De gereformeerde hermeneutiek en de klassieke visie op theologie

Kenmerkend voor de gereformeerde hermeneutiek is dat zij niet start bij de gelovige mens of de geloofsgemeenschap, maar bij de Bijbel als de stem van de levende God. In de Schrift openbaart God ons Zijn wil en gedachten. De klassieke visie op hermeneutiek en de klassieke visie op theologie zijn met elkaar verbonden. Volgens de klassieke visie op theologie is theologie het nadenken over Gods gedachten die geopenbaard zijn in de Schrift. Om vanuit die visie theologie te bedrijven en daarin onderwijs te geven, werd aan het einde van de negentiende eeuw de Vrije Universiteit opgericht.

Volgens de klassieke visie op theologie en de gereformeerde hermeneutiek geldt dat wat de Schrift zegt, God Zelf zegt. Daarbij wordt wel verdisconteerd dat wij niet meer in de oude bedeling leven, maar in de nieuwe bedeling. Bepaalde zaken die onder de oude bedeling golden, gelden nu niet meer, omdat de offer- en reinheidswetgeving in Christus haar vervulling heeft gevonden. In het Oude Testament is – overigens maar in een zeer beperkt aantal gevallen – geweld in dienst van de HEERE gebruikt. Onder de nieuwe bedeling is dat hoe dan ook uitgesloten.

Omgekeerd zijn er zaken die in het Oude Testament nog werden getolereerd, maar die onder de nieuwe bedeling een mens buiten het Koninkrijk der hemelen houden. Het bekendste voorbeeld hiervan is polygamie. Hooguit mag dit in een overgangsfase, wanneer iemand uit de islam of het heidendom toetreedt tot de Kerk, nog worden getolereerd.

Het grote verschil met alle vormen van nieuwe hermeneutiek – van meer gematigde tot heel radicale – is dat de uitleg van toen (dat wil zeggen de betekenis van de tekst in haar oorspronkelijke situatie) niet bepalend is voor de betekenis nu. Men gaat niet van de inhoud en het getuigenis van de Schrift naar de eigen situatie, maar de eigen context heeft een zelfstandige inbreng. In de eigentijdse visie op theologie is theologie het verantwoorden van je geloof of het verantwoord spreken over God. Men start niet bij de objectieve openbaring, maar bij het gelovende subject dat zijn geloof verantwoordt. Dat gelovende subject kan nadenken over de hel, over de doop, het huwelijk en seksualiteit enz. Maar zo wordt onduidelijk of de boodschap van de Schrift in zichzelf waar is, of die nu geloofd wordt of niet.

Wanneer de mens die zijn geloof verantwoordt, uitgangspunt is, kunnen we met vijf tot tien verschillende visies worden geconfronteerd. Daarbij zal de ene wat meer plausibel zijn dan de ander, maar alle hebben in principe een zeker recht. Als zo de vraag beantwoord moet worden of er buiten Christus geen behoud is en of het inderdaad zo is dat wie Christus toebehoort, Gods geboden bewaart en liefheeft, dan is het antwoord niet meer ja of nee. Ja, als je het Schriftgetuigenis bijvalt, en nee, als je dat niet doet. We moeten ons laten leiden door de Schrift zelf, en niet door theologen die hun hermeneutiek boven het Schriftgetuigenis plaatsen. Abraham Kuyper stelde dat de Schriftkritiek de Schrift uit de handen neemt van eenvoudige gelovigen. Dat geldt voor vormen van hermeneutiek waarvan niet het uitgangspunt is dat we uit de Schrift zelf onze hermeneutiek moeten aflezen.

Laten we eraan vasthouden dat de Schrift het Woord van God is en God Zichzelf niet tegenspreekt. Al zouden wij er niet aan vasthouden, dan blijft het nog zo en zorgt God er Zelf voor dat er anderen zijn die hiervoor wel gewonnen worden of daarbij blijven. Het Schriftgetuigenis vormt een eenheid. Daarom kan de Schrift de hoogste en uiteindelijke bron van de geloofsleer en levenswandel zijn. Al is de Bijbel van zichzelf klaar en duidelijk, voor ons is niet alles even gemakkelijk te begrijpen.

Als het gaat om de kern van de Bijbelse boodschap, dan kan een kind dit nog begrijpen. Sinds de zondeval is een mens een kind des toorns. Toegang tot God is alleen mogelijk als wij deel krijgen aan de verzoening met God door de dood van Zijn Zoon. Omdat onze natuur totaal verdorven is, moeten wij wedergeboren worden.

