De namen Adônaj en YHWH
In het Oude Testament lezen we in de Statenvertaling de naam ‘Heere’ (met alleen een hoofdletter aan het begin) en de naam ‘HEERE’ (met allemaal hoofdletters). In Engelse vertalingen vinden we Lord en LORD, in Duitse Herr en HERR en in Frans Le SEIGNEUR en Seigneur, terwijl in de combinatie Heere HEERE de Franse vertaling Seigneur DIEU heeft. Wat zit erachter deze verschillende schrijfwijzen? Waarom worden er in het ene geval allemaal hoofdletters gebruikt en in het andere niet? In beide gevallen gaat het om de God van Abraham, Izak en Jakob, de levende en waarachtige God.
In het Hebreeuws luidt de naam ‘Heere’ Adônaj. Deze naam is afgeleid van Adôn. Adôn betekent
‘heer/meester/bezitter/gebieder’. Dit woord komt meer dan driehonderd keer in het Oude Testament voor. Ongeveer dertig keer heeft het betrekking op God.
God wordt in het Oude Testament439 keer met de naam Adônaj (Heere) aangeduid. Adônaj moet hoogstwaarschijnlijk als het meervoud van Adôn worden gelezen, waaraan dan nog het suffix van de eerste persoon mannelijk is toegevoegd, en waarbij de korte a die dan normaal wordt verwacht, veranderd is in een lange a. Deze naam duidt op de universele heerschappij van God. Hij is al de Schepper van hemel en aarde, de Heere van alle heren.
De naam HEERE geeft de Hebreeuwse naam YHWH weer. Dat is de eigennaam van de God van Israël. De volle betekenis ervan werd voor het eerst aan Mozes bij de brandende braambos geopenbaard, namelijk: ‘Ik ben Die Ik ben’ of ‘Ik zal zijn Die Ik zijn zal.’ In deze verklaring wordt een relatie gelegd tussen YHWH (zo wordt deze naam van God in het Hebreeuws geschreven) en het werkwoord hāyāh (zijn). YHWH is de eigennaam van de God van Israël. Veelzeggend is dat deze naam veruit het meest voorkomt in het Oude Testament en wel 6828 keer.
*
De betekenis van de naam YHWH
Waarom draagt God de naam YHWH als eigennaam? In deze naam komt de bijzondere relatie van God met Israël aan het licht. Daarom spreken we wel over Gods Verbondsnaam. De naam YHWH duidt erop dat God zowel Zijn bedreigingen als Zijn beloften vervult. Op het laatste valt de nadruk, maar het eerste mag niet verzwegen worden. Dat gebeurt als men zonder enige reserve de naam YHWH uitlegt als: ‘Ik ben erbij.’
In de geschiedenis van het volk Israël zien we dat er altijd een rest overbleef die YHWH kende en diende, maar ook dat YHWH aan menigeen geen welgevallen had, omdat men vertrouwde op de besnijdenis van het vlees en geen weet had van de besnijdenis van het hart. Dan nog blijft staan dat God telkens weer voor Zijn volk wegen baande waar geen wegen waren. Dan wijs ik niet alleen op de doortocht door de Rode Zee maar ook op de door de profeten – en trouwens ook al door Mozes – voorzegde weerkeer uit de ballingschap.
Deze belofte vond een aanvankelijke vervulling toen de Perzische koning Cyrus de Joodse ballingen in Babel verlof gaf om terug te keren naar het land van de vaderen. De principiële vervulling van deze belofte vond plaats met de komst van de Heere Jezus Christus. De definitieve vervulling zal gestalte krijgen bij de wederkomst, als het nieuwe Jeruzalem neerdaalt uit de hemel. Dan wordt waar: ‘En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.’ (Zach. 14:9)
De naam YHWH duidt niet alleen op Gods verbondenheid met Israël – en nieuwtestamentisch gezien ook met de gemeente van Jezus Christus (denk aan het slot van Mattheüs) – maar ook op Zijn uniciteit en dat Hij als Schepper van alle dingen van niets en van niemand afhankelijk is. In vele oudtestamentische studies over de naam YHWH wordt aan dit aspect geen recht gedaan. Meer dan eens wordt er zelfs helemaal geen aandacht aan besteed en dat is zeer onterecht.
Ik wijs in dit verband allereerst op een tekst in Deuteronomium, namelijk Deuteronomium 4:35: ‘U is het getoond, opdat gij weet, dat de HEERE die God is; er is niemand meer dan Hij alleen.’ Vervolgens wijs ik op teksten uit de tweede helft van het boek Jesaja. Ik begin met Jesaja 42:8: ‘Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.’ Hier wordt duidelijk gemaakt dat de naam YHWH (HEERE) inhoudt dat alleen YHWH God is en aan Hem alleen eer en aanbidding toekomt.
