Katholiek calvinisme

De naam Ian Hamilton zal de meeste Nederlandse lezers weinig zeggen. Dat ligt in de Engelssprekende wereld anders. Jarenlang was hij een van de trustees van de Banner of Truth en na de stichting van Westminster Seminary UK werd hij de president van deze instelling. Vele jaren diende hij een gemeente van de Kerk van Schotland in het zuidwesten van Schotland en daarna werd hij predikant van een presbyteriaanse gemeente in de universiteitsstad Cambridge.

Ter gelegenheid van het feit dat hij 75 jaar werd kwam een feestbundel voor hem uit. Wie Ian Hamilton kent, zal helemaal begrijpen dat deze bundel de naam Catholic Calvinism kreeg. Hamilton beleed zonder enige reserve het Evangelie van vrije genade. Naar zijn overtuiging doet de gereformeerde genadeleer het diepst recht aan de boodschap van het Evangelie. Hij draagt deze overtuiging met warmte uit en wil daarbij een vriend en metgezel zijn van allen in wie het beeld van Christus te zien is. Hamilton wenst ook medechristenen de rijkdom van de gereformeerde belijdenis te laten zien.

In de lijn van Calvijn weet hij zich verbonden met de kerk van alle eeuwen en alle plaatsen, en wil hij de kerk van Christus niet tot één kerkverband of één stroming binnen de christelijke kerk beperken. Het feit dat een van de bijdragen geschreven is door de baptist John MacArthur getuigt ook van deze instelling. Hamilton is een katholieke calvinist of, zo kunnen we ook zeggen, een gereformeerde katholiek.

In de feestbundel zijn historische bijdragen gewijd aan Augustinus, Calvijn en Owen. In de bijdrage over Calvijn komt naar voren dat Calvijn – evenals de andere hervormers – in zijn genadeleer zich een leerling wist van de kerkvader Augustinus. Evenals Calvijn is Hamilton er diep van doordrongen dat de Reformatie niet de stichting van een nieuwe kerk betekende maar de reformatie van de bestaande ene, heilige, katholieke christelijke kerk.

De puritein Owen gebruikt meer dan eens het woord katholiek, zo blijkt uit de bijdrage over hem. Geen theoloog wordt door zowel Calvijn als Owen zo vaak geciteerd als Augustinus. Voor Owen is de katholieke kerk allereerst de gemeenschap van hen die de Heilige Geest hebben ontvangen en zo verbonden zijn aan Christus en dat alles als vrucht van de eeuwige liefde van de Vader.

Na een inleiding door Donald John MacLean, die Hamilton als president van Westminster Seminary UK opvolgde, opent de feestbundel met een persoonlijke waardering door Sinclair Ferguson. Hamilton en Ferguson kennen elkaar al bijna 55 jaar. Uit de bijdrage van Ferguson leren we dat Hamilton opgroeide in een gezin waarvan de vader presbyteriaanse wortels had en de moeder rooms-katholieke. Zijn ouders gingen nooit naar de kerk. Wel werd hij naar de zondagschool gestuurd.

Toen hij op de middelbare school zat nodigde een klasgenoot die hij op een zaterdag zag, hem uit om de zondag erop een Bijbelklas te bezoeken. Daar werd hij geraakt door de woorden uit Johannes 3:16 en dit werd het beginpunt van zijn geestelijke loopbaan. Toen hij Strathclyde University bezocht leerde hij Calvijn kennen en dat werd het begin van een diepe geestelijke verbondenheid met deze hervormer.

Theologie studeerde hij aan het New College van de Universiteit van Edinburgh. De meest conservatieve hoogleraren waren barthianen. Hamilton had een heel andere kijk op de dingen dan zijn hoogleraren maar ging in alle vriendelijkheid met hen om. Een aantal predikanten in de Kerk van Schotland van wie de prediking doortrokken was van de gereformeerde leer hebben veel voor hem betekend. Voor Ferguson is Hamilton in zijn prediking voor anderen een model. Zijn preek is meer dan exegese, het is ontvouwing van de Schrift; een ontvouwing die gekenmerkt wordt door nauwkeurig leerstellige inzichten, geestelijke logica (zelf denk ik dan ook aan Lloyd Jones die sprak van ‘logic on fire’) en liefderijke toepassing en dat alles met het doel dat hoorders God leren verheerlijken.

