Op het ogenblik lees ik boeken over evangelicals in de Kerk van Engeland in de achttiende en negentiende eeuw ter voorbereiding van een lezing die ik hoop te houden over de blijvende relevantie van de geschriften van J.C. Ryle (1816-1900) de eerste anglicaanse bisschop van Liverpool.
Ik stuitte op twee uitspraken over de prediking die ik graag doorgeef. Het eerste is van Rowland Hill (1744-1833). Gedrongen door de begeerte om mensen die anders niet werden bereikt met het evangelie in contact te brengen liet Rowland in Wotton en later ook aan Surrey Road in Londen chapels, dat wil zeggen: kerkgebouwen die geen parochiekerk waren, bouwen. De liturgie van deze chapels was die van de Kerk van Engeland. Hill bekleedde binnen de Kerk van Engeland het ambt van diaken. Dit ambt heeft in de anglicaanse traditie een andere invulling dan bij ons. Het ambt van diaken is daar het ambt dat een positie geeft die met die van een hulpprediker in de Nederlandse traditie te vergelijken is.
Het tweede is van Robert Bickersteth (1816-1884). Hij diende een viertal gemeenten en was van 1857 tot aan zijn dood bisschop van Ripon.
Dan nu de twee citaten
Rowland Hill: ‘Houd nooit een preek, waarin deze drie waarheden niet voorkomen: verderf door de val; gerechtigheid door Christus en wedergeboorte door Gods Geest. Predik Christus tot overtuiging van zondaren, Christus tot vertroosting, Christus tot heiligmaking.’
*
Robert Bickersteth: ‘Een preek is de naam preek niet waard die de boodschap van het Evangelie niet bevat waarin er bij zondaren op aangedrongen wordt zich met God te laten verzoenen.’