Ik noem ook Jesaja 45:5a: ‘Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God.’ (vgl. ook Jes. 45:6, 18 en 22). Daarnaast wijs ik op Jesaja 46:9: ‘Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik.’ YHWH is de enige God van het universum. Hij is niet te vergelijken met een andere god. Hij bestaat echt en kan daarom echt redden. YHWH kan alleen met zichzelf worden vergeleken.
*
De Septuaginta
Niet zonder belang is te weten dat in de Septuagint de zinssnede: ‘Ik ben Die IK ben’ uit Exodus 3:14 wordt vertaald met: ‘Ik ben de zijnde’ (egô eimi ho ôn). De vertalers van de Septuaginta hebben blijkbaar gedacht aan wat in de theologie Gods aseitas wordt genoemd God is de onveranderlijke in Zichzelf. Kohbrugge kan daarom in het verlengde van deze opvatting over God als de Wezenaar (Hij Die is) spreken.
Dit verstaan van de Godsnaam door de vertalers van de Septuaginta is vanaf de negentiende eeuw fel bekritiseerd. De naam YHWH zou niet over Gods wezen maar Zijn handelen gaan. God is de God Die erbij is. De laatste notie behoeven we, zoals ik al heb aangegeven niet te ontkennen. Waar het echter om gaat, is dat God is zoals Hij is. Hij is volstrekt betrouwbaar. Hij vervult Zijn beloften. Dat Hij daartoe in staat is, heeft alles te maken met Zijn aseitas. Juist de gedachte dat God opgaat in Zijn handelen ten opzichte van Zijn volk is een filosofische gedachte; een gedachte die altijd leidt tot relativering of zelfs de ontkenning van Gods toorn over de zonde en zeker van de eeuwige straf. En wie dat laatste doet, denkt over God anders dan Hij Zichzelf heeft geopenbaard in de Schrift.
Hoe komen we nu aan de weergave van HEERE (met allemaal hoofdletters) als vertaling van de naam YHWH? Al in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling ontstond de gewoonte de naam van YHWH niet uit te spreken. Alleen de hogepriester deed dat nog op de Grote Verzoendag. In de Hebreeuwse handschriften van het Oude Testament hebben daarom de zogenaamde Masoreten de klinkers van Adônaj bij de naam YHWH geplaatst. De bedoeling was dat je in plaats van YHWH dat vermoedelijk als Yahwèh is uitgesproken, Adônaj moest (voor)lezen.
Christenen die dit niet begrepen hebben dit gelezen als Jehovah. Wij denken dan inmiddels veelal allereerst aan Jehovah’sgetuigen, maar wie wat thuis is in oudere stichtelijke lectuur weet dat de naam Jehovah ook in preken van onverdacht rechtzinnige theologen voorkomt. Het lied van de Schotse negentiende-eeuwse prediker Robert Murray M’Cheyne Het wachtwoord van de hervormers heeft ook als titel Jehovah tsidkēnoe. Die laatste titel is gebaseerd op Jeremia 23:6b: ‘en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.’
De vertalers van de Septuaginta hebben zowel de naam Adônaj als YHWH met het Griekse woord kurios vertaald. Dit woord betekent ‘heer’ en met een stomme e erbij wordt het ‘heere’. Kurios wordt ook voor mensen gebruikt. Zo spreek je iemand aan die boven je staat. Het is een beleefdheidsaanspraak, maar in het Nieuwe Testament is ook via de Septuaginta de weergave van zowel Adônaj als YHWH.
Omdat het Nieuwe Testament in beide gevallen kurios heeft, vinden we in het Nieuwe Testament niet meer de naam HEERE met alleen maar hoofdletters. Waar het niet om citaten uit het Oude Testament gaat, kan het zijn dat met het gebruik van kurios ook op de naam YHWH wordt gezinspeeld. Dit is belangrijk om te weten als Jezus kurios (Heere) wordt genoemd.
Latere vertalingen zijn in het voetspoor van de Septuaginta de namen Adônaj en YHWH op dezelfde wijze vertaald. Om het verschil toch aan te geven werd dan de vertaling van de naam YHWH in hoofdletters afgedrukt. Voor Adônaj is kurios een geschikte vertaling. God is immers aller heren Heer. Voor YHWH geldt dat niet. Er komt zo niet meer goed uit dat YHWH een eigennaam is en wel van de levende en waarachtige God. Omdat wij inmiddels bij het woord ‘heer’ de stomme e alleen gebruiken als het over God gaat, voelen wij intussen HEERE als een eigennaam aan. En dat sluit dan weer aan bij de oorspronkelijk betekenis van de naam YHWH.
