Het Woord van God is scherper dan een zwaard. Het laat van ons en onze gerechtigheden niets heel. Bent u het daar al mee eens geworden? Of verzet u zich tegen deze boodschap? Vindt u Gods oordeel over u namelijk dat u onbekwaam bent tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, te hard? Dat is dan juist de reden dat u geen deel hebt aan Gods genade in Christus. Christus is gekomen om het weggedrevene te zoeken. Hij zoekt verloren mensen.
Oldenbarnevelt, een bekend figuur uit onze vaderlandse geschiedenis, was ter dood veroordeeld. Ik ga nu niet in op de vraag of dit terecht was. Mij gaat het erom dat hij werd gewezen op de mogelijkheid om gratie aan te vragen. Had hij dit gedaan, dan had hij dat zonder meer gekregen.
Oldenbarnevelt weigerde echter om gratie aan te vragen. ‘Ik ben niet schuldig’, zo zei hij. Wij vragen God pas werkelijk om genade, als we onze schuld erkennen, ons vonnis billijken. Wanneer een rechter gratie verleent, ziet hij af van de voltrekking van de straf.
Gods genade gaat daar ver boven uit. God heeft de straf aan Zijn Zoon voltrokken, opdat iedereen die in de Zoon gelooft leven, vrede en zaligheid zou ontvangen. Gods volk wordt zalig niet met voorbijgaan van Gods recht, maar in overeenstemming met Gods recht. Er is sprake van een wonderlijke, een zalige ruil: ‘De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem, door Zijne striemen is ons genezing geworden’ (Jes. 53:5).
Als ons verstand verlicht wordt in de kennis van Christus en onze wil vernieuwd wordt, zodat wij niet langer kunnen laten op Christus te vertrouwen, wordt het Woord van God voor ons zoeter dan honing. Christus regeert als Koning. In de veelheid van onderdanen bestaat des Konings heerlijkheid. Tot aan de voleinding der wereld gaat Christus door met het toebrengen van zondaren. Dat doet Hij door de prediking van het Woord en de werking van Zijn Geest. Ook onder ons wordt het Evangelie van vrije genade nog verkondigd.
Bent u reeds als een parel gehecht aan de Middelaarskroon van Christus? Er wordt nog wel eens gezegd: ‘Waar hoor je nog van die dingen?’ Eén ding is in ieder geval zeker: als u zo praat, wordt het niet uit uw mond gehoord. Dan bent u nog een vijand van God en van Zijn volk dat in zielsbenauwdheid tot Hem roept. Door zo te spreken, kunnen juist de kleinen in de genade wankelmoedig worden.
Laten we nooit vergeten dat wie Gods volk aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan. Wij kunnen pas werkelijk oordelen over geestelijke zaken, als we zelf geestelijk leven bezitten. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn. Christus regeert. Laat iedereen ervan overtuigd zijn dat er voor ons allen nodig is te weten dat God ons vond in onze verlorenheid, want het komt helaas ook voor dat er gesproken wordt over behoud los van het besef en de wetenschap dat wij van huis uit verloren zijn. Wie werkelijk deelt in Gods genade, herkent zich in het prachtige lied van John Newton ‘Amazing grace’. Eens was ik verloren, nu ben ik behouden. Eens was ik blind, maar nu mag ik zien.
Buigt u voor Christus als de volkomen Zaligmaker neer. ‘Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden’ (Psalm 2:12). Beter kunnen we het nieuwe jaar niet beginnen.