Wie de Bijbel leest, vindt daar heel duidelijk dat er buiten Christus geen behoud is. Dat betuigden in hun tijd de schrijvers van het Nieuwe Testament. Voor wie de Schrift als de stem van God aanvaardt, betekent dit dat ook nu tegen mensen binnen en buiten de kerk moet worden gezegd dat het nodig is Christus te kennen en lief te hebben als Zaligmaker. Als wij aan deze zijde van het graf Christus niet liefkrijgen, moeten we de eeuwigheid buiten het nieuwe Jeruzalem doorbrengen.

Er zijn ook gedragingen die ons buiten Gods Koninkrijk houden als we er geen vergeving voor gezocht hebben in Christus’ bloed en zo geen kracht krijgen om met zondige gedragingen te breken en te strijden tegen de gevoelens die eronder liggen.

Ik denk in dit verband aan 1 Korinthe 6:9-11. Daar lezen we: ‘Of weet gij niet dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet: noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods.’

In onze tijd staat het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit onder zware druk. Iemand mag op seksueel gebied doen wat hij of zij zelf wil, als een ander er maar niet door wordt benadeeld. Echter, de Bijbel leert dat seksuele omgang en een seksuele relatie buiten het huwelijk een mens buiten Gods Koninkrijk houden. Daar is geen woord Frans bij. De klassieke belijdenissen van de christelijke kerk spreken hier de Schrift na.

Ik wijs op vraag en antwoord 87 van de Heidelbergse Catechismus: ‘Vr. Kunnen dan die niet zalig worden, die, in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende, zich tot God niet bekeren? Antw.: In generlei wijze; want de Schrift zegt, dat geen onkuise, afgodendienaar, echtbreker, dief, geldgierige, dronkaard, lasteraar, noch rover, noch dergelijke, het Rijk Gods beërven zal.’ Ik noem ook vraag en antwoord 108: ‘Vr. Wat leert ons het zevende gebod? Antw.: Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.’

Wie ruimte ziet voor een seksuele relatie buiten het huwelijk tussen één man en één vrouw (want inmiddels kan het woord ‘huwelijk’ gebruikt worden voor relaties die Bijbels gezien helemaal geen huwelijk zijn), heeft én de Schrift én de belijdenis tegen. Beide wijzen ons erop dat dit een zaak is die de eeuwigheid raakt.

Meer dan eens heb ik, met name toen ik nog aan de Vrije Universiteit werkte, erop gewezen dat ik daarom een helder geluid wil laten horen. Ik heb niemand over voor de rampzaligheid. Ontzagwekkend is het als ambtsdragers de indruk geven dat wij aan 1 Korintiërs 6:9-11 niet al te zwaar moeten tillen en dat er echt situaties zijn waarin een seksuele relatie buiten het huwelijk toegestaan kan worden. Ik zou ambtsdragers die dat beweren aan niemand als gids voor het nieuwe Jeruzalem durven aanbevelen; als men hier niet eerlijk de weg wijst, zal dat in andere gevallen ook niet zo zijn. De Bijbel spreekt dan van blinde leidslieden van blinden.

Mij is meer dan eens gezegd: ‘Maar het is toch mogelijk dat u hier ook anders over gaat denken?’ Nu, ik weet wat intellectuele twijfels zijn, maar ik weet ook dat de Bijbel haar boodschap als objectief waar presenteert. Telkens weer heeft de Heilige Geest mij ervan overtuigd dat dit echt zo is. Ik versta de wereld om mij heen en mijzelf in het licht van dit getuigenis. Door genade mag ik weten een geredde zondaar te zijn, al zijn ook mij deze aanvechtingen niet vreemd.

Echter, voor mensen om mij heen is er iets veel belangrijkers. In de periode dat ik docent was aan de Vrije Universiteit heb ik meer dan eens gezegd: ‘Stel eens dat ik anders over deze dingen zou gaan denken en dat hoereerders, afgodendienaars, overspelers, verwijfden en die bij mannen liggen onder bepaalde omstandigheden toch het Koninkrijk Gods kunnen binnengaan, dan kan ik niemand garanderen dat God, als Hij is zoals Hij Zich heeft geopenbaard, andere maatstaven in het jongste gericht zal hanteren dan Hij ons in Zijn Woord heeft geopenbaard.’

