Moeten wij in de eredienst alleen Psalmen zingen?

 

Het zingen van alleen Psalmen in de eredienst komt steeds meer onder druk te staan. Van allerlei kanten horen we dat het niet juist is ons tot de deze door God Zelf aan de kerk der eeuwen geschon-ken liederenbundel te beperken. We zouden met de Psalmen het werk van Christus niet voluit kunnen bezingen. Ook daar waar men in de erediensten alleen Psalmen zingt, worden buiten de erediensten tal van gezangen gezongen. Daar zitten in meer dan één geval gezangen bij waarvan de inhoud op gespannen voet staat met die van de Psalmen.

Voor de christelijke kerk is het geen onbelangrijke zaak welke liederen niet alleen in de ere­dienst maar ook daarbuiten worden gezongen. Zeker is dat wij niet alleen de Psalmen behoren te blijven zingen, maar dat het boek van de Psalmen met zijn hoogten en diepten in het bij­zonder de norm vormt waaraan wij alle christelijke liederen dienen te toetsen.

De Psalmen hebben een meerwaarde boven de gezangen. Zij dragen een goddelijke stempel en heb-ben een goddelijke kracht. Zeker als je het boek van de Psalmen in zijn geheel neemt, dan is er geen enkel bundel gezangen die daar tegenop kan. Het niet zingen van de Psalmen of het naar de achter-grond dringen daarvan pleegt schadelijke gevolgen pleegt te hebben voor het geestelijke leven binnen kerken.

In de Vroege Kerk waarschuwde de synode van Laodicea tegen het zingen van niet- Schriftgebonden liederen. In de Reformatie zien we dat het lutherse en de gereformeerde protestantisme verschillende wegen gaan met betrekking tot de vraag welke liederen in de kerk mogen worden gezongen. Luther had geen moeite met het vrije lied. Liederen  die hij dichtte, werden en worden in de lutherse kerken gezongen.

Calvijn heeft verdedigd dat wij alleen die liederen moeten zingen die de Heilige Geest onszelf heeft gegeven. Calvijn liet naast de Psalmen de Tien Geboden, de Lofzang van Simeon en ook de Twaalf Artikelen in berijming zingen. Dat laatste was dan het enige lied dt niet Schriftgebonden was. Dat wij  nog een aantal gezangen hebben die geen Schrifgezangen zijn, is omdat zij al heel erg waren ingebur-gerd voordat het kerkelijke leven meer geordend werd. Feitelijk was het voor onze vaderen een con-cessie het zingen ervan in de erediensten toe te staan.

Een wijd verbreid misverstand dat het alleen zingen van Psalmen een typische Nederlandse aangele-genheid is. De Schotse en Ierse praktijk werd nog strikter dan die van Calvijn en dan de Nederlandse. Men zong uitsluitend de 150 Psalmen. Nog altijd zijn er echter zowel in Schotland en Ierland kerkgemeenschappen die enkel de Psalmen zingen. Ik denk aan de Free Church of Scotland, de Free Presbyterian Church of Scotland en de Reformed Presbyterian Church. Ook de Reformed Presby-terian Church of North America volgt deze praktijk. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de autobio-grafie van Rosaria Champagne Butterfield Een onwaarschijnlijke bekering. Terwijl in de Nederlandse praktijk meer dan eens in verenigingsverband en zeker in het gezin wel ruimte is voor het zingen van gezangen, geldt dat voor Schotse en Ierse kerk in ieder geval niet voor kerkelijke verenigingen.

Ik weet dat er tal van oprechte christenen geweest zijn die gezangen in de erediensten zongen. In de negentiende eeuw was het in de Hervormde Kerk tot 1860 verplicht om minstens één gezang in de dienst op te geven. Sommige predikanten deden het met tegenzin. Anderen hadden er minder moeite mee. De verplichting een gezang te zingen is een van de redenen geweest die een rol hebben gespeeld bij de Afscheiding. De bekende theoloog Kohlbrugge liet echter in Elberfeld ook gezangen zingen.

