Onlangs verscheen in de serie Antwoorden op geloofsvragen een tweede bundel van mijn hand met bijdragen die eerder verschenen op mijn weblog. De titel is: O God, wees mij de zondaar genadig. Ik geef in deze bijdrage het woord vooraf dat ik in deze bundel schreef weer.
*
Woord vooraf
U hebt in uw handen een tweede bundel met bijdragen die eerder op mijn weblog zijn verschenen. De goede ontvangst van de eerste bundel Heere, help mij verklaart dat er nu een tweede bundel verschijnt. Elk van de bijdragen kan afzonderlijk worden gelezen en zijn ook bedoeld om ze te herkauwen. Daarmee wil ik zeggen dat ik hoop dat zij aanleiding geven tot meditatie, tot zelfreflectie tot verootmoediging en bovenal tot lofprijzing van de drie-enige God als de God van volkomen zaligheid. Het geldt voor de ene bijdrage weliswaar iets meer dan voor de andere, maar de bedoeling ervan is antwoorden te geven op geloofsvragen, om de lezer bij de hand te nemen en geestelijk leiding te geven.
Met die insteek zijn ook de kerkhistorisch getinte bijdragen geschreven. In deze bundel zijn dat meestal bijdragen over mensen die ikzelf heb gekend en van wie ik ook zelf heb geleerd- vaak meer dan zij dat zelf bewust waren. Het waren mensen aan wie ik merkte dat zij Godskennis, zelfkennis en Christuskennis hadden. Die drie horen bij elkaar en het laatste staat nooit los van de eerste twee. Zo waren ontmoetingen met deze mensen een aansporing voor mijzelf om op te wassen in de genade en kennis. Ik hoop dat het de lezers van deze bijdragen ook zo zal vergaan.
Dat geldt niet minder voor de bijdragen over mensen van wie ik hoorde en over wie ik las, maar die ik niet zelf heb gekend. Mij kunnen de herinneringen aan deze christenen met heimwee vervullen. Hier op aarde hadden zij een schat in een aarden vat. Elk had zijn eenzijdigheden, tekortkomingen en gebreken. Inmiddels is hun aarden vat gebroken. Hun aardse tent is afgebroken en in het eeuwige leven zien zij met de geesten van alle volmaakt rechtvaardigen uit naar het ontvangen van een gebouw niet met handen gemaakt, namelijk een verheerlijkt lichaam dat gelijkvormig zal zijn aan het verheerlijkte lichaam van de Heere Jezus Christus.
De kern van de Bijbelse boodschap is dat Christus kwam om zondaren zalig te maken. Het Woord van God wijst ons onze schuld aan. Achter alle concrete zonden ligt ons zondige bestaan. Als het gaat om het begaan van concrete zonden zijn er verschillen tussen mensen; verschillen die soms behoorlijk groot zijn. Dat ligt anders voor ons zondige bestaan. Daarin zijn wij allemaal gelijk. We zijn van huis uit een kind des toorns dat het koninkrijk van God alleen kan binnen gaan als hij met Christus mede levend wordt gemaakt en zo wedergeboren wordt tot een levende hoop.
We hebben allemaal verzoening met God nodig. Onze zonden maken ons namelijk het voorwerp van Gods toorn al vanaf het uur van onze ontvangenis af. Als protestanten wijzen we het kloosterwezen af. Om gemeenschap met God te hebben hoeven we ons niet uit de maatschappij terug te trekken. Echter, met de gewoonte van sommige kloosterordes om Psalm 51 dagelijks te bidden hoeven we als protestanten geen moeite te hebben.
De Psalmen zijn er niet alleen om gezongen maar ook om gebeden te worden. Dan is het bepaald niet verkeerd om elke dag Psalm 51 op de lippen te nemen. Vanuit de Griekse brontekst van het Nieuwe Testament zien we overigens dat met de tollenaarsbede uit Lukas 18:13 allereerst wordt gezinspeeld op Psalm 25:11. Daar lezen we: ‘Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.’
