Het einde van het jaar 2024 komt in zicht en een nieuw jaar is bijna aangebroken. Door maatschappelijke ontwikkelingen komen we in een samenleving die heel anders is dan zij geweest is. De christelijke kerk wordt in alle opzichten een minderheid. Dat maakt onze situatie maatschappelijk, kerkelijk en politiek onvergelijkbaar met die van de generaties vóór ons tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen begon zich een grote omslag af te tekenen.
Vooral in de grote steden begon het aantal kerkgangers drastisch te dalen. Kerkgebouwen werden gesloten en gesloopt waaronder prachtige historische gebouwen. Ik denk aan de Koninginnekerk van Rotterdam. Ik was een middelbare scholier toen alle pogingen dit kerkgebouw te behoeden voor de slopershamer op niets uitliepen en ik weet hoezeer dat vooral oudere Rotterdammers aangreep.
Er kwam een nieuwe echtscheidingswet. Het werd mogelijk een huwelijk te ontbinden op grond van duurzame ontwrichting. De Zondagswet werd verruimd. Abortus werd gelegaliseerd. Wij kunnen het ons nu niet meer voorstellen maar ook niet alle liberalen en socialisten waren daar gelukkig mee. Na die van abortus volgde de legalisering van de euthanasie en in 2001 werd een nieuwe definitie van het huwelijk door de overheid aanvaard. Een huwelijk kon ook gesloten worden door twee personen van hetzelfde geslacht.
Deze zienwijze wordt inmiddels steeds meer aan de samenleving opgedrongen en omdat de overheid de zogenaamde gelijkheidsideologie tot in de grondwet een plaats heeft gegeven, komen de klassieke vrijheden van godsdienst, meningsuiting, drukpers en onderwijs steeds meer onder druk te staan. In ons parlement klinken steeds meer geluiden die de klassieke rechtstaat onder druk zetten.
Als christen wijzen we geweld in naam van het Evangelie af, maar het Evangelie vraagt wel van ons bepaalde opvattingen en gedragingen af te keuren. Er is geen behoud buiten Christus. Alleen in en door Hem kunnen we tot onze Schepper naderen en leren we Hem als Vader kennen.
We weten ook dat God als Schepper de mens als man en vrouw schiep en dat seksualiteit als gave van de Schepper bedoeld is voor het huwelijk tussen één man en één vrouw die elkaar trouw blijven tot de dood hen van elkaar scheidt. Nu al is de druk vanuit de samenleving en ook vanuit de politiek op christenen groot om op dit punt zelfcensuur uit te oefenen. Doet men dat niet, dan gaan er nu al in Nederland deuren dicht of komen wij voor bepaalde functies niet in aanmerking. Alom wordt gesproken over inclusiviteit maar steeds duidelijker is dat christenen die echt Christus belijden, dreigen uitgesloten te worden,
Nog verdrietiger is dat christenen zelf niet altijd in hun levenswandel aan het Evangelie trouw blijken te zijn. Nu weten wij dat ook als wij wedergeboren zijn tot een levende hoop tot zinken en tot hinken geneigd zijn. Elke dag moeten wij water en geen olie gooien op het vuur van zondige verlangens en begeerten.
Als wij struikelen is berouw en bekering nodig. Er is ook – hoe diep wij ook hebben gestruikeld – altijd een weg terug. Het bloed van Christus reinigt van alle zonden, ook van de diepste struikelingen. Helaas wordt binnen de kerken lang niet overal zonde als zonde gezien en aangewezen wat volgens de Schrift zonde is.
Wat wij als kerken en christenen nodig hebben, is een opwekking. Dat betekent dat in de kerken de boodschap in de Naam van de Heere Jezus Christus klinkt van bekering tot God en vergeving van zonden en dat die boodschap harten in brand zet en levens vernieuwt. Dat christenen ook bereid zijn de prijs van uitsluiting te dragen. De bereidheid tot het dragen van smaad en lijden behoort tot de meest wezenlijke kenmerken van een waarachtig navolger van Christus.
Onze samenleving gaat steeds meer het gezicht van Babel dragen zoals het boek Openbaring dat tekent. In onze westerse samenleving blijkt het woord inclusiviteit, en het beleid van de overheid daarmee verbonden, het teken van het beest te zijn. Men wordt gedwongen te denken zoals de meerderheid denkt en de overheid wil dat men denkt; gedwongen om op een heel bepaalde manier tolerant te zijn.
