Overwegingen en overdenkingen naar aanleiding van een bundel interviews met christenen die worstelen met homoseksuele gevoelens

Wat zegt de Bijbel over huwelijk en seksualiteit?

Naast de uniciteit van het christelijk geloof roept het Bijbelse en klassiek christelijke getuigenis over huwelijk en seksualiteit breed in de samenleving niet alleen vragen, maar ook verzet op. Wij allen ademen de geest van de tijd in. Zo de Heere het niet verhoedt, wordt ons denken – en vervolgens ook ons handelen – niet door het Bijbelse getuigenis en door het Evangelie, maar door de tijdgeest gestempeld. We zien ook dat zeker op het tweede terrein maar ook op het eerste binnen de kerken geluiden klinken die niet sporen met wat God Zelf ons voorhoudt in Zijn Woord.

Als het gaat om huwelijk en seksualiteit moet onze begeerte zijn om heel de gemeente te bewaren bij het Woord. We moeten elkaar aansporen dat er in niemand een boos en ongelovig hart is om af te wijken van de levende God. Dat jongelui niet vooruitgrijpen op het huwelijk, dat gehuwden elkaar trouw blijven, dat we niet meegaan met de gedachte dat seksuele relaties buiten het huwelijk voor God kunnen bestaan.

Een bijzondere strijd hebben zij die naar het Bijbels getuigenis willen leven en bij zichzelf homoseksuele gevoelens waarnemen. Hoe gaan wij als kerk daarmee om? Gedrag – en dat geldt niet alleen voor homoseksueel gedrag – is altijd een keuze. Meer dan eens gaat het om gedrag dat strijdig is met Gods Woord, maar als wij de Bijbel buiten beschouwing laten wel heel begrijpelijk is. Voor gevoelens kiezen wij niet. Die hebben wij. Zij komen bij ons boven.

Sinds de zondeval hebben wij allemaal gevoelens die niet bij Gods goede beeld behoren en in dat licht moeten wij ook homoseksuele gevoelens zien. In het pastoraat heb ik mensen ontmoet die met homoseksuele gevoelens worstelden en dachten dat die gevoelens als zodanig het onmogelijk maakten in de zaligheid te delen. Soms was hen dat ook verteld.

Wij moeten onverkort vasthouden aan het Bijbelse getuigenis over seksualiteit, maar we kunnen niemand de garantie geven dat hij of zij niet tot zijn dood strijd zal moeten voeren met seksuele gevoelens die niet bij Gods bedoeling passen. Ongetwijfeld kunnen bepaalde gevoelens, waaronder homoseksuele gevoelens meer gaan sluimeren. Ook als dat het geval is, kunnen zij heel onverwachts weer de kop op steken.

In catechese en prediking heb ikzelf niet alleen een duidelijk getuigenis proberen te geven over huwelijk en seksualiteit, maar ook opgeroepen tot een Bijbelse houding naar hen die homoseksuele gevoelens hebben. In dat kader waarschuwde ik ertegen ‘homo’ als scheldwoord te gebruiken. Daarmee worden christenen die deze gevoelens kennen en Bijbels willen leven niet gesteund en degenen van wie geldt dat hun gedrag tegen Gods Woord ingaat, worden zo niet voor Christus gewonnen.

*

Een boek over christenen die worstelen met homoseksuele gevoelens maar wel bij de kerk zijn gebleven

Wat maakt het los bij hen die bij de Bijbel als het onfeilbare Woord van God zijn opgevoed, als zij homoseksuele gevoelens bij zichzelf waarnemen? Hoe reageert hun omgeving als zij dat merken? Deze zaken komen aan de orde in een bundel met interviews dat vorig jaar uitkwam bij Brevier. De titel luidt Homo in de biblebelt. Uit de kast gekomen, in de kerk gebleven. De ondertitel maakt duidelijk dat voor alle geïnterviewden geldt dat hun blijvende homoseksuele gevoelens niet tot een breuk met de kerk hebben geleid.

Ik voeg er aan toe dat allen naar de kerk gaan in een gemeente waar wordt vastgehouden aan het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Ik geef dit nadrukkelijk aan, want heel direct heb ik meegemaakt dat jongeren met homoseksuele gevoelens overstappen naar een gemeente waar men ruimte ziet voor een homoseksuele relatie. Men begreep wel dat de Bijbel die ruimte niet gaf, maar voor hen en voor de gemeente waarbij zij zich voegden was de Bijbel niet de uiteindelijke norm en bron van geloof- en levenswandel. In het persoonlijke contact gaf dit geen wrijving, maar het was uiteraard wel heel erg verdrietig.