In Engeland is het anders gegaan dan in Schotland en Nederland met betrekking tot gezangen. Juist de afgescheidenen (dissenters) zijn er mee begonnen. Mannen als Philpot en Spurgeon lieten in de dien-sten alleen gezangen zingen, al was men in de toetsing van wat wel of niet gezongen kon worden, strikt. Ik zou niet graag willen beweren dat met het zingen van gezangen in de eredienst het christen-zijn in het geding. Toch wil ik een vurig pleidooi houden om in de erediensten ons tot de Psalmen te beperken en als wij daarbuiten gezangen zingen, laten het dan gezangen zijn die als het ware een afglans van de Psalmen zijn.

De inmiddels overleden dr. P.H. van Harten  schreef in 2016 een brochure over het zingen van Psalmen en gezangen naar aanleiding van het verschijnen van de liederenbundel Weerklank. Vanaf haar ont-staan heeft de Gereformeerde Bond voorgestaan dat men zich in de eredienst zou beperken tot het zingen van de Psalmen en van de enige Gezangen die de Dordtse synode had toegestaan.

Dat is de achtergrond van het onverander­lijke artikel in haar statuten dat moet worden gestreefd naar terugkeer tot de Dordtse Kerkorde. Al heel spoedig is de Gereformeerde Bond alle hervormde gemeenten waar geen gezangen werden gezongen tot haar achterban te rekenen. Heel lang is het niet zingen van gezangen in een hervormde gemeente en het zich oriënteren op de Gereformeerde Bond zo goed als synoniem met elkaar geweest. Het hoofd­bestuur van de Gereformeerde Bond droeg het standpunt om in de eredienst alleen Psalmen te zingen nadrukkelijk uit.

Dat is inmiddels anders. In een steeds groter aantal gemeenten waarvan de predikant lid is van de Gereformeerde Bond worden gezangen gezongen. Op 21 april 2016 vond de presentatie van de bundel Weerklank plaats. De bedoeling van deze bundel is om wildgroei in het zingen van gezangen in de eredienst tegen te gaan.

Zij kwam wel niet tot stand onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, maar het hoofdbestuur heeft er zich wel achter gesteld en ruime bekendheid aan gegeven. Van Harten stelt in zijn brochure een aantal indringende vragen bij deze zaak. Terecht stelt hij dat het al dan niet zingen van gezangen bijzaak is in vergelijking met de bediening van de verzoening. Ik zou er aan toe willen voegen dat deze kwestie in onderscheid van het aanvaarden van de vrouw in het ambt of van homoseksuele relaties niet direct het gezag van de Schrift raakt.

Met Van Harten meen ik echter dat het geen onbelangrijke zaak is wat de gemeente in de eredienst zingt. Hij noteert dat in de bundel Weerklank meerdere voortreffelijke klassieke gezangen zijn opge-nomen en dat men in de bundel niet tegen gezangen met notoire dwalingen aanloopt. Dat neemt niet weg dat Van Harten in de lijn van het standpunt dat tot niet zo lang geleden algemeen geaccepteerd was in de kring van de Gereformeerde Bond het ruimte geven aan het zingen van gezangen in de eredienst een ernstige verarming acht.

Bij meer dan een lied dat zijn plek kreeg in de bundel Weerklank zet Van Harten een kritische kant-tekening. Dat geldt bijvoorbeeld lied 2. Dat is een dichterlijke weergave van Lev. 19:15-18. Elke verwijzing naar Hem Die de grote Wetsvervuller is ontbreekt. In lied 7, een berijming van Neh. 2:20, wordt het oordeelswoord waarmee deze tekst besluit weggelaten. Feitelijk staat er nu in dit lied het omgekeerde van wat de tekst zegt.

Van Harten geeft aan dat in meerdere liederen de donkere kant van de bijbelse boodschap naar voren komt. Echter, die kant wordt toch ook meer dan eens verzwegen waar zij zou moeten worden ver-woord. Als voorbeeld noemt hij lied 8. Dat is een bewerking van Psalm 1 overgenomen uit de bundel Opwekking. Elke verwijzing naar het verschrikkelijke lot dat de goddelozen wacht ontbreekt.