Ik kan die Engels beheersen – en dan denk ik in het bijzonder aan predikanten en studenten in de theologie – deze feestbundel hartelijk aanbevelen. De bijdragen zijn zeer leerzaam. Uitdrukkelijk noem ik nog die van Joseph A. Pipa Jr., emeritus-president van Greenville Presbyterian Theological Seminary in South Carolina.

De bijdrage van Pipa gaat over het onderwijs aan en de vorming van predikanten vanuit een katholiek-calvinistische visie. Hij wijst erop dat de opleiding die men ontvangt academisch op niveau moet zijn. Ook wijst hij erop dat zij die een opleiding achter de rug hebben en door een classis op hun kennis worden getoetst, er meer dan eens het onderzoek ternauwernood doorkomen. Vaak is vooral de kennis van de brontalen beneden de maat.

Nu, ik weet wel zeker dat in veel gevallen in Nederland de situatie veelal nog veel ernstiger is. Ook als men een niet al te moeilijk boek of een deel van een boek uit het Oude en Nieuwe Testament op zou krijgen voor een uiteindelijk examen, zou het menigeen niet lukken een stukje daaruit adequaat te vertalen. En dan te bedenken dat bij verschillen van inzicht over de leer, predikanten in staat moeten zijn zich vanuit de Bijbel in de brontalen te verantwoorden. Naast kennis van de brontalen is kennis van dogmatiek, bijbelse theologie, theologiegeschiedenis en kerkgeschiedenis essentieel.

Behalve het bieden van een grondige academische vorming behoort een opleiding gericht te zijn op het opleiden van dienaren van het Woord die zich kenmerken door een warme en doorleefde godsvrucht. Hun doel moet zijn zondaren in de weg van zaligheid te onderwijzen. Om het hart van anderen te bereiken moet het eigen hart branden. Een predikant moet elke preek die hij houdt allereerst ook voor zichzelf houden. Wat hij anderen voorhoudt, moet in zijn eigen leven realiteit zijn.

Een theologische opleiding mag van haar studenten verwachten dat stille tijd en huisgodsdienstoefening een vaste plaats hebben in hun leven. Heel belangrijk is dat er goede boeken worden gelezen onder leiding van een mentor en dat die met de mentor worden besproken. Een student moet ook worden geleerd dat zijn pastorie straks kan worden getypeerd door het feit dat men er welkom is. Ten slotte moeten studenten worden geleerd de kerk lief te hebben in haar gereformeerde vorm, die tot uiting komt in haar belijdenis. Het moet hun wens zijn die kerk te bouwen.

Pipa verwijst dan naar de opzet van Princeton Theological Seminary. In het onder mijn redactie verschenen boek Wat is nodig om een ware theoloog te zijn? is een vertaling daarvan te vinden. Al de zaken die hij noemt, komen daarin aan de orde. De nood van de kerk van Nederland is niet in de laatste plaats dat er zo’n opleiding in Nederland niet is.

Inmiddels is het zo dat wie én op academisch niveau theologie wil studeren én daarbij een opleiding zoekt die zich zonder reserve aan de gereformeerde belijdenis bindt en expliciet gericht is op het grote doel om zondaren in de weg van zaligheid te onderwijzen en zelf een voorbeeld te zijn in een godzalige wandel, daarvoor niet in Nederland terecht kan. We mogen met het oog daarop ook wel vurig vragen of God de kerk van Nederland wakker wil schudden en met Zijn heil bezoeken.

Peter Sanlon (red.), Catholic Calvinism. A Vision for Ministry: Essays in Honour of Ian Hamilton (Fearn: Mentor, 2025), paperback 264 pp. £16,98 (ISBN 9781527111905)

Plaats een reactie