Een weergave van de Bijbelse chronologie die uitgaat van het zelfgetuigenis van de Schrift

Met de woorden in de titel kan ik de publicatie van Andrew E. Steinmann From Abraham to Paul: A Biblical Chronology het best typeren. Steinmann is emeritus hoogleraar theologie en Hebreeuws van de Concordia University Chicago. Hij heeft meerdere boeken op zijn naam staan. From Abraham to Paul verscheen voor het eerst in 2011. In 2024 kwam er een herziene druk.

Boven het woord vooraf van deze herziene druk lezen we de volgende zin: ‘Als de Bijbel niet historisch waar is, zijn we nog altijd in onze zonden.’ Zou de Bijbel slechts een ethische en morele boodschap hebben waarvan de kern is dat wij oog moeten hebben voor elkaar en voor de schepping (iets wat op zich waar is) dan is feitelijk niet van belang of de Bijbel historisch betrouwbaar is of niet. Echter, de boodschap van de Bijbel is een boodschap van de verzoening en verlossing die God Zelf tot stand heeft gebracht.

Dan maakt het wel degelijk uit of Abraham een fictieve persoon is of een historische persoon die op Gods bevel uit Ur vertrok en met wie God reeds in het tweede millennium voor Christus Zijn verbond oprichtte. Het feit dat de Bijbel de stem van God is betekent dat zaken die in de Bijbel als historisch worden gepresenteerd werkelijk zijn gebeurd. Dat de feiten op een bepaalde manier zijn geordend en in een bepaald perspectief zijn geplaatst doet daar niets aan af.

From Abraham to Paul is nadrukkelijk mede met een apologetisch doel geschreven. Steinmann laat zien dat het niet onredelijk is om de Bijbel als historisch betrouwbaar te beschouwen. Daarvoor kunnen valide argumenten worden aangedragen. Hij laat zien dat het mogelijk is op basis van gegevens in de Bijbel een chronologie op te stellen die ondersteund wordt door informatie uit buiten-Bijbelse bronnen. Zonder reserve houdt hij vast aan de Schrift als Gods onfeilbaar Woord en die onfeilbaarheid betreft ook wat de Schrift ons op historisch gebied meedeelt.

Hij laat verder zien dat in het Oude Testament dateringen voorkomen waarbij men een nieuw jaar in het najaar laat beginnen met de maand Tisjri, als in het voorjaar met de maand Nisan. Ook kunnen de regeringsjaren van koningen op twee manieren worden geteld. Het jaar van de troonsbestijging telt niet mee (exclusief) of juist wel (inclusief)

De sabbatsjaren en jubeljaren hebben een belangrijke plek in de chronologie die Steinmann ontvouwt. Hij gaat ervan uit dat een jubeljaar samenvalt met een sabbatsjaar. Met het vijftigste jaar begint weer een nieuwe cyclus. Met de Talmoed neemt Steinmann aan dat het achttiende jaar van koning Josia en het vijfentwintigste jaar van de ballingschap dat genoemd wordt in Ezechiël 40:1q jubeljaren waren. Uitgaande van deze aanname komt Steinmann uit op een datering van 1446 voor Christus.De vragen op het gebied van de archeologie zijn bij een vroege datering niet groter dan bij een datering in de dertiende eeuw. Dat is lang gedacht, maar Steinmann laat zien dat dit een achterhaald inzicht is.

Tekstkritiek waarbij je op goede gronden aanneemt dat er in de handschriften een overschrijffout is ingeslopen, moet soms gebruikt worden. In 2 Kronieken 22:2 staat dat Ahazia 42 jaar oud was toen hij de troon beklom, terwijl 2 Koningen 8:26 de juiste leeftijd van 22 jaar noemt. In 2 Kronieken 36:9 lezen we dat Jojachin 8 jaar was toen hij op de troon werd geplaatst. Het correcte getal van 18 jaar vinden we in 2Koningen 24:8. Die leeftijd maakt duidelijk waarom hij al vrouwen had die met hem in ballingschap gingen

Steinmann biedt ook nieuwe inzichten als het gaat om het geboortejaar van Jezus en de datum van de volkstelling destijds onder Quirinius. Hij geeft argumenten dat Flavius Josephus vergissingen heeft gemaakt en zaken door elkaar heeft gehaald.

Ik kan niet de juistheid van alle argumenten overzien. Steinmann meent dat Jezus stierf en opstond in 33 na Christus. Ik houd een lichte voorkeur voor 30 na Christus. Onjuist is dat de paasmaaltijd op de veertiende Nisan werd gebruikt. In de middag van de veertiende Nisan werd het paaslam geslacht en op de vijftiende gegeten. Ik hoop dat er een nieuw druk komt waarin deze fout kan worden rechtgezet.

Steinmann verklaart de schijnbare verschillen tussen Johannes en de synoptici over het pascha zo, dat Johannes ervan uitgaat dat de leden van het sanhedrin er op de avond van de vijftiende Nisan niet aan toe waren gekomen de paasmaaltijd te gebruiken en dat zij het rechthuis van Pilatus niet wilden binnengaan om het die dag alsnog te doen.

De auteur meent dat het bezoek dat Paulus noemt in Galaten 2:1-10 gelijk moet worden gesteld met het bezoek aan Jeruzalem dat leidde tot het in Handelingen 15 vermelde apostelconvent. Zelf meen ik dat het overeenkomt met het hongersnood bezoek waarvan we lezen in Handelingen 11:27-30. We hoeven niet alle suggesties van Steinmann te volgen om zonder reserve aan de historische betrouwbaarheid van de Schrift recht te doen.

Hoe dan ook is From Abraham to Paul niet alleen een werk dat van belang is voor specialisten op het gebied van de Bijbelse chronologie, maar ook voor niet-experts op dat terrein. Nadrukkelijk sluit ik dan geïnteresseerde leken in. De combinatie van een goed geordende en overzichtelijk gepresenteerde inhoud en een groot aantal overzichten en grafieken maakt het tot een bruikbaar naslagwerk.

Andrew E. Steinmann, From Abraham to Paul: A Biblical Chronology, second edition (St. Louis: Concordia Publishing House, 2024), hardcover 368 pp., $44,99 (ISBN 9780758678614)

Plaats een reactie