
Van groot belang is dat Christus nabij gebracht wordt in de prediking en dat alle hoorders van het Woord ertoe worden opgeroepen zich onmiddellijk tot God te bekeren en tot Christus te vluchten. Bij Hem zijn we welkom. Het feit dat wij daar uit onszelf niet toe bekwaam zijn en het ook niet willen, mag niets van die oproep afdoen. Want het geloof leert steunen op Gods beloften.
De vraag is of wij beseffen dat wij Hem nodig hebben, maar blijf nooit weg van Hem. Zijn we gedoopt, dan komt daarbij dat wij het teken en zegel ontvangen hebben van de opname in de ene, heilige, katholieke christelijke kerk. Dat teken en zegel is allereerst voor de dopeling zelf bedoeld, al kan de hele gemeente getroost worden als kinderen dan wel volwassenen worden gedoopt.
Niet minder dan het avondmaal vraagt ook de doop om geloof, en dan blijkt een levend geloof uit goede werken. Ontbreken die, dan ontheiligen wij onze doop. Het is op zijn minst heel eenzijdig als wel tegen het ontheiligen van het avondmaal wordt gewaarschuwd, maar niet tegen het ontheiligen van de doop. Zuigelingen en ook kleine kinderen kunnen we dat niet verwijten, maar dat ligt anders als wij opgroeien en al helemaal als wij volwassen zijn.
Er is maar één oplossing als wij onze doop ontheiligen, en dan verwoord ik het met de woorden van Mozes: ‘Ik neem heden tegen u tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad’ (Deut. 30:19). Als wij niet weten hoe wij moeten kiezen voor het leven en merken dat wij feitelijk niet willen, laten we dan als Augustinus bidden: ‘Geef Gij mij wat Gij mij beveelt en beveel dan van mij wat Gij van mij wilt.’
Niemand mag nalaten om te gaan pleiten op Gods beloften. Mag een onbekeerd mens dat doen? Dat blijft een heilig mysterie. Een mens pleit óf op Gods beloften en vraagt om genade óf hij pleit – al zijn de woorden orthodox – op eigen verdiensten en kwaliteiten, op zijn veelvuldige bidden, zijn Bijbellezen, het feit dat hij bij een goed kerkverband behoort, er zo mee bezig is, enz. Wie gaat pleiten op Gods beloften en gaat vragen om genade, hoeft ten diepste niet meer verhoord te worden omdat hij of zij reeds verhoord is.
We leren niet alles in één keer, maar meer dan eens zijn ter rechterzijde onderscheidingen gemaakt die geen recht doen aan de eenheid van de geestelijke zegeningen die God al Zijn kinderen schenkt. Zo zouden er mensen zijn die wel wedergeboren zijn, maar niet gerechtvaardigd, of wel gerechtvaardigd, maar nog niet aangenomen tot Gods kind. Men heeft dat in Nederland zelf niet in de gaten, maar men dwaalt dan op eenzelfde wijze als pinksterchristenen en charismatische christenen die menen dat men wedergeboren kan zijn en toch nog niet met de Heilige Geest gedoopt. Wie in de wereldkerk opvattingen vertolkt die op deze wijze in Nederland in de rechterflank van de gereformeerde gezindte worden vertolkt, wordt, niet ten onrechte, gezien als een christen die een vorm van charismatisch christendom aanhangt.
Kern van de Reformatie is dat hoe zwak het geloof ook is, elke christen volkomen rechtvaardig voor God is en daarom zekerheid mag hebben van niet alleen zijn geloof maar ook van zijn uiteindelijke zaligheid. Helaas wordt de boodschap van de rechtvaardiging ook ter rechterzijde, en niet alleen ter linkerzijde meer dan eens, onhelder en omfloerst verwoord.
Uit vrees dat het tot oppervlakkigheid zou leiden is men bevreesd voor geloofszekerheid. Nu is er een zekerheid die niet de ware geloofszekerheid is, en ook een ware christen kan inzinken. Maar een levend geloof brengt én vruchten voort én houdt de mens klein en verwonderd. We moeten niet denken in termen van licht of zwaar, links of rechts, maar van waarheid en getrouwheid. Is een prediking waarachtig en getrouw, dan horen we zowel van de ene Naam als van de twee wegen en drie stukken. Daaraan moeten we de prediking toetsen, waar ook ter wereld en binnen welke kerkelijke kring ook.
Als ik een aantal auteurs mag noemen die ons daarmee kunnen helpen, noem ik er vier. Elk van die vier leefde in de negentiende eeuw: één uit Nederland en drie uit Groot-Brittannië. Ik denk aan Wulfert Floor, een eenvoudige lekenprediker maar wel met een geweldige Schriftkennis. Ik noem vervolgens Charles Haddon Spurgeon die wel de prins der predikers is genoemd. De derde is de anglicaanse bisschop J.C. Ryle, die door zijn tijdgenoten getypeerd is als een man van graniet met het hart van een kind. Zeer moedig kwam hij op voor de waarheid. Hij waarschuwde tegen liberalisme en Schriftkritiek en ontnam daarom zelfs aan zijn eigen zoon een functie in zijn bisdom. De laatste is de jonggestorven Schotse prediker Robert Murray M’Cheyne. Hij is niet in de laatste plaats in Nederland bekend door het lied ‘Eens was ik een vreemd’ling voor God en mijn hart’, een lied dat iedereen uit het hoofd zou moeten gaan leren als hij of zij het nog niet kent.
Wie de Heere vraagt om de Schrift echt te mogen begrijpen en op de goede wijze toe te passen op zichzelf, komt niet beschaamd uit. Die leert – en dat is zeker – zichzelf als zondaar kennen, maar leert ook te vluchten tot de Heere Jezus Christus Die naar deze wereld kwam om zondaren te redden.
Meer dan één bijdrage op deze weblog is aan deze zaken gewijd. Ik verwijs ook naar de door mij geschreven boeken:
Het wonder van Gods genade. Overdenkingen over de orde of de gouden ketting van het heil (Apeldoorn: De Banier, 2024), paperback 260 pp., 19,95 (ISBN: 9789402910247)
Paspoort van het Koninkrijk. Over de betekenis van de Heilige Doop, tweede herziene en uitgebreide druk (Houten: Den Hertog, 2025), paperback 96 pp., €12,50 (ISBN 9789033127199)
Christus Die ons leven is. Over de verkondiging en doorleving van het heil (Houten: Den Hertog, 2013), paperback; 116 pp. (ISBN 9789033125409). Wellicht nog tweedehands verkrijgbaar.