*
Jezus is als kurios ook YHWH
Er zijn inmiddels vertalingen die uit willen laten komen dat YHWH de eigennaam van God is. Zo geeft onder andere de Nederlandse Bijbelvertaling in de Naardense Vertaling YHWH met ‘de Ene’ weer. Toch kleeft daaraan een groot bezwaar. Jezus wordt in het Nieuwe Testament kurios genoemd en toen Hij op aarde was werd Hij ook als kurios aangesproken. Als de Heere Jezus vóór Zijn opstanding als Heere (kurios) wordt aangesproken, zal degene die dat deed dit allereerst als een beleefdheidsaanspraak hebben bedoeld. Ongetwijfeld wil de schrijver van het evangelie waarin we dit lezen, er de lezer meer mee aangeven.
Jezus Zelf heeft in Zijn onderwijs de naam ‘Heere’ in een diepere betekenis gebruikt. We hoeven maar te denken aan de uitleg die Hij geeft van Psalm 110:1. God spreekt daar de messiaanse vorst als Heere aan. Jezus geeft ermee aan dat Hij niet minder dan de Vader Heere is.
Ik geef de passage uit Mattheüs hierover weer: ‘Toen nu de farizeeërs samen vergaderd waren, vroeg hun Jezus, en zei: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon. Hij zei tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in de Geest, zijn Heere? zeggende: De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Als Hem dan David noemt zijn Heere, hoe is Hij zijn Zoon?’ (Matth. 22:41–45)
Ik wijs ook op Mattheüs 7:21. Daar horen we Jezus zeggen: ‘Niet iedereen, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.’ Kenmerkend voor een volgeling van Jezus is dat hij Jezus als Heere belijdt. Echter, aan het belijden van Jezus als Heere moet wel het navolgen van Hem verbonden zijn.
Met Zijn opstanding uit de doden valt het volle licht op het feit dat Jezus niet minder dan de Vader Heere is ook in de zin van YHWH. Teksten waarin we in het Oude Testament de naam YHWH (HEERE) tegenkomen worden in het Nieuwe Testament op Jezus betrokken. De bekendste is wel Joël 2:32. Daar lezen we in de Statenvertaling: ‘En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.’
Petrus heeft deze tekst in zijn toespraak op de Pinksterdag aangehaald. Ik wijs allereerst op Handelingen 2:21: ‘En het zal zijn, dat iedereen, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.’ Vervolgens noem ik het slot van Handelingen 2:39: ‘Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.’
Als we in het boek Handelingen en in de brieven van Paulus de naam ‘Heere’ tegenkomen moeten we, uitgezonderd citaten uit het Oude Testament die expliciet met de Vader worden verbonden, altijd aan de Heere Jezus Christus denken.
In het Oude Testament lezen we: ‘Hoor Israël, de HEERE, onze God, is een enig HEERE.’ (Deut. 6:4). We kunnen deze tekst ook als volgt vertalen: ‘Hoor Israël, de HEERE is onze God, de HEERE is één/uniek.’ Deze tekst wordt wel de oudtestamentische geloofsbelijdenis genoemd. Joden zeggen hem dagelijks bij hun gebeden op. In 1 Korinthe 8:6 laat Paulus ons zien dat Jezus als Heere in deze geloofsbelijdenis moet worden opgenomen. We lezen daar: ‘Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.’ Heel terecht is achter ‘Heere’ een komma geplaatst.
Zinspelend op Exodus 34:34 maakt Paulus in 2 Korinthe 3:16 duidelijk dat YHWH (HEERE) over Wie Mozes schrijft op de Geest mag betrokken worden die ons de ogen opent voor Jezus als Heere. Daarom kan hij in 2 Kor 3:17a schrijven: ‘De Heere nu is de Geest.’ Deze tekst is samen met Johannes 6:63a: ‘De Geest is het Die levend maakt’ het fundament voor de woorden uit de Geloofsbelijdenis van Nicea waar van de Heilige Geest wordt betuigd dat Hij Heere is en levend maakt.
De naam YHWH (HEERE) mag niet alleen voor de Vader worden gebruikt maar ook voor de Zoon en de Heilige Geest. Dit is een heel krachtig argument voor de leer van de Drie-eenheid. Heel treffend wordt dan ook in artikel 17 en 18 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius betuigd: ‘alzo is de Vader Heere, de Zoon Heere, de Heilige Geest Heere; en nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere.’