In meerdere liederen ontbreekt, zo constateert Van Harten, de boodschap van de twee wegen en wordt de zaligheid in wel erg algemene termen verwoord. Van Harten legt er ook de vinger bij dat er een rubriek is met kinderliederen. De kinderen kunnen in gemeenten waar de bundel Weerklank wordt gebruikt hun eigen lied zingen.

Van Harten heeft hier terecht vragen bij. Hier is het niet meer dat ouders en de gemeente de kinderen meenemen maar omgekeerd. Ik zou er aan toe willen voegen dat dit heel duidelijk een afwijking is van de bijbelse en gereformeerde visie op de eredienst. Prediking, lied en gebed zijn voor de gehele gemeente. Ze worden daarom in de taal van volwassenen verwoord, al moet dat wel op een zo begrij-pelijk mogelijke manier gebeuren.

De catechese is er om kinderen en jonge mensen in te leiden in de taal van de Bijbel en van de kerk. In de eredienst zelf deze taal uitgangspunt zijn. Het is een heel ernstige misvatting dat kinderen alleen datgene wat zij kunnen begrijpen, moeten horen, moeten zingen en leren. Heel jong moet een kennis-fundament worden gelegd waarmee een kind zijn hele verdere leven winst kan doen.

Bij meerdere kinderliederen zijn ook theologisch vragen te stellen. Van Harten noemt het lied:

God Die alles maakte,

de lucht en ’t zonlicht blij,

de hemel en aarde,

zorgt ook voor mij.

Ook hier valt de algemene verwoording op. Van Harten wijst erop dat in het licht van de eeuwigheid Gods voorzienigheid ons alleen kan troosten als het een Vaderlijke voorzienigheid is. De Bergrede waarin de Heere Jezus Christus zo nadrukkelijk spreekt over Gods Vaderlijke voorzienigheid, opent dan ook niet voor niets met de Zaligsprekingen waarin de kenmerken van de kinderen van God worden verwoord.

Ik noem nog dat Spurgeon in zijn boekje Rondom de schaapskooi naar voren brengt dat wij kinderen het Evangelie onthouden als wij hen alleen in algemene termen over Gods voor­zienigheid vertellen. Om in Gods Vaderlijke voorzienigheid te delen moeten wij als vijanden met God worden verzoend en als schuldige zondaren van de toekomende toorn gered. Deze boodschap mag ook aan kinderen niet woorden onthouden. In het genoemde kinderlied wordt over Gods voorzienigheid gezongen zonder het kruis van Christus.

Ik merk nog op dat in de Engelstalige wereld er liederenbundels zijn die kennelijk meer diepgang vertonen in de opgenomen liederen dan in Weerklank het geval. Deze bundels heb­ben ook geen rubriek met kinderenliederen. Dan nog meen ik met Van Harten dat wij ons beter in de eredienst aan de Psalmen kunnen houden.

Van Harten merkt op dat het invoeren van gezangen in de kring van de Gereformeerde Bond niet los te zijn is van de verschuivingen in theologisch en geestelijk klimaat in deze kring. Hij noemt uitdruk-kelijk het steeds breder gedeelde uitgangspunt dat de gehele gemeente in de zaligheid deelt. De boodschap van de twee wegen begint meer en meer te ontbreken. Deze verschuivingen zijn overal zichtbaar en merkbaar en die zijn nog het meest verdrietig.

