Het Oude Testament eindigt met Maleachi en het Nieuwe Testament opent met Mattheüs. Tussen het laatste oudtestamentische Bijbelboek en het begin van onze jaartelling liggen ongeveer vier eeuwen. De periode staat bekend als de intertestamentaire periode. Toen vonden gebeurtenissen en ontwikkelingen plaats die van grote betekenis zijn om het Nieuwe Testament in de juiste context te plaatsen. Na het uiteenvallen van het rijk van Alexander de Grote ging de provincie Juda zoals ze door de Perzische overheid werd genoemd, al spoedig deel uit maken van het Seleucidische rijk.
De Seleucidische koning Antiochus Epiphanes IV ontwijdde in 164 vóór Christus de tempel en dat werd het begin van de opstand onder leiding van de zogenaamde Makkabeeën. Dat weten we uit de apocriefe boeken van de Makkabeeën. Uit de geschriften van de Joodse schrijver Flavius Josephus weten we hoe het beloofde land in de invloedssfeer van het Romeinse rijk kwam. Deze schrijver deelt ons ook het een en ander mee over Herodes de Grote en zijn familie, zodat we weten hoe nazaten van Herodes de Grote, die wij in het Nieuwe Testament tegenkomen, aan elkaar gerelateerd zijn.
Uit de intertestamentaire periode stammen niet alleen de boeken die wij als protestanten als de apocriefe boeken kennen, maar ook de zogenaamde pseudepigrafische literatuur. Een bekend boek is I Henoch en dat wordt in het Nieuwe Testament, in de brief van Judas geciteerd. Ik noem ook de Dode-Zee-Rollen; een wel zeer spectaculaire vondst. Zij werden in 1947 ontdekt. Zij hebben onze kennis van het Jodendom van de Tweede Tempel zeer vergroot. Als wij de aanduiding Jodendom van de Tweede Tempel gebruiken, dan eindigt die periode later dan de intertestamentaire periode en wel bij de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 na Chr.
Ten slotte noem ik de Septuaginta: de vertaling van het Oude Testament die al vóór het begin van de christelijke jaartelling tot stand kwam. In het Nieuwe Testament wordt het Oude Testament weliswaar niet altijd, maar wel veelal geciteerd in de vorm van de Septuaginta. Dat kan gebeuren als de tekst van de Septuaginta afwijkt van de Masoretische tekst van het Oude Testament. Wie de Septuaginta leest, kan ook oog krijgen voor woordverbanden in het Nieuwe Testament die te maken hebben met de Septuaginta en niet met de Masoretische tekst.
Voor wie Engels beheerst kan ik een boekje over de intertestamentaire periode aanbevelen dat Concordia Publishing House mij toezond. Het is een ouder boekje. Het werd in 1975 gepubliceerd. Het is heel toegankelijk geschreven en de stof is overzichtelijk geordend. Voor een eerste oriëntatie in de intertestamentaire periode is het een aanrader.
Raymond F. Surburg, Introduction to the Intertestamental Period (St. Louis: Concordia Publishing House, 1975), paperback 200 pp., $22,99 (9780758618528)