Wat kunnen wij van J.C. Ryle (1816-1900) leren?

Inleiding

In 2016 was het tweehonderd jaar geleden dat John Charles Ryle, de eerste Anglicaanse bisschop van Liverpool werd geboren. Ryle werd door genade een belijder van Jezus Christus en een dienaar van het Evangelie. De Heere had hem de gave gegeven om de boodschap van het Evangelie op eenvoudige wijze te verwoorden. Daarop legde Ryle zich ook toe. Hij merkte echter dat weinig zaken zo moeilijk zijn dan eenvoudig preken.

Vanaf zijn benoeming tot bisschop van Liverpool maakte Ryle deel uit van het Hogerhuis. Het was gemakkelijker in het Hogerhuis een toespraak te houden, zo zei hij, dan in een boe­ren­gemeente op zondagmiddag de aandacht vast te houden. Dit stond voor Ryle vast dat als wij zelf het Evangelie beter leren verstaan, wij het aan anderen eenvoudiger kun­nen uitleggen.

Al bij zijn leven viel het ook anderen op dat Ryle de dingen zo eenvoudig kon verwoorden. In zijn derde gemeente Helmingham liet hij voor het eerst een traktaat het licht zien. De traktaten die hij publiceerde waren bewerkingen van preken. Vervolgens verschenen deze in boek­vorm. Vooral de laatste jaren zijn meerdere werken van Ryle in het Nederlands vertaald. Prof. dr. Baars en ds. K. ten Klooster voorzagen de vertaling van Old Paths (Het hart van het Chris­te­lijk geloof) van een inleiding.

Al in de jaren zeventig van de vorige eeuw vertaalde ds. C. Smits die toen oudgereformeerd predikant was, Warning to the Churches (Waarschuwing aan de kerken) en liet aan die verta­ling een voorwoord voorafgaan. Smits was het met Ryle eens, dat uiterlijke kerkelijke betrokkenheid waaronder deelname aan de sacramenten, geen garantie is van een levend geloof.

Naast traktaten die bewerkingen waren van preken, schreef Ryle een uitleg op de vier evan­geliën en ook nog een aantal boeken met schetsen van personen uit de Engelse kerkge­schiedenis. Hij vroeg aandacht voor de Engelse reformatoren, de puriteinen en niet te vergeten de Anglicaanse Evangelicals die door God werden gebruikt in de ‘Evangelical Revival’ (Herleving van het Evangelie).

Ik heb er eens meer op gewezen, dat in de Engelse taal van die tijd het woord ‘evangelical’ een andere gevoelswaarde en betekenis heeft dan het woord ‘evangelisch’ in onze taal tegenwoordig. Met ‘evangelical’’ bedoelde men dat je het Evangelie begreep, het verstond naar haar diepste betekenis en ook wilde dragen. Deze opvatting vond men terug bij Reformatoren en puriteinen. Op hen grepen de achttiende en negentiende-eeuwse evangelicals nadrukkeliik terug. In die zin komt trouwens ook in de kanttekeningen van de Statenvertaling het woord ‘evangelisch’ voor!

 

De afkomst van Ryle

Ryle was de oudste zoon van John Ryle jr., een schatrijke bankier. De grootvader van Ryle, die ook John heette, had fortuin gemaakt in de zijde-industrie. Hij was een man die contact had met John Wesley en zich aangesproken wist door zijn prediking. John Wesley was de grote methodistische prediker uit de achttiende eeuw. Helaas had de vader van Ryle niet dezelfde belangstelling voor de prediking van Wesley als zijn grootvader.

Door het vroeg overlijden van de grootvader was zijn vader op 24-jarige leeftijd al erfgenaam geworden van diens vele bezittingen. De rijkdom had hem van God vervreemd. Hij en zijn vrouw bezochten met regelmaat de diensten van de Anglicaanse parochiekerk van Macclesfield, maar hun godsdienst was louter uiterlijk. Nooit heeft Ryle in zijn ouderlijk huis over levend geloof en bekering horen spreken. Vanaf zijn zevende levensjaar bad hij niet meer persoonlijk en hij was al eenentwintig toen hij voor het eerst zelf de Bijbel ging lezen.

De middelbare school was voor hem Eaton College, een kostschool voor de ‘upper ten’ van Engeland. Hij leerde er onder andere leden van de koninklijke familie kennen. Daarna ging hij naar Oxford. In het voetspoor van zijn vader die naast bankier ook politicus was, wilde hij de politiek in.

 

De omkeer en weg naar het ambt

Vanaf 1836 ontstond er in het hart van de student een toenemende geestelijke onrust. In de zomer van 1837 bracht een ziekte hem op de rand van de dood. Toen hij in de kerstdagen van dat jaar naar huis kwam, werd meteen duidelijk dat Ryle een nieuw mens was geworden. Hij ging nu onder zijn ouderlijk dak bij de maaltijd hardop voor in gebed. Over het tijdstip en de toedracht van zijn bekering , heeft Ryle nooit iets op schrift gezet. Hij vond dat noch in zijn eigen leven noch in het leven van anderen belangrijk. Het ging hem om de natuur en de vruchten van het waarachtige geloof.