Geen van de geïnterviewden in Homo in de biblebelt heeft een relatie. De interviews maken wel duidelijk dat het voor een aantal een worsteling was tot dit standpunt te komen en een van hen laat nog altijd ruimte dat hij in de toekomst een homoseksuele relatie aangaat. Allen waren tot een interview bereid. Op één na worden zij allen met naam en toenaam genoemd en is een foto van hen afgedrukt. Terecht staat in het voorwoord dat niet iedere christen die worstelt met homoseksuele gevoelens, in staat is zich publiek zo kwetsbaar op te stellen.

Nadrukkelijk zou ik willen zeggen dat wij dat ook niet moeten verwachten. Hoe dan ook treedt de een makkelijker publiek naar buiten dan de ander en sommigen bewegen zich gezien hun karakter heel graag in de luwte. Dat is dubbel te begrijpen als wij een zware strijd met onszelf moeten strijden.

Ik breng een aantal zaken die mij bij het lezen van de bundel trof naar voren. Allereerst is dat voor de ouderen onder hen gold dat homoseksualiteit én op school én in de kerkelijke gemeente nooit tot vrijwel nooit als thema aan de orde kwam. Dat heeft voor sommigen – hoewel de een dat meer zo ervoer dan de ander – de strijd om met zichzelf in het reine te komen zwaarder gemaakt.

Het grote belang van vriendschappen om het stuk eenzaamheid te kunnen dragen dat de keuze voor celibatair leven met zich meebrengt, komt naar voren. Die eenzaamheid – zo onderstreep ik graag nadrukkelijk – geldt alle singles in de gemeente en dan is het zaak dat een gemeente onderling vriendschap en gastvrijheid betracht. Uiteindelijk moet God Zelf ons bij Zijn Woord en het leven naar Zijn Woord bewaren, maar dat doet niets af van onze verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar. De eeuwen door hebben christenen ervaren dat gemeenschap der heiligen een van de middelen is om ons in gemeenschap met God te houden en te brengen. Het is heel verdrietig als ons gedrag ertoe bijdraagt dat medechristenen de kerk verlaten en het is Gods goedheid als wij een middel mogen zijn om anderen voor Hem en Zijn dienst te bewaren of te winnen.

*

Het gewicht van de eeuwigheid

In een aantal interviews komt de Nashvilleverklaring ter sprake. Zelf heb ik meegewerkt aan de voorbereiding van een studiedag over deze verklaring. Toen ik daaraan mijn medewerking gaf, kon ik niet vermoeden dat mede door de ongelukkige wijze waarop deze verklaring in het nieuws kwam er zo’n storm zou opsteken. Men kan bij het taalkleed van de Nashvilleverklaring vragen hebben en zelf zou ik nog dieper willen spreken over de blijvende strijd van een christen, maar dat neemt niet weg dat de Nashvilleverklaring inhoudelijk het klassiek christelijke geluid over huwelijk en seksualiteit verwoord.

Op één punt is de Nashville verklaring minder expliciet dan de gereformeerde belijdenis – en dan denk ik expliciet aan de Heidelbergse Catechismus – en dat is dat een seksuele relatie buiten het huwelijk onverenigbaar is met de ingang in het nieuwe Jeruzalem. De Nashvilleverklaring stelt dat christenen niet verschillend mogen denken over de vraag of een seksuele relatie buiten het huwelijk tussen één man en één vrouw al dan niet geoorloofd is. De Heidelbergse Catechismus stelt heel nadrukkelijk dat hij of zij die in onkuisheid leeft, het koninkrijk van God niet beërft. Wie dat de Heidelbergse Catechismus niet nazegt, zal met dit belijdenisgeschrift nog veel meer moeite hebben dan met de Nashvilleverklaring.

Niet alleen als het gaat om een homoseksuele relatie, maar ook als men een huwelijk heeft beëindigd omdat men een vrouw of man tegenkwam die men aantrekkelijker vond dan eigen man of vrouw, of wanneer men in verkeringstijd vooruitgreep op het huwelijk, heb ik in prediking en pastoraat altijd aangegeven dat daarvoor aan deze zijde van het graf belijdenis van schuld nodig is. Bij een echte schuldbelijdenis wordt altijd opgeruimd wat nog op te ruimen valt.

Als men mij vroeg waarom ik zo sprak, heb ik heel eenvoudig aangegeven dat ik ervan uitga dat God op de jongste dag oordeelt volgens de normen die Hijzelf in Zijn Woord heeft geopenbaard. Ik heb nooit de vrijmoedigheid gehad te suggereren dat God wel eens anders zou kunnen oordelen dan Hijzelf aangeeft. Er is bij Hem vergeving voor de grootste der zondaren, maar die vergeving wordt nooit los van berouw en bekering ontvangen. Dan voeg ik er voor alle duidelijkheid bij dat wie geleefd heeft als een oudste zoon uit de gelijkenis die Jezus vertelde, berouw en bekering niet minder nodig heeft dan zijn jongste broer.

