Bent u op reis naar de hemel of naar de hel?

Bij uitgeverij Lumen verscheen de Nederlandse vertaling van The Narrow Way: Examining both Heaven and Hell and the Message of Eternal Salvation in Jesus Christ. De auteur William C. Nichols is oprichter van International Outreach, een organisatie die door middel van literatuur die recht doet aan de gehele Bijbelse boodschap het Evangelie wil verspreiden. Naast boeken van Nichols zelf gaat het dan om boeken van de puriteinen en hun geestelijke erfgenamen zoals Asahel Nettleton en Arthur W. Pink.

In Kruispunt. Hemel of hel? vinden we tal van citaten van puriteinse schrijvers en hun geestelijke erfgenamen. Het meest wordt Jonathan Edwards geciteerd. Dat is niet bevreemdend als we weten dat Nichols ook de redacteur is van The Works of Jonathan Edwards Online van Yale University. In Kruispunt. Hemel of hel? wordt duidelijk dat de realiteit en ernst van de eeuwige rampzaligheid alleen kan worden begrepen en ook doorleefd in het licht van Gods heiligheid en majesteit. Van daaruit krijgt het lijden en sterven van Christus betekenis. Plaatsvervangend droeg Jezus voor de Zijnen, en dat zijn ook degenen die in Hem leren geloven, de eeuwige toorn over de zonde weg.

Nichols doet niets af aan de eeuwigheid van de hel en evenmin aan het lichamelijk aspect van de eeuwige straf. Daarmee geeft hij een heel ander geluid dan Reinier Sonneveld in Het einde van de hel en Arnold Huijgen in Inferno. Nichols laat alle nieuwtestamentische Schriftgegevens over de eeuwige rampzaligheid staan en doet ze ook recht.

In het licht van de ernst van de eeuwigheid spoort hij aan tot een waarachtig geloof. Hij keert zich tegen de opvatting dat geloof niet meer is dan het aannemen van de stelling dat Jezus ook voor mij stierf. Als mensen beweren dat geloven heel gemakkelijk is, blijkt telkens weer dat zij geloven alleen maar zien als het voor waar houden van de essentiële bijbelse waarheden.

Het levend geloof is echter een zaak van het hart en blijkt uit de vruchten. Een levend geloof is nooit zonder zelfverloochening en de bereidheid tot martelaarschap. Nichols illustreert dit met citaten van puriteinen en hun geestelijke nazaten. Een levend geloof gaat de mogelijkheden en wensen van de natuurlijke mens oneindig ver te boven. Alleen door het werk van de wedergeboorte, dat de Heilige Geest tot stand brengt, komt de mens ertoe God lief te hebben als het hoogste goed en Jezus meer lief te hebben dan al wat de wereld biedt. Daarom moet onze grote vraag zijn of wij wedergeboren zijn of niet.

We kunnen onszelf niet redden. Zonder Gods werk in ons hart kunnen we niet gered worden. Daarom moeten we vragen of God ons hart bereid wil maken om alles wat wij hebben aan Jezus Christus over te geven en Hem tot de hoogste Heere van ons leven te maken. We moeten Hem vragen ons hart te vernieuwen en Hem om genade smeken.

Ik merk op, dat de oproep om een nieuw hart te bidden meer dan eens niet wordt uitgewerkt en op een goede wijze toegelicht. Inmiddels kunnen we ook horen beweren dat die oproep hoe dan ook niet gedaan zou mogen worden. Dan geeft Nichols een ander geluid. Dat heeft ermee te maken dat hij ook op heldere wijze schrijft over de noodzaak van wedergeboorte als een werk van God, zonder ons, in ons.

Een huichelaar wil wel horen van Gods vrije genade en van het geluk van de eeuwige heerlijkheid maar niet van bekering, van breken met concrete zonden, en van strijden tegen zondige gevoelens en begeerten. Zo’n geloof moeten we vergelijken met de bouwer die zijn huis op zand bouwde.

Wie werkelijk gelooft, zo stelt Nichols, omhelst Christus in elk van Zijn drie ambten en roemt in Hem en heeft Hem niet alleen als Hogepriester nodig. Christus onderwijst ons als Profeet opdat wij Hem niet alleen als Priester nodig hebben, maar vandaar uit ook als Koning gaan gehoorzamen. Meer dan eens blijkt in het leven dat het laatste ontbreekt en dan is het geloof geen levend en door Gods Geest gewerkt geloof.

Zelfonderzoek is daarom nodig. Wat is het aangrijpend als wij zouden menen een kind van God te zijn terwijl dit niet het geval is. Dan kunnen we beter een bestreden geloof hebben en toch wel werkelijk een kind van God zijn. In de hel komen niet alleen mensen die de kerk nooit van binnen zagen maar ook zeer trouwe kerkgangers.

Met een citaat van de achttiende-eeuwse dissenter Philip Doddridge uit zijn boek The Rise and Progress of Religion in the Soul maakt Nichols het belang van getrouwe prediking duidelijk. Doddridge schreef: ‘Zielenartsen moeten duidelijke taal spreken, anders vermoorden zij degenen die zij moeten genezen. Liefelijke preken, mooie woorden die het hart niet doorboren, zullen misschien uw oren behagen, maar zij zullen uw eeuwige ziel niet ten goede komen. Dus zal ik vrijuit spreken met de hoop en het gebed dat velen die deze regels lezen tot inzicht zullen komen en tot waarachtig berouw gebracht zullen worden.’

Nichols spoort zijn lezers aan om biddend de Schriften te onderzoeken om een levend en waarachtig geloof te ontvangen en te blijven beoefend. De auteur maakt duidelijk dat iedereen die weet dat hij op reis is naar de hemel weet dat hij eerst op reis was naar de hel. Hij schrijft zo dat het boekje even goed aan iemand uit de Pinksterbeweging als aan een oudgereformeerde gegeven kan worden. Ik bedank de uitgever en de vertaler Peter Leenhouts voor de uitgave van dit boekje. Dit geluid is hard nodig in deze tijd. Ik wens Kruispunt. Hemel of hel? in veler handen. Mijn bede is dat het lezen ervan velen tot zegen mag zijn.

William C. Nichols, Kruispunt. Hemel of hel?, vertaling Peter Leenhouts (Elburg: Lumen, 2025), hardcover 208 pp., €17,99 (9789463351485)

Plaats een reactie