Klassieke tolerantie wil zeggen dat men maatschappelijk ruimte geeft aan opvattingen die men zelf afwijst. Tolerantie wordt nu steeds meer geïnterpreteerd als aanvaarding van de gelijkheidsideologie, maar daarmee verwordt tolerantie tot intolerantie. Hoe dit alles verder zal gaan weten wij niet. Dit weten we wel dat de Heere regeert, dat Hij de Zijnen kracht geeft Zijn Naam te belijden en dat tenslotte allen die tot het einde toe hebben volhard, in de overwinning van Christus mogen delen.
Voor zover Gods aanwezigheid buiten het persoonlijke leven nog merkbaar is, zal zich dat meer en meer gaan beperken tot de plaatselijke gemeente waarin Gods Woord recht wordt bediend. Dat maakt de rechte Woordbediening alleen maar belangrijker. Ik wil jong en oud ertoe oproepen om voor de voortgang van de rechte Woordbediening te bidden en bij verhuizing als eerste vraag te stellen: waar kan ik nog de rechte bediening van het Woord horen?
De rechte Woordbediening gaat dan boven de liefde tot welk kerkverband of kerkelijke structuur ook uit. Nooit durf ik iemand van u of wie dan ook aan te raden daar te kerken waar niet het volstrekte gezag van de Schrift wordt erkend en waar niet gepredikt wordt onze volstrekte verlorenheid in Adam en de zaligheid in Christus en ook dat wie in Christus is de oude mens heeft afgelegd en de nieuwe aangedaan en daarom zijn leden die op de aarde zijn doodt en de dingen die boven zijn zoekt.
Laten we smeken of deze prediking bewaard mag blijven en terugkomen waar zij is verdwenen. Dat zij helderder mag gaan klinken, waar zij minder helder klinkt en dat wij door Woord en Geest onderwezen worden en zo in deze samenleving staan als Daniël en zijn drie vrienden stonden in Babel. Dan zijn we een zout in de samenleving, juist omdat wij heimwee in ons hart hebben naar het nieuwe Jeruzalem.
Het bemerken van Gods aanwezigheid begint persoonlijk. Dat geschiedt waar wij de dood in onszelf en het leven buiten onszelf in Christus vinden. Dan gaan we de betekenis verstaan van Christus en Zijn werk. Christus Die de levende is en Die gezeten is aan de rechterhand van Zijn Vader. Wat geeft de nadering tot God door deze Middelaar een vrede en vreugde. Daarin onderscheidt de ware christen zich van Zijn omgeving. Hij weet de weg, maar dat niet alleen, hij bewandelt de weg. Het heeft God behaagd Zijn Zoon in hem te openbaren. Als dat is geschiedt, gaan wij leven door het geloof in Hem Die ons heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven.
De Heere waakt over Zijn eigen Woord. Hij formeert Zich een volk dat Zijn lof verkondigt. De verbondstrouw van God mag en moet ons enig houvast zijn. Van die verbondstrouw mogen wij – en als wij kinderen hebben ook onze kinderen – in de doop een teken en zegel ontvangen. Laten we toch als een tollenaar elke dag weer pleiten op de beloften die ons in de doop zijn verzegeld. Wat een grote troost is het dat wij mogen weten dat de HEERE regeert.
Het loopt Hem nooit uit de hand. Daarom zal er een kerk blijven tot de jongste dag en wie van de kerk een levend lid is mag ook weten dat hij dat altijd zal blijven. Niet zal ons scheiden van de liefde van Christus. ‘Hoe donker ooit Gods weg moog’ wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen.’ Zalig zijn we als datgene wat de HEERE aan ons heeft toegezegd, aan ons hart vertroosting, geest en leven schenkt.
De HEERE regeert. Hij geeft kracht naar kruis. Hij hoort boven bidden en denken. Straks gaat heel de vrijgekochte kerk uit de oude en nieuwe bedeling, uit Israël en de volkeren het nieuwe Jeruzalem binnen. Hier mag er in de grootste nood en droefheid toch ook blijdschap zijn. Dan wordt waar:
Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
Door ’t licht, dat van Zijn aanzicht straalt,
Ten hoogsten toppunt stijgen.
Bij dit vooruitzicht welt de bede op: ‘Maranatha. Kom Heere Jezus, ja kom haastig.’