Wel heeft hij zijn overgang van de dood naar het leven als de belangrijkste gebeurtenis en ver­an­dering in zijn leven getypeerd. Was hij vòòr zijn eenentwintigste levensjaar gestorven, dan had hij, zo heeft hij zelf betuigd, de eeuwigheid in de rampzaligheid moeten doorbrengen. Drie jaar na deze gebeurtenis ging de vader van Ryle failliet. Naar Ryle’s eigen woorden werden zij op een morgen in juni 1841 wakker als een van de rijkste families van Engeland en gingen zij naar bed als een van de armste. Dat laatste is niet helemaal waar, het eerste wel. Omdat één van hun getrouwde dochters eigen bezittingen had, vervielen de ouders van Ryle niet in diepe armoede

Voor het faillissement was het jaarinkomen van John Ryle jr. omgerekend tussen de twaalf en vijftien miljoen euro en het landgoed dat zij bewoonden, zou in onze tijd op zo’n vijfenveertig miljoen euro worden geschat. Als oudste zoon zou Ryle het overgrote deel van zijn vaders bezitting erven. En omdat hij nog steeds de politiek wilde ingaan as er geld nodig. Maar die weg was nu afgesloten. Ryle moest nu voor zijn inkomen gaan werken.

‘Was ik geen christen geweest,’ zo zei Ryle, ‘dan had ik wellicht zelfmoord gepleegd’. Zelfs zijn hond, waaraan hij zo zeer gehecht was, werd verkocht. Ryle vestigde zich in New Forest. Een bevriende kolonel die zelf een oprecht christen was, heeft toen zijn naam onder de aandacht van een Anglicaanse predikant gebracht. Deze vroeg hem hulpprediker te worden. Een aanbod dat Ryle aanvaardde. Daarom lijkt van de buitenkant gezien zijn roeping tot het ambt een niet erg geestelijke zaak. De vruchten – en daar gaat het toch om – lieten echter iets anders zien.

In huiselijk opzicht is Ryle het leed niet bespaard. Driemaal is hij getrouwd geweest en tweemaal is hij weduwnaar geworden. Heel verdrietig was ook dat zijn zoons niet bij het geloof bleven waarin zij waren opgevoed. Kerkelijk eindigde Ryle zijn loopbaan als bisschop van Liverpool. Belang­rij­ker dan een bouw van een kathedraal vond hij echter dat in alle districten van Liverpool het Evangelie kon worden gehoord.

 

De inhoud van zijn prediking

Ryle bracht het Evangelie ernstig nodigend en indringend. Ik besluit met een citaat dat typerend mag heten: ‘Wanneer ik spreek over wasdom in de genade, bedoel ik op geen en­kele wijze dat het aandeel van een christen aan Christus kan groei­en. Ik be­doel niet dat hij kan groeien in de genadige aanne­ming door God. Ik be­doel niet dat hij ooit méér gerechtvaardigd kan zijn, méér verge­ven kan zijn en méér vrede met God hebben dan op het moment dat hij eerst ge­looft. Ik ben er ten diepste van over­tuigd dat de rechtvaardiging van de gelovige een volkomen werk is en dat ook de zwakste in de genade, ook al weet hij het niet en voelt hij het niet, niet minder gerechtvaardigd is dan de sterkste gelovige. Onze verkiezing, roeping en toegang tot God laten geen standen toe. Er is daarin geen afname of toename mogelijk. Ik ging liever dan de brand­stapel dan af te doen aan de waarheid dat elke gelovige in Christus volmaakt rechtvaar­dig voor God is. Wanneer ik spreek over wasdom in de genade bedoel ik slechts dat de gena­dega­ven’, die de Heilige Geest in ons hart gelegd heeft groeien in kracht, sterkte en intensiteit. (…) Wanneer ik van iemand zeg dat hij groeit in de genade bedoel ik heel eenvoudig dat zijn schuldbesef ver­diept, zijn geloof sterker wordt, zijn hoop helder­der, zijn liefde vuriger, zijn geeste­lijk gezind zijn meer aan de dag treedt. Zo iemand voelt meer van de kracht van de godzaligheid in zijn eigen hart. Het komt ook meer tot openbaring in zijn le­ven.’

Ian H. Murray, J. C. Ryle. Prepared to Stand Alone (Edinburgh: The Banner of Truth, 2016), paperback 273 pp £8,50 (ISBN 9781848716797)

Ter gelegenheid van het feit dat het in 2016 tweehonderd jaar geleden was dat Ryle werd geboren, schreef Iain H. Murray, de oprichter van de uitgeverij The Banner of Truth, een nieuwe biografie over hem. Murray schrijft met grote betrokkenheid. Zonder de feiten geweld aan te doen geeft hij de feiten door. Murray schreef deze biografie van Ryle omdat er veel van hem te leren valt over het belijden van Gods genade in Christus.

Andrew Atherstone, Bishop J.C. Ryle’s Autobiography. The Early Years (Edinburgh: The Banner of Truth, 2016) hardcover 392 pp., £15,50 (ISBN 9781848716865)

Deze uitgave is een kritische editie (dat wil zeggen met aantekeningen) van de autobiografie van Ryle die hij zelf in 1873 heeft gedicteerd aan zijn derde vrouw. Ryle deed dit met oog op zijn kinderen. Andrew Atherstone kreeg in 2005 het originele manuscript onder ogen. Deze Banner-uitgave is daarop gebaseerd. Ze bevat ook meerdere foto’s uit het familiealbum van Ryle, die nooit eerder zijn gepubliceerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s