Geloven geen menselijke prestatie maar uit genade leunen op Christus alleen

De Reformatie betekende een herontdekking van het Evangelie van Gods genade. We mogen niet zeg-gen dat er in de kerk van de Middeleeuwen geen ware gelovigen waren. Die waren er ongetwijfeld. Wie de preken van Bernard van Clairveaux leest of de werken van Anselmus wordt getroffen door de bevindelijke wijze waarop wordt getuigd van droefheid over de zonden en vreugde in God door Christus.

Dat neemt niet weg dat de Reformatie duidelijker en helderder dan in de eeuwen daarvoor was gedaan betuigde dat de grond van onze vrijspraak helemaal buiten ons ligt. Rechtvaardiging als vrij-spraak werd onderscheiden van heiliging als gelijkvormig worden aan Christus zonder dat die twee van elkaar werden losgemaakt. De eeuwen daarvoor werd dat onderscheid echter zo niet gemaakt.

De Reformatie leerde dat wij enkel en alleen door geloof deelkrijgen aan Christus. Zo mogen wij delen in de vrijspraak en weten dat wij zonder vrees God kunnen ontmoeten. De gerechtigheid van Christus is door genade en door geloof ook onze gerechtigheid. Het feit dat wij alleen door geloof deelkrijgen aan Christus betekent niet dat wij het geloof als een menselijke prestatie mogen zien die iets toevoegt aan Gods genade. Dat is de opvatting van Arminius. Heel terecht is die in de Dordtse Leerregels afge-wezen.

Het levend geloof ontstaat in de diepte van verlorenheid. Er is de diepe wetenschap dat God , Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, ons heeft levend gemaakt met Christus. (vgl. Ef. 2:4-5). Terwijl wij vijanden waren heeft God ons met Zichzelf verzoend door de dood van Zijn Zoon. (Vgl. Rom. 5:10).

Heel treffend wordt de betekenis van het geloof verwoord in de preek over de redding van de mensheid door Christus alleen onze Zaligmaker van de zonde en de eeuwige dood in het eerste Book of Homilies (Boek met homilieën/preken) van de Anglicaanse Kerk. De opsteller daarvan is Thomas Cranmer, aartsbisschop van Canterbury. Met dit prekenboek wilde Cranmer Anglicaanse geestelijken handvatten bieden voor een Bijbelse prediking. Deze preken konden ook voorgelezen worden in diensten, wanneer er niemand aanwezig was die de bekwaamheid had een preek te houden.

Veelzeggend is al dat de bewuste preek volgt op een preek over de ellende van heel de mensheid en zijn veroordeling tot de eeuwige dood door zijn eigen zonde. Cranmer wist evenals Luther dat wij het Evangelie alleen werkelijk kunnen verstaan tegen de donkere achtergrond van de vloek van de wet. De vrijspraak van het Evangelie staat tegenover de vloek van de wet. Alleen als het geloof in deze context wordt beoefend draagt dit het kenmerk van het door Gods Geest gewerkte geloof. Anders blijft het een menselijk werk en zijn we tevreden met onszelf en ons eigen christen-zijn in plaats van met Christus alleen.

Dan nu de passage uit de preek over de redding van de mensheid door Christus alleen onze Zalig-maker van de zonde en de eeuwige dood die ik wil delen.

‘Daarom betekent het ware begrijpen van deze leer dat wij om niet gerechtvaardigd worden het geloof zonder werken of dat gerechtvaardigd worden door het geloof in Christus alleen, niet dat onze eigen daad van geloven in Christus of dit ons geloof in Christus dat in ons is, ons rechtvaardigt en ons de rechtvaardiging voor ons doet verdienen. Dat zou betekenen dat wij door een daad of deugd die in ons is, gerechtvaardigd worden. Maar het ware begrijpen en kennen daarvan is dat, hoewel wij Gods Woord horen en geloven en hoewel wij geloof, hoop, liefde, bekering, schrik en vrees voor God in ons hebben en vele goede werken daarbij voegen, wij toch afzien van alle verdienste van geloof, hoop, liefde en alle andere deugden die wij gedaan hebben, zullen doen of kunnen doen, als zaken die veel te zwak, ongenoegzaam en onvolkomen zijn om ons de vergeving van onze zonden en onze rechtvaar-diging waardig te maken.’

