Aard of natuur van het geestelijke leven

Jacobus van Houte die in 1707 in Zierikzee het levenslicht zag, was diaken in de Gerefor­meerde Kerk van Valkenburg. Reeds als jongeman hield hij met toestemming van de kerken­raad oefeningen. Vanuit de pastorale praktijk besloot hij over het geestelijke leven te schrij­ven. Zo ontstond het boek Aard of natuur van het geestelijk leven. Het verscheen in 1759 voor het eerst bij Johannes Hasebroek en zoon te Leiden. Bij boekhandel De Roo te Zwijndrecht verscheen een heruitgave die in huidige spelling is overgezet door dhr. J.A. Bunt te Rhenen en vervolgens herzien door dhr. R. Mulder te Scherpenzeel. Daarbij werden lange zinnen geknipt en soms de woordvolgorde veranderd. Waar woorden werden vervangen is, het oor­spron­ke­lijke woord in een voetnoot opgenomen.

Jacbus van Houte schreef een uitvoerige verhan­de­ling in de vorm van een vierspraak tussen Getrouwheid Zoekende, Waarheid Lievende, Voor­zichtigheid Beminnende en Bekommerde Ziel over de aard en natuur van het geestelijke leven. De vorm van een samenspraak was in de zeventiende en achttiende eeuw zeer geliefd en kwam reeds in de Middeleeuwen voor. Tot in de twintigste eeuw is deze vorm gehanteerd. Niet in de laatste plaats wordt in de door Van Houte geschreven samenspraak de vraag behan­deld, wanneer het geestelijke leven begint.

De Reformatie beklemtoonde dat zekerheid tot het wezen van het geloof behoorde. Pastoraal bleef de zekerheid van het geloof een vraag. Vanaf de zeventiende eeuw komt het onderscheid tussen wezen en welwezen van het geloof op. Daarbij wordt zekerheid tot het welwezen gerekend. De accenten vielen niet altijd gelijk. Soms werd ook een onderscheid tussen zekerheid van het geloof en van het gevoel gebruikt waar­bij de eerste wel en de tweede niet tot het wezen van het geloof worden gerekend.

In de achttiende eeuw heeft de vraag naar de aard van de geloofszekerheid tot vele discussie ge­leid. Zowel theologische discussies als discussies op gezelschappen van de vromen. Dat is de achtergrond van het boek van Van Houte. In de samenspraak komt Bekommerde Ziel slechts sporadisch aan het woord. De gesprekken gaan met name tussen Getrouwheid Zoe­kende aan de ene kant en Waarheid Lievende en Voorzichtigheid Beminnende.

Getrouwheid Zoe­kende stelt heel nadrukkelijk dat er zonder kennis van Christus geen geestelijk leven is en en neigt naar het standpunt dat men alleen Christus toebehoort als men dat welbewust weet en ook het tijdstip van de aanvang daarvan kan aanwezen. Zijn standpunt staat niet ver af van dat van Thedorus van der Groe. Deze heeft in de achttiende eeuw welbewust teruggegrepen op de reformatoren in hun getuigenis over de geloofszekerheid.

Van Houte zelf kan zich vinden in de standpunten die hij Waarheid Lievende en Voor­zich­tig­heid Beminnende laat verwoorden. Terecht brengen zij naar voren dat het niet bijbels is te ei­sen dat men het tijdstip van zijn wedergeboorte kan aanwijzen. Zij beklemtonen ook dat als een mens zich vloekwaardig weet en geen andere begeerte kent dan door Christus verlost te worden, hij niet als een onbegenadigde kan worden gezien en mag worden getroost zonder dat ontkend behoefd te worden dat naar de zekerheid van het geloof moet worden gestaan.

De pastorale bewogenheid van Van Houte valt te waarderen. Toch is hij niet een schrijver die ik mensen bijzonder zal aanbevelen. Dan geef ik, als het gaat om theologen uit de achttiende eeuw aan mannen als Bosten en Erskine, de voorkeur. Ik denk ook aan Newton. Als ik een naam van een Nederlandse predikant mag noemen, is dat die van Van der Kemp. In zijn pasto­rale bewo­gen­heid blijft Van Houte al te zeer steken in de vraag waar het geestelijke leven aanvangt. Ongetwijfeld kan dat zeer zwak zijn en toch waarachtig.

Echter zij die met de vraag worstelen of zij Christus toebehoren, zijn er meer gebaat als Christus voor hen uitgeschilderd wordt als de volkomen Zaligmaker. De focus is hier toch te veel op de zoe­kende mens en te weinig op de zoekende Christus. Het grote gevaar is dat deze benadering er­aan meewerkt dat mensen tot weinig geloofszekerheid komen. In de negentiende eeuw was het getuigenis van Kohlbrugge onder andere tegen deze houding een medicijn. Wat wij uit het boekje van Van Houte wel kunnen leren dat geloofszekerheid niet een soort wet moet worden waardoor zo aan het evangelie niet een verlossend maar juist bedreigend karakter wordt gegeven en degenen die de troost van het evangelie het hardst nodig hebben, die troost niet uitgereikt krijgen.

Jacobus van Houte, Aard of natuur van het geestelijke leven (Zwijn­drecht: boekhandel De Roo, 2013) hardcover pp., €10,– (ISBN 978-90-8718-023-2)

Een gedachte over “Aard of natuur van het geestelijke leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s