De waarheid van de Schrift staat of valt niet met mijn bijval. Mij werd eerlijk gezegd meer dan eens kwalijk genomen dat ik ervan uitging dat de boodschap van de Bijbel objectief waar is, en er werd mij ook voor de voeten geworpen dat niet al mijn collega’s daar even stellig in waren als ik. Mijn antwoord was: dat zij dit zelf dan eenmaal voor Gods rechterstoel moeten verantwoorden. Ik kon en kan niet anders spreken, zowel met het oog op de eer van God als op de zaligheid van zielen.

God is waarachtig in Zijn beloften. Zolang zij leven, mogen wij nooit uitsluiten dat God mensen, hoe verhard en ongeïnteresseerd zij ook zijn, begiftigt met het geloof, dat alsnog ontvangt en zij zo deel krijgen aan de zaligheid. God is het die vijanden met Zichzelf verzoent en doden levend maakt, en om dat te verwerkelijken zond God Zijn Zoon en werd Gods Geest uitgestort. De prediking is het middel dat de Heilige Geest gebruikt om het geloof in het hart te ontsteken zodat wij ons Christus en alles wat er in Hem te vinden is toe-eigenen. Niet minder dan dat God waarachtig is in Zijn beloften, is Hij dat in Zijn bedreigingen. Als wij de Zoon van God ongehoorzaam zijn, blijft de toorn van God op ons. Wie in aanraking komt met het Evangelie, hoort daarom van de toorn van God over de zonde.

God riep mij tot gezant van Christus. Evenals dat voor andere dienaren van Christus geldt, is het mijn taak om het Koninkrijk der hemelen door de prediking van het heilige Evangelie te ontsluiten en toe te sluiten. Daarom verkondig en betuig ik openlijk in kerkdiensten en daarbuiten aan alle gelovigen dat hun, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden door God vergeven zijn. Niet minder verkondig en betuig ik aan alle ongelovigen, en aan hen die zich niet van harte bekeren, dat de toorn van God en de eeuwige verdoemenis op hen rusten zolang zij zich niet bekeren. Ik weet ook heel zeker dat God naar dit getuigenis van het Evangelie zal oordelen, zowel in dit als in het toekomende leven (vgl. antwoord 84 van de Heidelbergse Catechismus).

Als ik zo het Evangelie niet zou willen en kunnen verkondigen, weet ik dat ik veel beter ander werk kan gaan zoeken. Juist omdat Gods Woord hoe dan ook waar is, is mijn bede dat mensen het zo gaan zien en dat predikers de boodschap van het Woord vanuit die vaste overtuiging verkondigen. Dan worden én de Wet én het Evangelie ernstig genomen en krijgen degenen die zich de vraag gaan stellen: ‘Wat is nodig om zalig te worden?’ antwoorden waarmee zij, als zij die van harte beamen, zonder vrees God kunnen ontmoeten.

Trouwens, hierin hebben niet alleen predikers een taak, maar elke christen. Laten we de boodschap van het Evangelie, van het eeuwig wel en eeuwig wee, met ernst, met duidelijkheid en met liefde met anderen delen. Laat het zo zijn dat wij voor anderen een betrouwbare gids naar de hemel mogen zijn. Laat het niet zo zijn dat wij anderen voorspiegelen dat zij op reis zijn naar de hemel of op zijn minst daar wellicht komen, terwijl uit hun opvattingen en levenswandel blijkt dat dit niet het geval is als wij aannemen dat het Bijbelse getuigenis waarachtig is.

Het is ontzagwekkend als wij zelf voor een gesloten deur komen te staan na het sterven. Heel aangrijpend is het als mede door onze schuld mensen die ons dachten te kunnen vertrouwen na hun sterven ook voor een gesloten deur komen. De waarheid van het Evangelie is voor elk natuurlijk mens pijnlijk. Pascal zei dat zij tegen de natuur, tegen de rede en tegen onze begeerten is. Hij getuigde ook dat het God Zelf is Die ervoor zorgt dat er altijd mensen blijven die de waarheid van Gods Evangelie mogen kennen en belijden. Wie de betekenis van het kruis leert kennen, waar Christus stierf, Die het al volbracht, wordt ook gewillig de eigen zondige natuur te kruisigen en de dingen die boven zijn te zoeken.

Plaats een reactie