Een christen met een levend en waarachtig geloof steunt en leunt op Christus alleen. De waarheid van zijn geloof blijkt in een godzalige wandel. Als het over dat laatste gaat moet de verst gevorderde gelovige nog betuigen dat hem verdriet doet dat hij nog zo weinig op Christus lijkt. Er worden vele discussies over het geloof gevoerd. Discussies die meer eens blijven steken in het aanwijzen van wat het niet is en welke afwijkingen er allemaal zijn. Nu moet tegen afwijking en dwaling worden gewaar-schuwd, maar het beste geneesmiddel is daarvoor te betuigen wat het wel is.

Daarom geef ik nog graag een couplet uit Rock of Ages (Vaste Rots) door. Laat iedereen die dit leest, zich afvragen of hij zo zijn geloof belijdt en beleeft.

Vaste rots van mijn behoud,

als de zonde mij benauwt,

laat mij steunen op uw trouw,

laat mij rusten in uw schaûw,

waar het bloed door U gestort,

mij de bron des levens wordt.

*

Zie, ik breng voor mijn behoud

U geen wierook, mirr’ of goud;

moede kom ik, arm en naakt,

tot de God, die zalig maakt,

die de arme kleedt en voedt,

die de zondaar leven doet.

*

Rock of Ages, cleft for me

Let me hide myself in thee;

Let the water and the blood,

From thy riven side which flowed,

Be of sin the double cure,

Cleanse me from its guilt and power.

*

Nothing in my hand I bring;

Simply to thy cross I cling;

Naked, come to thee for dress;

Helpless, look to thee for grace;

Foul, I to the fountain fly;

Wash me, Saviour, or I die.

*

N.a.v. Gerald Bray (red.), The Books of Homilies: A Critical Edition (Cambridge: James Clarke & Co., 2015), hardcover 590 pp., £85.00 IISBN 9780227175446)

De twee Books of Homilies vormen samen met het Book of Common Prayer en Thirty-Nine Articles de basisdocumenten van de Anglicaanse Kerk. Het First Book of Homilies werd in 1547 aan he begin van de regering van Edward VI gepubliceerd. Het was hoewel niet helemaal grotendeels het werk van aartsbisschop Thomas Cranmer, en de inspiratie lijkt van hem te zijn geweest. Het was bedoeld om het niveau van de prediking te verhogen door modelpreken aan te bieden die bepaalde leerstellige en pastorale thema’s behandelde. Ze konden om te worden voorgelezen en hadden vooral ook de bedoeling om predikanten te voorzien van aanvullend materiaal voor hun eigen preken.

Ten tijde van de regering van Mary Stuart (Bloody Mary) publiceerde de fel rooms-katholieke bisschop Edmund Bonner zijn eigen Book of Homilies. Bonner had de doorwerking van het First Book of Homilies gezien en zijn bedoeling was via het door hem vervaardigde boek de leer van Rome weer de geestelijkheid en de leken in te scherpen. Het Second Book of Homilies verscheen in in 1563 (en in een herziene vorm in 1571). Het grijpt terug op het boek van Cranmer en reageert ook op dat van Bonner.

Onder redactie van Gerald Bray, hoogleraar Anglicaanse studies aan Beeson Divinity School, verscheen een editie die al deze drie boeken samenbrengt. Bray voorzag deze uitgave van een inleiding. Zowel historisch als theologisch worden hier belangwekkende documenten samengebracht. The First en Second Book of Homilies maken zonneklaar dat historisch gezien de Anglicaanse Kerk als een gereformeerde kerk moet worden getypeerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s