Onder die titel hoop ik D.V. donderdag 11 juni a.s. iets te vertellen over J.C. Ryle en door te geven waarom zijn geschriften nog altijd de moeite van het lezen waard zijn. De avond wordt georganiseerd door de Hersteld Hervormde Gemeente van Numansdorp, maar iedereen jong of oud en tot welke kerk hij of zij ook behoort, is van harte welkom. De avond wordt gehouden in het gebouw van de Gereformeerde Kerk, Roerdompsingel 104, 3281 JH Numansdorp. De avond begint om 19.30 uur. Er is een pauze en na de pauze is ook de gelegenheid tot het stellen van vragen.
Pas bereikte mij een opmerking dat wij de Schrift zelf moeten bestuderen en niet de kerkgeschiedenis. Zeker is dat wij elke dag de Schrift biddend moeten lezen en bestuderen. Maar wie de Schrift goed wil begrijpen, kan niet om de kerkgeschiedenis heen. Uit de kerkgeschiedenis kunnen we leren hoe generaties voor ons de Schrift hebben begrepen en hoe die hun leven heeft gestempeld.
Als wij niet van anderen willen leren, betekent dat feitelijk dat wij onszelf en ons eigen inzicht in de Schrift als het einde van alle tegenspraak zien. Dat is een standpunt dat niet van ootmoed maar van hoogmoed getuigt. Samen met al de heiligen zoeken we de Schriften te begrijpen en dat om meer zicht te krijgen op Hem van Wie de Schriften getuigen, namelijk de Heere Jezus Christus.
J.C. Ryle heeft in de negentiende eeuw de Kerk van Engeland gediend. Op een opmerkelijke wijze werd hij predikant. Ryle groeide op in, zoals hijzelf zegt, één van de rijkste families van Engeland. Zijn bedoeling was dat hij als oudste zoon het landgoed van zijn vader zou beheren en in de politiek zou gaan; iets wat in die tijd alleen voor hen die over een behoorlijk vermogen beschikten was weggelegd.
Ryles vader, die bankier was, ging failliet. Het landgoed en persoonlijke bezittingen werden verkocht. Dat was in 1841. Vier jaar ervoor was Ryle tot bekering gekomen. Hij zegt zelf dat, als hij geen christen was geweest, hij na het faillissement van zijn vader wellicht zelfmoord had gepleegd.
Een bevriende kolonel onder wiens dak Ryle na het faillissement verbleef, maakte een anglicaans predikant erop attent dat hij Ryle als hulprediker (curate) kon benoemen. Dat gebeurde en Ryle durfde deze benoeming niet af te wijzen. Tijdens zijn predikantschap werd Ryle een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de evangelicals in de Kerk van Engeland. Bij evangelicals gaat het om christenen die het Evangelie van Gods genade belijden en overtuigd zijn van de noodzaak van persoonlijk verzoening met God en wedergeboorte.
Ryle werd geconfronteerd met meerdere zaken waarmee wij ook hebben te maken. In zijn tijd kwam de Schriftkritiek op en dan met name op het Oude Testament. Daartegenover heeft Ryle de woordelijke (verbal) en volledige (plenary) inspiratie beleden.
Ryle was geestelijk een erfgenaam van de hervormers en de puriteinen. Met hen heeft hij het belang van een leerstellig omlijnd christendom beklemtoond. We moeten bijbels zicht hebben op de ernst en omvang van de zonde, op de persoon en het werk van Jezus Christus en op de persoon en het werk van de Heilige Geest. Een bijbels christendom is een christendom dat gestalte geeft aan de praktijk van de godzaligheid. Een rechtzinnige belijdenis zonder een godzalige wandel heeft geen betekenis. Wie godzalig leeft, moet elke dag strijden tegen zichzelf.
In de negentiende eeuw vond in de Engelssprekende wereld steeds meer de zienswijze ingang dat een christen alle bewuste zonden volkomen kan overwinnen. Men sprak van een overwinningsleven. Hiertegenover hield Ryle vast aan de overtuiging dat een christen tot aan zijn dood toe tegen zichzelf moet strijden. Wie dat ontkent, moet altijd de ernst en omvang van de zonde relativeren. De overwinning van een christen is niet gebaseerd op het feit dat hij alle bewuste zonden heeft overwonnen, maar dat Christus voor hem volkomen heeft voldaan en dat dankzij de inwoning van Gods Geest hem niets van Gods liefde kan scheiden.
Ryle had in de Kerk van Engeland te maken met een stroming die meende dat je elke gedoopte als kind van God moest zien en aanspreken. Men meende dit te kunnen verdedigen met een beroep op het gebed bij de doop uit het Book of Common Prayer. Ryle heeft deze zienswijze zeer krachtig bestreden. Hij achtte die vergif voor de ziel. Hoe groot ook het voorrecht van kinderen is die in een christelijk gezin opgroeien en hoezeer het waar is dat God al heel jong in het hart van een mens kan beginnen, niet de doop plaatst ons in het koninkrijk der hemelen en maakt ons tot een pelgrim op reis naar een beter vaderland, maar de persoonlijke wederbarende werking van Gods Geest in ons hart.
Ook hierin is Ryle actueel. In steeds grotere delen van de gereformeerde gezindte vindt een bedenkelijk verbondsautomatisme ingang waarbij de doop met water feitelijk gelijk wordt gesteld met de doop met de Heilige Geest. Van Ryle kunnen we ook leren dat de wetenschap dat een mens van nature dood is in misdaden en zonden en dat God al de Zijnen die Hij van eeuwigheid heeft verkoren naar Zich toetrekt, niets af mag doen van het indringende appel tot bekering en geloof.