De brief aan de Romeinen. Tekst, lezers en de geschiedenis van de uitleg

Nadat de tekst en de tekstgeschiedenis van de brief aan de Romeinen aan de orde zijn gesteld en aandacht is geschonken aan de eerste lezers schenkt Stephen Westerholm aandacht aan de uitleg van deze brief van Paulus. Geen van Paulus’ brieven heeft in de loop van eeuwen zozeer beslag gelegd op lezers van de Bijbel als deze brief.

Westerholm begint bij Origenes en eindigt bij Barth, terwijl hij in een appendix nog aandacht schenkt aan Lloyd-Jones. Duidelijk wordt dat de een deze brief anders las dan de ander, al zijn niet alle verschillen even groot. Afgezien van Augustinus gaan de kerkvaders uit van de vrije wil van de mens. Dan moeten we wel verdisconteren dat zij zich daarbij keren tegen een gnostisch determinisme dat geen plaats geeft aan de verantwoordelijkheid van de mens. Dan nog blijft staan dat Augustinus en later de hervormers hier Paulus dieper hebben gepeild.

Voor Luther is de gerechtigheid geen innerlijke gerechtigheid verbonden met de transformatie van de mens maar een vreemde of passieve gerechtigheid. Wij zijn rechtvaardig niet op grond van het werk van Christus in ons maar op grond van het werk van Christus buiten ons, Die in ons woont door het geloof. In vereniging met Hem is er sprake van een vreemde ruil. Wij geven Hem onze zonden en Hij schenkt ons Zijn gerechtigheid. In relatie tot Romeinen 9-11 merkt Luther op dat de leer van de predestinatie alle menselijke hoogmoed neerstoot en een troost is voor ware gelovigen.

Adam Clarke was een wesleyaanse methodist. In de lijn van John Wesley keert Clarke zich juist tegen de eeuwige verkiezing omdat die volgens hem geen recht doet aan de verantwoordelijkheid van de mens. Evenals vrijwel alle arminiaanse Schriftuitleggers meent hij dat het in de tweede helft van Romeinen 7 over de onwedergeboren mens gaat.

De anglicaanse bisschop John William Colenso meent met onder andere een beroep op Romeinen 5:18 dat Paulus de alverzoening zou leren. Als het gaat om het antwoord op de vraag op welke wijze de alverzoening wordt bewerkstelligd door de dood van Christus, blijkt dat Colenso geen duidelijke betekenis aan het kruis toekent. Hij komt niet verder dan dat Christus één met ons werd.

Als het gaat om Barths uitleg van de brief aan de Romeinen is Westerholm van mening dat die exegetisch in meer dan één opzicht niet sterk is. Barth meent dat het in de Romeinenbrief bij geloof om de trouw van God gaat. De betekenis van het geloof van de mens wordt door hem gerelativeerd. Heel de mensheid deelt in principe in de genade. De verkiezing wordt door hem geherinterpreteerd. Alle mensen zijn verworpen maar ook verkoren. De verkiezing is een transformatie van onze verwerping.

Terugblikkend concludeert Westerholm dat uitleggers van Paulus verschillen over de vraag hoe we de ernst en omvang van de zonde van de mens moeten zien. Wegen gaan uiteen als het gaat om de betekenis van de rechtvaardiging door het geloof. Gaat het om vernieuwing of om vrijspraak? Een derde verschilpunt is het antwoord op de vraag of gelovigen werkelijk goede werken kunnen doen. Wie de klacht uit Romeinen 7 op elke gelovige betrekt, zal tot het antwoord komen dat ook goede werken nog met zonden bevlekt zijn. Een laatste verschil betreft de verkiezing. Is het een verkiezing tot geloof of om geloof? Een andere optie is dat de verkiezing alleen op privileges in de tijd betrekking zou hebben.

Westerholm geeft vooral weer hoe in de kerkgeschiedenis de brief aan de Romeinen is gelezen. Echter, evaluatie ontbreekt niet. Daarbij laat de auteur ook merken waar zijn sympathie ligt. Westerholm laat zich in het hart kijken in de appendix over Lloyd-Jones. Wie de preken van Lloyd-Jones leest, moet zich realiseren dat hier geen Bijbelwetenschapper die lezingen houdt aan het woord is, maar een prediker die het Woord van God in zijn blijvende betekenis voor zijn hoorders ontvouwt.

Onmiskenbaar blijkt uit de preken van Lloyd-Jones dat hij de gereformeerde leer bijvalt. Westerholm wijst erop dat ook zijn biograaf Iain H. Murray erkent dat precieze eruditie en nauwgezette exegese niet de sterkste kanten van Lloyd-Jones waren. Toch dringt juist deze prediker tot de kern van Paulus’ boodschap door.

Westerholm geeft dan aan het slot van de appendix Lloyd-Jones zelf het woord: ‘Ik kan een prediker een slechte preek vergeven. Ik kan hem bijna alles vergeven, als hij mij het gevoel geeft dat hij, hoewel hij in zichzelf onbekwaam is, iets behandelt dat zeer groot en heerlijk is, als hij mij een zwakke blik geeft op de majesteit en heerlijkheid van God, de liefde van Christus mijn Zaligmaker, en de grootheid van het Evangelie. Als hij dat doet ben ik zijn schuldenaar en ben ik hem intens dankbaar.’ Zo maakt Westerholm duidelijk waarom het lezen van de preken van Lloyd-Jones over de brief aan de Romeinen de moeite waard is.

Stephen Westerholm, Romans: Text, Readers, and the History of Interpretation (Grand Rapids: Eerdmans, 2022), hardcover 430 pp., $49,99 (ISBN 9780802882219)

Geef een reactie