Ik noem dit mede, omdat ook in meerdere interviews naar voren komt hoe wij over een homoseksuele relatie moeten denken. Hoewel alle geïnterviewden op één na voor zichzelf geen ruimte zien voor een homoseksuele relatie, zijn sommigen wat aarzelend als het gaat om anderen. Zeker is dat altijd allereerst de kern van het Evangelie naar voren moet komen, namelijk dat God in Zijn grote liefde verloren zondaren zoekt. Het ervaren van de kracht van het Evangelie geeft ons de kracht om met zondig gedrag te breken en tegen zondige gevoelens te strijden. Het maakt ook dat wij er zien in krijgen naar Gods geboden te leven, ook al weten wij dat dit een levenslange strijd inhoudt.

*

Spreken met wijsheid en op de juiste tijd

Wij moeten met wijsheid over de twee wegen spreken. Dat geldt niet alleen in de context van homoseksuele relaties, maar ook in andere contexten. Echter, als we de inhoud van de Bijbelse boodschap naar voren brengen, mogen we nooit verzwijgen dat er buiten Christus geen behoud is – en dan ontmoeten we elke dag mensen die nog buiten Christus zijn – en ook dat niet iedereen die Jezus als Heere belijdt zalig wordt, maar dat het zaak is dat dan ook de wil van de Vader Die in de hemelen is, wordt gedaan.

Dat betekent niet dat wij de relaties met mensen moeten verbreken die hier anders over gaan denken. Duidelijkheid in overtuiging kan samengaan met blijvend contact met hen die heel anders denken. Mijn insteek is dat wijzelf contacten nooit definitief moeten verbreken. Als een ander dat wil, kunnen wij dat niet verhinderen, maar het initiatief moet niet van ons uitgaan.

Zelf moeten wij wijsheid betrachten in de manier waarop wij de dingen aan de orde stellen, maar als men wil dat hoe dan ook gezwegen wordt over de consequenties die ongeloof en onbekeerlijkheid voor de eeuwigheid hebben, mogen we daar nooit in meegaan. In een aantal interviews vinden we trouwens ook deze lijnen inclusief de worsteling om de dingen goed en op het gepaste tijdstip te verwoorden. Dan hebben we altijd weer gebed nodig en moeten wij beseffen dat wij geen mensen kunnen bekeren of tot andere gedachten brengen. Dat is het werk van God Zelf.

*

Laten wij het Evangelie niet verzwijgen

De bundel opent met een voorwoord van de beide schrijvers. Daarin geven zij een verantwoording hoe zij ertoe kwamen dit boek te schrijven en wat hun werkwijze was. Het voorwoord eindigt met de constatering dat alle geïnterviewden zich een schepsel van God weten die door Hem gemaakt en gewild zijn. We kunnen zeggen dat dit de boodschap is van Genesis 1-2, maar de Bijbelse boodschap gaat dan wel verder.

Mijn vraag is waarom de schrijvers met geen enkel woord het Evangelie van Gods genade voor verloren zondaren aan de orde stellen. Zelfs de naam van Jezus wordt in het voorwoord niet genoemd. Voor iedereen – en dat geldt niet alleen zij die hebben te worstelen met homoseksuele gevoelens – is het toch nodig te weten gewassen te zijn door Christus’ bloed en vernieuwd door Zijn Geest? Met niet meer dan de wetenschap dat wij als schepsel door God gemaakt en gewild zijn, kunnen wij het nieuwe Jeruzalem niet binnengaan.

Alle mensen zijn door God gemaakt en gewild, maar alle mensen missen ook sinds de zondeval de heerlijkheid van God. In geestelijk opzicht zijn wij allemaal Gods beeld kwijt en worden wij als kinderen des toorns geboren. Zaak is dat wij mogen weten dat wij, die als kind des toorns werden geboren een kind van God zijn geworden, omdat wij met Hem werden verzoend door Christus en wedergeboren werden tot een levende hoop.

De vraag over het voorwoord werd nog versterkt na een interview met de auteurs in Cvandaag. Daar eindigen de auteurs als volgt: ‘Dankzij die relatie met hun Schepper zijn deze mensen in staat om hun strijd, als ze dat zo ervaren, vol te houden. Je kunt er bepaalde principes op na houden, maar die helpen je uiteindelijk niet om staande te blijven in het leven. De persoonlijke relatie met God stijgt boven die principes en de LHBTI-discussie uit. Die geeft een geloofsleven een steviger fundament dan wanneer een ander je alleen maar voorhoudt wat de Bijbel zegt. Uiteindelijk hebben we die levende relatie met God allemaal nodig, hetero of niet-hetero.’