Gaan we uit van de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die reeds vóór het begin van onze jaartelling tot stand was gekomen, dan horen we in de Griekse vertaling van het woord ‘vergeven’ ook ‘verzoenen’. De psalmist vraagt of de HEERE zijn ongerechtigheid in de weg van verzoening wil vergeven. Datzelfde geldt voor de bede van de tollenaar. Hij vraagt of God in de weg van verzoening hem genadig wil zijn.
In het Grieks staat in het Nieuwe Testament voor ‘zondaar’ een lidwoord. Waarom de Statenvertalers dat onvertaald hebben gelaten, weet ik niet. Ik heb het welbewust in de titel van dit boek opgenomen. Zo wordt nog duidelijker hoezeer de tollenaarsbede schuldbewustheid tot uiting brengt.
Wanneer we gaan zien wie we sinds de zondeval zijn voor God en we horen van de weg van genade ontsloten in Jezus Christus gaan we met de tollenaar bidden: ‘O God, wees mij de zondaar genadig.’ Het gebed om genade laat al zien dat er een bevatting is van Gods barmhartigheid in Christus. Anders pleit de mens die zich zijn schuld bewust wordt op eigen kwaliteiten en prestaties.
Wanneer de HEERE ons naar Zich toetrekt, gaan we uit de diepten tot Hem roepen. Bij Hem is verlossing en vergeving. Die wetenschap leidt tot dankbaarheid en tot een vreugde die de wereld niet kent en ons niet kan geven. De tollenaarsbede markeert het begin van het geestelijke leven maar dat niet alleen. Wie genade ontvangt, is een geredde zondaar. Het eerste is waar, maar in dit leven blijft het tweede ook waar.
Heel treffend komt dit naar voren in een bijdrage die Guillaume Groen van Prinsterer in het decembernummer van 1875 in het door hem geredigeerde blad Nederlandse Gedachten schreef. Hij voelde zijn levenseinde naderen, en deze bijdrage kunnen we als zijn geestelijk testament zien. Mij gaat het om de woorden waarmee hij deze bijdrage besloot: ‘Met de tollenaarsbede: O God, wees mij zondaar genadig! Met de Heidelberger Catechismuswijsheid: mijn enige troost in leven en sterven. Met de juichtoon: Ik danke God door Jezus Christus onzen Heere.’ Heel mooi komt hier naar voren dat geloofszekerheid verootmoediging en verwondering niet uitsluit maar insluit.
Onvastheid in het geloof en onzekerheid kunnen mede veroorzaakt worden door een gebrekkig zicht op de Bijbelse boodschap. Te weinig wordt vaak beseft dat de zaligheid volkomen vastligt in Hem en dat als de Heilige Geest ons verbindt aan de Middelaar Die wij sinds Zijn hemelvaart aan Gods rechterhand moeten zoeken, we in Hem deel krijgen aan alle schatten en gaven die Hij verwierf. Dat is ook waar als ons zicht daarop nog maar heel gebrekkig is. De bedoeling van de Bijbelse prediking en het Bijbelse onderwijs is dat wij daar meer zicht op krijgen. Als ook het lezen van de bijdragen van dit boek daarvoor worden gebruikt, weet ik mij een gezegend mens, maar wens ik wel alle eer aan God alleen te geven.
Wie nog nooit gehoor heeft gegeven aan de roepstem van Christus om tot Hem te komen en dit boek leest, raad ik aan tot God te gaan met de bede: ‘O God, wees ook mij de zondaar, om Christus’ wil genadig.’ Christus is veel begeriger ons te ontvangen dan wij ooit begerig kunnen zijn om tot Hem te gaan. Hij heeft Zelf gezegd: ‘en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ (Joh. 6:37)
N.a.v. ds. P. de Vries, O God, wees mij de zondaar genadig. Antwoorden op geloofsvragen (Tholen: Lucas Boeken, 2026), hardcover 200 pp., €19,95 (ISBN 978-94-90165-70-3) en ds. P. de Vries, Heere, help mij. Pastorale overdenkingen over geloofsvragen (Tholen: Lucasboeken, 2025), hardcover 218 pp., €19,95 (ISBN 9789490165574)