Wat nodig is – niet alleen voor de gemeenten van de Gereformeerde Bond binnen de PKN – maar alom in Nederland is een terugkeer naar Gods Woord en de radicale boodschap van schuld en ver-geving, van hel en hemel, van veroordeling en vrijspraak. In geen belijdenis is die boodschap zo rijk en diep verwoord dan in de gereformeerde belijdenis. Wanneer die boodschap het hart raakt, gaan we de taal van de Psalmen verstaan. We zijn als Nederlandse christenen bevoorrecht dat er berijmingen zijn waarin wij die Psalmen ook kunnen zingen. Waar deze zaken in prediking steeds minder aan de orde komen en de geestelijke kennis ervan gaat ontbreken, zal de behoefte om Psalmen te zingen ook gaan verdwijnen,

Aan het begin van zijn brochure citeert Van Harten onder andere Dietrich Bonhoeffer. Bonhoeffer heeft gesteld: ‘Met de Psalmbundel gaat een ongeëvenaarde schat verloren, en met zijn herinvoering zullen ongekende krachten haar (sc. de gemeenten) binnenkomen.’

Tegen het einde van zijn brochure verwijst hij naar een constatering van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond uit 1994 dat gezangen vaak een afbuiging waren van de echt ge­re­formeerde lijn en een ombuiging naar een ander geestelijk klimaat. Dit is ook van toe­pas­sing op de bundel Weer-klank. Hij eindigt met een appel op kerkenraden om enkel de Psalmen te blijven zingen. Een appel dat ik hartelijk wil ondersteunen.

 

Dr. P.H. van Harten, Psalm en lied, n.a.v de Liederenbundel Weerklank, brochure 32 pp., prijs €5,–. De brochure te bestellen door dit bedrag met vermelding van eigen adresgegevens over te maken op bankrekening NL06RABO 031 38 57 318 t.n.v. J.P. Prince, Raadhuisplein 4671 DA Dinteloord; email: jpprince@kpnplanet.nl

 

Kenneth Stewart (red.), Song of the Spirit: The Place of Psalms in the Worship of God, Reformation Scotland Trust, Glasgow 2014; ISBN 978-1-910013-00-7; pb. 210 pp., prijs ₤5,–

Voor wie de Engelse taal machtig is wijs ik op een bundel onder redactie van Kenneth Stewart, predi-kant van de Reformed Presbyterian Church van Glasgow. In deze bundel , wordt krachtig bepleit alleen de 150 Psalmen in de eredienst te zingen. De meeste bijdragen zijn speciaal voor deze bundel geschreven. Een enkele verscheen al eerder.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het minderheidsrapport over eredienst dat John Murray en William Young schreven voor de veertiende generale synode van de Orthodox Presbyterian Church. Dit minderheidsrapport is als bijlage opgenomen. In de bundel wordt onder andere de opvatting weerlegd dat het werk van Christus niet met de Psalmen kan worden bezongen. David Murray, die als oud-testamenticus aan het Puritan Reformed Seminary in Grand Rapids is verbonden, brengt in zijn bijdrage onder andere naar voren dat de Psalmen een realistische tekening geven van de gevoelens van een kind van God. Het zingen van de Psalmen typeert hij dan ook niet ten onrechte als therapeu-tische lofprijzing.

 

Carl R. Trueman, The Wages of Spin: Cricitical Writing on Historic & Contemporary Evange-licalism (Fearn, Ross-shire, Scotland: Christian Focus Publications, 2004), paperback  190 pp, prijs ₤10,99 (ISBN 1-85792-994-2)

Over de betekenis van het zingen van Psalmen las ik onlangs een zeer lezenswaardig artikel in de bundel The Wages of Spin van de Schotse theoloog Carl R. Trueman.

Carl Trueman is als hoogleraar kerkgeschiedenis en theo-logiegeschiedenis verbonden is aan West-minster Theological Seminary in Philadephia in de VS. Hij behoort tot de toonaangevende jongere theologen van gereformeerde overtuiging in de Engelssprekende wereld.

Ik wil degenen die de Engelse taal machtig zijn, graag op deze publicatie attent maken. Trueman laat zien dat het niet zingen van de Psalmen of het naar de achtergrond dringen daarvan grote gevolgen pleegt te hebben voor het geestelijke leven binnen kerken.