Evenals in het woord vooraf van Homo’s in de biblebelt valt ook in dit interview nergens de naam van Zaligmaker en wordt alleen over God als Schepper maar niet als Verlosser gesproken. In het licht van de eeuwigheid heef toch een persoonlijke relatie met God alleen betekenis, als zij staat in het teken van verzoening met God door Christus’ bloed en vernieuwing door Zijn Geest. Bij Paulus kreeg zijn persoonlijke relatie met God pas die gestalte nadat Jezus hem was ontmoet. De wijze waarop dat in ons leven gebeurd, zal anders zijn dan bij Paulus, maar voor ons allen is toch nodig – of wij al een relatie met God hebben of nog niet – dat wij alle dingen schade leren achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus. En zo onze relatie met God het karakter krijgt van toegang tot de Vader door de Zoon en dat dankzij de levendmakende werking en de inwoning van Gods Geest.

Als de auteurs dat ook zo bedoelen, kan ik niet begrijpen waarom ze dat niet verwoorden en de enige Naam onder de hemel tot zaligheid gegeven zelfs niet noemen. Juist de kennis van die Naam geeft toch deel aan de vergeving van zonden en geeft kracht om de strijd tegen je zondige aard aan te binden en godzalig te leven. Ik ben wel eens bang dat het niet uitdrukkelijk verwoorden van het Evangelie – en dan ook in zijn betekenis voor het dagelijkse leven, dat toch een leven moet zijn waarbij wij voortdurend zien op Jezus als de overste Leidsman en Voleider van het geloof – een zeer grote zwakte is van de gereformeerde gezindte en dat zij mede daardoor zo vatbaar is voor de tijdgeest en verwereldlijkt.

Vreugde gaf het mij te lezen dat de meerdere geïnterviewden echt in hun gemeente zijn opgevangen en ook daar een taak hebben. Het zou mooi zijn als een van hen een boek zou schrijven, waarin mede vanuit eigen ervaring het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit wordt verwoord en dan heel uitdrukkelijk de betekenis van het zien op Jezus en van het vragen om de vernieuwende werking van Gods Geest naar voren brengt als het gaat om het leven in overeenstemming met Gods getuigenis.. Vergeleken met het Engelse taalgebied zijn dergelijke getuigenissen in boekvorm in onze taal schaars. Publicatie van een Bijbels onderbouwd en goed geschreven getuigenis juich ik alleen maar toe.

Zelf werd ik erg geraakt door het boek van Becket Cook A Change of Affection: A Gay Man’s Incredible Story of Redemption (Een verandering van gevoelen: De ongelooflijke geschiedenis van de verlossing van een man die gay is). De verandering van gevoelen slaat niet op het verdwijnen van homoseksuele gevoelens. Daartegen moet de auteur nog altijd strijden. Hij mag echter weten dat God het hoogste van zijn blijdschap is. Daarin is zijn gevoel tot in de diepste kern veranderd en dat geeft hem de kracht en de lust om ook anderen aan te sporen de weg te gaan bewandelen, die leidt naar het nieuwe Jeruzalem. Deze verandering van gevoel is voor ons allen nodig. Zo leren we zingen:

O Jezus, hoe vertrouwd en zoet

klinkt mij Uw Naam in ’t oor,

Uw Naam die mij geloven doet:

Gij gaat mij reddend voor.

*

Uw Naam die onze wonden heelt

en ons met manna spijst

die onze dood en zonde deelt

en onze vrees verdrijft.

*

O Naam, mijn Rots, waarop ik bouw,

mijn Schuilplaats en mijn Schild,

mijn Schrijn, die Gods oneind’ge trouw

steeds vult, genadig mild.

*

Mijn Herder en mijn Held, mijn Vriend,

mijn Koning en Profeet,

mijn Priester Die mijn schuld ontbindt,

mijn Weg waarop ik treed.

*

Nog is mijn dienst van elke dag

vol falen en tekort,

tot, als ’k U eens aanschouwen mag,

mijn lied eerst loflied wordt.

*

O Jezus, hoe vertrouwd en zoet

klinkt mij Uw Naam in ’t oor,

als ik van alles scheiden moet

gaat nog die Naam mij voor.

*

Zo draag’ mijn ziel op elke wiek

de liefde, die Gij bood,

en zij Uw Naam nog als muziek

nabij mij in de dood!

Christine Stam en Ineke de Jong, Homo in de biblebelt. Uit de kast gekomen, in de kerk gebleven (Kampen: Brevier, 2022), paperback 239 pp., €19,99 (ISBN: 9789492433909)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s