De Bijbel is het onfeilbare Woord van God. Om God te leren kennen moeten wij de Bijbel lezen en wel biddend lezen. Daarin heeft God aan ons namelijk geopenbaard wie Hij is en hoe Hij gediend wil worden. Om de Bijbel beter te leren begrijpen en om in de boodschap van de Bijbel ingewijd te worden vertellen we aan kinderen op kinderlijke wijze de bijbelse geschiedenissen. Trouwens ook volwassenen zijn daarbij gebaat.
Aan mensen die van buiten de kerk tot de kerk toetraden gaf ik uiteraard gewone Bijbel als zij die nog niet hadden. Vrijwel altijd hadden zij die al. Daarom gaf ik hen dan nog een zogenaamde kinderbijbel met het advies die meerdere keren door te lezen om zo vertrouwd te raken met de Bijbelse geschiedenissen.
Als het gaat om kinderbijbels en bijbelse vertellingen is er veel meer keuze dan een aantal decennia geleden. Op een geheel eigen wijze vertelt de heer D.J. van Keulen de vertellingen van het Oude en Nieuwe Testament. Ik had dat al eens uit een recensie begrepen en inmiddels heb ik het met mijn eigen ogen geconstateerd.
Onder de titel De HEERE regeert verschenen twee bundels met vertellingen bij de Bijbel uit het Oude Testament. Ik las het eerste deel van vertellingen bij de Bijbel uit het Nieuwe Testament. Er komt dus minstens nog een deel. Deze serie heet De Bron van alle goed. De titels van de series nodigen er al toe uit de delen die erin zijn verschenen te gaan lezen. De delen zijn trouwens ook prachtig geïllustreerd met illustraties van dhr. H. van den Brink, terwijl uit het colofon blijkt dat mevr. H. van de Fliert de eindredactie heeft verzorgd. In elk van de delen staat een voorwoord van de hand van ds. M. van Kooten.
Wat opvalt is de heel originele wijze waarop Van Keulen de bijbelse geschiedenissen vertelt. Bij het schrijven van de verhalen heeft de auteur geprobeerd rekening te houden met kinderen waarbij sprake is van autisme. Dit vertaalt zich in heldere zinnen en uitdrukkingen, waarbij metaforen zoveel mogelijk worden vermeden. Abstracte begrippen worden zoveel mogelijk uitgelegd. Dat geeft deze vertellingen naast de krachtige en in de goede zin van het woord echt evangelische (d.w.z. in overeenstemming met de boodschap van het Evangelie) toepassingen een meerwaarde boven andere bijbelse vertellingen.
De Bron van alle goed 1 begint met het geslachtsregister van Jezus zoals Mattheüs dat weergeeft. Van Keulen opent deze vertelling als volgt: ‘Mattheüs zit ingespannen te schrijven. Ondertussen steekt hij het puntje van zijn tong tussen zijn lippen door. Nauwkeurig schrijft hij de laatste paar namen op. Als hij daarmee klaar is, zucht hij een keer.’
In de vertelling over het geslachtsregister komt naar voren dat Jezus zich niet heeft geschaamd voor zijn familie. Het geslachtsregister, zo stelt Van Keulen terecht, begint en eindigt met de naam Jezus. Want het gaat om Hem. Als je heidens bent als Ruth of een overspeler als David, dan kom je in dit boekje je familie tegen. En dan heeft Van Keulen als toepassing: ‘Wie niet bij deze slechteriken wil horen, hoort niet bij Jezus. Nette mensen begrijpen niets van dit boekje. Slechte mensen begrijpen het ook niet, maar zij verwonderen zich er wel over.’
Deze vertelling wordt als volgt besloten: ‘Vrome mensen willen niets met zondaren te maken hebben, maar Jezus Christus wel. Hij is zelfs familie van hen geworden. Hij noemt iedereen die in Hem gelooft Zijn familie. Dat blijven ze dan voor eeuwig, want familiebanden kun je niet breken.’
Ik wens dit deel en ook de andere delen in de handen van velen. Ik hoop dat de korte weergave van het eerste hoofdstuk de lezers van deze recensie nieuwsgierig maakt. Het gevaar bij bijbelse vertellingen is dat óf de toepassing wel heel mager is óf dat dit moralistisch is en dan is hij ook mager. Hier wordt over God gesproken als de Bron van alle goed. Als wij Hem zo leren kennen, dan heeft voor ons de wereld haar glans verloren en kan een godsdienst van deugden en plichten ons niet bekoren. Dan mogen we merken dat God kracht op ons neerdaalt in al onze zwakheden en is de diepste wens van ons hart nabij God te zijn en voor Hem te leven.
Op een voor kinderen begrijpelijke wijze vertelt Van Keulen niet alleen geschiedenissen uit het Nieuwe Testament, maar ook andere passages. Dat blijkt dan al in het eerste hoofdstuk. De toepassingen doen recht aan het Evangelie. Het gaat om een boodschap van zaligheid voor verloren zondaren. Deze vertellingen hebben mijn hart verwarmd. Dat wens ik anderen ook toe. Mijn collega Van Kooten had kennelijk dezelfde ervaring. Hij spreekt aan het slot van zijn voorwoord de wens uit dat lezers gelaafd mogen worden door de vertellingen over Hem Die eens zei: ‘Zo iemand dorste die kome tot Mij en drinke.’