 

Malcolm H. Watts, God’s Hymnsbook for the Christian Church (Aberdeen: James Begg Society, 2003) brochure 64 pp., prijs ₤3,– (ISBN 0-9539241-8-1) 

Meer dan eens heb ik de opmerking horen maken dat het uitsluitend zingen van Psalmen een puur Nederlandse gewoonte zou zijn. Deze opmerking getuigt niet van kennis van de kerkhistorie. Het uitsluitend zingen van Psalmen in de eredienst is, als we de Vroege Kerk buiten beschouwing laten, terug te voeren tot Calvijn.

Calvijn wenste in de kerk niets te doen wat niet uitdrukkelijk in Gods Woord was voorgeschreven. Daarom wilde hij in de eredienst alleen dat liedboek gebruiken dat de Heere Zelf aan Zijn kerk heeft gegeven. Buiten de Psalmen liet Calvijn alleen de wet, de geloofsbelijdenis en de lofzang van Simeon zingen. John Knox, de hervormer van Schotland, is zijn geestelijke leermeester gevolg in het inzicht dat de Psalmen het liedboek van de kerk zijn.

De Schotse praktijk werd nog strikter dan die van Calvijn en dan de Nederlandse. Men zong uitslui-tend de 150 Psalmen. Daarbij moet nog worden opgemerkt dat de Schotse berijming dichter bij de Hebreeuwse brontekst blijft dan zowel de berijming van Datheen als die van 1773. Tot aan het einde van de achttiende eeuw werden er in de Kerk van Schotland enkel Psalmen gezongen. Daarna drongen gezangen binnen.

Nog altijd zijn er echter zowel in Schotland en Ierland kerk-gemeenschappen die enkel de Psalmen zingen. Ik denk aan de Free Church of Scotland, de Free Presbyterian Church of Scotland en de Reformed Presbyterian Church. Ook de Reformed Presbyterian Church of North America volgt deze praktijk. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de autobiografie van Rosaria Champagne Butterfield Een onwaarschijnlijke bekering.

In Engeland hebben de puriteinen dit beginsel verdedigd. Daar is echter in vrijwel alle gemeenten gewoonte geworden in de eredienst gezangen en dan wel uitsluitend gezangen te zingen. De afgelopen decennia heeft een aantal gemeenten als vrucht van de bestudering van de geschriften van de werken van de puriteinen het zingen van de Psalmen weer ingevoerd.

Dat geldt onder andere voor de Emmanuel Evangelical Church te Salisbury. De predikant van deze gemeente schreef een aantal jaren geleden een uitvoerige brochure waarin hij de praktijk om uitsluitende Psalmen in de eredienst te zingen beargumenteerd verdedigt. De Psalmen waren de liederen die in de oudtestamentische tempel werden gezongen. Als argumenten dat ook de nieuwtestamentische kerk in de eredienst de Psalmen dient te zingen, noemt hij het voorbeeld van Christus Zelf. Van Hem weten we dat Hij de Psalmen zong.

Samen met Zijn discipelen zong Hij bij de paasmaaltijd de Lofzang, dat wil zeggen de Psalmen 113 t/m 118. In Jacobus 5:13 lezen we de apostolische aansporing: ‘Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalm zinge.’ Watts gaat hierbij overigens niet in op het feit dat het woord ‘psalm’ of ‘psalm zingen’ als zodanig niet op de oudtestamentische Psalmen behoeft te slaan. Een ‘psalm’ is in het Grieks eenvoudig een (lof)gezang.

Dat neemt niet weg dat wij gezien de nauwe band tussen het Grieks van het Nieuwe Testament en dat van de oudste vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, in Jacobus waarschijnlijk aan de oudtestamentisch Psalmen moeten denken.

In het boek der Psalmen worden de Psalmen trouwens ook gezangen of geestelijke liederen gety-peerd. Daarom zijn Efeze 5:19 en Colossenzen 3:16 ook geen doorslaggevend bewijs voor het zingen van andere liederen dan de Psalmen in de eredienst. De brochure van Watts eindigt met de oproep om vast te houden aan of terug te keren tot het uitsluitend zingen van Psalmen in de eredienst.

 

Zie ook: http://www.westminsterconfession.org/worship/the-singing-of-psalms-in-the-worship-of-god.php

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s